Dinsdag quote

In a community regulated by laws of demand and supply, but protected from open violence, the persons who become rich are, generally speaking, industrious, resolute, proud, covetous, prompt, methodical, sensible, unimaginative, insensitive, and ignorant. The persons who remain poor are the entirely foolish, the entirely wise, the idle, the reckless, the humble, the thoughtful, the dull, the imaginative, the sensitive, the well-informed, the improvident, the irregularly and impulsively wicked, the clumsy knave, the open thief, the entirely merciful, just, and godly person.

John Ruskin (1915). In Upton Sinclair, ed. The Cry for Justice: An Anthology of the Literature of Social Protest.

Hoe voorzichtig kan je zijn?

Wat kan je, als niet-expert of -viruswetenschapper, zeggen over expertadvies dat ingegeven is door en aanmaant tot voorzichtigheid?

Waarom zijn experts en wetenschappers, en de beleidsmakers die hun advies volgen, voorzichtig?
Er lijken twee soorten van voorzichtigheid te zijn: Voorzichtigheid die aanzet tot actie vs voorzichtigheid die aanzet tot passiviteit.

De voorzichtigheid die aanzet tot actie is een waakzaamheids-voorzichtigheid, die het zekere voor het onzekere neemt. Better safe than sorry. Dat is de voorzichtigheid die in het licht van een pandemie “vroeg, kordaat en krachtig” reageert, zowel in het begin van de pandemie als in discussies over versoepelingsmaatregelen.

De tweede soort voorzichtigheid staat voor een stuk haaks op de eerste. Ze zet net aan tot een afwachtende houding. Het is de voorzichtigheid die experts en wetenschappers hanteren vanuit het voorzorgspincipe.

Dat voorzorgsprincipe is een vaak breed geïnterpreteerd epistemologisch en soms ook juridisch principe over ingrepen en innovaties waar nog onvoldoende wetenschappelijke kennis over eventueel schadelijke neveneffecten is. Een overheid zal vanuit het voorzorgspincipe bijvoorbeeld opleggen om te wachten met het introduceren van genetisch gemanipuleerd voedsel. “We wachten op meer data.”

In zijn strengste vorm kan het principe leiden tot passiviteit, inertie of verlamming. Wat is immers “onvoldoende kennis” en hoe moeten we “eventueel schadelijke neveneffecten” afbakenen? Er zal altijd wel iemand zijn die met nieuwe kennis komt. De lijst met “eventueel schadelijke neveneffecten” van aspirine is even lang als de lijst met eventuele neveneffecten van warfarin, een echt gevaarlijk geneesmiddel.

Wie oordeelt dan? Arnold Kling heeft het over de “first group“, de doeners die resultaten willen boeken en die bezig zijn met de echte doelen van een organisatie of project, en de “second group“, die, volgens een ijzeren wet, meer gericht is op de organisatie, op de status (quo) van de organisatie en van zichzelf, dan op het bereiken van de echte doelen van de organisatie.

Nu is dat eenmaal hoe organisaties en noodzakelijke procedures werken. In elke organisatie is er dat spanningsveld tussen de vooruitstrevende doeners en de voorzichtige behoeders van het status quo. Wie daarmee niet overweg kan, hoort niet thuis in een organisatie of project.

Maar in bepaalde situaties moet je dat spanningsveld kunnen doorbreken. In crisissituaties gaat het niet meer over de gestage vooruitgang van de wetenschap, of over een evenwichtige politieke besluitvorming, maar moet er een daadkrachtige afweging van alternatieven gemaakt worden, waarna snel een beslissing genomen wordt. In deze soort situaties is snelheid vaak een factor.

In het uitwerken van de vaccinstrategie zitten we in zo’n situatie. En daar lijkt het er hoe langer hoe meer op dat de Belgische en Europese overheden aan het falen zijn. Uit naam van het voorzorgspincipe krijgen de procedures en het “wachten op de data” voorrang op het einddoel: het redden van levens en het herstel van de economie.

De vertragingen die Europa nu aan het oplopen is, zouden volgens een berekening 90 miljard euro kunnen kosten in 2021 alleen al. De kost in mensenlevens zal aan de hand van modellen ook wel te berekenen zijn, maar blijft voorlopig verborgen.

Het voorzorgsprincipe is meer dan waarschijnlijk een slechte leidraad (geweest) in onder meer:

  • De bestelprocedures: Een nauwgezette reconstructie door Politico toont dat Europa te traag en te voorzichtig is geweest bij het op voorhand bestellen van vaccins, vergeleken met het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Onder meer discussies over prijs en over de verantwoordelijkheid voor de farmabedrijven hebben geleid tot vertragingen.
  • De goedkeuring door regelgevers: Hier speelt een combinatie van overdreven voorzorg en nationalisme. Het Britse gezondheidsagentschap gaf het BioNTech/Pfizer vaccin al op 2 december een “tijdelijke goedkeuring”. Het European Medicines Agency (EMA) volgde pas op 21 december, drie weken later. Waarom kan er in noodsituaties zoals deze niet afgesproken worden dat een goedkeuring door een gezondheidsagentschap van een betrouwbaar land voldoende is voor de introductie in andere landen? Omdat de nationale gezondheidsagentschappen uit voorzorg hun eigen procedures willen volgen.
  • First Doses First: Een bijzonder geval van goedkeuring door regelgevers, maar wellicht de grootste oorzaak van de vertraging in België. Als sinds december pleiten wetenschappers en economisten met sterke argumenten voor het uitstellen van de tweede dosis, zodat er sneller meer eerste dosissen kunnen worden toegediend. Pascal Soriot, de CEO van AstraZeneca, zei einde januari al dat de First Doses First strategie, die in het Verenigd Koninkrijk wordt gevolgd, de juiste is. De eenvoudige redenering is dat het effectiever is om mensen sneller van 0% naar 85% bescherming te brengen dan hetzelfde aantal mensen van 85% naar 95%. De tegenstanders van First Doses First schermen met het voorzorgspincipe, maar hebben nooit hun kosten-baten analyses getoond.
  • AstraZeneca voor 65+: Al enkele weken is duidelijk dat AstraZeneca wel degelijk effectief is voor 65-plussers. Hier is het wachten op een aangepast advies van de Hoge Gezondheidsraad. Wat weten zij dat de WHO of Britse gezondheidswetenschappers niet weten?

Zaterdagse gevarieerde links

  • Flim is een tool waarmee je door een grote database van screenshots uit films en muziekvideo’s naar objecten kan zoeken. De objecten werden gecodeerd door artificiële intelligentie. Via kottke.org
  • Capitalism: A Journal of History and Economics is een nieuw tijdschrift/forum voor het onderzoek naar economische geschiedenis.
  • Economist en filosoof Philippe Van Parijs houdt in Let’s take back our language! een pleidooi voor het blijvend gebruik van het Engels als lingua franca in Europa, ook, en sans gêne, na de Brexit. “We Europeans now have the task of remaking it [English] as our own“. Van Parijs schreef eerder (2011) Linguistic Justice for Europe and for the World.
  • The Bourgeois Deal samengevat in een infografiek. Naar aanleiding van het verschijnen van Leave Me Alone and I’ll Make You Rich, waarin Deirde McCloskey en Art Carden de lijvige trilogie van McCloskey samenvatten op 232 pagina’s. De Bourgeois Deal: “In short: when we leave people alone to buy low, sell high, and innovate, they do so—and in the process, they make the rest of us rich.”
  • Eurasia’s jaarlijkse voorspelling van de tien grootste politieke risico’s voor het komende jaar.
  • In de jaarlijkse Edelman Trust Barometer, gebaseerd op een onderzoek bij 33,000 respondenten in 27 landen, zijn de overheid, de media en ngo’s de grote verliezers. Business geniet meer vertrouwen dan de overheid in 18 van de 27 landen en is de enige instelling die aanzien wordt als zowel competent als ethisch.
  • Raad je aan de hand van een kort filmpje de stad?

Zaterdag quote

There are no solutions; there are only trade-offs.

The language of … ideological politics … is the language of solutions and of the unconstrained vision behind solutions, the vision of the anointed. (T)his language says that the preferences of the anointed are to supersede the preferences of everyone else – that the particular dangers they fear are to be avoided at all costs and the particular benefits they seek are to be obtained at all costs. Their attempts to remove these decisions from both the democratic process and the market process, and to vest them in obscure commissions, unelected judges, and insulated bureaucracies, are in keeping with the logic of what they are attempting. They are not seeking trade-offs based on the varying preferences of millions of other people, but solutions based on their own presumably superior knowledge and virtue.

Thomas Sowell (1995). The Vision of the Anointed: Self-Congratulation as a Basis for Social Policy, p 142

Buiten strijd

De Reluctant Economist is een tijd buiten strijd geweest. Excuus. Vanaf deze week back in full force.

De komende weken zullen er posts opduiken die gebaseerd zijn op haastig geschreven nota’s uit de voorbije weken. Onvermijdelijk zal er af en toe enige afstand van de actualiteit zijn. Maar dat is misschien niet slecht.


Dinsdag quote

The vast material and intellectual progress under the short era of liberalism threatens to be its own undoing, through placing power – physical, intellectual, organisational, and moral or psychological – in the hands of man and especially the common man, more rapidly than he has educated himself to distribute it equitably and use it wisely.

Frank H. Knight (1921). Risk, Uncertainty and Profit, Preface to the 1948 Edition, p lii

Jaarrapport sociale economie 2019

Het Departement Werk en Sociale Economie van de Vlaamse overheid publiceerde zopas het Jaarrapport sociale economie 2019.

De sociale economie omvat de maatwerkbedrijven (de vroegere beschutte en sociale werkplaatsen), de lokale diensteneconomie en de bedrijven in de arbeidszorg.
In die bedrijven werkten vorig jaar 28,741 gesubsidieerde doelgroepwerknemers, een groei met 5 procent tegenover 2018. De Vlaamse overheid keerde de sociale-economiebedrijven vorig jaar 423.1 miljoen euro subsidies uit, of gemiddeld 14,700 euro per gesubsidieerde werknemer.

In grote maatwerkbedrijven kan die subsidie, die bestaat uit een loonpremie, een begeleidingspremie en een organisatiepremie, oplopen tot meer dan 25,000 euro per jaar per werknemer.

Van de doelgroepmedewerkers in de sociale economie is 82 procent kortgeschoold, tegenover 13 procent in de algemene werkende bevolking; 17.4 procent heeft een migratieachtergrond, tegenover 7.3 procent bij de werkende bevolking; 80 procent heeft een werkloosheidsduur van meer van 12 maanden achter de rug; 70 procent wordt door de VDAB beschouwd als persoon met een arbeidshandicap.

Veel doelgroepwerknemers hebben een medische, mentale, psychische of psychosociale problematiek.

Het maatwerkdecreet, dat de sector vanaf 2019 ingrijpend hervormde, had als expliciete doelstelling doelgroepwerknemers uit de sociale economie te laten doorstromen, bij voorkeur naar de reguliere economie.

Dit jaarrapport kan de eerste resultaten van die doelstelling voorleggen. In 2019 stroomden 793 doelgroepmedewerkers door naar de reguliere economie. Dat is net geen 3 procent. Het grootste deel van de doelgroepwerknemers die in 2019 gestopt is in de sociale economie, is drie maanden na uitstroom nog steeds werkloos.

Het is moeilijk te zeggen of die 793 doorstromers naar de reguliere economie een succes zijn of niet.
In haar Beleidsbrief Sociale Economie 2015-2016 schreef minister Liesbeth Homans destijds dat ze “zoveel mogelijk mensen” wilde laten doorstromen. In diezelfde beleidsbrief schreef ze dat het Europees Sociaal Fonds Vlaanderen een budget van 5 miljoen euro ter beschikking stelde. Daarmee konden “over een looptijd van 2,5 jaar 1.190 trajecten gefinancierd kunnen worden”. Dat zou dus een run rate van 480 per jaar betekenen, en daar zit het eerste jaar met 793 alvast fors boven.

Het loopt wel niet altijd helemaal vlot met de organisatie en begeleiding van de doorstroom, zo blijkt uit getuigenissen uit het werkveld.

De directeur van de Wase Werkplaats, een van de grotere en innovatievere maatwerkbedrijven, waar meer dan 500 mensen met een beperking werken, getuigt: (full disclosure: dit is mijn broer)

“Als overgangsmaatregel heeft de Vlaamse overheid 10 procent van het bestaande personeelsbestand geselecteerd voor screening. Dit is gebeurd op basis van vier objectieve criteria: leeftijd, scholing, het bestaande ondersteuningspakket (hoog/laag), en datum in dienst. Eerste grote (domme) fout van de Vlaamse administratie: bij die selectie heeft men elk van deze criteria apart gemeten. Dit zorgt er bijvoorbeeld voor dat wij een medewerker hebben met een middelbaar diploma, van 64 jaar die nu door de VDAB moet gescreend worden. Van de lijst van 60 doelgroepwerknemers die in Wase Werkplaats geselecteerd zijn, komen er volgens ons, door deze meetfouten alleen al, 35 niet in aanmerking voor doorstroming.”

Een tweede probleem is dat de VDAB, die een cruciale rol moest spelen in heel het doorstroomverhaal, niet is voorbereid op de screening.

Ook vanuit de werknemers die (moeten) doorstromen zijn er vragen. Wat als het niet lukt op de doorstroomjob? Dreigen zij niet als eerste hun job te verliezen als het wat minder gaat? Kunnen zij zo maar terug naar het maatwerkbedrijf?

In een breder economisch perspectief vraagt de sector om de contingentering, waarmee de Vlaamse overheid de groei van het aantal doelgroepmedewerkers aan banden legt, te herbekijken.

De werkgelegenheidsgraad van de groep kortgeschoolden en langdurig werklozen bedraagt al heel lang ongeveer 50 procent en stijgt niet. “Als België of Vlaanderen naar een werkgelegenheidsgraad van 80 procent willen, dan zullen we ook deze groep moeten aanspreken.”

Einde 2019 waren er volgens het Jaarverslag 6,600 mensen “in dossier” bij VDAB met een advies voor tewerkstelling in de sociale economie. Dat is dus bijna een kwart van het huidige effectieve werknemersbestand dat thuis zit te wachten om aan de slag te gaan. Het echte potentieel is nog een stuk groter.

Oproepen om de contingentering te versoepelen gaan steevast gepaard met redeneringen over terugverdieneffecten.

SST, de netwerkfederatie van de sociale werkplaatsen in Vlaanderen, berekende een zeer ruim terugverdieneffect van 12.200 euro per werknemer in een maatwerkbedrijf.

Een iets voorzichtiger en gedetailleerdere inschatting van Bea Cantillon, Jill Coene en Sarah Marchal in het Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting 2019 komt uit op een terugverdieneffect van 5,000 euro per jaar in het meest gunstige geval, en op een negatief effect als er hoge begeleidingskosten zijn.

Cantillon e.a. wijzen er ook graag op dat het netto beschikbaar inkomen voor een alleenstaande werknemer in een collectief maatwerkbedrijf volstaat om te ontsnappen aan armoede.

Een probleem met de terugverdieneffecten is dat het de federale overheid is die daarvan geniet, terwijl de regionale overheden de kosten dragen.

De sector beweert dat de autonome inkomsten, die de maatwerkbedrijven uit de markt halen, toenemen. Maar daar zijn geen cijfers over. Door de strakke regelgeving mogen die toenemende inkomsten uit de markt ook niet aangewend worden om meer doelgroepwerknemers aan te nemen.


Zaterdag quote

Since economics is meant to be my profession, no matter what I make of my love affair with philosophy, I might as well begin by acknowledging that my profession has had something of a troubled relation with the perspective of happiness.

Amartya Sen (2009). The Idea of Justice, p 269

Tyler Cowen interviewt Jimmy Wales

Excellente Conversation with Tyler, met Jimmy Wales. Wales is de co-oprichter van Wikipedia, wellicht toch het mooiste geschenk dat het internet ons gegeven heeft. Wikipedia is tegelijk misschien het enige restant van de droom over echt open en vrije informatie van in de begindagen van het internet.

Ik ben fan, doneer elk jaar, en verdedig Wikipedia hevig tegenover de weliswaar kleiner worden schare collega’s docenten die studenten (journalistiek en communicatie) menen te moeten waarschuwen om Wikipedia toch niet te gebruiken als eerste stop in hun research. Wel probeer ik studenten te pushen naar de Engelstalige Wikipedia, die enkele malen beter en rijker is dan de Nederlandstalige.

Enkele dingen die ik nog niet wist en opmerkelijke quotes uit het interview. Maar lees het helemaal.

Op de vraag of Wikipedia een Verlichtingsproject is, een “conservatief” project, omdat het kennis bewaart, of een radicaal project, antwoordt Wales: “A little bit of all three, I guess, although probably more of the enlightenment project, which in its own way is quite radical in today’s culture.”

Zelfs op een pagina over een ogenschijnlijk statisch historisch onderwerp zoals het toneelstuk Hamlet van Shakespeare zijn er dit jaar al 35 edits geweest.

Over de lange lijst van regels bij Wikipedia: “One of our oldest rules, the ignore-all-rules rule, (says that) if some rule is preventing you from making Wikipedia better, then ignore that rule.”

Alles eindigt bij filosofie: “If you go to Wikipedia and you go to any entry, once you get past the pronunciation and you click the first link of everything, then it takes only a few clicks, and you end up at philosophy.”

Verschil tussen Wikipedia en social media die een advertentie business model hebben: “Our incentive structure at Wikipedia is not to optimize time on-site.”

Over de beslissing om van Wikipedia een non-profit te maken: “I used to joke it was either the best decision or the worst decision I ever made, but then I stopped even making the joke.”

De beste kritiek op Wikipedia? Op Wikipedia zelf, natuurlijk.

Wales steekt dezer dagen veel tijd in de verdere ontwikkeling van WT.Social, het social media platform dat hij vorig jaar opstartte en dat “social media the way it should be” probeert te zijn.

Wales heeft een probleem met het recht om vergeten te worden principe zoals het in de Europese wetgeving staat. Het laat de beslissing om een link op Google weg te halen over aan Google, terwijl dat volgens hem een rechter toekomt.

Over zijn strijd tegen trollen en PR op Wikipedia: “It’s very hard to get someone to understand something when their paycheck depends on them not understanding it.”


Contra De Grauwe: Als je ten oorlog trekt, zeg je wél ‘Ja maar, hoeveel gaat dat kosten?’

In een interview met De Tijd over de herwerkte uitgave van zijn boek De limieten van de markt zegt Paul De Grauwe over de Coronacrisis: “Vandaag is het alle hens aan dek. Het systeem davert op zijn grondvesten. Als je ten oorlog trekt, zeg je toch niet: ‘Ja maar, hoeveel gaat dat kosten?‘”

De inspanningen die Groot-Brittannië moest doen om de Eerste Wereldoorlog te financieren, vertellen een ander verhaal.

Niemand minder dan John Maynard Keynes legde met zijn bijdrage tot de oorlogsfinanciering de basis van een loopbaan die van hem de bekendste en meest invloedrijke econoom van de 20ste eeuw zou maken.

De Amerikaanse journalist Zachary Carter geeft in zijn recente The Price of Peace. Money, Democracy and the Life of John Maynard Keynes (2020) (zie bespreking hier) heel meeslepend en bijzonder goed gedocumenteerd een kijk achter de schermen van de politiek en de haute finance van die oorlogsfinanciering en de rol die Keynes daarin speelde.

Het verhaal begint wanneer Keynes, toen 31 jaar jong, in augustus 1914 in allerijl naar Londen wordt gehaald om de Britse regering te helpen de crisis op te lossen waar Londen in was beland toen duidelijk werd dat Europa op een oorlog afstevende.

Londen was toen het financiële centrum van een wereld die draaide op de goudstandaard. Maar het wapengekletter leidde ertoe dat banken en particulieren overal ter wereld hun goud begonnen op te vragen of bijhielden. Ook de goudkluizen van de Britse centrale bank stroomden leeg. Niet alleen de Britse economie en de positie van Londen als financieel centrum van de wereld kwamen in het gedrang. Volgens Zachary Carter stond in die augustusdagen zelfs de uitkomst van de oorlog op het spel: “The policy choices made in the next few days would shape the empire’s war economy, perhaps even determine the outcome of the war itself.” (p 13)

Keynes wist het onheil te keren door de politici, tegen de zin van de bankiers, ervan te overtuigen de inwisselbaarheid van goud aan te houden en nieuw geld te drukken.

Keynes’ aanpak werkte. Groot-Brittannië werd het enige land dat de inwisselbaarheid van goud nog garandeerde en kon zijn positie als financieel centrum van de wereld voorlopig handhaven. Keynes werd prompt benoemd tot topadviseur van de Britse regering voor oorlogsfinanciering, een van de meest invloedrijke posities in de Britse regering tijdens de Eerste Wereldoorlog.

In de jaren daarna reisde hij de wereld af om op topniveaus die oorlogsfinanciering te onderhandelen.
Hij onderhandelde over leningen van Groot-Brittannië aan Italië, Frankrijk, België en Rusland om hun oorlogsinspanningen te financieren. Toen duidelijk werd dat Groot-Brittannië de oorlogsfinanciering niet voor heel Europa, en zelfs niet voor zichzelf, zou kunnen dragen, begonnen ook de onderhandelingen over Amerikaanse leningen.

Financing the war had become a fundamental element of combat strategy“, schrijft Zachary Carter (p 42).

Zo voerde Keynes in 1915 een strijd met de militairen die als strategie hadden bedacht om Duitsland een mokerslag toe te dienen. Ze hadden daarvoor wel 1.6 miljoen nieuwe rekruten nodig. “Fout,” vond Keynes. De oorlog zou gewonnen of verloren worden op economisch vlak en het plan van de militairen was onbetaalbaar. “The limitations of our resources are in sight“.

In plaats van een militaire mokerslag stelde Keynes voor zoveel mogelijk economische krachten aan het werk te zetten, onder meer om de export naar de VS op te drijven om dollars te verdienen waarmee dan weer hoogstnoodzakelijke Amerikaanse invoer kon betaald worden. De economie kon maar 840,000 nieuwe rekruten leveren.

Het plan van Keynes werkte andermaal. De Britse economie groeide tijdens de oorlog met 15 procent. Keynes had meteen geleerd dat overheidsstimulering van de economie in speciale omstandigheden een goed idee was.

Ondertussen moest hij wel met lede ogen aanzien hoe Groot-Brittannië, en heel Europa, steeds afhankelijker werden van Amerikaanse financiering. Hij voorspelde midden de Eerste Wereldoorlog al een naoorlogse wereld die zou gedomineerd worden door de VS en Wall Street financiers.

Omdat de Amerikaanse president Woodrow Wilson Amerika toen nog uit de oorlog wilde houden, en weigerde om Amerikaans overheidsgeld te lenen aan elk land in het conflict, moest Keynes zich noodgedwongen richten tot Amerikaans privékapitaal. De jonge Amerikaanse zakenbank JP Morgan vaarde er wel bij. Ze leende niet alleen geld aan Groot-Brittannië, maar wist op dat geld nog extra te verdienen door zich op te werpen als inkoopagent voor alle inkopen die Groot-Brittannië in de VS deed, en daarop een vindersloon van 1 procent te vorderen.

Midden 1916 berekende Keynes dat 40 procent van de 5 miljoen pond die Groot-Brittannië dagelijks aan de oorlog spendeerde, uit de VS kwam.

De afhankelijkheid was compleet. Toen Wilson in november 1916 de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank de opdracht gaf Amerikaanse beleggers te waarschuwen dat ze voorzichtig moesten zijn met leningen aan Groot-Brittannië en Frankrijk, belandde Groot-Brittannië weer in een financiële crisis.

Wilson had het financiële wapen gebruikt in een poging om “de oorlog te beëindigen zonder overwinning”. Duitsland speelde niet mee en aanvallen van Duitse onderzeeërs op Amerikaanse schepen brachten de VS in april 1917 in de oorlog, een week voor dat, volgens Keynes’ berekeningen, de Britse Schatkist op droog zaad zou komen te zitten.

Ook in de VS hadden ze zich trouwens afgevraagd “hoeveel de oorlog zou kosten”. De Amerikaanse oorlogsinspanningen leidden tot een 25-voudige stijging van de overheidsuitgaven.

Onderzoekers Eric Hilt, Matthew Jaremski en Wendy Rahn vertellen in een recente paper, When Uncle Sam Introduced Main Street to Wall Street: Liberty Bonds and the Transformation of American Finance, hoe de Liberty Loans die de Amerikaanse overheid uitschreef vanaf mei 2017, de gemiddelde Amerikaan aan het beleggen kregen.

Met de Liberty Loans haalde de Amerikaanse overheid 22 miljard dollar op, 5 biljoen in hedendaagse dollars.


Zaterdag quote

Many contemporary scholars, and not only popular writers, have … argued that the standard socio-economic science model requires, justifies and promotes selfish behavior. On the contrary, … opportunism in all relational contracting and exchange across time (is a) cost, not a benefit, in achieving long-term value from trade; an ideology of honesty means that people play the game of “trade”,’ rather than “steal” … .

Vernon Smith (2003). Constructivist and Ecological Rationality in Economics (Nobel Prize lecture). The American Economic Review, (93 (3), p 466

Dinsdag quote

(T)he opinion of experts, when it is unanimous, must be accepted by non-experts as more likely to be right than the opposite opinion. The scepticism that I advocate amounts only to this: (1) that when the experts are agreed, the opposite opinion cannot be held to be certain; (2) that when they are not agreed, no opinion can be regarded as certain by a non-expert; and (3) that when they all hold that no sufficient grounds for a positive opinion exist, the ordinary man would do well to suspend his judgment.
These propositions may seem mild, yet, if accepted, they would absolutely revolutionize human life.

Bertrand Russell (1958). On the Value of Scepticism, in The Will to Doubt, p 39 (via Conversable Economist Timothy Taylor)

Voeding in blik: een innovatieverhaal

Het innovatieverhaal over voeding in blik en de blikopener is in verschillende opzichten interessant.

Het verhaal start in 1795, wanneer Napoleon Bonaparte een prijs van 12,000 franc uitloofde, een fortuin in die dagen, voor wie een methode vond om voeding veilig en gedurende lange tijd te bewaren voor zijn soldaten. Europese overheden gebruikten in die tijd vaker prijzen als stimulans voor innovatie.

De Franse chef Nicholas Appert won de prijs in 1810 met een methode waarbij hij voeding in dichtgekurkte glazen flessen liet koken. Dat was vijftig jaar vóór Pasteur de pasteurisatie uitvond. Appert publiceerde in 1810 zijn boek L’Art de conserver les substances animales et végétales.

Aan de overkant van het Kanaal kreeg de Engelse handelaar Peter Durand in 1810 van King George III het eerste patent voor een procédé met blik. Durand verkocht zijn patent in 1812 aan twee andere Engelsen, maar in 1818 herpatenteerde hij zijn Brits patent in de VS.

In de eerste decennia werden blikken met voeding geproduceerd a rato van zes per uur. In de jaren 1840 werd dat zestig per uur.

Voeding in blik brak niet echt door, onder meer omdat de blikken zo moeilijk te openen waren. Je had er een hamer en beitel voor nodig. In de supermarkten deed het personeel de blikken open voor de klanten.

Pas vanaf 1858 ontstond er een “ecosysteem” rond voeding in blik. In dat jaar patenteerde de Amerikaan Ezra J. Warner de eerste blikopener. In 1870 patenteerde William Lyman een variant met een roterende snijder.

blikopener Lyman

In 1926 vond Charles Arthur Bunker de blikopener uit met een tandwiel. Die innovatie zorgde voor de grote doorbraak van voeding in blik en blijft de standaard tot op vandaag.

blikopener bunker

Zaterdag quote

There’s no evidence … that greed or miserliness or self-interest was new in the sixteenth or the nineteenth or any other century. Auri sacra fames, “for gold the infamous hunger,” is from The Aeneid, book 3, line 57, not from Benjamin Franklin or Advertising Age. The propensity to truck and barter is human nature. Commerce is not some evil product of recent manufacture. Commercial behavior is one of the world’s oldest professions.

Deirdre McCloskey (2006). The Bourgeois Virtues. Ethics for an Age of Commerce, p 2