Twee goede artikels over China: Dan Wang en Yasheng Huang

China volgen is belangrijk, maar niet evident. Twee recent verschenen artikels bieden een goed en toegankelijk helikopteroverzicht met als extra enkele boekentips. Het eerste is niet meer leesbaar in China zelf.

Dan Wang

De in Canada en de VS opgegroeide Dan Wang is technologie-analist bij Gavekal Dragonomics, een in China gespecialiseerd research- en adviesbedrijf. Daarnaast publiceert hij occasioneel journalistieke stukken en essays. Sinds 2017 schrijft hij elk jaar een jaaroverzicht waar Chinawatchers reikhalzend naar uitkijken.

Zijn jaaroverzicht voor 2022 liet wat op zich wachten, maar verscheen vorige week.

Dan Wang nam in april vorig jaar de laatste vlucht uit Shanghai naar Yunnan, China’s meest zuidwestelijke provincie. Twee dagen later ging Shanghai in volledige lockdown. Wat oorspronkelijk gepland was als een trip van enkele dagen, werd een verblijf van maanden.

De auteur profiteert ervan om rond te trekken, de lokale keukens te ontdekken, en te lezen. The Art of Not Being Governed: An Anarchist History of Upland Southeast Asia van de Amerikaanse politieke wetenschapper en antropoloog James C. Scott, “the best book I read this year“, is zijn intellectuele reisgids om na te denken over de politieke rol van bergculturen en over hoe die weerstand bieden aan een centraliserende staat.

Throughout history … people have climbed upwards to escape the state.

Dan Wang is terug in Shanghai wanneer er in november (relatief beperkte) protesten uitbreken tegen de overheidsaanpak van de covidepidemie en wanneer de Chinese overheid in december kapt met het zero-covidbeleid en alle beperkingen opheft.

De harde lockdown en het plotse opheffen ervan namen vooral de jongere bevolking in de grote steden bij verrassing, eerst met voedseltekorten, dan met medicijnentekorten. Ze kwamen bovenop de duidelijke signalen van een grotere centralisatie van politieke macht die Xi Jingping uitstuurde tijdens en na het 20ste partijcongres.

Het gevolg van deze opstoot van autoritaire impulsen, zo denkt Wang, zou wel eens kunnen zijn dat verschillende groepen mensen in China zich mentaal terugtrekken in de bergen, en dat de groeivooruitzichten op langere termijn wankeler worden.

Ondernemers zullen de lockdowns en het harde optreden tegen sommige sectoren niet licht vergeten. Ook buitenlandse investeerders herbekijken hun plannen voor China:

The strategy of multinationals has become to maintain production for the domestic market while moving export-bound production to other countries (chiefly Vietnam and India).

Jonge hoogopgeleide Chinezen zijn een tweede groep die mentaal misschien zal afhaken. “Beijing strangles the country’s cultural creativity,” denkt Dan Wang, die dat zelf kon ondervinden toen de Chinese censuur zonder aanwijsbare redenen zijn website blokkeerde.

I perceive a fading sense of enthusiasm among businesspeople and youths. The residue of resentment won’t wear on their faces; and I expect that the state will keep a lid on wide-scale protests. But there will be more foot-dragging and less self-initiative in response to Beijing’s centralized campaigns of inspiration.

Met als resultaat misschien:

2022 is thus the year that China’s long-term growth prospects became more uncertain as its political risks grow more salient …
The picture I see for the next few years however is that growth will slow further. The economy won’t return to the 2019 mid-single digit levels of growth, but something closer to US levels. I believe that China is likely to succeed on many technological endeavors, but these bright spots can’t compensate for broad deceleration. The major source of risk is that the political system is more likely to squash growth in the longer run.

Tegenover die structurele groeiobstakels ziet Wang wel nog steeds het pragmatisme van de Chinese overheid.

Sometimes commentators will launch a tendentious debate on whether China is capitalist or socialist, state-driven or market-driven. It is never one or the other, of course …
On balance I believe we should think of the Chinese state today as an autocratic regime that is occasionally capable of economic pragmatism rather than a technocratic regime that slips occasionally into Marxist faults.

En hij maakt een interessante vergelijkende diagnose met de VS:

I continue to believe that Beijing has an easier time with reforming its institutions relative to the US. And that its pathologies produce a better class of problems than US tendencies: Chinese structural overcapacity due to its supply side focus, for example, is superior to American structural undercapacity due to an impotence to build.

Lees het stuk helemaal.

Bonus: signalementen van interessante boeken, en een lekkere rondgang langs de gastronomie van Yunnan.

Yasheng Huang

In de jongste aflevering van de onvolprezen Conversations with Tyler interviewt Tyler Cowen Yasheng Huang, professor management aan de MIT Sloan School en auteur van Capitalism with Chinese Characteristics: Entrepreneurship and the State (2008) en (binnenkort uit) The Rise and Fall of the EAST.

Huan is geboren in China en verhuisde naar de VS om zijn hogere studies af te maken en zijn academische loopbaan te starten. Aan MIT Sloan School is hij oprichter en hoofd van het China Lab en het India Lab.

De EAST in de titel van zijn nieuwste boek staat voor een letterwoord dat terugkomt in de ondertitel: How Exams, Autocracy, Stability, and Technology Brought China Success, and Why They Might Lead to Its Decline. De vier topics komen ook aan bod in het lange interview.

De “Exams” zijn natuurlijk de Keju, het keizerlijke examensysteem dat vanaf de vijfde eeuw de bijzonder felbegeerde toegang tot de Chinese administratie regelde. Het examensysteem was 100 procent meritocratisch; de examinatoren wisten niet wie ze evalueerden. Het werd begin 20ste eeuw formeel afgeschaft, maar volgens Huang is het nog heel invloedrijk en belangrijk om het China van vandaag te begrijpen.

Over de nabije economische toekomst van China denkt Huang hetzelfde als Wang:

Now many companies are rethinking about whether or not they should rely so heavily on supply chain in China. … China increasingly is becoming a factory for itself rather than a factory for the world.

Over Xi Jinping zegt hij dat die het charisma mist dat vorige Chinese leiders wel hadden. Zijn macht is vooral gebaseerd op formele maatregelen en het cumuleren van titels. Dat zou op termijn problematisch kunnen worden voor de opvolging.

Essentially, the vast majority of the successions were handled by these two giants [Mao en Deng Xiaoping] who had oversized charisma, oversized prestige, and unshakeable political capital. …
Now we have one leader who doesn’t really have that. He relies mostly on formal power.
Xi Jinping does not match, even in a remote sense, the charisma and the prestige of Mao Zedong and Deng Xiaoping. There’s no match there.

Why do you think that Chinese and Chinese Americans have done so much less well becoming top CEOs of American companies than Indians and Indian Americans,” vraagt Tyler.

Chinese Americans are less able to communicate their ideas, place less value and premium on communications.

Interesting throughout, zou Tyler Cowen zelf zeggen.


China volgen is niet evident. Een tip (2)

Het meest recente en bijzonder belangwekkende nieuws uit China is de zwenking die president Xi Jinping neemt over de sturing van de Chinese maatschappij en economie door de overheid.

Andrew Batson, die ik in vorige post tipte als een heel goede filter voor het nieuws uit China, heeft daar twee recente posts over (en hier).

Het nieuws uit China ging deze zomer over het plotse hardhandig optreden van de Chinese overheid tegenover bedrijven en bedrijfsleiders. Dat gaat zeer breed, van boetes en inperkingen voor internetbedrijven, bijlesgevers, de gamingindustrie, en de onlineverzekeringen tot verbod of inperkingen op cryptomunten en zelfs boybands, en gevangenisstraffen of zelfs terdoodveroordelingen voor corrupte zakenlui.

De interpretaties van deze golf van overheidsingrijpen, zo vat Batson samen, gaan van het onschuldiger “de Chinese overheid doet wat Westerse overheden eigenlijk ook graag zouden doen”, tot het grimmiger “Xi Jingping brengt het socialisme terug”.

Die tweede interpretatie, die ook die van De Standaard is in een recente podcast, China’s oorlog tegen private bedrijven is behoorlijk fout, denk ik in navolging van Batson.

De nieuwsberichten gaan over maatregelen tegen concurrentievervalsing en monopolies, over bescherming van data, privacy en intellectuele eigendom, over arbeidsomstandigheden en over regelrechte corruptie.

Wat de Chinese overheid daarmee lijkt te doen, is geen “inperking van de vrije markt door de partij”, zoals De Standaard stelt, maar net een versterking van de regels die de vrije markt moeten vrijwaren.

Het verschil met hoe het Westen het aanpakt, lijkt dan vooral te zitten in de druk die de overheid blijkbaar kan en wil uitoefenen. Waar we in het Westen in niet geringe mate een beroep doen op zelfregulering en een verondersteld ethisch besef van ondernemers, zegt de Chinese overheid: zo, niet anders en snel, en wie niet horen wil, zal voelen.

Het verhaal gaat overigens ook breder dan harde maatregelen tegen bedrijven. Een van de mantra’s van president Xi Jinping sinds begin dit jaar, en ondertussen verheven tot een van China’s politieke prioriteiten, is common prosperity, welvaart voor allen. China heeft blijkbaar gekeken naar de evolutie van het kapitalisme in het Westen en heeft zich, in retoriek althans, voorgenomen om het ongelijkheidsprobleem aan te pakken voor het ontwrichtender wordt.

Nog een persoonlijke anekdote over die evolutie van het kapitalisme in het Westen. Tijdens mijn reportagreis in China, begin jaren 1990, was de lectuur die ik meehad in de valies op. In een boekenwinkel heb ik toen een van de weinig Engelstalige boeken gekocht die er te vinden waren, een slordig gedrukte Charles Dickens. Helaas ben ik vergeten dewelke. Maar de confrontatie en vergelijking tussen Dickens, die het Engeland van het midden van de 19de eeuw beschreef, en de realiteit van China aan het einde van de 20ste eeuw was een interessante historische lens om naar China te kijken.

Hoe pakken we grote en groeiende ongelijkheid aan? “Bij ons” zijn we ondertussen bijna geconditioneerd om te grijpen naar hogere belastingen en door de overheid georganiseerde herverdeling.

Zegt Batson: “It does not sound like “common prosperity” is going to produce a radical increase in taxation or redistribution.”

In een zeer inzichtelijke post, Contributing to common prosperity is compulsory, legt hij uit hoe de Chinese overheid door min of meer subtiele druk bedrijven en rijke ondernemers alvast kan nudgen om meer dan een steen bij te dragen om de ongelijkheid te milderen.

Batson verwijst onder meer naar een berekening van Fortune, waaruit blijkt dat vijf van de rijkste Chinese ondernemers in de jongste acht maanden 13 miljard dollar hebben geschonken aan liefdadigheidsorganisaties en -initiatieven.

Die georganiseerde filantropie, met wellicht meer dan zachte druk van de overheid, lijkt het midden te houden tussen de Amerikaanse versie, waar bedrijven en ondernemers zich met enorme belastingvoordelen een goed geweten kopen, en de Europese versie, die alles, ook de organisatie van de herverdeling, aan de staat overlaat.

Wat er aan de hand is, aldus Andrew Batson, is dat de Chinese overheid haar sturing van de economie en van de maatschappij op een systematische en doordachte manier aan het uitbreiden is van een focus op groei en sturing van welbepaalde industrieën (zware industrie, dan consumentengoederen, dan high tech) naar een veel bredere waaier van maatschappelijke domeinen. Een “industrial policy for everything“. Maar dan wel in het algemene kader van een vrijemarkteconomie.

In zijn meeste recente post, Industrial policy, but for the whole society, geeft Batson een samenvatting en commentaar bij een lezing door Barry Naughton aan Stanford University, The Summer of 2021: Consolidation of the New Chinese Economic Model.

Barry Naughton is de So Kwan Lok Chair of Chinese International Affairs aan de University of California San Diego, School of Global Policy & Strategy. Hij is volgens Batson een van ‘s werelds meest gerespecteerde economisten als het over China gaat. Zijn boek The Chinese Economy: Transitions and Growth (2007) is een standaardwerk.

Naughton, zo vat Batson samen, stelt dat “we’re seeing the consolidation of a new model, in which the Chinese government decisively steers a predominantly market economy.”

Wat we in de zomer van 2021 meemaakten, volgens Naughton, is dat de Chinese overheid vrij plots haar (economische) beleidsdoelstellingen uitbreidde van twee (economische groei en high-tech ontwikkeling) naar een portfolio van zes of meer.

Naughton maakt het lijstje, dat wellicht niet volledig is:

  1. Data security and control
  2. De-risk and enhance control of the financial risk
  3. Raise the birth rate by reducing the burden on families
  4. Rebuild new decentralized cities, while keeping housing prices low
  5. Reduce carbon emissions, pollution and global warming
  6. Common Prosperity

De reden dat deze uitbreiding van beleidsdoelstellingen als een schok ervaren werd, zowel binnen als buiten China, was niet alleen dat ze zo plots kwam, maar ook dat de lijst van deze doelstellingen ingebouwde conflicten heeft, en dat het nog niet duidelijk is welke instrumenten de overheid zal gebruiken om ze te bereiken.

Vindt Batson: “Preliminary conclusions anyway — no doubt the Chinese government will give us plenty more to figure out in coming months.”

Lees de volledige post, en andere posts van Andrew Batson.


China volgen is niet evident. Een tip (1)

China is niet alleen op economisch vlak, maar ook in andere domeinen, een van de moet-volgen topics voor de hedendaagse geïnteresseerde mens.

Maar hoe begin je daaraan?

Voor algemeen nieuws en inzichten zijn, zoals meestal, The Economist en de Financial Times de beste bronnen. Zij hebben reporters ter plaatse, en slimme specialisten die zich volledig kunnen toeleggen.

Economisch blogger Tyler Cowen probeert ook bij te blijven en signaleert vaak interessant leesvoer (het beste algemeen boek over China?)

In Vlaanderen is De Tijd vrij volledig in het volgen van het belangrijkste economisch nieuws. De Standaard journaliste Giselle Nath, die ook onder meer India en Afghanistan moet volgen, schrijft af en toe een interessante analyse.

Mijn interesse in het economische verhaal van China is vroeg begonnen. Als redacteur Economie op De Standaard kon ik begin jaren 1990, na lang aandringen, een geweigerd visum door de Chinese ambassade en hulp van de (destijds alleszins) behoorlijk Maoïstische Vereniging België-China, een reis van vier weken maken door China (Bejing, Shanghai (toen nog een wereldstadje in opkomst), Wuhan(!), een of ander modeldorp waar elk gezin een Passat had, en waar, zo bleek tijdens het bezoek, de Mexx-broek die toen aanhad moest geproduceerd zijn, Shenzen, Tsingtao (voor de brouwerij) en Hongkong).

Het was het prille begin van de economische groeispurt van China. De artikelenreeks die ik nadien geschreven heb, was geen topjournalistiek. Ik was onvoldoende voorbereid, had teveel aan het handje moeten lopen van plaatselijke toegewezen gidsen, sprak de taal niet, en weinig Chinezen spraken goed Engels. En mijn foto’s trokken op niets.

Maar ik heb toen wel gevoeld: hier staat iets te gebeuren dat de wereld gaat veranderen. En ik heb er een grote voorliefde voor de Chinese keukens aan overgehouden.

De tip dan.

Andrew Batson is sinds 2011 China research director for Gavekal Dragonomics een onafhankelijke researchfirma met bureaus in Hong Kong en Beijing, waar hij woont. Voordien was hij journalist voor onder meer The Wall Street Journal en Dow Jones in Beijing en Hong Kong.

Batson schrijft sinds 2013 een eigen blog waarin hij, met 2-3 posts per maand, een heel goede selectie maakt van nieuws, achtergrond, analyse, en lectuurtips over China.

Voor mij is hij de filter voor nieuws en vooral achtergrond over China. Er zijn er vast en zeker andere, maar dan zal Batson daar vroeg of laat ook wel naar verwijzen, is mijn indruk.

De blog is goed geschreven. Batson heeft een brede belangstelling: zijn jaarlijkse best-books lijst, fictie en non-fictie, breder dan China, is een snoepwinkel. En hij heeft ook een goede muzikale smaak.

Volgende post: Batson (en mezelf) over achtergrond en analyse van het meest recente nieuws uit China.


De grootste beursgang die even niet plaatsvindt

Goed achtergrondartikel over Ant Group, de Chinese financiële reus die vandaag 5 november naar de beurs zou gaan, maar waarvan de beursgang te elfder ure afgeblazen is. Naar verluidt omdat de Chinese overheid wou laten zien wie de baas is.

De geplande beursgang, de interventie van de Chinese overheid en enkele wist-je-datjes en superlatieven over Ant Group tonen beter dan een lang theoretisch betoog hoe (snel) het wereldeconomisch toneel aan het veranderen is.

  • Ant Group wilde voor 34.4 miljard dollar aandelen verkopen op de beurs. De beursgang zou daarmee de grootste uit de geschiedenis worden.
  • De beursgang zou Ant Group op ongeveer 313 miljard dollar waarderen (265 miljard euro). Ze is daarmee de vierde grootste financiële groep ter wereld, na Berkshire Hathaway, Visa and Mastercard.
    Even nagekeken en nagerekend. KBC is vandaag 18.2 miljard euro waard. De volledige BEL-20, de twintig grootste Belgische beursgenoteerde bedrijven, is 235 miljard euro waard.
  • Ant Group ontstond uit Alipay, dat in 2004 startte als een spin-offje voor online betalingen van de Chinese veilinggroep Alibaba. In de beginjaren moest Alipay in China vaak in een grijze legale zone werken.
  • Ondertussen verlopen in China meer betalingen via Alipay dan via cash, cheques en kredietkaarten. De groep heeft vandaag 1.3 miljard gebruikers en verwerkt iets meer dan de helft van alle mobiele betalingen in China.
  • Ant (mier) is een metafoor voor “geen enkele transactie of investering is te klein”. Vele kleintjes maken een groot.
  • Ant Group, dat zich posioneert als the future of money, is vandaag actief in betalingen, investeringen, leningen, kredietscoring en verzekeringen. De groep dankt haar waarde in grote mate aan de synergieën in dat ecosysteem. Meer dan 80 procent van haar klanten gebruikt drie of meer diensten; 40 procent gebruikt ze alle vijf.
  • Xiang Hu Bao is een ziekteverzekeringsplatform dat zich richt tot Chinese werknemers met lage lonen voor wie ziekteverzekering te duur is. Het is gratis toegankelijk en klanten betalen alleen als ze ziek zijn. In het eerste jaar na de lancering won het 100 miljoen klanten.
  • Vorig jaar realiseerde Ant Group een winst van 2.6 miljard dollar op een omzet van 17.5 miljard dollar.
  • Ant Group verwacht dat verdere groei vooral van uitbreiding buiten China zal komen.
  • Alibaba-oprichter Jack Ma heeft met het uitstellen van de beursgang door de Chinese overheid, wellicht met meer dan zes maanden, een signaal gekregen dat hij iets teveel aan het ontsnappen is aan de controle door die overheid.