Zaterdag quote

(T)hroughout the long twentieth century, communities and people looked at what the market economy was delivering to them and said: “Did we order that?” And society demanded something else. The idiot Mr. Hyde side of Friedrich von Hayek called it ‘social justice’, and decreed that people should forget about it: the market economy could never deliver social justice, and to try to rejigger society so that social justice could be delivered would destroy the market economy’s ability to deliver what it could deliver – increasing wealth, distributed to those who owned valuable property rights.

J. Bradford DeLong (2022). Slouching Towards Utopia. An Economic History of the Twentieth Century, p 6

Enkel voor boomers: The Eternal Modern

I would argue that midcentury modern is different, a sort of eternal modern. The end of the road, or at least the end of a very important road.

Dat is Scott Sumner in een recente post op zijn blog The Money Illusion. En de post is het bewijs dat sommige economisten soms ook interessante dingen kunnen zeggen over niet-economische onderwerpen (die dan vaak via een omweg toch iets zeggen over economie).

Scott Sumner (1955) is een monetaire economist die onder meer research deed over de rol van de goudstandaard in de Grote Depressie. Zijn blog The Money Illusion gaat, zo zegt hij zelf, over the “endlessly perplexing problem of monetary policy“. Hij wordt wel eens de “blogger who saved the economy” genoemd omdat hij in de nasleep van de bankencrisis van 2008-2009 bleef hameren op het concept van nominal income targeting (never mind). Hij is ook een buitengewoon scherpe criticus van Donald Trump.

In the post The Eternal Modern kijkt hij vanuit zijn jeugdjaren even lang achteruit als vooruit, +/- zeventig jaar dus. Zijn waarneming:

Art nouveau architecture looked old fashioned. In contrast, buildings designed by Mies van der Rohe still look right up to date, even though we are seeing them through the same 70-year gap as I viewed art nouveau as a child.

Ergens in de jaren 1950-1960 kwamen we tot een soort van stilstand, vindt Sumners:

(B)oth engineers and artists ran out of ideas at about the same time. More specifically, engineers ran out of macro ideas, and artists ran out of ideas for visual experimentation.

Voor architectuur bijvoorbeeld:

The steel framed, glass walled skyscraper was perhaps the most important technological innovation in the history of building, and its aesthetic possibilities were discovered almost immediately. It’s true that computer design has allowed further innovations, including the work of Frank Gehry and Zaha Hadid, but for every one of their postmodern buildings, we continue to build a hundred Mies van der Rohe buildings.

Of kijk voor kunst ook eens, vanuit de jaren 1950-1960, zeventig jaar terug en vooruit:

Abstract expressionism seems radically different from the painting styles of the nineteenth century. But it also represented the end of a road, the end of visual experimentation. Art had been moving toward abstraction for a long time, and once it arrived there was no place to go in a visual sense. After the 1950s, the important innovations in painting were ideas, not visual styles.

Of voor design, verwijzend naar de Barcelona stoel van Mies van der Rohe:

When I was young, a 94-year old chair (from the 1870s) looked like a Victorian antique. Now a 94-year old chair looks completely modern, and always will look modern.

Het resultaat:

Corporations still put 1950s-style abstract paintings on the walls of their 1950s-style office buildings.

Sumner komt tot de conclusie dat het midden van vorige eeuw echt wel een uitzonderlijk tijdperk was, dat de change en can do attitude van weleer nu verdwenen is, en dat we die instelling beter snel zouden terugvinden (de omweg naar de economie):

For better or worse, during the 1970s the US and Europe decided to end their headlong rush toward growth. But in stopping growth, we also stopped (macro) change. And we need to change in order to address problems like global warming.

Boomer-nostalgie? Voor een stuk zeker. Sumner geeft het toe en ik (1960) herken er me alleszins in.
Maar boomers hebben een ding voor op jongere generaties:

I don’t believe old people have any special wisdom. But here’s one thing that young people might not grasp. An old person like me sees images of their youth with a sort of superposition. I see the images as I saw the world at the time, and I also see them through my 2023 eyes.
Suppose you are 25 years old. In 50 years, you’ll see an old movie from 2023 and notice some Tesla cars driving around. By then, the cars will probably look like antiques, but you’ll simultaneously recall when they looked sort of futuristic.
When I watch films from the 1950s and 1960s, I recognize the built environment as being from the distant past, but I simultaneously recall when it was modern.

Sumner is ook een filmovoor. Hij geeft op zijn blog af en toe korte, puntige commentaren op de tientallen oude en hedendaagse films die hij op een of andere manier weet te verslinden.


De thuiswerk tijd-bom: Wat doen we ermee?

Onderzoekers van onder meer de European Bank for Reconstruction and Development, het Duitse ifo Instituut en de Stanford University gingen voor 27 landen (zonder België) na hoeveel tijd werknemers tijdens en na covid uitgespaard hebben door thuis te werken en waaraan ze die uitgespaarde tijd dan besteed hebben.

Gemiddeld bespaarden de thuiswerkers 72 minuten per dag door niet te pendelen. Over alle werknemers – ook zij die niet thuiswerken – bedraagt de uitgespaarde tijd gemiddeld twee uur per week in 2021 en 2022 en een uur per week na de pandemie.

Over honderden miljoenen werknemers telt dat op tot een gigantische hoeveelheid tijd; een tijd-bom als het ware. De vraag wat we met die tijd doen, is dus nogal relevant.

De thuiswerkers besteden gemiddeld 40 procent van de gewonnen tijd aan hun primaire of secundaire job, 34 procent aan ontspanning en 11 procent aan zorgactiviteiten (kinderen, huishouden).

Werknemers in Aziatische landen besteden het meest van de gewonnen tijd aan hun primaire of secundaire job (53 procent in Taiwan, Singapore en Maleisië; 47 en 46 procent in respectievelijk Indië en China). De Duitsers (46 procent) en de Oostenrijkers (45 procent) steken de gewonnen tijd het meest in ontspanning; de Serviërs (17 procent), de Polen (16 procent) en de Grieken en Italianen (15 procent) het meest in zorgactiviteiten.

Nederlandse thuiswerkers besparen gemiddeld 77 minuten per dag door niet te pendelen en besteden die tijd voor 40, 35 en 11 procent aan hun job, ontspanning en zorg. Ze zitten daarmee pal op de gemiddelden van de 27 landen.


Zaterdag quote

The political problem of mankind is to combine three things: Economic Efficiency, Social Justice, and Individual Liberty. The first needs criticism, precaution, and technical knowledge; the second, an unselfish and enthusiastic spirit which loves the ordinary man; the third, tolerance, breadth, appreciation of the excellencies of variety and independence, which prefers, above everything, to give unhindered opportunity to the exceptional and to the aspiring. The second ingredient is the best possession of the great party of the Proletariat. But the first and third require the qualities of the party which, by its traditions and ancient sympathies, has been the home of Economic Individualism and Social Liberty.

John Maynard Keynes (1926). Liberalism and Labour, in Essays in Persuasion (2009), p 187.

Foute kop van de dag

Verwijzend naar het onderzoek van Time schrijft De Standaard een artikel onder de kop “Kenianen trainden ChatGPT voor hongerloon“.

Even checken en rekenen.

In een recent artikel meldt de Business Daily Africa, verwijzend naar het Kenya National Bureau of Statistics, dat het gemiddeld inkomen in Kenia 20,123 Keniaanse shilling bedraagt.

Volgens het artikel in Time en De Standaard verdienden de Keniaanse werknemers van (een onderaannemer van) OpenAI tussen 1.32 en 2 dollar per uur voor hun training van chatGPT en werkten ze 9 uur per dag.

Aan 1.32 dollar per uur verdiende de junior werknemer dus een maandloon van 238 dollar, of 29,500 Keniaanse shilling. Aan 2 dollar per uur wordt dat een maandloon van 360 dollar of 44,676 Keniaanse shilling. Dat is respectievelijk de helft en 120% hoger dan het gemiddeld inkomen.

Riant? Niet echt. Hongerloon? Toch ook niet.

Comparatieve voordelen, mensen, comparatieve voordelen.
Of vraag het aan chatGPT: “Welke zijn de argumenten voor lage lonen in ontwikkelingslanden?”


België krimpt (nog niet dankzij migratie)

Niet alleen China krimpt (voor het eerst sinds 1961). Ook in Nederland waren er vorig jaar voor het eerst sinds 1900 minder geboorten dan sterftes.

Voor België is het nog even wachten op de definitieve cijfers van december 2022. Maar meer dan waarschijnlijk zullen er in België in 2022 voor het eerst in een “normaal” jaar (buiten de oorlogsjaren en het covidjaar) meer mensen sterven dan geboren worden. België zou dus een natuurlijke krimp kennen.

België: geboorten en sterftes
Bron: Statbel; eigen berekeningen

In de grafiek hierboven vulden we voor december 2022 het geboortecijfer van december 2021 in. Het resultaat is dan een negatief geboortesaldo van -1,599. Een negatief geboortesaldo kwam sinds de 19de eeuw enkel voor in oorlogsjaren en in het coronajaar.

Mocht België geen positief migratiesaldo hebben (+58,118 mensen in 2021), dan zou de Belgische bevolking aan het krimpen zijn.

Vlaanderen, dat na het negatief saldo van het coronajaar weer even aanknoopte met een licht positief saldo in 2021, zou in 2022 in het rood duiken, en daar Wallonië vervoegen, dat al enkele jaren een negatief geboortesaldo toont.

Vlaanderen, Wallonië, Brussel geboortesaldo
Bron: Statbel; eigen berekeningen

Als de definitieve cijfers van december 2022 bevestigen dat België een negatief geboortesaldo heeft (als het saldo niet negatief is dan zal het uitkomen op +/- nulgroei en is de krimp voor volgend jaar) dan is dat een van dé nieuwsfeiten van 2022-2023.

Demografie is belangrijk, en bovendien redelijk voorspelbaar. Een krimpende bevolking is slecht (economisch) nieuws. Dat werd ook in de verf gezet naar aanleiding van het nieuws over het krimpende China.

Ter herinnering: volgens een projectie van de wereldbevolking zou China in 2100 een bevolking tellen van nog maar 730 miljoen mensen. Indië, dat na de krimp van China nu misschien al het grootste land ter wereld is, zou tegen het einde van deze eeuw 1.1 miljard mensen tellen. Nigeria zou na een verviervoudiging tegenover vandaag in 2100 met 800 miljoen mensen het tweede grootste land ter wereld zijn.


Woensdagse gevarieerde links


*Verschuivingen*

Ik wil niet de man worden die beweert dat alles vroeger beter was“, zegt auteur Stefan Hertmans in een interview in De Standaard naar aanleiding van de publicatie van zijn verzameling korte essays vorig jaar.

De afnemers van het interview maakten van het “vroeger alles beter” citaat van Hertmans de titel van hun artikel. Een beetje stout, denk ik. Want dat vroeger alles beter was, is helaas wel een terugkerend motief in Verschuivingen.

Als het doel van een bundel is iets te zeggen over de eigen tijd, om het “in een structureel kader te begrijpen” (p 9), dan is dat alles-was-vroeger-beter-motief meestal niet erg verhelderend en wordt het vaak zelfs vervelend. Zelfs als dat gebeurt onder het motto “De tijdgenoot weet niets” (p 9).

Hertmans probeert het wel. Maar de twintig mini-essays – hij noemt ze zelf “overwegingen” – lezen niet als een geheel. Het zijn losse flodders, die voortkabbelen zonder ergens naartoe te gaan. Dat is het goed recht van een auteur die begint met de stelling dat we bijziend zijn over de eigen tijd. Maar het is na lectuur vrijwel onmogelijk Hertmans gedachtegang te reproduceren, of een of enkele vintage Hertmans-basistheses te formuleren, althans voor deze lezer, en ik daag elke lezer uit tot een poging. De cryptische titels van de essays zullen alvast niet helpen.

Ook dat is nog het goed recht van de auteur. Zijn doel was misschien eerder een mozaïek dan een gedachtegang. Maar ook dan mag de lezer scherpte, zorgvuldigheid en enige ambitie verwachten.

OK, de tijdgenoot weet niets. De auteur had ons gewaarschuwd, en we zijn het met hem eens. Maar we hebben zijn boek gekocht net omdat het de belofte inhield om in deze tijden van niet-weten een kader te bieden. Overambitieus en aanmatigend? Hertmans neemt al meteen in de inleiding die slag om de arm. Maar offreert ons dan toch zijn overwegingen.

We blijven op onze honger zitten, niet alleen omdat Hertmans te vaak blijft steken in “vroeger was alles beter”, maar vooral omdat hij met dit soort klachten verzaakt aan de uitdaging om dingen begrijpelijk te maken.

Klachten en veroordelingen gebeuren vaak met clichés, en die zijn nogal eens onzorgvuldig. “Dat omzichtige, aftastende spreken is de afgelopen decennia steeds meer in onbruik geraakt.” (p 45) Het kan best zijn dat Hertmans dat zo aanvoelt, maar is het ook zo? “Het publieke domein wordt zo een slagveld voor agressieve ventilatie, terwijl het vroeger een leerschool vormde voor zelfbeheersing” (p 113) Ik lees blijkbaar andere dingen in dat publieke domein dan Hertmans.

De lezer voelt al aan. Het is de schuld van internet en sociale media. Dat Hertmans – waarschijnlijk, hopelijk – verstandig gebruikt, in tegenstelling tot “de massa’s (argeloze) mensen” (184, 65), de mensen die “vier nachten per week moet werken voor 1.200 euro per maand, (en die de) ruimte voor nuance misschien niet (hebben).”

Want “we maken een merkwaardige regressie mee in de manier waarop mensen kennis vergaren” (p 56). Dat is toch algemeen geweten? Meer nog: “We kunnen onomwonden spreken van de paradox van kennisgaring in tijden van internet. Toen het internet jong was, heerste de utopische gedachte dat het beschikbaar maken van kennis de gehele mensheid zou verlossen van onwetendheid … Voor grote delen van de mensheid blijkt het omgekeerde het geval: hoe meer informatie beschikbaar, hoe meer dwaling mogelijk.” (p 53)

Zo ongeveer spraken de bisschoppen ten tijde van de uitvinding van de boekdrukkunst.

Wat hebben we nog? Neoliberalisme natuurlijk. Die autistische (p 32), hardvochtige (p 83), rabiate (85), cynische (101), op hol geslagen meritocratische (119), roofbouw plegende (198) stroman die Hertmans overal opvoert en nergens definieert of analyseert.

Onzorgvuldig is het. Deugdzaamheidsignalering aan de eigen groep. Of alleszins onvolledig. Zoals de nogal plompe afbakening van de drie en slechts drie thema’s die volgens Hertmans onze tijd beheersen: klimaatverandering, de crisis van de neoliberale wereldorde en migratie. Oorlog? (Hertmans leverde zijn boek in bij de uitgever vlak na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne) Armoede? Pandemieën? Nucleaire dreiging? Afrika? China?

Akkoord, het wordt wat veel. Maar dat is net het punt. Mensen zijn (andermaal) overdonderd door de hoeveelheid morbide symptomen in het interregnum tussen het stervende oude en het nieuwe dat nog niet kan geboren worden (Gramsci, 1935), en ze vragen hun schrijvers om verheldering.

Ook als die moeilijk te geven is. De Britse historicus en opiniemaker Adam Tooze (her)lanceerde een tijd geleden de term Polycrisis als lens om naar onze tijd te kijken. Hij geeft toe: Polycrisis is een nogal grandioze en abstracte term en voor veel mensen misschien wat “Zeitgeisty”. Maar “We need to think “big”. Or rather we need to learn how to span the void between the very big and the very particular, the micro and the macro.” (Polycrisis – thinking on the tightrope.)

De leegte overbruggen tussen het grote en het bijzondere, tussen micro en macro, is een “Latourian theme”, voegt Tooze eraan toe, verwijzend naar de onlangs overleden Franse filosoof en socioloog Bruno Latour, die Hertmans ook vaak citeert.

Hertmans zit daarmee wel degelijk in het spoor van wat kan worden gedacht over onze tijd. De titel van de bundel, Verschuivingen, echoot de titel After Lockdown: A Metamorphosis, die Latour gaf aan zijn covid-boek, maar ook The Metamorphosis of the World, de titel die de Duitse socioloog Ulrich Beck gaf aan zijn laatste boek.

Metamorphosis maps out similar territory to polycrisis [en Verschuivingen, zouden we kunnen toevoegen], but with a different emphasis, pointing to the challenge of change outpacing comprehension“, schrijft de Australische, in Japan wonende auteur en onderzoeker Christopher Hobson in een artikel over de gelijkenissen en verschillen tussen polycrisis en metamorphosis, en over Ulrich Beck., en hier.

Hertmans verwijst nergens naar Beck, maar herkent zich zeker in de openingszinnen van The Metamorphosis of the World:

The world is unhinged. As many people see it, this is true in both senses of the word: the world is out of joint and it has gone mad. We are wandering aimlessly and confused, arguing for this and against that. But a statement on which most people can agree, beyond all antagonisms and across all continents, is: ‘I don’t understand the world any more’.

Of verder:

The scale of change is beyond our imagination. The idea that we are the masters of the universe has totally collapsed and has turned into its opposite. In the age of climate change, modernization is not about progress, or about apocalypse – this is a false alternative. Rather, it is about something ‘in-between’. We do not even have a word for this; we need a new public and scientific vocabulary. I propose the notion of ‘Verwandlung’ – ‘metamorphosis of the world’.

De onmacht om over dit tijdperk na te denken met het huidige vocabularium en de bestaande denkkaders, laat staan om politieke antwoorden te verzinnen, is een thema in Verschuivingen.

In het essay Zuilen en Bubbels (p 138-153) schrijft Hertmans over dat politiek onvermogen, over hoe politieke acties van groene en gele hesjes elkaar in de weg lopen omdat ze thematische politiek zonder ideologie geworden zijn. “(A)lle wezenlijke problemen van vandaag zijn grensoverschrijdend. … De drie huidige grote problemen [ter herinnering: klimaatverandering, de crisis van de neoliberale wereldorde en migratie] kunnen onmogelijk worden opgelost door identitair, nationaal of cultuurcentristisch te denken, maar slechts door over vormen van ordening planetair na te denken.” (p 151-152) “Planetair nadenken”, het staat er echt.

Nu, we kunnen er schamper over doen. Maar Hertmans is andermaal iets op het spoor. Onder meer Ulrich Beck, alweer, heeft interessante dingen geschreven over wat hij methodological cosmopolitanism noemt, en de moeilijke uitdagingen voor de politieke offspring ervan, cosmopolitan risk communities. (open pdf)

Het is niet als het over politiek of politieke filosofie of sociologie gaat dat Hertmans op zijn sterkst is. Van de twintig essays is De Verbeelding van de Bibliotheek (p 167-187) het beste en het mooiste. Het is wellicht niet toevallig ook het langste. Het essay, zo stel ik me voor, is ontstaan vanuit de paradox van de schrijver die beslist te schrijven in het besef van de onmacht om over dit tijdperk na te denken met het huidige vocabularium en vanuit de teksten die vandaag geproduceerd worden. Het gaat over geletterdheid en gemurmel, over literatuur en voxpop, over wat het betekent een boek te schrijven, over chatGPT (avant la lettre). Hier bevindt Hertmans zich op vaste grond.

Voor een ietwat bijtender en vooral grappiger kritiek op Hertmans e.a.: lees de column van Tom Heremans.


Accidents waiting to happen

Cyberveiligheid is een waanbeeld.

Antwerpen en Diest mogen dan wel de brokken aan het lijmen zijn van de recente cyberaanvallen (Antwerpen tegen een wellicht onderschatte koste van 70 miljoen euro). Wie denkt dat we daarmee de laatste, en meest ernstige, cyberaanval gehad hebben in het kleine België, fluit in het donker.

Mario Greco, de topman van Zurich, een van de grootste verzekeraars van Europa, zei onlangs dat cyberaanvallen zo frequent en disruptief worden dat ze stilaan onverzekerbaar zijn. Dat zou een wake-up call moeten zijn voor wie die nog nodig had.

Het consultancybedrijf McKinsey schat dat cyberaanvallen tegen 2025 voor 10.5 biljoen dollar schade zullen aanrichten. Zij voorspellen (McKinsey-gewijs, voor hun potentiële klanten) een “gouden markt” van 1.5 tot 2 biljoen dollar voor cybersecuritydiensten.

Zo blijven we bezig natuurlijk. IT-bedrijven creëren een gigantische markt voor een probleem dat ze minstens voor een deel zelf mee veroorzaakt hebben, door de hoogmoedige slordigheid die eigen is aan ITers, maar vooral door de complexiteit en onveiligheid die we allemaal samen zelf in stand houden door onze afhankelijkheid van informatietechnologie. Ten tijde van de cyberaanval op Antwerpen moest Digipolis, de IT-dienst van de stad, meer dan 600 producten ondersteunen, waarvan een groot deel verouderd was.

Accidents waiting to happen…

Nu, de tijdelijke uitval van stadsdiensten of van bedrijven kan bijzonder vervelend zijn. Maar waar we echt wakker van moeten liggen, zijn de geopolitieke risico’s van cyberonveiligheid.

Chris Blattman, die een ding of twee weet over conflicten en oorlogen, voorspelt in een recent artikel in Wired dat we in 2023 vrijwel zeker een “major cyberattack” zullen meemaken.

Het gaat dan niet over hackers die een stad of een bedrijf tijdelijk lamleggen voor wat losgeld, maar over een massale aanval van een land op een ander land.

Blattman is een economist en politieke wetenschapper die met veldwerk en statistisch onderzoek onder meer oorzaken en gevolgen van conflicten en geweld bestudeert, van bende-oorlogen tot echte oorlogen tussen staten. In zijn jongste boek, Why We Fight. The Roots of War and the Paths to Peace (2022) onderzoekt hij eigenlijk vooral hoe het komt dat we meestal niet vechten, en toont hij, (spel)theoretisch en empirisch, aan dat compromissen eerder regel dan uitzonderingen zijn.

In het artikel in Wired argumenteert hij dat de “gewone” regels voor conflicten en conflictoplossingen niet opgaan voor cyberoorlogen en dat die daarom zo gevaarlijk zijn.

Om te beginnen zijn cyberwapens veel goedkoper dan conventionele wapens. Zelfs de kleinste staat of organisatie kan ze maken en inzetten. Maar vooral: “missiles come with a return address, but virtual attacks do not“. Stel dat een virus deze winter alle Europese en Amerikaanse oliepijplijnen uitschakelt. De aanval lijkt Poetins handtekening te dragen. Maar het zouden net zo goed de Chinezen kunnen zijn, of Iran. Wat is dan de beste tegenzet?

Omdat ze niet zeker zijn wie de aanval pleegde, zouden Biden, Macron en Scholz misschien best beslissen niet te vergelden. Maar dat is een zwaktebod, dat tot meer aanvallen kan leiden.

Bij elke aanval wel vergelden, is ook geen optimale strategie. Het risico is te hoog dat we tegen de verkeerde partij vergelden, en dat zou tot een escalatie kunnen leiden, die in het ergste geval nucleair kan worden.

De minst slechte strategie, zo stelt Blattman, is af en toe en op onvoorspelbare wijze te vergelden. Zoals je bij poker niet heel de tijd bluft, maar af en toe, en onvoorspelbaar.

Maar aanvallers volgen dezelfde strategie. Ze weten dat het slachtoffer niet altijd zal vergelden. En zo verlaagt de drempel om een cyberoorlog te beginnen.

Technologische oplossingen voor de technologische bedreigingen – de 2 biljoen dollar van McKinsey – zijn een deel van de oplossing. Maar Blattman toont aan dat de combinatie van een quasi-zekerheid van een grootschalige cyberaanval en de complexiteit om in dit soort conflicten vrede te handhaven of herstellen, vooral superintelligent strategisch denken vereist.


Openbare aanbestedingen een door de overheid gefinancierde race to the bottom?

Openbare aanbestedingen zijn een manier waarop de overheid zorgt dat haar burgers een zo laag mogelijke prijs betalen voor de diensten en producten die zij aankoopt. De regulering van openbare aanbestedingen zorgt dat de vrije markt werkt zoals ze moet werken, ten gunste van burgers en consumenten.

UNI-Europa, de Europese federatie van de vakbonden van werknemers uit de dienstensector, verpreidt een persbericht waarin ze oproept een einde te maken aan wat zij een door de overheid gefinancierde race to the bottom met overheidsopdrachten noemt.

De oproep steunt een geschreven vraag van zestig Europarlementsleden aan de Europese Commissie. Zo’n geschreven vraag verplicht de Commissie tot een formeel antwoord.

UNI-Europa en de Europarlementsleden vinden dat openbare aanbestedingen met prijs als belangrijkste factor ondernemingen aanzet hun arbeidsomstandigheden te verslechteren en sociale dumping te organiseren.

De definitie van sociale dumping is een heikele zaak. Wat voor een land sociale dumping is, betekent voor een ander land de mogelijkheid om haar comparatief voordeel van lagere lonen uit te spelen. Bovendien is er in Europa al heel wat regelgeving om de uitwassen van sociale dumping tegen te gaan.

Het is wellicht geen toeval dat 46 van de 60 Europarlementsleden die de oproep ondertekenden, uit de rijkere Europese landen komen. Bedrijven uit landen met nog relatief lage lonen en Europese consumenten zullen het gelag betalen.


Only In America

  • De combinatiezelftests die tegelijk voor covid, griep en RSV testen, en die vrijwel overal in Europa vrij verkrijgbaar zijn, zijn in de VS nog niet goedgekeurd door de FDA.
  • Volgens deze Twitteraar komt 40 procent van de omzet van Coca-Cola in de VS uit voedselbonnen van het Supplemental Nutrition Assistance Program (SNAP). Commentaren op de tweet wijzen op verschillende denkfouten in de berekening, maar toch …
  • De Amerikaans-Nieuwzeelandse onderzoeker James R. Flynn, bekend van onder meer het Flynn-effect, dat overal ter wereld continu stijgende IQ-scores vond, wilde in 2019 een boek publiceren onder de titel In Defense of Free Speech: The University as Censor. De uitgever, die het boek eerst aanvaard had, wees het boek daarna af wegens te controversieel.
  • Verplaatsingen met openbaar vervoer liggen vandaag in de VS 35 procent onder het pre-covid niveau.
  • Alex Tabarrok stelt in een post op Marginal Revolution dat de VS niet genoeg slimme werknemers hebben om zelf chips te produceren (in tegenstelling tot Taiwan en Nederland???)
  • Plannen voor een hogesnelheidstrein tussen Los Angeles en San Francisco werden opgestart in 1996. In 2008 keurden kiezers in Californië de plannen en de financiering ervan goed. De geplande einddatum was toen 2020. In 2015 werd de eerste steen gelegd. Vandaag wordt er gewerkt aan een stukje van 171 mijl in het midden van Californië. De geplande einddatum van die werken is nu 2030, maar experten twijfelen of die haalbaar is. De kosten, oorspronkelijk geraamd op 33 miljard dollar, worden vandaag ingeschat op 113 miljard dollar.
    De hogesnelheidstrein tussen Madrid en Barcelona, die met 621 km ongeveer dezelfde afstand overbrugt als tussen LA en San Francisco, kostte 11 miljard dollar en werd op vijf jaar gebouwd, tussen 2003 en 2008.
    De Franse spoorwegmaatschappij SNCF, die werd binnengehaald als consultant voor de LA-San Francisco lijn, gooide in 2011 de handdoek in de ring. Een van de projectmanagers van SNCF vertelt dat de Fransen de Californiërs lieten weten dat ze zich op Noord-Afrika gingen richten, waar het politiek gemakkelijker werken was. SNCF hielp onder meer Marokko een hogesnelheidstrein bouwen, die in 2018 begon te rijden.
  • De VS herverdelen meer naar de 50 procent armsten dan Zweden of Noorwegen. Via marginalrevolution. Lees wel de commentaren bij de tweet voor nuances.

Voor “Only in America” baseer ik me in de regel enkel op artikels, analyses, signalementen, … die door Amerikanen zelf zijn geschreven. Kritiek op, analyses van, toogpraat over toestanden in de VS door Europeanen is meestal oppervlakkig en vaak onjuist.


Vier theorieën (waarvan drie naïeve) over de oorlog in Oekraïne

(T)o get a better understanding of the current war it is important to go back into history. What we observe today is caused by two factors: first, the unsuccessful economic development of the formerly communist countries, and second, the structural political setup that enabled republican elites to cover-up the economic failure by defending the nationalist interests of their constituents. The latter was both an easy solution, and was permitted by the way the regime was organized. If one argued for the return to capitalism, he was likely to end up dismissed from his job, or in jail. But if one argued that his republic was unequally treated, he was likely to climb up the ladders of power.

Dat is volgens Branko Milanovic de enige niet-naïeve historisch-ideologische theorie van de vier theorieën die hij onderzoekt in twee recente blogposts over de origine van de oorlog in Oekraïne. (deel 2)

Het is de combinatie van de onvervulde belofte van het communisme om economische ontwikkeling te brengen, en een nationalisme dat in elk van de Sovjetstaten gebruikt, en toegelaten, werd om het economisch falen toe te dekken.

Milanovic, die bekend werd met boeken over ongelijkheid, is opgegroeid onder het communisme. Hij behaalde in 1987 zijn PhD in Economie aan de universiteit van Belgrado en was daarna gedurende 20 jaar lead economist voor het Research Department van de Wereldbank.

Hij herinnert zich nog levendig de gemengde gevoelens die hem en zijn moeder overvielen tijdens het diner op de avond dat de Berlijnse Muur viel. De gebeurtenis hield de belofte in van nationale bevrijding en een betere levensstandaard; maar ook het sombere besef van de onvermijdelijkheid van een burgeroorlog in Joegoslavië en andere voormalige Sovjetrepublieken.

11 out of 12 [conflicts and wars in the dissolved communist federations], including the current war in Ukraine, are ethnic conflicts about the borders. Such conflicts have nothing to do with the type of internal arrangement or government (democracy vs autocracy), but they have a lot to do with conquest of territory, nationalism, and desire of minorities which happen to be in the “wrong” states to have their own states or to join a neighboring state. These elementary facts are almost never mentioned in the mainstream story-telling. There is a good reason for it: they run against the simplistic “democratic narrative.”

Die “democratic narrative”, de oorlog in Oekraïne als een strijd tussen democratie en autocratie, is de eerste naïeve theorie die Milanovic afwijst.

(S)uch a naïve theory is in the interests of the more bellicose liberal and right-wing circles in the West who see the current conflict as a precursor to a much larger conflict pitting the United States against China. That potential conflict becomes much more acceptable if it is seen as a conflict of values, and not as a conflict about the geopolitical primacy.

Een tweede naïeve theorie is dat de oorlog het resultaat is van Russisch imperialisme, een voortzetting van het tsarisme.

De derde theorie, die aanleunt bij de vierde, niet-naïeve theorie, wijst naar de gebeurtenissen van 1989-1992 als democratische revoluties. Volgens Milanovic waren het echter revoluties van nationale bevrijding van de indirecte heerschappij door de Sovjetunie, die zowel in de landen zelf als in het Westen in een democratisch verhaal verpakt werden. In ethnisch homogene landen als Polen en Hongarije passeerde dat verhaal nog. Maar in minder homogene landen zoals Joegoslavië en Tsjechoslowakije werd duidelijk dat het in de eerste plaats over nationalistische zelfbeschikking ging.


Er is leven na disruptie (met een baas met superpower)

In een jaar dat eindigt op massale opwinding over de jongste digitale doorbraak is het verfrissend om een succesverhaal te lezen over een toonaangevend bedrijf in de niet-digitale wereld.

Het verhaal, opgetekend door de Amerikaanse schrijver en muziekjournalist Ted Gioia, gaat over de succesvolle ommekeer bij Barnes & Noble, met meer dan 600 boekenwinkels de grootste boekenketen in de Verenigde Staten.

Het verhaal is des te opmerkelijker omdat Barnes & Noble graag en vaak opgevoerd werd als het toonbeeld van hoe nieuwe technologie en e-commerce disruptief waren voor klassieke industrieën. Het meer dan honderd jaar oude bedrijf had vanaf midden de jaren 1990 Amazon zien komen; het had, zoals gevestigde bedrijven in een oudere industrie altijd doen, eerst meewarig gereageerd, dan ontkennend en dan paniekerig.

In 1997 opende Barnes & Noble zijn online winkel. De keten realiseerde toen met 30,000 werknemers een omzet van 3 miljard dollar; Amazon had 125 werknemers en een omzet van 60 miljoen dollar. “Amazon.toast” kopten de zakenbladen. Jeff Bezos moest een toespraak houden om de paniek onder het handvol Amazon-werknemers te bedaren.

Amazon zou meedogenloos blijven focussen op de klant, was zijn boodschap.

Die strategie werkte, zo blijkt achteraf. Amazon groeide van een online boekhandelaar tot een retailgigant en van een omzet van 60 miljoen dollar in 1997 naar 233 miljard dollar in 2018.

In datzelfde jaar leed Barnes & Noble een verlies van 18 miljoen dollar op een omzet van 3.66 miljard dollar en ontsloeg het 1,800 werknemers.

De boekenwinkelketen had nochtans alles geprobeerd: een eBook Reader (Nook) lanceren; speelgoed, wenskaarten en kalenders toevoegen aan het assortiment; koffie schenken in de winkels; zelfs een eigen restaurant, Barnes & Noble Kitchen.

Niets werkte.

Nu, in 2022 lijkt het bedrijf weer op weg naar winst. De keten opende dit jaar zestien winkels en plant er dertig nieuwe in 2023. Sommige van die winkels komen op locaties waar Amazon vergeefs had geprobeerd fysieke winkels te laten draaien.

Wat maakte het verschil? Een nieuwe baas, zegt Ted Gioia.

De Brit James Daunt kwam aan het roer van Barnes & Noble in 2019, aan de vooravond van de corona-pandemie. In 1990 had hij als 26-jarige met geleend geld in Londen een kleine keten van boekenwinkels opgestart. Vanaf 2011 realiseerde hij een ommekeer bij de grote Britse boekenketen Waterstones.

Het geheim van Daunts aanpak volgens Gioia? “This is James Daunt’s super power: He loves books.”

Bij Waterstones maakte hij een einde aan kortingen op boeken, omdat hij vond dat boeken niet te duur geprijsd waren, en aan promo-acties zoals “koop twee boeken en krijg er een gratis”. Een van de meest ingrijpende acties was om promotiegeld van uitgevers te weigeren, en in plaats daarvan de werknemers in de winkel te laten beslissen welke boeken zouden getoond worden.

Bij Barnes & Noble paste hij dezelfde aanpak toe. Hij vroeg werknemers alle boeken uit de rekken te nemen en voor elk boek te herevalueren of het er wel moest staan. Zijn doel was van Barnes & Noble een boekenwinkel te maken die “intellectually satisfying” was en die “feeds your mind.”

Je moet er maar opkomen.

Gioia heeft na jarenlange ervaring in de brede culturele sector een vuistregel: “There is no substitute for good decisions at the top — and no remedy for stupid ones.”


En waarom niet: Wenen als Europese hoofdstad

Neutraliteit zit in het Oostenrijkse DNA. Als neutraal land werd het rijk en vreedzaam. In Wenen, dat dichter bij de Oekraïense dan bij de Zwitserse grens ligt, vreest men dat de bloedige historie terugkomt als het land zijn neutraliteit opgeeft. Dus blijft men aardig doen tegen Rusland.

Zo schrijft journalist en Europaspecialist Caroline de Gruyter in een achtergrondstuk in De Standaard en het NRC. Ze brengt er de ondergerapporteerde rol van Oostenrijk in het Rusland-Oekraïne-EU-VS conflict onder de aandacht (ander goed artikel van de Gruyter hierover; en hier).

De aanleiding voor het artikel, onder de door de Financial Times geïnspireerde titel “Oostenrijk is nog altijd het Russische ‘vliegdekschip’ in Europa“, is een gerechtelijk onderzoek in Oostenrijk naar spionageactiviteiten van een Griek, met Russische vader, die in Wenen woont. Hoewel Wenen wemelt van de Russische spionnen, zijn zo’n onderzoeken zeldzaam in Oostenrijk, schrijft de Gruyter. “‘Je trapt de Russische beer niet op zijn staart’, luidt een populair Oostenrijks gezegde.”

Oostenrijk is geen lid van de NATO (wisten we dat?). Het Oostenrijks staatsverdrag en de grondwet verbieden het land lid te worden van militaire allianties en om buitenlandse militaire basissen op zijn grondgebied toe te laten. Het durfde ook pas in 1995, na de ineenstorting van de Sovjetunie, lid worden van de Europese Unie.

Na de inval van Rusland in Oekraïne pleitten vijftig prominente Oostenrijkers voor een discussie over de neutraliteit en toetreding tot de NATO, in navolging van Zweden en Finland, maar de grote meerderheid van de Oostenrijkers is daar tegen. Veel Oostenrijkers hebben wat Rusland althans zou bestempelen als een gezond Anti-Amerikanisme (minder dan de Belgen, weliswaar).

Men kan die houding van Oostenrijk dubbelzinnig noemen, en onvoldoende solidair met de rest van de EU. Maar er zit ook een opportuniteit in.

Nu het centrum van Europa meer naar het Oosten verschuift, nu Europa zijn plaats zoekt in het nieuwe Eurazië, nu we een uitweg zoeken uit de Rusland-Oekraïne crisis: Wordt het geen tijd, beste Europeanen, om te overwegen de Europese hoofdstad in Wenen te vestigen?

Het idee van Wenen als Europese hoofdstad is niet nieuw natuurlijk. Hendrik Brugmans (1906-1997), een van de grote intellectuele leiders van de Europese beweging en rector van het Europacollege in Brugge tussen 1950 en 1972, opperde het lang geleden al in een van zijn boeken (referentie gezocht maar niet gevonden).

Senior writer Marc Reynebeau van De Standaard bracht in een recente column naar aanleiding van het overlijden van de Duitse schrijver Hans Magnus Enzensberger nog in herinnering hoe Enzensberger en anderen droomden van Mitteleuropa, “een idee als vaderland”. Mitteleuropa is geen politiek of territoriaal, maar een intellectueel construct, “het product van geo­politieke ironie en poëtische verbeelding, een verbeeld cultureel vaderland, een idee dat onderdak kon geven aan de droom van dat nieuwe Europa“. En met als enige logische hoofdstad Wenen.

Wat heeft Wenen dat Brussel niet heeft? Goh, is het nodig die vraag te beantwoorden? Wenen ademt Europese geschiedenis door al zijn poriën zoals Brussel het nooit door zijn neusgaten zal ademen. Het heeft een heel lange traditie in Europese diplomatie. Het herbergt niet óók het hoofdkwartier van de NATO. Het is, euh …, charmanter en properder dan Brussel (Conner Rousseau zou er zich thuis voelen). Het heeft een rijker cultureel verleden, maar ook een interessante hedendaagse scene.

In 2022 werd de stad voor de derde keer op rij nummer één in de Global Liveability Index van The Economist Intelligence Unit.

En ze ligt dus geografisch meer centraal in het evoluerende Europa.

Vienna central in Europe
Het “echte” geografische centrum van Europa ligt weliswaar 1,200 ten noordoosten van Wenen, in het dorp Purnuškės, dicht bij de Litouwse hoofdstad Vilnius. (in het echte EU zou ook de IK uitgegrijsd zijn)

In een diplomatiek gedachtenexperiment, eerder een fantasie in een parallel universum, kan men zich voorstellen dat de verhuis van de EU-hoofdstad van Brussel naar het neutralere Wenen deel zou uitmaken van een alomvattende vredesdeal tussen Rusland, de EU en de VS.

Al googlend naar “Vienna” en “capital of Europe” kwam ik deze bizarre kaart tegen:

Vienna das neue Europa
Das neue Europa mit dem dauernden Frieden. Die Unionisierung Mittel Europas

De auteur is een anonieme P.A.M. Hij maakte de kaart in 1920, als reactie op het Verdrag van Versailles. Het idee was om Europa in te delen als 24 spiën van een taart. De spiën zouden samenkomen in de Stephansdom in Wenen, dat zou herdoopt worden in Sankt Stephan en de hoofdstad van de Unie zou worden.