Russische vereniging van universiteitsrectoren sluit de rangen

Deze bijzonder merkwaardige verklaring van de Russische vereniging van universiteitsrectoren van gisteren zaterdag haalde voorlopig het brede nieuws nog niet. Hier is een verklaring van een dag eerder. Waarom twee?

In de verklaring steunen de rectoren de “decision of Russia to finally terminate an eight-year-long confrontation between Ukraine and Donbass, to demilitarize and denazify Ukraine and protect our country from the increasing military threats.”

Ze vinden dat “It is essential now to support our country, our army, which safeguards our safety, as well as to support our President who has probably made the hardest decision in his life by making that tough but necessary step.

Want “We cannot forget about our debt to continue an educational process, to develop patriotism and a desire to help the motherland among the youth.”

En: “The universities have always been supporting the state … We must rally around our President and strengthen an optimistic spirit of our students by our example.”

Ik heb getwijfeld of dit wel authentiek is. Zo perplex was ik.

Wordt deze verklaring gesteund door alle, of de meerderheid van Russische academici? Kunnen Russische academici zich hiervan distantiëren?
Zetten zij zich hiermee de facto buiten de gemeenschap van internationale wetenschappers?
Hoe groot is de kloof wel tussen wij en zij dat zij niet snappen dat dit voor ons vele bruggen te ver is, en dat wij niet snappen hoe je zoiets kan schrijven?


Zeven criteria voor goede geopolitieke experts, zelftest; en Lavrov

We beleven een tijd waarin geopolitiek angstwekkend relevant wordt.

Onvermijdelijk zien en lezen we dan een parade van geopolitieke experts die het nieuws en de ontwikkelingen komen duiden en voorspellen. En dat terwijl we net aan het bekomen waren van de parade van virus- en epidemie-experts.

Misschien een goed moment om een poging te doen de criteria voor een goed geopolitiek expert op een rij te zetten.

  1. Een geopolitiek expert heeft een diepe kennis van de “lange” geschiedenis; niet alleen de politieke geschiedenis, maar ook de culturele en, bij uitstek misschien, de ideeëngeschiedenis. Vanuit die diepe kennis kan de expert proberen duiding te geven over de “richting” van de geschiedenis, als zij of hij al gelooft dat er een richting is.
  2. Een geopolitiek expert heeft een uitgebreide geografische kennis.
  3. Een geopolitiek expert heeft een grondige economische kennis, theoretisch, maar vooral qua facts&figures.
  4. Een geopolitiek expert heeft meer dan een oppervlakkige kennis van het militaire (wapensystemen, logistiek, militaire tactiek, …).
  5. Een geopolitiek expert heeft diepe kennis van en ervaring met concrete beslissingsprocessen van politici en wereldleiders. Zij of hij heeft die kennis uit eerste hand, liefst door eigen ervaringen, anders door grondige studie van primaire bronnen over die beslissingsprocessen. Vanuit die kennis kan de expert een poging doen om een inkijk te geven in het hoofd van politici.
  6. Een geopolitiek expert heeft diep inzicht in in de structuur van (internationale) collective action problems, in onderhandelingstheorie en speltheorie, in statistiek, en in scenariodenken.
  7. Een geopolitiek expert denkt niet vanuit een of ander beeld over hoe de wereld zou moeten zijn, maar vanuit hoe hij is. Tegelijk onderschat zij of hij het belang van ideeën niet (zie (1)).

Als dat geen potige job description is? Maar hey …

Voor de meeste criteria geraak je al een eind als je (veel) tijd hebt om je in te lezen en te studeren. (5) is wellicht het moeilijkste te verwerven.

De verleiding bestaat om het criterium “politiek onafhankelijk” toe te voegen. Maar dat is een heel moeilijk criterium, zeker in tijden van crisis. Willen we ook wel experts die blijven hangen in eindeloos enerzijds-anderzijds? Euh … enerzijds wel, anderzijds niet. Maar toch ook: zeg ons gewoon wie de goeden en de slechten zijn?

Omdat ook voor de leken die wij zijn zelfs maar een deel van de kwalificatiecriteria zou moeten meespelen in een beoordeling van de experts die we zien passeren, deze kleine zelftest, no googling.

  1. Geschiedenis: Wanneer in de geschiedenis was het huidige Oekraïne deel van “Rusland”? Wanneer speelde de Pools-Oekraïense oorlog zich af; in welke omstandigheden?
  2. Aardrijkskunde: Wat zijn de buurlanden van Oekraïne? Wat is de afstand tussen de Poolse grens en Kiev?
  3. Economie: Vergelijk het BNP/capita in Oekraïne met dat van Rusland, Polen, Slovakijke, Griekenland over de voorbije tien jaar. Wat is het belangrijkste exportproduct van Oekraïne?
  4. Politieke beslissingsprocessen: Hoeveel gedetailleerde verslagen uit de eerste hand van onderhandelingen tussen wereldleiders heb je al gelezen? Meegemaakt?
  5. Militair: Wat is een thermobarische bom? Heeft Oekraïne zulke bommen? Mocht je het antwoord schuldig blijven, niet erg. Stafchef Michel Hofman van het Belgische leger wist het ook niet in De Afspraak deze week.
  6. Onderhandelingstheorie, statistiek, …: Wat is, in onderhandelingstheorie, een BATNA? Wat is het verschil tussen frequentische statistiek en Bayesiaanse statistiek?
  7. Wereldbeeld: Vul aan en leg uit: Si vis pacem …

Voor wie eraan mocht twijfelen, ikzelf diskwalificeer ruimschoots op deze criteria. Het is een oefening in nederigheid en een aanzet tot zwijgzaamheid.

Het punt is: Het is best mogelijk en aanvaardbaar dat niet alle experten die we dezer dagen zien passeren, kwalificeren op alle criteria. Maar dan zouden wij moeten weten op welke criteria ze wel en niet kwalificeren, en in welke mate.

Hoeveel van onze journalisten kwalificeren? Van onze academici? Van onze politici?!

Wie kwalificeert dan wel? Wel ja, dat zou het achtste criterium moeten zijn, dat je op zijn minst het handvol echte geopolitieke experts over een bepaalde kwestie kent en volgt.

Ook hier ben ik gebuisd. Chris Blattman, die ik hier vrijdag opvoerde, kwalificeert wellicht als algemeen expert over conflicten en oorlogen, maar hij geeft zelf toe dat hij over Oekraïne geen expert is.

Van de Britse economische historicus Adam Tooze ben ik meestal onder de indruk. Hij heeft onder meer diep geresearchede standaardwerken geschreven over de economische achtergronden van de Eerste Wereldoorlog en de Nazi economie.

Een expert die volgens mij zeker kwalificeert in de Oekraïense kwestie, en die mij alleszins de ogen geopend heeft over de huidige geopolitiek in Europa en Rusland, is Bruno Maçães.

Maçães is een Portugese auteur en ex-politicus. Hij was van 2013 tot 2015 staatssecretaris voor Europese Zaken in de Portugese regering, en heeft daar een vol adresboekje aan overgehouden. In 2014 (!) probeerde hij zijn Europese collega’s te overtuigen een energiepact te sluiten met de VS, om de Russische dreiging over energie het hoofd te bieden. In 2015 was hij de eerste Europese politicus die Mariupol bezocht, tijdens de vorige Oekraïense crisis. Tot enkele dagen vóór de recente invasie was hij in Kiev. Hij was onder meer fellow aan de Renmin University in Beijing. Nu is hij nonresident senior fellow bij de conservatieve Amerikaanse denktank Hudson Institute.

Dat, en zijn boeken, kwalificeren hem wel min of meer.

Het boek dat mij de ogen opende, was The Dawn of Eurasia: On the Trail of the New World Order (2018). Het is een heel leesbaar essay, verpakt als een reisverhaal van zes maanden langs de (niet-bestaande!) grenzen tussen Europa en Azië.

Dit is het programma dat Maçães zich stelt in het boek:

I started to suspect history was increasingly leading us to a world where the border between Europe and Asia would disappear. The bookshops were full of books about Russia (usually its dangers), China (usually its miracles) and the European Union (usually its crises), but they considered them in isolation. I decided to investigate what you could learn about Russia, China and Europe if you considered them as part of the same system. There was an obvious word to describe this system: Eurasia. (p xvii)

Het idee “Eurazië”, volgens sommigen inderdaad nog maar een idee, volgens Maçães een ontluikende realiteit, is een van de sleutels om de houding van Rusland en het huidige conflict te begrijpen.

Eurazië is niet alleen een nieuwe manier om naar de wereld te kijken, geografisch en historisch. Het betekende, voor mij alleszins, ook een breuk met hoe ik tot dan toe, en vooral impliciet, dacht over de wereld en de vaart der volkeren.

(T)hat way of looking at the world – where the whole world is made to fit the categories of European development – has now been turned on its head. (p 119)

Sindsdien spot ik in heel veel commentaren op de wereldpolitiek nog dat denkbeeld, heel vaak dus impliciet: Wij nemen aan dat Rusland, en China en andere landen for that matter, gradueel zouden toegroeien naar de Europese normen en waarden. De val van de Berlijnse Muur had echt de overwinning van ons model ingeluid. The End of History.

It did not happen, stelt Maçães vast. (p 193)

Ook de Servisch-Amerikaanse ongelijkheidseconomist Branko Milanovic (Heel OK op (1), (2), (6); expert op (3); wellicht niet gekwalificeerd op (4) en (5); deliberatie op (7)) proclameert in een recente commentaar The end of the end of history:

The current war displays to us that the complexity of the world, its cultural and historical “baggage”, is great and that the idea that one type of system will eventually be embraced by all is a delusion. It is a delusion whose consequences are bloody. To have peace, we need to learn to live while accepting differences.

Toch blijft die delusion hardnekkig, zowel in analyses van sommige experts als in journalistiek en lekendiscussies.

Het was ook Maçães die me op het spoor bracht van een artikel van Sergei Lavrov uit 2016: Russia’s Foreign Policy in a Historical Perspective.

Lavrov is de Russische minister van Buitenlandse Zaken sinds 2004. Van alle ministers van Buitenlandse Zaken die vandaag naar het conflict in Oekraïne kijken, is hij waarschijnlijk diegene met de langste staat van dienst. Hoewel hij wellicht kwalificeert op alle zeven de criteria voor geopolitiek expert, is het artikel vooral interessant als inkijk in het hoofd van politici (criterium 5).

Maçães besteedt in The Dawn of Eurasia vier pagina’s aan het artikel van Lavrov (p 175-179), onder meer om een aantal van diens historische argumenten te doorprikken. Maar het artikel geeft toch een indringend perspectief op de huidige crisis.

Enkele relevante topics:

Geschiedenis en historische frustraties

Het is frappant hoe Russische leiders hun buiten- en binnenlandse politiek proberen te legitimeren vanuit de geschiedenis. Men ziet dat nooit of zelden bij Westerse politici.

De titel zet meteen de toon: Russia’s Foreign Policy in a Historical Perspective. Ook een van Poetins toespraken bij het begin van het conflict stond bol van de historische verwijzingen. In 2021 schreef de Russische president nog een essay met, achteraf gezien, hoge voorspellende waarde: On the Historical Unity of Russians and Ukrainians.

De eerste tussentitel van het artikel van Lavrov is Continuity of History. Hij haalt dan alles uit de historische kast: te beginnen met de kerstening van de Russen met de doop van de Rus in 988, in Kiev nog wel; over de rol van grootvorst Alexander Nevsky in de 13de eeuw, tot de Slag van Borodino, tweehonderd jaar geleden, en de bevrijding van Moskou van Poolse bezetters, vierhonderd jaar geleden.

Waarom die historische verwijzingen? Het is, alleszins aan de hand van de inhoud en de toon van Lavrovs artikel, moeilijk de interpretatie te vermijden dat de Russen met historische frustraties zitten die geleid hebben tot een minderwaardigheidscomplex tegenover het Westen.

Hoe anders deze verwijzing interpreteren:

Let me quote a renowned researcher of Russian history, Hélène Carrère d’Encausse, the permanent secretary of the French Academy, who said that the Russian Empire was the greatest empire of all times in the totality of all parameters such as its size, ability to administer its territories and longevity.

En meer recent:

Reforms in the Soviet Union had a significant impact on the establishment of the so-called social welfare state in Western Europe after World War II. … No one can deny the role the Soviet Union played in advancing decolonization.

Maar het Westen heeft die grootheid en die rol van Rusland nooit erkend en heeft het land altijd naar de rand proberen te duwen.

Historical facts do not bear out the widespread belief that Russia has always been on the margins of Europe as a political outsider.

En

There are also people, both inside and outside the country, who believe that Russia is doomed to constantly fall behind and catch up, or adapt to the rules invented by others, and therefore cannot claim a rightful role in international affairs.

En

On the one hand, Muscovy naturally played an ever growing role in European affairs; on the other hand, European countries were wary of the emerging giant in the east and took steps to isolate it as much as possible and keep it away from the most important European processes.

Vandaar deze waarschuwing, die vandaag wel heel actueel klinkt:

Over at least the last two centuries all attempts to unite Europe without Russia and against it always led to big tragedies.

Post-Sovjetunie en de rol van Navo

De verwijzingen naar de aanpak van het Westen en de strategie van de Navo na de val van de Berlijnse Muur zijn vandaag ook heel actueel.

Er was een opportuniteit volgens Lavrov:

There emerged a real chance to finally overcome the division of Europe and realize the dream about a common European home advocated by many European thinkers and politicians.

Maar

Unfortunately, our Western partners chose a different path to follow by expanding NATO eastward and moving the geopolitical space under their control closer to Russia’s border. This is the root cause of the systemic problems that afflict Russia’s relations with the United States and Europe.

De landen die zich aansloten bij de Navo, kwamen volgens Lavrov echter bedrogen uit:

If we take an unbiased look at small European states, which previously were part of the Warsaw Pact and now are members of NATO and the EU, it will be obvious that they have not made any transition from subordination to freedom, as Western ideologists like to trumpet.

Diversiteit in plaats van een uniform Westers model

Aan het begin van het artikel verwijst Lavrov naar one’s own unique path, als alternatief voor wat hij, met nauwelijks verholen misprijzen, de pro-Western liberals noemt:

There are different opinions, and doubts too, as to whether Russia assesses the international situation and its position in the world soberly enough. This is an echo of never-ending disputes between pro-Western liberals and the advocates of one’s own unique path.

Het misprijzen voor die pro-Western liberals zit diep. Want The End of History heeft niet plaatsgevonden:

(Francis Fukuyama) suggested that rapid globalization would signify the ultimate victory of the liberal capitalist model, and that all other models would simply have to adjust as quickly as possible under the guidance of wise Western teachers.

Niet alleen Rusland, maar ook China toont dat een andere weg mogelijk is:

(China) clearly illustrates the undeniable plurality of development models and excludes the boring uniformity implied by the Western coordinate system.

De weg naar vrede en internationale samenwerking begint bij de aanvaarding van diversiteit:

Such cooperation should take into account the multivariate nature of the modern world, its cultural and civilizational diversity.

Eurazië als alternatief

Neen, Rusland ligt niet aan de rand van Europa. Het ligt midden in het nieuwe Eurazië. Dat idee – of die realiteit – is de kern van de Russische buitenlandse politiek.

Nogmaals verwijzend naar de Franse academica Hélène Carrère d’Encausse formuleert Lavrov Ruslands grote historische missie:

Just like philosopher Nikolai Berdyayev, she believes that Russia’s great historical mission is to be a link between the East and the West.

En (wait for the end …)

We continue to believe that the best way to ensure the interests of peoples living in Europe is to form a common economic and humanitarian space stretching from the Atlantic to the Pacific so that the just created Eurasian Economic Union could become a connecting link between Europe and the Asia-Pacific region. We are trying to do our best to overcome obstacles on this way, including the implementation of the Minsk accords to settle the Ukraine crisis provoked by the coup in Kiev in February 2014.

Is Eurazië meer dan een idee in het hoofd van de Russische leiders? Moeilijk in te schatten. Eén indicatie dat het idee breder leeft, is een internationaal symposium dat de South Ural State University in Chelyabinsk, waar ik al drie jaar gastcolleges geef, en dat op de grens ligt tussen Europa en Azië, dit jaar in april organiseert, onder de titel Eurasia 2022: The Social And Humanitarian Space In The Era Of Globalization And Digitalization.

Het is op dit ogenblik onzeker of het symposium nog kan plaatsvinden.


Poetins economie

Met een behoorlijke portie schroom: enkele economisten-bedenkingen, achtergrondideeën en links bij de Oekraïne-crisis. Eerste postje van drie, of vier.

Deze eerste post, over Poetins “economie”, gaat niet in eerste instantie over de Russische economie of over de Oekraïnse economie. De Russische economie is vele malen kleiner dan de macht die Poetin claimt op het wereldtoneel. Zij is meer dan waarschijnlijk ook geen bepalende factor in Poetins calculus. De Oekraïnse economie is vandaag 20 procent (!) armer dan in 1990.

Het gaat wel over veronderstellingen die we kunnen maken over de kosten-baten redenering die Poetin en zijn entoerage misschien gevolgd hebben.

Aan de kostenkant zijn er vaste kosten, in harde roebels, maar vooral in termen van mogelijk gezichtsverlies en verlies aan binnenlandse macht. Dat die kosten “vast” zijn, betekent dat Poetin ze sowieso moet betalen, wat hij ook doet of niet doet in de crisis.

De redenering zou dan kunnen zijn dat hij best het maximale haalt uit die vaste kosten, door ze te spreiden over meer militaire of andere acties. De volgende vraag wordt dan natuurlijk wat de variabele kosten zijn, die wel toenemen met meer acties. Hoe langer de acties duren, hoe belangrijker die variabele kosten worden.

Een andere manier om Poetins mogelijke kosten-baten analyse in te schatten, is dat Moskou misschien de afweging gemaakt heeft tussen de kosten (en baten) van een escalatie nu, tegenover de kosten van nu geen actie te ondernemen. Oekraïne was stap voor stap zijn militaire capaciteiten aan het uitbouwen. Hoe langer Moskou zou gewacht hebben met militaire actie, hoe duurder die zou zijn geworden.

Die redenering komt uit een analyse, in januari van dit jaar, door Rob Lee, Senior Fellow van het Eurasia Programma van het Amerikaanse Foreign Policy Research, via conflictspecialist en professor aan de Harris School of Public Policy van de University of Chicago Chris Blattman.

Blattman, die in april van dit jaar een boek publiceert dat relevanter zal zijn dan hij had durven hopen, Why We Fight: The Roots of War and the Paths to Peace, heeft op zijn blog nog wel meer goede analyses.

Volgende post: Geopolitiek: criteria voor goede geopolitici en zelftest.


Was het nu ’00 of ’10?

… this guy, Mark Fisher, who’s dead now, had this idea about the slow cancellation of the future. I feel like that’s one of the most profound ideas that I’ve come across in the last 10 years of my life, and it seems so palpable that this is occurring.
An example I will often use is, if you take, say, 10 minutes from an obscure film in 1965 with no major actors, and then you take 10 minutes from an obscure film from 1980 where nobody became famous, and you show anyone these 10-minute clips, they will have no problem whatsoever figuring out which one came first. Even a little kid can look at a movie from 1965 and a movie from 1980 and instantly understand that one predates the other.
But if you do that with a film from 2005 and a film from 2020 — again, an obscure film where you don’t recognize the actors — you’re just looking at it aesthetically and trying to deduce which one came first and which one came second. It’s almost impossible.

Dat is een passage uit de jongste Conversations with Tyler, waarin Tyler Cowen de journalist en schrijver Chuck Klosterman interviewt. Klosterman heeft een nieuw boek uit, The Nineties, waarin hij de jaren 1990 beschrijft.

Klostermans opmerkingen over de twee decennia 2000 en 2010 zijn treffend. Een tijd geleden had ik me gelijkaardige bedenkingen gemaakt. Wat is er karakteristiek aan de jaren ’00? Aan de jaren ’10? Ik kon niets vinden, maar schreef dat toe aan mijn beperkte kennis van muziek en andere populaire cultuur.

Klosterman beweert nu dat die twee decennia eigenlijk in zekere zin karakterloos zijn. Ze zijn alleszins minder gemakkelijk te typeren dan de jaren ’60, ’70, ’80 en ’90 van vorige eeuw. Hij wijt het aan het internet en social media, maar geeft toe dat dat misschien een te gemakkelijke verklaring is.

Zoals bijna elke Conversation with Tyler is het interview met Klosterman voor de rest ook interessant. Vooral wie geïnteresseerd is in Amerikaanse cultuur (muziek en sport) vindt er rake observaties. Klosterman geeft toe dat hij zijn jongste boek eigenlijk The American Nineties had moeten noemen.


Zaterdag quote

The model for relations between Brussels and Moscow adopted soon after the collapse of the Soviet Union seemed to assume that Russia would gradually converge towards European norms and values. It did not happen. For the Russian leadership the Europeanization of Russia had a very different meaning: the creation of a ‘common European home’, to be built anew and with equal contributions from both sides. …
Russia does not want to replace the liberal world order with a world without rules, but it does believe that such a world is the natural state of mankind and, therefore, that chaos is only to be avoided by the creative exercise of power by a strong sovereign. This is the case for international affairs no less than for domestic politics.

Bruno Maçães (2018). The Dawn of Eurasia. On the Trail of the New World Order, p 193-194

Vrijdagse gevarieerde links

  • De Britse schrijver en journalist Alec Ash, die sinds 2008 in Beijing woont, vergelijkt de Chinese hoofdstad van de Olympische zomerspelen van 2008 met het Beijing van de winterspelen vandaag. De zomerspelen van 2008, vier jaar vóór de huidige president Xi aan de macht kwam, gingen onder de banner One World, One Dream. De internationale pers noemde die spelen China’s coming out party voor de wereld. Veertien jaar later is er minder openheid en minder one world. Het is niet alleen vanwege covid dat inwoners van Beijing geen tickets voor de Spelen kunnen kopen, of dat ze de instructie hebben gekregen geen hulp te bieden als atleten tijdens hun verplaatsingen een ongeval hebben. Anders dan in 2008 voelt China ook niet meer dat het iets te bewijzen heeft. Het land is vandaag vier keer rijker dan in 2008. Er lag toen 300 km hogesnelheidsspoorlijn; vandaag is dat bijna 38,000 km. Voor de zomerspelen van 2008 opende Beijing twee nieuwe metrolijnen, wat het totaal op zes bracht. Vandaag liggen er 27 metrolijnen. Ash eindigt op een optimistische noot: “In that period of ‘soft authoritarianism’, before Xi’s rise to power in 2012, the country appeared to be opening up, and it may again.
  • Economist Chris Makler van de Stanford University maakt en onderhoudt een knappe en open source website met interactieve grafieken voor de basis economische concepten, van vraag en aanbod tot comparatief voordeel in internationale handel. Superhandig voor economiedocenten in alle niveaus.
  • De Amerikaanse journalist en opiniemaker Noah Smith analyseert waarom Oekraïne zo’n economische ramp is. Zijn uitgangspunt is dat het economisch falen van Oekraïne een belangrijke factor is in de huidige crisis. De cijfers zijn redelijk ontstellend. Met een bruto binnenlands product van 13,000 dollar is Oekraïne vandaag even “rijk” als Libië of Paraguay. Maar het is wel 20 procent armer dan in 1990. Dat steekt schril af tegen landen als Polen en Roemenië (+ 250 procent over dezelfde periode), Rusland (+ 100 procent) en zelfs Wit-Rusland (+ 60 procent). “As things stand, Ukraine’s economic failure has left it less capable of defending itself.”
  • Een dag op Mars heet een sol en duurt 39.5 minuten langer dan een dag op aarde. Dat wordt een probleem als we binnenkort een meeting moeten plannen voor een interplanetair Zoom-gesprek.
  • Bijzonder leuk trivia-spel met historische gebeurtenissen die je in de juiste chronologische volgorde moet plaatsen. Volledig gebaseerd op Wikipedia-data. Via kottke.org.

Dinsdag quote

We have now run over the three fundamental laws of nature, that of the stability of possession, of its transference by consent, and of the performance of promises. ’Tis on the strict observance of those three laws, that the peace and security of human society entirely depend; nor is there any possibility of establishing a good correspondence among men, where these are neglected.

David Hume (1739). A Treatise of Human Nature, Book III, Part II, Section VI

De prijs van nagels: een venster op economische verandering

Economische geschiedenis staat tot economie zoals algemene geschiedenis tot politieke wetenschappen. Als je onderlegd bent in het ene, kan je slimmere dingen zeggen over het andere. Economische Geschiedenis met hoofdletters buigt zich over vragen die vandaag nog superrelevant zijn: Wat zijn de oorzaken van de Industriële Revolutie? Hoe hebben landen zich opgewerkt van armoede naar welvaart? Hoe evolueert de ongelijkheid op langere termijn?

Maar die Economische Geschiedenis met hoofdletters moet natuurlijk gevoed worden door cijfers en data die historici door minutieus veldwerk verzamelen.

Een magnifiek voorbeeld van zulk veldwerk is de recente studie van Daniel Sichel, senior economist van de Federal Reserve Board, auteur van The Computer Revolution: An Economic Perspective (1997), en verbonden aan Wellesley College.

In The Price of Nails since 1695: A Window into Economic Change onderzoekt Sichel dus de prijs van nagels van het begin van de 18de eeuw tot nu.

Waarom nagels?

Een nagel is een nagel, min of meer. Maar net daarom zijn ze interessant. Er zijn gelijkaardige studies naar bijvoorbeeld de prijs van licht door de eeuwen heen, gemeten in de hoeveelheid arbeid die nodig is per geproduceerde lumen (gedaald met een factor 3,400), of naar de prijsevolutie van computerkracht. Maar in die producten speelt de technologische evolutie een zeer grote rol. De kwaliteitsevolutie is er moeilijk te meten, en is ook zodanig groot dat men zich kan afvragen of het nog over hetzelfde product gaat.

Bij nagels is dat minder het geval. Dat maakt de vergelijking gemakkelijker en in zekere zin ook inzichtelijker.

De bredere achtergrond is, zoals Sichel het uitdrukt, dat “nails provide a useful prism through which to examine a wide range of economic and technological developments that touch on multiple areas of both micro- and macroeconomics.”

Enkele markante bevindingen:

  • Van de late jaren 1700 tot het midden van de 20ste eeuw daalde de prijs van nagels met een factor 10 tegenover het algemeen prijspeil. In reële dollars van 2012 kostte een enkele nagel rond 1700 ongeveer 2 dollarcent. In 1950 was dat iets meer dan 0.13 dollarcent.
  • Nagels waren in de 18de en 19de eeuw dus relatief duur. Dat weerspiegelde zich in de praktijk van bouwvakkers en aannemers om systematisch gebruikte nagels te recupereren.
  • De belangrijkste oorzaak van de relatieve prijsdaling van de 18de tot het midden van de 20ste eeuw was de slimmere manier om nagels te produceren (in het jargon: total factor productivity), eerder dan veranderingen in de kost van arbeid, grondstoffen of machines.
  • Het “belang” van nagels in de economie daalde fors van het begin van de 19de eeuw tot vandaag. In 1810 maakten nagels nog 0.4 procent uit van de Amerikaanse economie. Dat kan weinig lijken, maar het is vergelijkbaar met het huidig aandeel van pc’s of van vliegtuigreizen in de economie. Vandaag wegen nagels nog voor 0.01 procent in de Amerikaanse economie.
  • Vanaf het midden van de 20ste eeuw begon de prijs van nagels weer te stijgen. Die stijging was een gevolg van onder meer stijgende grondstofprijzen en een shift naar (duurdere) “gespecialiseerde” nagels.

Die gespecialiseerde nagels brengen ons bij een bevinding over innovatie, waarvoor de auteur zelf veldonderzoek heeft gedaan en waarrond hij een ingenieuze economische redenering opzet.

Een nagel is een nagel, dus zoveel valt daar niet te innoveren?

Rond 1980 deden nagelpistolen hun intrede. Ja maar, kan de tegenwerping zijn, nagelpistolen zijn geen nagels. Hangt ervan af wat je bekijkt als de prijs van een nagel. Is het de nagel op zich? Of de geïnstalleerde nagel?

De auteur deed de vergelijkende test met de Amazon-prijzen van een nagelpistol en een hamer, het uurloon van een arbeider, de prijs van speciale nagels voor een nagelpistool, en het aantal nagels dat hij kon “installeren” met een hamer (6 per minuut) en met een nagelpistool (20 per minuut).

Rekening houdend met deze factoren komt de prijs van een geïnstalleerde nagel met een hamer op 7.7 dollarcent per nagel; die van een nagel met een nagelpistool op 3.6 dollarcent per nagel.

Ik laat het aan de lezer om hier ergens een woordspeling met nagel te verzinnen …


Neil Young, Heart of Gold?

Eindelijk heeft ook iemand geluisterd naar die podcasts van Joe Rogan.

Neil Young en Joni Mitchell verlieten Spotify omdat ze niet op hetzelfde platform wilden staan als Rogan, die volgens hen onwetenschappelijke informatie verspreidde over Covid-vaccins.

De Standaard columnist Tom Naegels heeft dus (samen met zowat elf miljoen anderen) geluisterd naar een podcast van Rogan.

Het was vooral oervervelend. Maar Naegels vindt dat Young en Mitchell ongelijk hebben. Want “Rogan is geen zotte complotdenker, hij is de klassieke mannelijke brulboei die graag tegendraads doet. Als je hem cancelt, dan mag je het halve internet opkuisen.”

De Amerikaanse economist en blogger Tyler Cowen heeft ook moeite met de portretering van Neil Young als intellectuele held in deze affaire.

Cowen herinnert er ons aan dat Neil Young heel graag wetenschappelijke misinformatie verspreidde over genetisch gemodificeerd voedsel (GMO’s). In een van zijn songs noemt hij GMO’s vergif. In 2016 beweerde hij in de Late Show dat ze verschrikkelijke ziektes verspreiden.

Vraagt Cowen zich af: “It is hard not to wonder to what degree anti-biotech sentiments like these, ironically, might have fed the current skepticism of Covid vaccines.”

En hij merkt fijntjes op dat Neil Young wel nog op YouTube staat, waar ook speeches van Hitler te vinden zijn.


Unilever en Danone, slachtoffers op het altaar van MVO?

Het management van Unilever (begin januari) en van Danone (maart vorig jaar) botsten met hun aandeelhouders over Corporate Social Responsibility (CSR, of MVO, Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen).

Unilever ligt onder vuur van grootaandeelhouder Terry Smith, de oprichter van de Britse investeringsmaatschappij Fundsmith.

Hij vindt dat de managers van Unilever het noorden kwijt zijn omdat ze hun realisaties op het vlak van duurzaamheid belangrijker lijken te vinden dan het runnen van hun onderneming.

Zegt Smith: “A company which feels it has to define the purpose of Hellmann’s mayonnaise has in our view clearly lost the plot. The Hellmann’s brand has existed since 1913 so we would guess that by now consumers have figured out its purpose (spoiler alert — salads and sandwiches).”

Journalist Mathijs Bouman reageerde in het Financieel Dagblad met een venijnige column onder de titel Dirty Terry: “Een grote belegger eiste meer kinderarbeid, meer foute palmolie, meer plastic en een sneller opwarmende aarde. Maar niemand werd boos. Niemand sprak hem tegen. Niemand lachte hem uit.”

Senior writer Stefaan Michielsen was in De Tijd iets genuanceerder, en wellicht ook correcter in zijn analyse: “Maar de focus op duurzaamheid mag geen excuus zijn om het falen op andere vlakken goed te praten. Het moet de bedoeling blijven dat de strategie op termijn leidt tot de creatie van meerwaarde voor de aandeelhouders. Dat moet de belangrijkste focus zijn. Meerwaarde creëren is het doel, duurzaam handelen het middel.”

CEO Emmanuel Faber van de Franse groep Danone, een kleinere concurrent van Unilever, botste vorig jaar op gelijkaardige kritiek van enkele grote aandeelhouders. Bij hem was het einde van het verhaal dat hij moest opstappen. Sindsdien pleit Faber ervoor om de rol van activistische aandeelhouders in te perken.

Het gaat de aandeelhouders om meerwaarde op termijn, om geld dus. Daar zijn het aandeelhouders voor.

Een eenvoudige maatstaf voor de evolutie van die meerwaarde is de beurskoers op langere termijn. En daar presteren Unilever en Danone inderdaad niet zo goed. Uit de vergelijking met enkele van hun concurrenten blijkt dat Unilever en Danone het in de voorbije vijf jaar meer dan 50 procentpunt minder goed doen dan Nestlé en Procter & Gamble. Dat is toch iets dramatischer dan wat het Financieel Dagblad meende te zien: “Unilever was op de beurs wat achtergebleven bij andere producenten van voeding, zeep en zalfjes.”

unilever danone beurskoers CSR

We moeten begrijpen dat aandeelhouders niet alleen het recht maar ook de plicht hebben om hun management ter verantwoording te roepen als het minder goed presteert.

Managers hebben een fiduciaire (berustend op vertrouwen) plicht tegenover hun aandeelhouders om financiële meerwaarde te creëren. Dat is geen rauwe neoliberale strijdkreet of zo; het is gewoon het wettelijk kader waarin bedrijven, hun managers en hun aandeelhouders werken.

De achterliggende logica van dat wettelijk kader is dat winstmaximalisatie en concurrentie er samen voor zorgen dat de uiteindelijke maatschappelijke meerwaarde van wat bedrijven doen en laten het grootst is.

Als we met die logica beginnen te prutsen, en bijvoorbeeld naast de aandeelhouders ook andere stakeholders toevoegen, dan begeven we ons op glad ijs.

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en de stakeholdertheorie dwingen managers tot een ontzettend moeilijke multitasking oefening die, zo schreef ik eerder, triviaal, naïef of contraproductief dreigt te worden.

Dat is ook de aanvankelijke diagnose van Stefaan Michielsen in zijn commentaar op de Unilever-affaire: “Het kwakkelende Unilever wordt geconfronteerd met aandeelhouders die de groep in verschillende richtingen willen duwen.”

Hij voegt er dan wel aan toe: “Een evenwicht vinden tussen de twee [winst en duurzaamheid] is niet zo moeilijk. Het komt erop aan de balans niet in de ene of de andere richting te laten doorslaan.”

Maar daar twijfel ik dus aan. Welke middelen hebben aandeelhouders, klanten en andere stakeholders immers om te vergelijken?

Zijn er andere oplossingen?

Klanten kunnen een rol spelen. Zij kunnen door hun koopgedrag bedrijven dwingen om duurzamer te worden.

Maar in de praktijk valt dat voorlopig nogal tegen.
Uit recent onderzoek blijkt dat nog geen één op de tien klanten bepaalde voedingsproducten koopt omdat ze duurzaam zijn. Als het erop aankomt, is het nog altijd de prijs die bepaalt wat klanten kopen.

Waar klanten, activisten en aandeelhouders misschien wel productief aan hetzelfde zeel kunnen trekken, is in het ontmaskeren van greenwashing, de praktijk van bedrijven om zich met flauwe marketing een groen imago aan te meten.

Want, geef toe, heeft de geldbeluste aandeelhouder Terry Smith geen punt als hij de poging van Unilever om Hellmann’s mayonnaise te positioneren als een merk met een doel – Fighting food waste — that’s what Hellmann’s is for aan de kaak stelt als een maskerade?

Immers, zelfs als we Unilever het voordeel van de twijfel willen geven, dan hebben we vooralsnog (maar er wordt aan gewerkt) nog geen objectieve maatstaf om Hellmann’s af te wegen tegenover Devos Lemmens qua duurzaamheid.

Met beurskoersen en het hele boekhoudkader dat we na enkele eeuwen op punt wisten te stellen, hebben we dat voor de vergelijking van financiële prestaties doorgaans wel.

De columnist van het Financieel Dagblad roept pensioenfondsen en fondsbeheerders op zich te verzetten tegen het optreden van Terry Smith. Wat wil hij dan dat die pensioenfondsen hun stakeholders, huidige en toekomstige gepensioneerden, vertellen: “Luister, jullie pensioen zal een ietsje lager zijn. Dat komt omdat we ons niet verzet hebben toen ze bij Unilever uit hun nek aan het kletsen waren over duurzame mayo?”

Is zelfregulering door bedrijven een oplossing? Dat is alleszins waar de meeste bedrijven voor pleiten. Maar dat op zich moet ons wantrouwig stellen.

Uiteindelijk, tot spijt van wie het benijdt, denk ik dat we het moeten zoeken in slimme overheidsregulering. De overheid is immers de enige instantie die geacht wordt én geloofwaardig in staat is om het standpunt van het algemeen belang in te nemen. Dat heeft ze gedaan door een wettelijk kader te creëren voor financiële regulering en rapportering. Nu kan ze stap voor stap eenzelfde level playing field creëren voor duurzaamheidsregulering en -rapportering.


Vox pop

In de opleidingen Journalistiek waar ik les geef, voeren we forse discussies over het vox pop-format. Vox pop is het journalistieke format waarbij je de “man en vrouw in de straat” gaat interviewen over een actueel thema. Meestal worden vox pops ingebed in langere reportages.

De voorlopige conclusie van de discussie over vox pops, en wat we onze studenten proberen mee te geven, is dat vox pops soms wel kleur kunnen geven aan een reportage, maar dat ze in het algemeen moeten worden vermeden, zeker als ze gebruikt worden om een punt te maken in een complexe kwestie. Vox pops zijn vaak een luie vorm van journalistiek, zo stellen we wekelijks vast.

De discussie over de stijgende energieprijzen en het compromis dat de Belgische regering daarover zopas bereikte is een voorbeeld van zo’n complexe kwestie. De prijsstijgingen zijn het gevolg van internationale fenomenen waarop een Belgische regering weinig of geen vat heeft. In België komt daar het element bij dat een deel van de prijsstijgingen van energie gecompenseerd worden door de automatische indexatie van lonen en uitkeringen. Alles zit bovendien ingebed in de supercomplexe klimaatdiscussie.

De bredere politieke vraag die daar nog bovenop komt, is of de overheid de verantwoordelijkheid heeft om prijsstijgingen te compenseren.

Moeilijk, moeilijk. Alvast één expert vond het energiecompromis eerbaar en evenwichtig. Maar dat is natuurlijk niet het volledige verhaal.

In de berichtgeving die de VRT-nieuwsredacties gisteren dinsdag brachten over de BTW-verlaging en andere maatregelen ter compensatie van de stijgende energieprijzen, moest het thema blijkbaar zijn: “peanuts” en “druppel op een hete plaat”. De klassieke vox pop was daarin het breekijzer en het ultieme argument. Er werd zelfs een relatief nieuw vox pop format opgevoerd.

In Het Journaal zat premier Alexander De Croo aan tafel om het akkoord uit te leggen en te verdedigen.

Na een korte inleiding maakt de nieuwslezer het bruggetje naar de vox pop: “Toch maken heel veel mensen zich nog zorgen over hun energie. Voor veel huishoudens zijn de maatregelen dan ook onvoldoende.

Volgt een korte reportage waarin Johan zegt dat de maatregelen peanuts zijn en dat hij vanaf nu met pellets zou verwarmen. Steven wil een blijvende belastingverlaging voor elektriciteit en gas en vindt de 165 euro tegemoetkoming vooral symbolisch.

Terug in de studio: “U hoort het premier, een druppel op een hete plaat.”
De Croo: Probeert het effect van de automatische loonindexering uit te leggen …
Nieuwslezer onderbreekt: “Maar als u even teruggaat naar de energiefactuur …
De Croo: Probeert met cijfervoorbeelden nogmaals de indexering en andere bijkomende maatregelen uit te leggen.
Nieuwslezer: “Toch premier, krijgen wij in onze mailbox heel veel reacties die zeggen dat het te weinig is. Ook de man uit de reportage daarnet zei het: peanuts.

“De mailbox” dus, als ultieme moderne vox pop. Hoeveel mails? Welke reacties? Hebben de mensen die het akkoord best OK vonden ook gemaild? Dat krijgen we niet te horen.

Mag en moet een journalist dan niet hardnekkig doorvragen? Zeker wel. Mag zij daarvoor als ultieme argument twee vox pops en een vrachtje mails gebruiken? Toch wat voorzichtig zijn.

Over naar Ter Zake dus, op Canvas.

Daar zit vice-premier Petra De Sutter om het akkoord uit te leggen.
Kathleen Cools haalt meteen het peanuts argument boven.
De Sutter verdedigt het pakket van 1.1 miljard euro, legt uit dat het een compromis is, en wijst ook meteen op het effect van de indexaanpassing.

Cools: “Dat begrijp ik. Toch neem ik er even een concrete factuur bij.” (Ik wacht op de eerste interviewee die op de standaard-Cools interventie “Dat begrijp ik” antwoordt met: “Neen, mevrouw Cools, u lijkt het toch niet helemaal te begrijpen.”)
De Sutter: Probeert nog eens de indexaanpassing uit te leggen en het effect van het sociaal tarief voor de laagste inkomen.
Cools: “Ik noteer. Toch nog even deze opmerkingen.”

Naadloos gaat het dan naar Raoul Hedebouw, de vleesgeworden vox pop.

Hedebouw en zijn objectieve bondgenoten bij het Vlaams Blok hebben het vox pop-format tot een hoger niveau getild. Zij spreken in naam van “de mensen”. Laten we dat vox populisme noemen.

Petra De Sutter blijft bewonderingswaardig kalm en weerlegt het belangrijkste tegenvoorstel van Hedebouw met cijfers.

Over naar De Afspraak, op Canvas.

In de studio zit, naast minister van Financiën Vincent Van Peteghem en hoofdredacteur Isabel Albers van De Tijd, journalist Luc Pauwels, de energie-expert van VRTNWS.
Die neemt al meteen het stokje van Het Journaal over: “Ik begrijp de logica wel, maar je hoort dan van de mensen in de straat: Dit zijn wel peanuts.
Diezelfde Luc Pauwels op het einde van de uitzending: “Iedereen is brandhout aan het kopen.” Iedereen? Als in: Hoeveel mensen? Hoeveel ton brandhout?

Nieuwsredacties hebben als taak complexe kwesties bevattelijk, maar ook evenwichtig uit te leggen. Moeten ze daarbij oog hebben voor de meningen en gevoelens van “de man en vrouw in de straat”? Dat maakt zeker deel uit van het debat. Is de vox pop daarvoor het beste format? Ik twijfel toch.

Ja, vox pops zijn vaak leuk. Ze roepen een gevoel van herkenbaarheid op. En ze helpen een kwestie “bevattelijk” te maken door die kwestie te vertalen naar simpele tegenstellingen. Maar de versimpeling staat vaak de evenwichtigheid in de weg.
Kunnen we een denkoefening starten over wanneer vox pops wel en niet zinvol zijn?

Voorzetjes:

Niet zinvol:

  • Als het antwoord op de vraag voorspelbaar is
  • Als de inhoud van de vox pop gebruikt wordt als argument in een complex debat. “Wat het volk denkt” is wel degelijk een zinvol argument. Maar er zijn andere methoden om dat te ontdekken. Surveys? Verkiezingen?

Wel zinvol:

  • Voor leuke human interest topics, waarbij de antwoorden verrassend kunnen zijn. Voorbeeld (met dank aan collega Wouter Frateur): “Wat is het leukste geschenk dat je ooit voor vaderdag kocht?

Thuiswerk: meer, en meer buiten de uren

Heeft Corona onze werkgewoontes veranderd? Eigen en uitgewisselde ervaringen zeggen alleszins van wel.

Onderzoekers Grant McDermott en Benjamin Hansen van de University of Oregon vonden een slimme manier om dat ook te kwantificeren.

In Labor reallocation and remote work during covid-19: Real-time evidence from GitHub bekeken ze statistieken van 15 miljoen gebruikers, van 2015 tot 2020, op GitHub, het meest gebruikte werkplatform voor software-ontwikkelaars en voor heel wat wetenschappers.

Belangrijkste bevindingen:

  • De pandemie leidde tot een drastische verschuiving in werkgewoontes: meer in het weekend en buiten de uren
  • Zeker in het begin zorgde de pandemie er ook voor dat gebruikers van GitHub meer gingen werken. Later in de pandemie hervielen sommige gebruikers in hun werkgewoontes van voor de pandemie. Anderen bleven meer en meer buiten de uren werken
  • Bij mannen waren de trends naar meer werk en meer buiten de uren werken iets meer uitgesproken

De auteurs suggereren ook mogelijk opvolgonderzoek via GitHub: Hoe evolueerde de kwaliteit van het werk?


Dinsdag quote

The world is not so governed from above that private and social interest always coincide. It is not so managed here below that in practice they coincide. It is not a correct deduction from the Principles of Economics that enlightened self-interest always operates in the public interest. Nor is it true that self-interest generally is enlightened; more often individuals acting separately to promote their own ends are too ignorant or too weak to attain even these. Experience does not show that individuals, when they make up a social unit, are always less clear-sighted than when they act separately.

John Maynard Keynes (1926). The End of Laissez-Faire.

We hebben de toekomst gezien …

En het is waterstof.

Zelfs koning Filip en koningin Mathilde worden van stal gehaald om deze week in Oman een samenwerkingsakkoord te bezegelen voor een installatie om met elektriciteit uit wind en zon groene waterstof te maken.

Want België wil zich op de kaart zetten als waterstofland (DS).

Gelukkig dat we vooruitziende overheden hebben die winnaars kunnen kiezen:

Zowel de Vlaamse als de federale regering heeft al strategieën opgesteld om groene waterstof in te passen in onze economie. De federale regering wil waterstof op termijn ook inzetten in gascentrales om perioden zonder zon of wind te overbruggen.

Want er zijn “vele Belgische troeven in race naar groene waterstof“, schrijft De Standaard in een begeleidende commentaar:

Maar vooral illustreert het de nood aan strategische beleidskeuzes in cruciale domeinen als energie. Twintig jaar geleden had de markt alleen de omslag naar offshore windenergie niet kunnen maken, zonder overheid die een wettelijk kader en ondersteunende financiering voorzag.

Geschiedenisles.

Niet veel korter geleden maakten de overheid en experten een gelijkaardige “strategische beleidskeuze in cruciale domeinen als energie”.

Biogas, als dat de toekomst niet was. Groene energie en meteen een deel van het mestoverschot weggewerkt.

In 2012, toen biogas 9 procent uitmaakte van de Vlaamse groenestroomproductie, keek de biogaslobby Biogas-E in haar Voortgangsrapport optimistisch vooruit:

Figuur 2 toont de geplande productie van hernieuwbare energie uit biogas om invulling te geven aan de doelstelling om 13% te halen. In dat geval zou biogas moeten instaan voor 1,600 GWh of ten opzichte van bovenvermelde 8,000 GWh/j of 20% van de totale groene stroomproductie. Wordt het ambitieniveau opgetrokken van 13% naar 20%, zoals de huidige regering ambieert, dan behoeven we een productieniveau van 12,000 GWh.

Even checken in het rapport De Vlaamse Biogassector in 2019:

“In 2019 was de biogassector met 766 GWh goed voor zo’n 9% van de totale groene stroomproductie in Vlaanderen.”

En in datzelfde rapport:

“Helaas moeten we wel vaststellen dat de steun voor nieuwe projecten opnieuw is gedaald, waardoor investeringen in extra productiecapaciteit moeilijk blijven en potentiële investeerders ontmoedigd worden. … Enkel wanneer een duurzaam ondersteuningskader wordt gecreëerd voor de bestaande vergistingscapaciteit in Vlaanderen, en de duurzame valorisatie van minder toegankelijke stromen (GFT, maaisels, oogstresten, etc.) een extra stimulans krijgt zal de biogassector in Vlaanderen verder kunnen groeien.”

Ha ja. Want ondertussen laat de waterstoflobby en -studiegroep Waterstofnet weten: “Vlaanderen maakt 125 miljoen euro vrij voor de ‘waterstof IPCEI’ en de federale overheid mikt op een investering van 95 miljoen euro in een waterstofnetwerk.”

Biogas, waterstof of allebei? Ik heb natuurlijk geen flauw idee. Voortschrijdend inzicht? Wellicht wel.

Maar is de les die we hieruit kunnen trekken ook niet dat de overheid, experten en consultants niet altijd best geplaatst zijn om winnaars te plukken?

Er is daar een kennisprobleem. Want zolang de markt niet speelt, is er geen echte feedbackloop over wat zal werken en wat niet. De feedback in het prille stadium komt in grote mate van experten en consultants zonder skin in the game. (Zie de quote en de link naar het volledige artikel van Bruno Prior, die we hier zaterdag de micro gaven).

Er is ook een incentiveprobleem, dat kan leiden tot onvoorziene en alleszins onbedoelde neveneffecten. Want wie subsidiepotten klaarzet, trekt allerlei volk aan. Diezelfde Standaard die vandaag pleit voor “strategische beleidskeuzes in cruciale domeinen als energie” berichtte enkele weken geleden over een gerechtelijk onderzoek naar onregelmatigheden bij de productie van biogas en de bijhorende subsidies van groenestroomcertificaten.

Opmerkelijk is ook dat pleitbezorgers van een nieuwe technologie bijna altijd schermen met bijkomende werkgelegenheid om de overheid over de brug te trekken.

Biogas-E voorspelt: “Tegen 2030 kunnen er tussen de 5,000 en 10,000 jobs bijkomen, die een boost kunnen geven aan de lokale tewerkstelling.”

En Waterstofnet: “Binnen het Nieuw Industrieel Beleid van de Vlaamse regering is een project rond waterstof, ingediend door WaterstofNet, goedgekeurd. Het project behelst het uittekenen van roadmaps voor de implementatie van waterstof in Vlaanderen en het ontwikkelen van business-cases voor bijkomende werkgelegenheid en past daarmee volledig in het concept van de ‘Fabriek van de Toekomst’, het hart van het Nieuw Industrieel Beleid.”

Klinkt altijd goed. Maar als het echt gaat over bijkomende werkgelegenheid is het argument economisch kaduuk. Arbeid is een kost. Door te beweren dat je met een nieuwe technologie bijkomende werkgelegenheid creëert, zeg je dat die nieuwe technologie duurder is.