En zo, redelijk abrupt, heeft dit blogje een ontzettend lange pauze genomen.
De oorzaken zijn banaal: ordinaire procrastinatie, andere noodzakelijke bezigheden, een enkele jammerlijke gebeurtenis die nauwelijks als excuus kan dienen, maar ook: leeswoede en schrijfkramp.
De andere noodzakelijke bezigheden waren onder meer twee nieuwe vakken die ik mocht geven aan de opleiding Journalistiek aan AP Hogeschool (International News Topics en Economie in het Nieuws) een gedeeltelijk nieuwe invulling van het vak Geavanceerde Journalistieke Technieken aan de VUB (voorheen vooral Datajournalistiek, nu Datajournalistiek + AI), en een coördinatierol voor de integratie van Artificiële Intelligentie in de opleiding Journalistiek. Dat is geen verloren tijd geweest. Interessant en uitdagend op zich, en in verschillende opzichten voedingsgrond voor deze blog.
De jammerlijke gebeurtenis bevat ook een les en is daarom niet helemaal negatief uitgevallen. Kort: laptop kwijtgespeeld of gestolen tijdens congres in Porto, waardoor ik onder meer vele pagina’s nota’s voor de geplande dubbelbespreking van Martin Wolf, The Crisis of Democratic Capitalism en Brad DeLong, Slouching towards Utopia ben verloren. Hoezo, niet werken in de cloud? Jawel, voor al mijn documenten en files, op Nomadesk (Belgisch!). Maar enkele maanden vóór de jammerlijke gebeurtenis was ik de notitie-applicatie Obsidian beginnen testen. Omdat het nog maar een test was, had ik de gratis versie geïnstalleerd op mijn desktop, die helaas niet gesynched werd met mijn cloud-toepassing. Lessen geleerd: alles synchen (desktop wordt nu gesynched op OneDrive) + betalende versie van Obsidian, met sync mogelijkheden. Over Obsidian ben ik overigens heel tevreden, al gebruik ik nog lang niet alle mogelijkheden.
Maar dus ook: leeswoede en schrijfkramp.
Recapitulatie en verhaal van een misschien herkenbare intellectuele strop: In de voorlaatste post vóór de lange pauze (Zomerlectuur, 7 augustus 2023 !) kondigde ik ambitieus en overmoedig een vijftal boekbesprekingen aan. Dat vijftal was een selectie uit de lectuur van een tiental boeken in de eerste helft van 2023. Die lectuur was dan weer het resultaat van een zoektocht naar de betekenis van burgerzin, die me eerst gebracht had bij Burgerschap. Politiek-filosofische perspectieven van Patrick Loobuyck, en die dan was beginnen uit te waaieren.
Ter herinnering: het was zomer 2023, de periode vlak na de val van het kabinet Rutte IV in Nederland en waarin Belgische peilingen aantoonden dat het vooruitzicht op een incontournabele rechts-populistische partij in Vlaanderen na de verkiezingen van 2024 allerminst denkbeeldig was. Geopolitiek was er ook een en ander gaande. Wat moest een mens daarover denken? Men zou al eens een boek lezen.
In vier fundamentele vragen die Yascha Mounk stelde in The Great Experiment: Why Diverse Democracies Fall Apart and How They Can Endure (zie in de post Zomerlectuur) dacht ik niet alleen een soortement rode raad gevonden te hebben, maar meteen ook een schrijfplan dat van de vier besprekingen (vijf boeken, één dubbelbespreking) een min of meer coherent geheel zou maken.
Helaas
In plaats van vier boekbesprekingen is het toen gebleven bij slechts één: die van Loobuyck.
Wat was het probleem? Tijdens het uitschrijven van de bespreking van Loobuyck was ik beginnen te kampen met schrijfschroom. De “politiek-filosofische perspectieven” op burgerschap die Loobuyck meesterlijk had weten samenvatten plus zijn bibliografie van 19 pagina’s hadden toch een lat gelegd en een knagend besef doen ontstaan: had ik (à mon âge!!) wel genoeg politiek-filosofische (en historische!) achtergrond om na te denken – laat staan te schrijven – over liberalisme (inclusief opkomend anti-liberalisme, illiberalisme, post-liberalisme), democratie, migratie, multiculturalisme, nationale identiteit, populisme, armoede, ontwikkeling, ongelijkheid, en geopolitieke kwesties?
De enige oplossing om de schrijfschroom en de zelftwijfel te overwinnen leek me toen om de uitgewaaierde lectuur nog verder te laten uitwaaieren. Breder! Dieper! Uitwaaierende lectuur werd dus, met behoorlijke zin voor overdrijving, leeswoede.
Gelukkig werd de schrijfschroom gaandeweg wel wat gecompenseerd door zelfvertrouwen over wat en hoe te lezen.
De Republic of Letters is sinds de 17de en 18de eeuw weliswaar exponentieel uitgebreid, maar ze bestaat nog altijd, en voor de geduldige en aandachtige lezer zijn er meer dan ooit mogelijkheden om minstens waarnemend lid te worden.
Het begint bij de keuze van goede, autoritaire raadgevers en van de betere publicaties. Die leiden je via expliciete aanbevelingen, links en bibliografieën naar andere auteurs, die soms op hun beurt raadgevers worden, en zo ontstaan leeskettingen, meestal in de breedte. Van daar gaat het soms in de diepte, naar serieel lezen per onderwerp (liberalisme; multiculturalisme; Oost- en Centraal-Europa; China; Israel-Palestina; …) of per auteur (John Gray; Ivan Krastev; Stephen Holmes; alles van Joseph Heath; …).
De blogosfeer, al een paar keer vroegtijdig dood verklaard, leeft nog, voor wie weet waar zoeken, en is een goede draad om uit de hooiberg goede aanbevelingen te halen. Twitter werkt ook nog, tot spijt van wie het benijdt, voor wie weet waar zoeken, en als je de tijd neemt om tussen het kaf het koren te ontdekken.
Een opmerkelijke nieuwkomer in The Republic of Letters sinds +/- 2023 (voor mij; opgericht 2017) is Substack. Dat platform noemt zichzelf “A new economic engine for culture” en dat is ook wat het is. Technisch gezien is het een zeer degelijk platform voor publicatie, betalende abonnementen en mailings. Het richt zich op individuele schrijvers, sinds kort uitbreidend naar podcast en video. Cultureel en breed-journalistiek gezien is het een toevluchtsoord geworden voor heel wat journalisten, (aspirant) opiniemakers, en zelfs fictieschrijvers. Sommigen onder hen hebben dankzij Substack naam en faam verworven. Anderen waren al bekend van traditionele media en hebben Substack gebruikt om vrij van bemoeienis te kunnen schrijven, waarbij ze hun bestaand lezerspubliek meenamen en zo hun bekendheid beter monetiseerden. Nobelprijswinnaar Economie Paul Krugman, bijvoorbeeld, die in de New York Times twee keer per week een heel populaire en vaak controversiële column had, maakte in december 2024 de overstap naar Substack, naar eigen zeggen omdat hij de bemoeienissen van zijn eindredacteurs beu was. Een dik half jaar later heeft hij al 406,000 volgers voor zijn dagelijkse (!) column op Substack.
Het economisch model is eenvoudig en ingenieus. Het platform biedt zijn schrijvers en lezers de keuze tussen een gratis formule en verschillende betalende formules, waarmee je als lezer toegang krijgt tot sommige afgesloten artikels. De minimum-abonnementsformule is 5 dollar per maand of 30 dollar per jaar (ik heb nu een stuk of vier abonnementen lopen – moet eens checken – stuk voor stuk hun geld waard). Het platform neemt 10 procent van de abonnee-inkomsten. In november 2024 had Substack volgens Wikipedia vier miljoen betalende abonnees, over alle auteurs verspreid.
Enkele meer dan volgenswaardige namen die ik ofwel via Substack ontdekt heb ofwel daar verder ben beginnen te volgen: Scott Sumner (economie; film; algemene cultuur; reizen); Noah Smith (“just a guy who writes about economics“, maar “sometimes about other stuff like technology, geopolitics, and culture“; heeft zich op Substack met Noahpinion ontpopt tot een van de meest gezaghebbende opiniemakers aan de progressieve kant van het Amerikaanse spectrum; ongelooflijk productief; 393,000 volgers op Substack); Yascha Mounk (Duits-Amerikaanse politieke wetenschapper en essayist; 213,000 volgers op zijn Substack met politieke essays en interviews); Matt Yglesias (politiek en economie); Ted Gioia (een van de beste Amerikaans jazz- en muziekcritici, maar zijn Substack is breed-cultureel).
Ja, mijn leeslijst (die ik binnenkort ergens op dit blogje zal posten) bestaat voor meer dan 90 procent uit Angelsaksische boeken en artikels (en, wat de jongste jaren betreft, uit non-fictie, maar dat is een andere discussie; alleszins een met hartzeer zelfgekozen gat, en tijdelijk, in mijn cultuur). Dat Engelstalige is, denk ik, de staat van The Republic of Letters vandaag. Natuurlijk mis ik daarmee wel het een en het ander, maar mensen die om welke reden ook wegblijven van Angelsaksische lectuur, missen heel wat meer.
Het heeft op de eerste plaats en heel overwegend te maken met kwantiteit natuurlijk. Maar ook de kwaliteit en het vakmanschap van de Engelstalige uitgeefwereld en het uitgeefproces van concept tot nazorg – van boeken zowel als tijdschriften – zijn, onder meer door die kwantiteit en de grotere interne competitie, veel professioneler dan die in andere taalgebieden.
Via kranten en tijdschriften (betalende abonnementen op De Standaard, de Tijd en De Groene Amsterdammer), Twitter en wat nieuwsbrieven probeer ik te volgen wat er Nederlandstalig verschijnt. Maar daar moet ik me beperken tot wat ik zelf zie als verplichte lectuur binnen mijn interessegebieden. Dat waren sinds de zomer 2023 dus Patrick Loobuyck en verder onder meer Mark Elchardus (Reset. Over Identiteit, Gemeenschap en Democratie – review binnenkort alhier); Koen Schoors (Alles wordt anders); de “gespreksboeken” met Khalid Benhaddou.
Enfin, wat zit ik hier te vertellen. Zo gaat het natuurlijk ongeveer bij elke lezer. Verwoede lezers zijn dan misschien iets hardnekkiger, en minder snel tevreden, geven meer andere activiteiten op voor leestijd?
De vraag is wel: Wat is het voorlopig resultaat van die zelfverklaarde leeswoede? Telt de inspanning? Of enkel het resultaat? Met een cliché: ik heb mijn cirkel van niet-weten uitgebreid. Meer dan ooit heb ik ook zin en drang om te blijven lezen. Maar ook: ik kan mezelf in geen enkel domein expert noemen. Wel heb ik in domeinen die me buitenmatig interesseren, of waarover ik vond dat ik iets moest weten, een beetje meer achtergrond, fond en context.
Die context is allerbelangrijkst, en niet alleen omdat die in veel discussies en exposés, zeker op sociale media en in publieke debatten, schaars is. Als schrijver of als docent is het ook belangrijk om te weten: welke context mag ik veronderstellen bij de lezer of de student? Veronderstel je te veel, dan volgen een deel van de lezers of studenten je niet; te weinig, dan ben je te veel aan het uitleggen dat lezers en studenten al weten, en dan verlies je ze ook. Lezers willen – bewust of onbewust – ook weten welke context de schrijver van hen veronderstelt. Contexten creëren gemeenschappen waarin je je intellectueel thuis voelt. Er zijn daar wel degelijk gradaties in, beginnend bij wat iemand recent only a newspaper-reading level of familiarity noemde, en die dus wel degelijk heel veel te maken hebben met wat je gelezen hebt en bereid bent te lezen. Ook met reizen, besef ik hoe langer hoe meer. Op zoek naar context? Eerste stap is geschiedenis; dat is niet-onderhandelbaar.
Prat
Hoewel het er stilaan de schijn van kan hebben dat ik prat ga op wat ik de voorbije twee jaar gelezen heb, is dat helemaal niet zo.
Om te beginnen vind ik het nog altijd veel te weinig. Ik ben wel tevreden van het lijstje. Er zitten boeken en artikels tussen waarvan ik denk: Stel je voor dat ik dat niet gelezen had! Alles van John Gray is daarbij, de Britse politieke filosoof en essayist die ik pas ergens in de voorbije twee jaar ontdekt heb en die ondertussen zowat mijn intellectuele raadsman is geworden. The Light that Failed, van Ivan Krastev en Stephen Holmes: het boek dat voor mij het meest perspectief-veranderend was voor een begrip van de post-1989 geopolitiek. Marcin Piatkowski’s Europe’s Growth Champion. Insights from the Economic Rise of Poland was een eye-opener over de spectaculaire economische evolutie van Polen sinds 1989 en aanvullend (enigszins tegensprekend) op Gray en Krastev en Holmes.
Een tweede reden waarom ik niet prat ga op wat ik gelezen heb, is dat het nog altijd weinig is, vergeleken met echte veel-lezers. Academici en andere professionele veel-lezers zullen het ook allemaal wat rommelig en meanderend vinden. Maar dat vind ik minder erg.
De vierde reden is dat ik onvoldoende kan reproduceren wat ik gelezen heb. Ik dwing mezelf weliswaar meer en meer om (in mijn Obsidian) Reading-notes te maken van mijn lectuur (42 and counting). Maar dat is nog onvoldoende. “Levenslang leren” is een te gemakkelijke vrijgeleide. De passendere term zou zijn: “Levenslang studeren”. Het is een job!
Uiteindelijk: Heb ik door al dat lezen, zoals het plan en de verwachting was, mijn schrijfschroom, die ondertussen een schrijfkramp was geworden, overwonnen?
Helaas (2).
Het is te zeggen. De schrijfschroom is gebleven. Meer nog dan vóór al dat gelees blijf je achter met de vraag: Qui suis-je? Wie denk ik wel dat ik ben om ook iets te moeten schrijven? Tegelijk groeide ook het besef: Het lezen moet toch een finaliteit hebben. Doe het voor jezelf, al was het om het lezen wat te structureren. En dat, en het therapeutisch schrijven van dit postje, heeft me uit de schrijfkramp-die-nooit-had-mogen-zijn geholpen.
Genoeg! Meer dan genoeg over mezelf en mijn leeswoede en schrijfkramp. Aan de slag nu.