Pascal Cornet over Economie

Zie, dat is de moeilijke job die ik mezelf gegeven heb met reluctanteconomist.com. Mensen die ik sympathiek vind, en die ik zeer waardeer, vooral om hun intellect, proberen duidelijk maken dat ze misschien hun gedacht over “economie” moeten herzien.

Ik probeer het op kousenvoeten te doen, zonder neerbuigend of betweterig over te komen, maar besef dat ik nog niet helemaal de juiste toon gevonden heb daarvoor.

Soit. Een recente post van slimme mens Pascal Cornet op zijn zeer lezenswaardige blog Het leven als voorlopige oplossing is te exemplarisch om te laten liggen. Exemplarisch in de zin van: hoe verstandige mensen, vanuit een begrijpelijke en prijzenswaardige ethische reflex, fout over economie denken.

Het zit hem, ook bij Pascal, eerst en vooral in de toon en de impliciete oordelen:

het – onvermijdelijke – handelsverkeer“. Impliceert de toon en het tussengeworpen “onvermijdelijke” hier niet dat handelsverkeer een noodzakelijk kwaad is? Iets dat nu eenmaal bij het leven hoort, maar dat je zedig probeert weg te stoppen, zoals naar het toilet gaan?

We staan ver van de lofzang op le doux commerce van Montesquieu: “C’est presque une règle générale, que partout où il y a des mœurs douces, il y a du commerce, et que partout où il y a du commerce, il y a des mœurs douces

… schaamteloze woekerprijzen … De wet van vraag en aanbod. Die schaamteloosheid, waarmee men toegeeft aan de meest verwerpelijke economische instincten: dát is het probleem.” Het is niet correct om de wet van vraag en aanbod te linken aan schaamteloosheid en verwerpelijke instincten. Als de wet van vraag en aanbod goed (vrij) kan werken, zorgt ze voor het hoogst mogelijke maatschappelijk welzijn. Economisten van Adam Smith tot Joseph Stiglitz hebben daar lang en grondig over nagedacht en hebben een redelijk stevige (maar, toegegeven, geen onwrikbare en uitzonderingsloze) basis gegeven aan die stelling.

Het is intellectueel oneerlijk om al dat denkwerk van de Worldly Philosophers achteloos van tafel te vegen.

zwicht voor klein profijt“. De toon impliceert dat dit zwichten iets verwerpelijk is, dat “klein profijt” een kracht is die je van ware, rechte paden doet afdwalen. Alweer: doux commerce, of misschien Bourgeois Virtues: Ethics for an Age of Commerce?

De denkfout die Pascal, en met hem veel van mijn welmenende vrienden maken, is “economie” te vereenzelvigen of in dezelfde adem te vernoemen als de uitwassen die economische actoren af en toe wel degelijk begaan.
Het is een denkfout omdat availability bias en de media ervoor zorgen dat de uitwassen exemplarisch lijken voor wat de economie is en doet, zoals in het callcenterschandaal waar Pascal naar verwijst, terwijl de uitwassen (in grote mate) eerder uitzondering dan regel zijn.

Het is ook een denkfout omdat er, in de vereenzelviging, vaak achteloos dingen worden beweerd die gewoon niet kloppen.

Zoals bijvoorbeeld wanneer “de wet van vraag en aanbod” en “schaamteloosheid” in een adem worden vernoemd.

Of in Pascals worsteling met “een eerlijke prijs”. Hij bevindt zich daar overigens in goed gezelschap. Onze gezamenlijke vriend Thomas Van Aquino vroeg zich al af of er een iustum pretium, een rechtvaardige prijs, bestond, en of je iets mag verkopen voor meer dan het (“echt”) waard is. (Summa Theologiae, 2-2, q. 77, art. 1)

Ondertussen zijn we daar wel uit. Een prijs is wat hij is.

Pascal stelt wrevelig vast: “Het heeft allemaal een prijs en daar heb je je naar te schikken“.

Maar dat consumenten en bedrijven een prijs als gegeven beschouwen, waarnaar ze zich te schikken hebben, is nu net een van de vereisten
voor perfecte concurrentie
, die, samen met winstbejag, zullen zorgen voor het hoogst mogelijke maatschappelijke welzijn.

De prijskwestie wordt op de spits gedreven in de weerzin tegen “woekerprijzen” (voor sneeuwschoppen in de winter of mondmaskers en zelftesten in een pandemie) in tijden van schaarste.

Die weerzin is een begrijpelijke ethische reflex, maar misplaatst vanuit het oogpunt van efficiëntie.

Wat doet immers een “woekerprijs” in tijden van schaarste?
A price is a signal wrapped up in an incentive.
Hij zorgt ervoor dat de sneeuwschoppen, mondmaskers of zelftesten terechtkomen bij mensen die ze het meest nodig hebben.
Hij zendt tegelijk een signaal naar de producenten van die goederen om er meer van te produceren.

Probleem efficiënt opgelost, en met het grootste maatschappelijke welzijn als resultaat.

Ik weet, efficiëntie hoort thuis in het rijtje “winstbejag”, “vraag en aanbod”, “klein profijt”, “economische instincten”.

Maar hoewel efficiëntie een politieke wees geworden is, is het wel degelijk een ethische, na te streven waarde.

Neen, economie boort niet het beste in de mens aan,” vindt Pascal. Bwa, misschien niet het aller- allerbeste, maar toch het betere (Bourgeois Virtues). Bijvoorbeeld vergeleken met een maatschappelijke organisatie waarin het de kasteelheer of de dictator of de bisschop is die, in plaats van de burger zelf, bepaalt wat “het beste” is voor die burger?

Het handelsverkeer is inderdaad “onvermijdelijk”. Niet omdat het ons doet “zwichten voor het kleine profijt” of omdat het blijk geeft van “schaamteloosheid”, maar omdat het win-win is. In de miljarden handelstransacties die mensen dagelijks verrichten, vinden zowel koper als verkoper een surplus. Anders zouden ze niet plaatsvinden.

Pascal geeft ruiterlijk toe: “En neen, ik weet geen alternatief.” Maar hij ontsnapt toch niet aan de verleiding om een snelle gooi te doen:

(H)et zou anders kunnen. Met solidariteit in plaats van winstbejag. Eerlijkheid in plaats van fraude en leugenachtigheid. Rechtvaardige verdeling in plaats van rijker willen zijn dan nodig is.

Dat lukt niet, Pascal. Je krijgt het niet georganiseerd. Misschien wel op de kleinere schaal waarin we samen gaan kamperen, maar niet op de grotere maatschappelijke schaal die ons hier zou moeten interesseren.


“Samen bouwen aan een alternatief voor big tech”

Dat is de titel van een opiniebijdrage van de Nederlandse schrijver, journalist en muzikant Aafke Romeijn in De Standaard.

Zij gaat op zoek naar “een alternatief dat niet gedreven wordt door winstbejag, en dus geen deel uitmaakt van het bedrijfsleven.”

Je verwacht dan een Wikipedia-achtig open-source voorstel. En waarom niet? Zou wel eens kunnen lukken, als je enkele gedreven ontwikkelaars en ondernemers vindt.

Maar Romeijn heeft iets anders voor ogen:
Een wereld waarin de weerzin tegen big tech dusdanig is gegroeid dat Europese burgers massaal kiezen voor een door de gezamenlijke Europese overheden opgezet sociaal netwerk, waarin niet alleen alle socialemediafuncties zijn samengebracht, maar ook alle digitale overheidsdiensten.”

Lees het inderdaad nog maar eens, het staat er echt. Dit is het beste wat een Europese intellectueel kan bedenken tegen de grote boze Amerikaanse Big Tech.

Je kan nog discussiëren over de wenselijkheid van een sociaal netwerk dat mee wordt gecontroleerd door onder meer Viktor Orbán in plaats van Mark Zuckerberg. Evgeny Morozov, die met een iets doordachtere kritiek en concrete voorstellen mijn boutade-stelling bewijst dat de beste kritiek op Amerika niet uit Europa komt, maar uit Amerika, hoorde ik op een conferentie enkele jaren geleden zeggen dat (wat eigendom van data betreft) “if I have to choose between a future where government calls the shots or corporations call the shots, I choose government.”

Je kan voor mijn part tegen winstbejag zijn; je kan tegen het bedrijfsleven zijn; je mag hopen dat je club van mensen met “weerzin tegen big tech” almaar groeit. Het getuigt volgens mij niet van groot inzicht in hoe de economie werkt, maar soit. Maar als je dan alternatieven voorstelt, probeer dan met iets te komen dat enige kans op slagen heeft.

Het voorstel van Romeijn deed immers een belletje rinkelen.

Goed vijftien jaar geleden lanceerden de toenmalige Franse president Jacques Chirac en de Duitse Kanselier Gerhard Schröder met fanfare een voorstel om met Quaero een “Europese Google” te bouwen.

Zoals dat dan gaat, kreeg het project forse steun van de Europese Commissie. Meer dan twee dozijn Europese onderzoeksinstellingen sprongen gretig op de kar.

Na ruzie tussen Franse en Duitse onderzoekers, onder meer over of Quaero een tekstgebaseerde zoekmachine moest worden of een multimedia-gebaseerde, werd het project in december 2013 in stilte begraven.


Dinsdag quote

(W)hen an author asserts that “history proves” a point, the reader should simply read instead, “I propose to assume without evidence.”

Frank H. Knight (1924). The Limitations of Scientific Method in Economics, in The Ethics of Competition, p119

Maandagse gevarieerde links

  • Het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics voorspelt dat er in de VS tussen 2020 en 2030 11.9 miljoen jobs bijkomen, een groei met bijna 8 procent. Hier is een goede visualisatie van de groeiers en krimpers, en hun loonniveau. De grootste procentuele groei komt er bij windturbine-technici, verpleegkundigen, installateurs van zonnepanelen en statistici. Thuiszorg en persoonlijke verzorging zullen de grootste absolute groei kennen (+ 1.1 miljoen).
  • Hoeveel zou Bach vandaag verdienen op Spotify? LeipzigTravel rekent voor dat de componist met 6.7 miljoen streams per maand, a 0.0037$ per stream, net geen 300,000 dollar per jaar zou verdienen. De Eerste Cellosuite alleen al zou hem tot nu toe 25 miljoen dollar hebben opgebracht.
    De muziekindustrie, die de eerste was om getroffen te worden door de Internetrevolutie, lijkt zich overigens te herstellen. De industrie groeide met 54 procent tussen 2014 en 2020, na een krimp van meer dan een decennium. Maar de gedaante van de industrie is wel veranderd: online streaming tekent nu voor 62 procent van de omzet.
    En volgens de gezaghebbende Amerikaanse muziekcriticus Ted Gioia is die gedaanteverandering nog niet ten einde. Gioia waagt zich aan twaalf voorspellingen. Onder meer: De inkomsten van muzikanten zullen blijven krimpen; platenmaatschappijen zullen stilaan ophouden nieuwe artiesten te lanceren; muzikanten zullen daarom verhuizen naar platformen als TikTok, YouTube en Bandcamp om door te breken. Het publiek luistert naar playlists en vergeet stilaan de naam van de artiesten.
  • Onderzoekers van de University of Washington zijn erin geslaagd kwaadaardige software mee te geven met DNA-strengen. Een gen-sequencer zou op die manier kunnen aangevallen worden.
  • De recente korte panne van Facebook en aanverwanten was maar een kleine 2 op de “Richter-schaal voor systeempannes” die Matt Webb voorstelt.
  • Scott Alexander, van het onvolprezen Astral Codex Ten, doet een dappere poging om de koolstof-voetafdruk van verschillende individuele activiteiten, aanpassingen in levensstijl, en institutionele actoren in te schatten. Met meer dan een een paar slagen om de arm.

Nobelprijs Economie: een prijs voor een onvolwassen wetenschap

David Card (de ene helft) en Joshua Angrist en Guido Imbens (de andere helft) wonnen dinsdag de Nobelprijs Economie.

Card kreeg de prijs voor zijn “empirisch bijdragen aan arbeidseconomie”; Angrist en Imbens voor hun “methodologische bijdragen aan de analyse van causale verbanden”.

De persmededeling van het Nobelcomitee vat het goed samen.

Marginal Revolution geeft, zoals gewoonlijk, een goede samenvatting en de juiste links.

Hier is ook een heldere samenvatting van de bijdrage, en daaropvolgende controverse, van Card.

De methodologie om “natuurlijke experimenten” te gebruiken voor de analyse van causale verbanden is eigenlijk gemeenschappelijk aan de vernieuwingen die de drie winnaars hebben bijgebracht.

Card heeft die methodologie onder meer toegepast in een baanbrekend artikel (samen met wijlen Alan Krueger) over het effect van een verhoging van het minimumloon op de werkgelegenheid. Standaard economische theorie zegt dat een verhoging van het minimumloon zou leiden naar een lagere werkgelegenheid. Card en Krueger (1994) gebruikten een “natuurlijk experiment” – twee staten, een waar het minimumloon niet verhoogd werd; de andere waar dat loon wel verhoogd werd – om aan te tonen dat het effect op de werkgelegenheid niet negatief was.

Card gebruikte dezelfde methodologie – de plotse toevloed van Cubaanse migranten in Miami in 1980 in de zogenaamde Mariel boatlift – om aan te tonen dat die plotse uitbreiding van het arbeidsaanbod geen neerwaarts effect had op de lonen. Adam Tooze vertelt het verhaal van dit onderzoek en de controverse die erop volgde.

Angrist en Krueger (1991) gebruikten een gelijkaardige methodologie met natuurlijke experimenten om bijvoorbeeld het effect van scholing op inkomsten te onderzoeken.

Zoals Alex Tabarrok van Marginal Revolution het zegt: de methode van de drie Nobelwinnaars lijkt vandaag evident, ook in de manier waarop de algemene pers bericht over economisch onderzoek, maar was destijds baanbrekend en briljant. Economisten die na hen kwamen, hebben misschien niet de conclusies, maar wel de methodes overgenomen als de standaard. En dat is een verdienste die tot de Nobelprijs leidt.

Petite histoire: Imbens is de derde Nederlander die de Nobelprijs Economie wint, na Jan Tinbergen in 1969 en Tjalling Koopmans in 1975. Imbens is gehuwd met Susan Athey, die in 2007 de John Bates Clark Medal won, vaak een voorspeller van een latere Nobelprijs. Medewinnaar Joshua Angrist was de getuige op hun huwelijk.

Wat deze Nobelprijs alleszins ook toont – eens te meer – is hoe onvolwassen de economische wetenschap is.

De conclusies van Card en Krueger uit 1994 – dat een verhoging van het minimumloon niet noodzakelijk leidt tot hogere werkloosheid – worden nog altijd hevig bediscussieerd en in twijfel getrokken. Voor alvast een economist was de Nobelprijs voorwaar een illustratie hoe economie is verworden tot socialistische propaganda.


Zaterdag quote

“[T]he general direction of trade cannot be a science; for it is impossible. … We ought to be persuaded that, in order to attain to that knowledge which is requisite for the direction of commerce, it is not enough to know the different interests of different nations, provinces and societies; but we must also understand the interests and connections of individuals, together with the quality and value of each commodity. He therefore, who is mistaken in the least article, will direct amiss, and enact preposterous laws.
… [T]he instinct of the bee does more in this particular, than the genius of the greatest politician.”

Marquis d’Argenson (1751). The General Directing of Trade Cannot Be a Science (edited by Benoît Malbranque)

Slimmer werken door Corona: dark kitchen industry

In de reeks “slimmer werken door Corona”, afdeling horeca. Anekdotische evidentie leerde al dat mijn vaste ontbijtstek tijdens Corona dankzij thuisleveringen, die ze “aan de lopende band” konden maken, een grotere omzet realiseerde dan vóór Corona.

In Parijs is er in dezelfde periode een pizza-leverancier gestart, Cala. Nu pas is bekendgemaakt dat de pizza’s van Cala gemaakt worden door een robot.

Cala, opgericht door de toen 19-jarige Ylan Richard, kon kwaliteitsvolle pizza’s maken en leveren vanaf 8€. Het restaurant scoort in de top 1% voor afhaalrestaurants in Parijs.

Door de keuken te vervangen door een robot die maar drie vierkante meter inneemt, en geen zitplaatsen te voorzien, bespaart Cala al minstens 60 procent op vastgoedkosten, die typisch een derde van de kosten van een restaurant uitmaken.

De andere derden zijn voor voor arbeid, waarop Cala ook kan besparen, en voor grondstoffen.

De besparingen gaan dan voor een deel in betere grondstoffen.

“Op die drie vierkante meter kunnen we 1,200 maaltijden per uur klaarmaken,” citeert Sifted, een nieuwssite over startups in Europa, de oprichter. “Een McDonald’s kan op 125 vierkante meter maar 550 maaltijden per uur serveren.”

Cala, zo leerde ik uit het artikel, maakt deel uit van de opkomende dark kitchen industry, aka cloud kitchens, waar enkel afhaalmaaltijden worden geproduceerd.

De technologische innovatie van keukenrobotten opent nog andere mogelijkheden voor nieuwe industrieën. Alex Tabarrok fantaseert over top chefs die hun recepten verdelen via cloud kitchens, of een abonnementendienst voor receptenalgoritmes voor particulieren met keukenrobots.

Zegt een zure commentaar onder de post op marginal revolution over Cala:
“A robot would be an improvement over any native French pasta chef.”

Louis de Funès draait zich in elk geval om in zijn graf.


China volgen is niet evident. Een tip (2)

Het meest recente en bijzonder belangwekkende nieuws uit China is de zwenking die president Xi Jinping neemt over de sturing van de Chinese maatschappij en economie door de overheid.

Andrew Batson, die ik in vorige post tipte als een heel goede filter voor het nieuws uit China, heeft daar twee recente posts over (en hier).

Het nieuws uit China ging deze zomer over het plotse hardhandig optreden van de Chinese overheid tegenover bedrijven en bedrijfsleiders. Dat gaat zeer breed, van boetes en inperkingen voor internetbedrijven, bijlesgevers, de gamingindustrie, en de onlineverzekeringen tot verbod of inperkingen op cryptomunten en zelfs boybands, en gevangenisstraffen of zelfs terdoodveroordelingen voor corrupte zakenlui.

De interpretaties van deze golf van overheidsingrijpen, zo vat Batson samen, gaan van het onschuldiger “de Chinese overheid doet wat Westerse overheden eigenlijk ook graag zouden doen”, tot het grimmiger “Xi Jingping brengt het socialisme terug”.

Die tweede interpretatie, die ook die van De Standaard is in een recente podcast, China’s oorlog tegen private bedrijven is behoorlijk fout, denk ik in navolging van Batson.

De nieuwsberichten gaan over maatregelen tegen concurrentievervalsing en monopolies, over bescherming van data, privacy en intellectuele eigendom, over arbeidsomstandigheden en over regelrechte corruptie.

Wat de Chinese overheid daarmee lijkt te doen, is geen “inperking van de vrije markt door de partij”, zoals De Standaard stelt, maar net een versterking van de regels die de vrije markt moeten vrijwaren.

Het verschil met hoe het Westen het aanpakt, lijkt dan vooral te zitten in de druk die de overheid blijkbaar kan en wil uitoefenen. Waar we in het Westen in niet geringe mate een beroep doen op zelfregulering en een verondersteld ethisch besef van ondernemers, zegt de Chinese overheid: zo, niet anders en snel, en wie niet horen wil, zal voelen.

Het verhaal gaat overigens ook breder dan harde maatregelen tegen bedrijven. Een van de mantra’s van president Xi Jinping sinds begin dit jaar, en ondertussen verheven tot een van China’s politieke prioriteiten, is common prosperity, welvaart voor allen. China heeft blijkbaar gekeken naar de evolutie van het kapitalisme in het Westen en heeft zich, in retoriek althans, voorgenomen om het ongelijkheidsprobleem aan te pakken voor het ontwrichtender wordt.

Nog een persoonlijke anekdote over die evolutie van het kapitalisme in het Westen. Tijdens mijn reportagreis in China, begin jaren 1990, was de lectuur die ik meehad in de valies op. In een boekenwinkel heb ik toen een van de weinig Engelstalige boeken gekocht die er te vinden waren, een slordig gedrukte Charles Dickens. Helaas ben ik vergeten dewelke. Maar de confrontatie en vergelijking tussen Dickens, die het Engeland van het midden van de 19de eeuw beschreef, en de realiteit van China aan het einde van de 20ste eeuw was een interessante historische lens om naar China te kijken.

Hoe pakken we grote en groeiende ongelijkheid aan? “Bij ons” zijn we ondertussen bijna geconditioneerd om te grijpen naar hogere belastingen en door de overheid georganiseerde herverdeling.

Zegt Batson: “It does not sound like “common prosperity” is going to produce a radical increase in taxation or redistribution.”

In een zeer inzichtelijke post, Contributing to common prosperity is compulsory, legt hij uit hoe de Chinese overheid door min of meer subtiele druk bedrijven en rijke ondernemers alvast kan nudgen om meer dan een steen bij te dragen om de ongelijkheid te milderen.

Batson verwijst onder meer naar een berekening van Fortune, waaruit blijkt dat vijf van de rijkste Chinese ondernemers in de jongste acht maanden 13 miljard dollar hebben geschonken aan liefdadigheidsorganisaties en -initiatieven.

Die georganiseerde filantropie, met wellicht meer dan zachte druk van de overheid, lijkt het midden te houden tussen de Amerikaanse versie, waar bedrijven en ondernemers zich met enorme belastingvoordelen een goed geweten kopen, en de Europese versie, die alles, ook de organisatie van de herverdeling, aan de staat overlaat.

Wat er aan de hand is, aldus Andrew Batson, is dat de Chinese overheid haar sturing van de economie en van de maatschappij op een systematische en doordachte manier aan het uitbreiden is van een focus op groei en sturing van welbepaalde industrieën (zware industrie, dan consumentengoederen, dan high tech) naar een veel bredere waaier van maatschappelijke domeinen. Een “industrial policy for everything“. Maar dan wel in het algemene kader van een vrijemarkteconomie.

In zijn meeste recente post, Industrial policy, but for the whole society, geeft Batson een samenvatting en commentaar bij een lezing door Barry Naughton aan Stanford University, The Summer of 2021: Consolidation of the New Chinese Economic Model.

Barry Naughton is de So Kwan Lok Chair of Chinese International Affairs aan de University of California San Diego, School of Global Policy & Strategy. Hij is volgens Batson een van ‘s werelds meest gerespecteerde economisten als het over China gaat. Zijn boek The Chinese Economy: Transitions and Growth (2007) is een standaardwerk.

Naughton, zo vat Batson samen, stelt dat “we’re seeing the consolidation of a new model, in which the Chinese government decisively steers a predominantly market economy.”

Wat we in de zomer van 2021 meemaakten, volgens Naughton, is dat de Chinese overheid vrij plots haar (economische) beleidsdoelstellingen uitbreidde van twee (economische groei en high-tech ontwikkeling) naar een portfolio van zes of meer.

Naughton maakt het lijstje, dat wellicht niet volledig is:

  1. Data security and control
  2. De-risk and enhance control of the financial risk
  3. Raise the birth rate by reducing the burden on families
  4. Rebuild new decentralized cities, while keeping housing prices low
  5. Reduce carbon emissions, pollution and global warming
  6. Common Prosperity

De reden dat deze uitbreiding van beleidsdoelstellingen als een schok ervaren werd, zowel binnen als buiten China, was niet alleen dat ze zo plots kwam, maar ook dat de lijst van deze doelstellingen ingebouwde conflicten heeft, en dat het nog niet duidelijk is welke instrumenten de overheid zal gebruiken om ze te bereiken.

Vindt Batson: “Preliminary conclusions anyway — no doubt the Chinese government will give us plenty more to figure out in coming months.”

Lees de volledige post, en andere posts van Andrew Batson.


China volgen is niet evident. Een tip (1)

China is niet alleen op economisch vlak, maar ook in andere domeinen, een van de moet-volgen topics voor de hedendaagse geïnteresseerde mens.

Maar hoe begin je daaraan?

Voor algemeen nieuws en inzichten zijn, zoals meestal, The Economist en de Financial Times de beste bronnen. Zij hebben reporters ter plaatse, en slimme specialisten die zich volledig kunnen toeleggen.

Economisch blogger Tyler Cowen probeert ook bij te blijven en signaleert vaak interessant leesvoer (het beste algemeen boek over China?)

In Vlaanderen is De Tijd vrij volledig in het volgen van het belangrijkste economisch nieuws. De Standaard journaliste Giselle Nath, die ook onder meer India en Afghanistan moet volgen, schrijft af en toe een interessante analyse.

Mijn interesse in het economische verhaal van China is vroeg begonnen. Als redacteur Economie op De Standaard kon ik begin jaren 1990, na lang aandringen, een geweigerd visum door de Chinese ambassade en hulp van de (destijds alleszins) behoorlijk Maoïstische Vereniging België-China, een reis van vier weken maken door China (Bejing, Shanghai (toen nog een wereldstadje in opkomst), Wuhan(!), een of ander modeldorp waar elk gezin een Passat had, en waar, zo bleek tijdens het bezoek, de Mexx-broek die toen aanhad moest geproduceerd zijn, Shenzen, Tsingtao (voor de brouwerij) en Hongkong).

Het was het prille begin van de economische groeispurt van China. De artikelenreeks die ik nadien geschreven heb, was geen topjournalistiek. Ik was onvoldoende voorbereid, had teveel aan het handje moeten lopen van plaatselijke toegewezen gidsen, sprak de taal niet, en weinig Chinezen spraken goed Engels. En mijn foto’s trokken op niets.

Maar ik heb toen wel gevoeld: hier staat iets te gebeuren dat de wereld gaat veranderen. En ik heb er een grote voorliefde voor de Chinese keukens aan overgehouden.

De tip dan.

Andrew Batson is sinds 2011 China research director for Gavekal Dragonomics een onafhankelijke researchfirma met bureaus in Hong Kong en Beijing, waar hij woont. Voordien was hij journalist voor onder meer The Wall Street Journal en Dow Jones in Beijing en Hong Kong.

Batson schrijft sinds 2013 een eigen blog waarin hij, met 2-3 posts per maand, een heel goede selectie maakt van nieuws, achtergrond, analyse, en lectuurtips over China.

Voor mij is hij de filter voor nieuws en vooral achtergrond over China. Er zijn er vast en zeker andere, maar dan zal Batson daar vroeg of laat ook wel naar verwijzen, is mijn indruk.

De blog is goed geschreven. Batson heeft een brede belangstelling: zijn jaarlijkse best-books lijst, fictie en non-fictie, breder dan China, is een snoepwinkel. En hij heeft ook een goede muzikale smaak.

Volgende post: Batson (en mezelf) over achtergrond en analyse van het meest recente nieuws uit China.


Zaterdag quote

The margin for the possible improvement of their lot is confined within narrow barriers which cannot be passed and the problem of their elevation is hopeless. As a body, they will not rise at all. A few, more energetic or more fortunate than the rest, will from time to time escape … but the great majority will remain substantially where they are. The remuneration of labor, as such, skilled or unskilled, can never rise much above its present level.

John Elliot Cairnes (1874). Some Leading Principles of Political Economy, p 291

*The Ethics of Capitalism. An Introduction* (2020)

De auteurs zijn Daniel Halliday en John Thrasher, twee Amerikaanse filosofen. Het boek presenteert zich en is opgebouwd als een inleidend handboek over politieke economie voor filosofen en economen. Maar het is zeer goed leesbaar voor een algemeen publiek, met voldoende verwijzingen en bronmateriaal voor wie dieper wil duiken.

Halliday en Thrasher zijn mild en kritisch pro-kapitalisme. Ze beginnen met de vaststelling dat Everyone Hates Capitalism en het boek kan gelezen worden als een poging om uit te leggen waarom dat niet helemaal terecht is. Maar ze zijn niet-dogmatisch, gaan de netelige vragen niet uit de weg, en als ze standpunten innemen, doen ze dat op een open manier, die studenten zal helpen om zelf kritisch te denken.

Ik miste een afsluitend hoofdstuk.

Wellicht het beste handboek over het onderwerp dat vandaag beschikbaar is. Het heeft ook een beperkte companion website, met onder meer een bonushoofdstuk over Capitalism and COVID.


Vrijdagse gevarieerde links

  • De Amerikaanse grande dame van de economische geschiedenis Deirdre McCloskey veranderde niet alleen van geslacht, maar ook, en vaker, van (economisch) gedacht. In een biografisch essay, Apologia Pro Vita Sua: A History of My Economic Opinions legt ze uit hoe en waarom.
    I was raised as a Democrat and then became a socialist and then a Keynesian and then an economic engineer and then gradually a classical liberal economist, though never what could be called a European-style conservative. And finally I became an exponent of the humanities in economic science, though continuing to look with favor on numbers.”
  • Een survey bij 10,000 economisten peilt naar hun opinie over het wat en hoe van economisch onderzoek.
  • Voor economisten: heel degelijke opfrissing van (de evolutie van) macro-economie sinds de begindagen tot nu.
  • The Economist heeft een voorspellingsmodel voor de Duitse verkiezingen van nu zondag 26 september. Ze gebruiken de jongste polls en gooien daar artificiële intelligentie, machine learning en expert analytics tegenaan.
  • Onwezenlijke time-lapse van de Melkweg. Nog al gezien, natuurlijk. Maar fotograaf Eric Brummel liet zijn camera roteren tegen dezelfde snelheid als de aarde, in de tegenovergestelde richting. Daardoor blijft de hemel stabiel en “zie” je de aarde draaien.

Pro-markt is niet pro-business

Elk jaar geven de Vlaamse en de federale overheid miljardensubsidies aan de bedrijven, niet omdat het goed beleid is, maar onder druk van de lobby’s …
Altijd duiken dezelfde argumenten op: die subsidies, elk jaar vele miljarden euro’s, zouden garant staan voor jobs, investeringen, innovatie, wat al niet. Die vermeende effecten zijn altijd erg abstract, moeilijk te bewijzen en laten veel ruimte voor gratuite beweringen.

Dat is uit een scherpe, factuele en goed geresearchede column van senior writer en bevlogen pen Marc Reynebeau van De Standaard.

De aanleiding is de recente uitspraak van het Europees Hof van Justitie dat de Belgische fiscus met de excess­-profit rulings illegale staatssteun aan multinationals verleent. Het Hof volgt daarmee Europees commissaris Margrethe Vestager, die al jaren die overwinstrulings aanvecht.

Reynebeau legt de vinger op een zeer zere wonde, die overal wel woekert, maar die in België te weinig wordt blootgelegd of aangeklaagd. Politici, ook en zelfs vooral als ze zich voorstanders van de markteconomie verklaren, zijn in hun handelen vaak niet pro-markt, maar pro-business. En dat is iets heel anders.

Een goed werkende kapitalistische vrije markt heeft een overheid nodig die de regels van die markt oplegt en afdwingt, en een level playing field creëert voor alle spelers.

Reynebeau reconstrueert hoe in het gekonkel rond de overwinstrulings alvast Open VLD, N-VA en CD&V, alledrie pro-markt (en anti-overheidsbeslag) in woorden, in daden gewoon pro-business zijn, en aan de leiband lopen van lobby’s. Waardoor ze het overheidsbeslag op de economie royaal laten stijgen.

De argumentatie die die politici dan aanvoeren – jobs! investeringen! innovatie! … – ontmaskert Reynebeau als abstracte retoriek, waar achteraf meestal heel weinig van terechtkomt, of die moeilijk hard te maken is.

Bijzonder kwalijk in dit duistere gebeuren is de draaideur tussen politiek en bedrijfsleven, waarmee de lobbyisten zichzelf en hun klanten op een discrete manier het leven gemakkelijk maken.

Reynebeau brengt nog eens onder de aandacht dat de kabinetschef van Johan Van Overtveldt, destijds als minister van Financiën een van de grote verdedigers van de overwinstrulings, na een passage van zes maanden op het kabinet Financiën, de politiek verliet en een advocatenkantoor begon dat zich specialiseerde in … overwinstruling.

(Z)olang politici voorrang blijven geven aan subsidiebeluste, discrete lobby’s en hun in woordenbrij verpakte dogma’s, zullen ze vrede nemen met ritueel gejammer over het hoge overheidsbeslag of over de vermeende, maar toch dringend te beteugelen gulheid van de welvaartsstaat.

Eentje om bij te houden.