Do no harm?

In de vacatures voor freelancers die de Vlaamse Overheid via Connecting Expertise verspreidt, staat sinds kort bij sommige vacatures volgende “belangrijke mededeling”:

Deze opdracht wordt (deels) gefinancierd met middelen die afkomstig zijn uit de Faciliteit voor Herstel en Veerkracht (FHV) van de Europese Unie.
Om de financiering ervan te verzekeren, dient het beginsel “geen ernstige afbreuk doen aan” (ofwel “do no significant harm” (DNSH)) in acht genomen te worden.
Door het indienen van een offerte verbindt de inschrijver zich ertoe om bij de uitvoering van de opdracht op geen enkele wijze ernstige afbreuk te doen aan de volgende zes milieudoelstellingen: 1) de mitigatie van de klimaatverandering; 2) de adaptatie aan de klimaatverandering; 3) het water en marine leven (inclusief grondwater); 4) de circulaire economie; 5) preventie en controle van vervuiling en 6) biodiversiteit en ecosystemen.

In sommige verduidelijkende teksten over de maatregel wordt gesproken over een “groene eed”

Men ziet wel de algemene logica van zo’n maatregel. Als de EU met het herstelprogramma NextGenerationEU een budget van 724 miljard euro besteedt voor leningen en subsidies ter ondersteuning van groene en digitale hervormingen en investeringen van EU-landen, dan mag ze vragen dat de projecten die gefinancierd worden “proper” zijn.

Maar toch:

  • Hoe gaan de Vlaamse overheid, alle andere Europese overheden, en dan nog eens de EU zelf, het correct naleven van deze groene eed controleren en eventueel sanctioneren? Ik vond daar niet meteen iets over. Maar je krijgt hoofdpijn als je denkt aan de procedures en het papierwerk die nodig zouden kunnen zijn om de maatregel strikt te doen naleven. Zowel bij de overheid zelf als bij de contracterende bedrijven. En als we hem niet strikt doen naleven, wat is er dan de zin van?
  • Zoals ik het lees, zou de maatregel kunnen betekenen dat je als bedrijf of freelancer moet kunnen aantonen dat je bij het uitvoeren van de opdracht “niet teveel” CO2 uitstoot (er volgde meteen een rel met een aantal Oost-Europese staten die vonden dat gas niet onder do no harm mocht vallen), of “geen ernstige” schade toebrengt aan de biodiversiteit, of met gerecyleerd papier hebt gewerkt. Maar hoe toon je zoiets aan? Het enige eerlijke antwoord lijkt me te zijn: “Ik zou het bij God niet weten. Hier zijn al mijn aankoopfacturen en mijn logboek van wat ik gedaan heb, uur per uur. Zoek het uit.”

Onze regelgevende staat is op hol geslagen.