Laat ons een betere wereld uittekenen?

Oxfam publiceerde onlangs The Inequality Virus, een rapport waarin de organisatie stelt dat Corona de ongelijkheid in landen doet toenemen, en waarin ze aanbevelingen doet voor de creatie van een meer gelijke, rechtvaardige en duurzame wereld.

Het debat over het herstel na de Coronacrisis is belangrijk; er is een momentum en we moeten daarvan gebruik maken. Helaas, de enige bijdrage die Oxfam met deze publicatie levert, is een profilering van Oxfam.

Dit is een rapport van een groep mensen die ervan overtuigd zijn dat ze de contouren van een betere wereld kennen en dat we enkel hun quasiwetenschappelijke inzichten en voorschriften moeten volgen om die betere wereld te realiseren. Werelddesign voor gevorderden. “Governments around the world have a small and shrinking window of opportunity to create a just economy after COVID-19.”

Want voor Oxfam is het alvast duidelijk hoe de huidige economie draait, en wat er dus gefikst moet worden. “They can do this by urgently transforming the current economic system, which has exploited and exacerbated patriarchy, white supremacy and neoliberal principles. A system that has driven extreme inequality, poverty and injustice.”

Je kan een wereldbeeld hebben, en daarover van mening verschillen, maar het wordt moeilijk discussiëren met mensen die zo flagrant een loopje nemen met de feiten. “The coronavirus crisis has shown us that for most of humanity there has never been a permanent exit from poverty and insecurity.” (mijn nadruk)

Most of humanity and never? Even checken.

In 1981, de periode dat het vermaledijde neoliberalisme volgens Oxfam het dominante economische model werd, was 43 procent van de wereldbevolking extreem arm (1.9 miljard mensen). In 2017 is het percentage in extreme armoede gedaald tot 9.3 procent en het aantal mensen tot 702 miljoen, een daling met 1.2 miljard.

Of verder terug. In 1800 was 90 procent van de wereldbevolking extreem arm; in 1900 72 procent en in 1974 de helft. De knapste visualisatie van de langetermijnevolutie, en de meest overtuigende weerlegging van “most of humanity” and “never”, is die van de goede mensen van Gapminder.

Natuurlijk zijn een percentage van 9 procent extreem armen en 702 miljoen mensen niets om vrolijk van te worden. En de Wereldbank waarschuwt inderdaad dat “global extreme poverty is expected to rise in 2020 for the first time in over 20 years“. Maar het zou bijzonder eigenaardig zijn mocht een wereldwijde pandemie niet dat effect hebben. Gelukkig is het armoede-effect in veel landen getemperd door overheidsmaatregelen.

Nergens in het rapport van Oxfam vond ik enige historische nuancering van de armoedecijfers.

Dat komt wellicht omdat ze er te hard op gebrand waren hun punt over ongelijkheid te maken. De analyse van dit complexe probleem is volgens Oxfam ook weer snel gemaakt: “This extreme inequality is the product of an exploitative economic system that is designed to benefit a wealthy and powerful few. It is built on neoliberal economics and the capture of politics by elites (met een verwijzing naar een pamflet van Oxfam als “bron”).

Nu weten we uit iets meer onderbouwde analyses, bijvoorbeeld die van Branko Milanovic, dat “the capture of politics by elites” inderdaad een prangend probleem is en een oorzaak van toenemende immorele ongelijkheid. Maar neoliberal economics op dezelfde beklaagdenbank zetten als de onderbouw van een een systeem dat “is designed to benefit a wealthy and powerful few” is een te simpele en ongenuanceerde analyse, op zijn zachtst gezegd.

Maar nuance is niet meteen wat Oxfam beoogt in dit rapport. Zoals wel vaker gebeurt in debatten over ongelijkheid, kiest Oxfam voor een gemakkelijk en populistisch inspelen op afgunst en goedkope verontwaardiging.

Als je het loon van de best betaalde asset fund manager in Groot-Brittannië vergelijkt met dat van een pas afgestudeerde verpleger (1,400 keer meer), dan heb je gescoord, maar draag je weinig bij tot de analyse. Idem met de berekening dat Jeff Bezos, de oprichter van Amazon, elk personeelslid een bonus van 105,000 dollar zou kunnen betalen vanuit zijn toegenomen weelde tijdens de Coronacrisis. Of met de onthulling dat de verkoop van private jets toenam tijdens die crisis.

Oxfam baseert de kernboodschap van de publicatie – Corona zal de ongelijkheid doen toenemen – op een rondvraag bij 295 niet-geïdentificeerde economisten.

Branko Milanovic, die van de studie van ongelijkheid zijn levenswerk maakt, houdt zijn oordeel in beraad: “What can we say about the impact of the pandemic on the global distribution of income? It is hard to say anything meaningful now … We are totally in the dark. Most of what we say today may be proven wrong tomorrow. If someone is right, it may be not necessarily because they are smart, but because they are lucky.”

Nobelprijswinnaar Angus Deaton doet in een recente paper, COVID-19 and Global Income Inequality, een voorzichtige poging. Hij komt tot de voorlopige conclusies dat de toename in ongelijkheid binnen landen in veel landen is gecompenseerd door overheidsmaatregelen; dat de ongelijkheid tussen landen door de pandemie sneller dan voordien is gedaald volgens een maatstaf en licht is toegenomen volgens een andere maatstaf.

Erger dan de profileringsdrang in dit rapport, zijn de concrete maatregelen die Oxfam voorstelt. Ze zijn erger omdat ze in het beste geval onwerkbaar zijn en in het slechtste geval schadelijk voor net datgene wat Oxfam zou moeten willen bereiken: een einde maken aan extreme armoede.

In de voorstellen komt designdrang op de proppen, de trouwe metgezel van profileringsdrang. “Inequality should be prevented from happening in the first place. To do this, businesses should be redesigned to prioritize society, rather than ever greater payouts to rich shareholders.”

We moeten ondernemingen dus massaal, wereldwijd gaan redesignen. Sta daar even bij stil. Hoe gaat dat praktisch in zijn werk?

Oxfam heeft alvast een praktisch idee: Als we nu eens de extra-winsten die ondernemingen zoals Amazon hebben geboekt dankzij Corona wegbelasten en dat uitkeren aan werklozen en aan kinderen en ouderen in de armste landen?

Amazon heeft inderdaad goed verdiend aan de pandemie. Mag het? Het bedrijf heeft de periode een heel stuk draaglijker gemaakt voor miljoenen mensen, onder wie de 427,300 werknemers die het aangeworven heeft tijden de crisis, een groei-exploot dat in de Amerikaanse bedrijfsgeschiedenis niet gezien was sinds het begin van de Tweede Wereldoorlog.

Laat ons dan zeker ook de Wase Werkplaats aanpakken. Dat maatwerkbedrijf speelde in op de crisis door in zijn farma-afdeling covidtesten, mondmaskers en handgel te verpakken, en door bij Pfizer in Puurs enclavewerknemers te plaatsen.

De kans dat zulke voorstellen aangenomen en onverkort uitgevoerd worden, is nul.

Waarom doet Oxfam ze dan? Designdrang. Nu is daar in se niets mis mee, maar je moet weten wat kan gedesigned worden, en door wie, met een redelijke graad op succes. Een vaccinatiestrategie? Liefst wel. Hoe ondernemingen wereldwijd werken en georganiseerd zijn? Mmm. De kans dat zelfs Janet Yellen en het IMF hier hun tanden op stuk bijten, is groot.

Inequality should be prevented from happening in the first place” vindt Oxfam. En “fighting inequality must be at the heart of economic rescue and recovery efforts.”

Dat zijn boude uitspraken, die uitgaan van een hoogmoedige designdrang.

Kunnen we (wie?) een economie organiseren (is al iets minder ingrijpend dan designen) op een manier dat een grote rampspoed zoals een pandemie niet tegelijk zorgt voor inkomensverlies voor een aantal mensen én inkomensopportuniteiten voor andere mensen? Tot spijt van wie het benijdt, zal dat niet lukken.

Zijn we zeker dat een wereld met minder ongelijkheid ook een betere wereld zal zijn? Wat is een betere wereld? Moeilijke vraag, maar “een wereld met minder armoede” is alvast een deel van het juiste antwoord. Daar zijn we het hopelijk over eens.

Ongelijkheid is niet het probleem; armoede is het probleem.

Een Google search op het rapport van Oxfam leert dat de analyse en conclusies van het rapport klakkeloos gerapporteerd worden door nagenoeg alle media, een uitzondering niet te na gesproken.

Is dat geen indicatie dat Oxfam zichzelf, en zijn doelen, hier geen dienst mee bewijst? Iedereen in de club wordt bevestigd in zijn verontwaardiging. Wat schiet je daarmee op? Mogelijke critici – en er is echt wel wat te bekritiseren in dit rapport – nemen blijkbaar niet eens de moeite meer.


COVID-19 oversterfte: enkel bij 65+ers; nauwelijks toenemend verband met inkomen

André Decoster (KULeuven) en Thomas Minten en Johannes Spinnewijn (London School of Economics) onderzochten het verband tussen oversterfte als gevolg van COVID-19 en inkomensklasse en socio-economische status.

Heel wat eerdere studies hadden al aangetoond dat lagere inkomens onevenredig zwaar getroffen werden door de epidemie.

Op basis van gedetailleerde cijfers voor België, waarin ze sterfteratio’s in de periode maart-mei 2020 vergelijken met sterfteratio’s in dezelfde maanden in 2015-2019, vinden de auteurs dat:

  • Enkel de groep 65+ oversterfte heeft gekend
  • Het verschil in mortaliteit tussen lagere en hogere inkomens is groot, ook in normale tijden. In de leeftijdsgroep 40-64 bijvoorbeeld, is de sterfteratio bij mannen 5.3 keer hoger voor de laagste inkomens dan voor de hoogste. Bij vrouwen is dat 3.9.
  • Ook tijdens de epidemie is er een verschil in oversterfte tussen lagere en hogere inkomens: voor 65+ers waren er 326 oversterftes per 100,000 in de laagste inkomensklasse, tegenover 131 per 100,000 voor de hoogste inkomensklasse.
  • Maar dit verband tussen inkomen en sterfteratio is nauwelijks toegenomen tijdens Corona, vergeleken met de periode 2015-2019.
  • Bij mensen in rusthuizen is er geen verband tussen inkomen en sterfteratio, niet tijdens en niet vóór Corona.
  • De Corona-oversterfte bij Belgische inwoners die geboren zijn in Italië, Turkije en Polen ligt gevoelig hoger dan bij Belgen geboren in België.

Mijn nominaties voor de Federale Prijs Armoedebestrijding

De programmatorische federale overheidsdienst (POD) Maatschappelijke Integratie maakt de lijst kandidaten bekend voor de Federale Prijs Armoedebestrijding 2020.

Hier zijn mijn nominaties:

  • Belgische overheid en quartaire sector +/- 1.7 miljoen werknemers
  • Zelfstandigen 690,000 zelfstandigen
  • BPost 34,000 werknemers
  • NMBS 18,000 werknemers
  • BNP Paribas Fortis 18,000 werknemers
  • Proximus 14,000 werknemers
  • KBC België 14,000 werknemers
  • Delhaize België 13,000 werknemers

Beetje flauw, ik geef het toe …


Zijn we extreme armoede aan het uitroeien? Noah Smith antwoordt Philip Alston

De Amerikaanse economist en Bloomberg columnist Noah Smith reageert op een Guardian op-ed die Philip Alston schreef naar aanleiding van zijn eindrapport als speciale rapporteur over extreme armoede en mensenrechten voor de VN.

Noah Smith maakt volgende punten contra Alston:

  1. The lower the poverty threshold, the more important it is. Reducing $1.90/day poverty is more important than reducing $3.10/day poverty, which is more important than reducing $5.50/day poverty, etc. etc.
    Dismissing the $1.90 threshold is therefore ridiculous…
  2. The article’s author dismisses the idea that growth reduces poverty. Growth reduces poverty far more than anything else.
  3. The author equates “growth” with laissez-faire economic policies, which is wrong. He then dismisses China, discounting its impact on poverty reduction because he believes its growth didn’t come from laissez-faire policies.
  4. The author makes a number of assertions that are just flat-out wrong, such as that growth is correlated with increasing hunger and a reduction in the number of living-wage jobs. In fact, the exact opposite is true.

Conclusie:

By insisting we A) ignore important poverty reduction metrics, B) equate economic growth with laissez-faire policies, and C) discount the experience of China, the author does a vast and grievous disservice to the poor people of Earth, and to efforts to make them less poor.


Zijn we extreme armoede aan het uitroeien? Een domper op de feestvreugde

De Australische jurist en economist Philip Alston rondde zijn 2014-2020 mandaat als speciale rapporteur over extreme armoede en mensenrechten voor de VN zopas af met een behoorlijk ontnuchterend eindrapport (“advance unedited version” en een interview in The Guardian).

Huge progress has been made in improving the quality of life for billions of people over the past two centuries, but it does not follow that “extreme poverty is being eradicated.” … The first part of this report criticizes the mainstream pre-pandemic triumphalist narrative that extreme poverty is nearing eradication. That claim is unjustified by the facts, generates inappropriate policy conclusions, and fosters complacency.

De triumphalist narrative waar Alston tegenin gaat, is het hoofdzakelijk op economische groei gebaseerde verhaal van onder meer Steven Pinker (Enlightenment Now, 2018), Hans Rosling (Factfulness, 2018), de recente Nobelprijswinnaars Abhijit Banerjee and Esther Duflo (How Poverty Ends, 2020), en in eigen land vooruitgangsdenker Maarten Boudry, en ja, ook deze blog.

De cijfers zijn gekend. Tussen 1990 en 2015 daalde het aantal mensen in extreme armoede wereldwijd van 1.9 miljard naar 736 miljoen, waardoor het percentage extreem armen daalde van 36 naar 10 procent van de wereldbevolking.

Alston haalt in zijn rapport de basis van die berekening onderuit. “Extreme armoede” is gebaseerd op de international poverty line (IPL) van de World Bank. Die lijn staat vandaag op 1.90 dollar per dag tegen purchasing power parity, waarmee werkelijke koopkracht over verschillende landen kan vergeleken worden. Voor Portugal, bijvoorbeeld, zou dat neerkomen op 1.41 euro.

De IPL is belangrijk omdat zij als referentiepunt dient voor zowel de Millenium Development Goals als voor de Sustainable Development Goals (SDG’s) waarmee alle lidstaten van de VN zich in 2015 voornamen om tegen 2030 de extreme armoede uit de wereld te helpen.

Een van de problemen van de IPL die Alston aanhaalt, is dat ze destijds berekend werd op basis van een gemiddelde van nationale armoedelijnen van vijftien van de armste landen ter wereld, de meeste Sub-Sahara. Daardoor konden die armste landen sneller een verbetering rapporteren. Maar de maatstaf hield minder rekening met armoedefactoren in net iets minder arme landen en in noordelijker landen, waar kleding en huisvesting belangrijker factoren zijn om aan armoede te ontsnappen.

Maar de belangrijkste kritiek op de IPL van 1.9 PPP dollar per dag is natuurlijk dat ze “a scandalous lack of ambition” toont.

De Amerikaanse economische historicus Robert Allen berekende (en hier in een toegankelijker artikel), op basis van de laagst mogelijke kosten van een dieet van 2,100 calorieën per dag en drie vierkante meter levensruimte, een maatstaf van 2.63 dollar per dag in de armste landen en 3.96 dollar in de rijkere landen.

Op basis van nog een andere maatstaf, 5.5 dollar per dag, is het aantal armen wereldwijd nauwelijks gedaald tussen 1990 en 2015, van 3.5 miljard naar 3.4 miljard mensen, of van 67 procent tot 46 procent van de wereldbevolking.

Maar vergeet die hogere maatstaven. Waar het in 2015 haalbaar leek om tegen 2030 zero-armoede te bereiken tegen 2030, gemeten met de povere IPL, beginnen de Wereldbank en andere internationale organisaties nu toe te geven dat zelfs dat niet meer haalbaar is.

En dat was pre-Corona.

De pandemie, die de armsten wereldwijd het ergst zal treffen, zowel in ziekte als in economische gevolgen, zal volgens Alston alle vooruitgang teniet doen die we de voorbije drie jaar geboekt hebben, en zal 176 miljoen mensen onder de 3.2 dollar armoedelijn duwen.

De eerste twee delen van het rapport, waarin Alston stelt dat extreme armoede niet uitgeroeid geraakt, en waarin hij oproept de Sustainable Development Goals te herzien, zijn zeer factueel en overtuigend.

Het derde deel, Steps towards ending poverty, waarin hij zeven maatregelen bespreekt om extreme armoede wel de wereld uit te helpen, is korter door de bocht en minder factueel. Het is politiek controversieel en nogal eenzijdig, maar wel interessant.

De uitspraak dat “The failure to take the necessary steps to eliminate [poverty] is a political choice” kan ik volgen. Het kortere en populistischere “Poverty is a political choice“, dat Alston tweemaal gebruikt, behoeft op zijn minst historische duiding.

De stelling dat “If every country reduced its Gini index [een maatstaf van ongelijkheid] by 1 percent per year, it would have a larger impact on global poverty than increasing each country’s annual growth one percentage point above current forecasts“, die Alston ontleent aan een World Bank Working Paper van Christoph Lakner e.a., duidt op een mechanistische visie op de relatie tussen armoede en ongelijkheid die bediscussieerbaar is (en hier).

De aanbevelingen waarin Alston Emmanuel Saez en Gabriel Zucman (How to Tax Our Way Back to Justice) volgt, zijn ook controversieel. De Amerikaanse economist John Cochrane bood er op zijn blog in een vijfdelige serie grondig weerwerk tegen. Ten zeerste aanbevolen lectuur voor als we binnenkort ook hier te lande de discussies over rijkentax nog eens gaan voeren.

Alston eindigt met een oproep om de rol van de overheden in armoedebestrijding te herdenken en met een stevige uithaal naar het beroep op filantropie en CSR-achtige initiatieven om armoede de wereld uit te helpen.

Businesses are not motivated, managed, empowered, or incentivized to perform many of the essential public functions being systematically outsourced to them. This trend represents an abdication of responsibility by governments and international organizations. Some philanthropists have profited from many of the very patterns driving poverty … Despite claims of greater private sector efficiency, there is little efficient about tens of thousands of foundations, each with duplicate staff and overhead, competing to identify and implement worthwhile projects.

Wenkbrouwengefrons ten huize van Bill en Melissa Gates.

Addendum: de opvolger van Philip Alston als speciale rapporteur over extreme armoede en mensenrechten voor de VN is de Belgische jurist en professor aan de UCL Olivier De Schutter, die van 2008 tot 2014 al speciale rapporteur was voor de VN over het recht op voeding. De Schutter stelde gisteren 7 juli het rapport van Alston voor aan de VN.