Oei, geen groei? (1)

Ik ben op een missie tegen de degrowthers. En nu ze in denkoefeningen over de post-Corona economie nieuwe energie lijken te vinden, mag er ook wat tegengas gegeven worden.

Degrowth is in de mode. Ruben Mooijman analyseert in een recente column in De Standaard (beperkte toegang) de aanpak van Nieuw-Zeeland, waar rolmodel Jacinda Ardern een beleid voorstelt waarin economische groei niet langer centraal staat. In die column verwijst Mooijman naar een rapport van de Britse NGO Positive Money, met als niet mis te verstane titel The Tragedy of Growth.

John Cassidy maakte in februari van dit jaar in de New Yorker een goed overzicht van de degrowth beweging. Open Democracy riep in In defence of degrowth socialisten en klimaatactivisten op zich gezamenlijk achter degrowth te schragen.

Toekomstverkenner Stefaan Vandist stelt in het juninummer van SamPol in een ander goed overzicht van degrowth-ideeën dat “natiestaten lijden aan obesitas” en citeert groeiscepticus Kees Klomp, die zegt dat landen overontwikkeld zijn als welvaart ten koste van welzijn gaat.

Het is niet helemaal fair degrowth een modegril te noemen. Degrowth-ideeën stonden al op de agenda van in het prille begin van de kapitalistische economie, en zijn er sindsien eigenlijk altijd op blijven staan.

De toon werd natuurlijk gezet door Thomas Robert Malthus, die in zijn pessimistische Essay on the Principle of Population (1789) voorspelde dat elke productiviteitsstijging (in zijn tijd hoofdzakelijk van voedingsproductie) zou gevolgd worden door een bevolkingsstijging, die dan weer zou zorgen voor armoede en catastrofes.

De 19de eeuwse filosoof en economist John Stuart Mill hield in zijn Principles of Political Economy (1848, het jaar waarin Marx en Engels hun Communist Manifesto publiceerden) al een pleidooi voor de stationary state:

Towards what ultimate point is society tending by its industrial progress?
It must always have been seen, more or less distinctly, by political economists, that the increase of wealth is not boundless: that at the end of what they term the progressive state lies the stationary state, that all progress in wealth is but a postponement of this, and that each step in advance is an approach to it.
I am inclined to believe that it would be, on the whole, a very considerable improvement on our present condition. I confess I am not charmed with the ideal of life held out by those who think that the normal state of human beings is that of struggling to get on; that the trampling, crushing, elbowing, and treading on each other’s heels, which form the existing type of social life, are the most desirable lot of human kind, or anything but the disagreeable symptoms of one of the phases of industrial progress.

John Stuart Mill (1848). Principles of Political Economy

John Maynard Keynes pikte dat idee op in zijn essay Economic Possibilities for our Grandchildren (1930). Keynes voorspelde dat binnen 100 jaar (2030 dus), dank zij een voortdurende groei van de productiviteit, vrijwel iedereen in de Westerse wereld verlost zou zijn van het juk om te moeten werken om te overleven. Ons belangrijkste probleem zou worden hoe we de resterende uren zouden invullen van de 15-urige werkweek die nog nodig zou zijn om te voldoen aan onze basis-economische noden.

Thus for the first time since his creation man will be faced with his real, his permanent problem – how to use his freedom from pressing economic cares, how to occupy the leisure, which science and compound interest will have won for him, to live wisely and agreeably and well. The strenuous purposeful money-makers may carry all of us along with them into the lap of economic abundance. But it will be those peoples, who can keep alive, and cultivate into a fuller perfection, the art of life itself and do not sell themselves for the means of life, who will be able to enjoy the abundance when it comes.

John Maynard Keynes (1930). Economic Possibilities for our Grandchildren

In 1972 publiceerde de Club van Rome The Limits to Growth, waarin wetenschappers onder meer voorspelden dat, door de uitputting van grondstoffen, de wereldwijde industriële productie rond 2008 zou pieken en daarna scherp dalen, en dat de wereldwijde voedselproductie per capita zou pieken rond 2020. De meeste wetenschappelijke voorspellingen van het rapport bleken achteraf veel te pessimistisch, maar de Malthusiaanse toon was nog maar eens gezet.

De Britse economist en toneelschrijver Tim Jackson publiceerde in 2009 het invloedrijke Prosperity without Growth, waarin hij de mythe van de decoupling probeerde te ontkrachten en een ecologisch alternatief bood. Decoupling verwijst naar een economie die kan groeien zonder de ecologische druk te verhogen. Het debat tussen believers en non-believers in decoupling woedt nog steeds.

Volgende post: Een pleidooi voor groei. Genuanceerd.

Wordt vervolgd


2 Comments Oei, geen groei? (1)

  1. Pingback: Oei, geen groei (2 en slot) - Reluctant Economist

  2. Pingback: Zijn we extreme armoede aan het uitroeien? Een domper op de feestvreugde - Reluctant Economist

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *