All the News That’s Fit to Print

Stop de persen. De jonge Russisch-Canadese (?) ontwikkelaar Vadim Yakhin vond een oplossing voor de frustratie waar elke actuavoor mee kampt: de verhouding tussen belangrijk nieuws en flutnieuws dat je er blijkbaar volgens zowat alle nieuwskanalen moet bijnemen.

Newsminimalist.com is een website en dagelijkse nieuwsbrief die elke dag enkel en alleen het belangrijke nieuws presenteert. De selectie wordt gemaakt door ChatGPT-4. Die leest elke dag de top 1,000 of meer nieuwsartikels en rangschikt ze op een schaal van 0 tot 10 volgens onder meer de impact van de nieuwsgebeurtenis en de geloofwaardigheid van de bron.

Op de website worden enkel die nieuwstitels gepubliceerd die hoger dan 6 op 10 scoren. Voor donderdag 4 mei bijvoorbeeld las ChatGPT 1,172 artikels, waarvan er vijftien hoger scoorden dan 6. Vrijdag 5 mei haalden maar vier artikels de drempel. In de nieuwsbrief komen korte samenvattingen van nieuwsartikels die hoger dan 6.5 scoorden, “usually ~3 news per day.”

Natuurlijk is het voer voor discussie over wat belangrijk nieuws is, over wie het filtert en hoe, en over hoe het komt dat er elke dag nieuws is en dat het belangrijke nieuws elke dag net op de voorpagina past.

Yakhin is niet erg transparant over hoe hij ChatGPT getraind heeft. Voorlopig bekijkt de tool blijkbaar enkel Engelstalige publicaties en heeft hij een focus op de Angelsaksische wereld.

Maar ook, zoals John von Neumann, een van de grondleggers van Artificiële Intelligentie, zei: “If you can tell me precisely what it is that a machine cannot do, I can make a machine to do precisely that.”

Via Marginal Revolution.


Retail: het eindspel?

De Belgische retailketen Inno zette twee weken geleden de helft van zijn zowat duizend personeelsleden op tijdelijke werkloosheid. Deze week mogen ze even terugkomen om de 125ste verjaardag van de keten te vieren.

Voor de maatregel maakt Inno gebruik van het overheidskader voor tijdelijke werkloosheid door corona. Jawel! Volgens Inno is het shopgedrag van consumenten door de opeenvolging van crisissen (Corona en Oekraïne) gewijzigd.

Hallo Inno, kijken jullie even mee naar de grafiek hieronder?

Detailhandel-maart-2022

Het shopgedrag is al structureel aan het wijzigen sinds 2015 of vroeger. Elke Belgische shopper had jullie dat ook kunnen vertellen. De “twee crisissen” hebben alleen versterkt wat al aan de gang was.

Wat er nu dus gebeurt, is dat Inno de belastingbetaler laat opdraaien voor strategische fouten die het management van Inno gemaakt heeft.

Inno is maar een top van de ijsberg overigens.

Het percentage leegstaande handelspanden in Vlaanderen is de voorbije tien jaar bijna verdubbeld, van 6.6 procent in 2011 tot 11.1 procent in 2021. Van de leegstaande panden is bijna een derde “langdurige leegstand”. Het eindspel van de retail creëert een gigantisch probleem voor onze binnensteden.

Wat er aan het gebeuren is in de retail, is onomkeerbaar. Schumpeter (1942, voortbouwend op Marx) noemde het creatieve destructie; Clayton Christensen (1995) disruptieve innovatie.
Creatieve destructie gaat zo goed als altijd over het verdringen van oude bedrijven door nieuwe. Volgens Schumpeter was het de belangrijkste drijfveer van economische groei.
Disruptieve innovatie start altijd als een aanbod dat kwalitatief minderwaardig lijkt tegenover het bestaande aanbod, maar dat na verloop van tijd dat bestaande aanbod verdringt (denk aan pc’s en minicomputers).

Sinds Christensen de term lanceerde in de managementliteratuur pijnigen gevestigde bedrijven zich het hoofd over hoe ze zichzelf kunnen disrupteren. Het lukt bijna nooit.

Er is bijvoorbeeld geen enkele logische reden, buiten klassieke kortzichtigheid, waarom gevestigde mediabedrijven ergens einde jaren 1990 niet Google of Facebook hadden kunnen uitvinden en groot maken, en zo hun grootste inkomstenbron hadden kunnen veiligstellen. Drie niet-afgestuurde studenten deden het in hun plaats.

Hoe komt dat en hoe moet het dan wel? Op de eerste vraag heeft bij mijn weten nog niemand een steekhoudend antwoord kunnen geven.

Ahold en Bol.com geven wellicht een stuk van het antwoord op de tweede vraag.

De Nederlandse retailer Ahold zag rond 2010, net als Inno had kunnen zien, dat e-commerce in opkomst was. In plaats van zelf een webshop in elkaar te knutselen, nam Ahold in 2012 Bol.com over. Ze lieten het bedrijf bestaan als een zelfstandige eenheid, die op internet-tempo kon werken en groeien.

Bol groeide sinds de oprichting in 1999 tot meer dan 11 miljoen klanten en 3,000 werknemers. Take that Inno.

Gisteren maakte Bol.com bekend dat het de Nederlandse pakjesdienst Cycloon volledig overneemt. De overname is niet enkel een wellicht slimme innovatie in de waardeketting van Bol.com, maar ook een sociale innovatie. Cycloon werkt met 600 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, die hun pakjes met de fiets afleveren.

Ach, die Nederlanders …


RAAS: robots aan minder dan het minimumloon

Wereldwijd stonden in 2020 iets meer dan 3 miljoen industriële robots geïnstalleerd, of 126 per 10,000 werknemers in de maakindustrie.

Azië is veruit het grootste robotwerelddeel, zowel in geïnstalleerd park als in verdere groei. Europa, met Duitsland veruit op kop, telde in 2020 een park van zowat 650,000 industriële robots. De VS lopen wat achter, met ongeveer 320,000 robots.

Productinnovatie gaat wellicht hard in robots. Innovatie in distributie en verkoop kon niet uitblijven.

Bloomberg heeft een verhaal van een Amerikaanse KMO, Thomson Plastics, die niet het kapitaal had om te investeren in robots a 125,000 dollar per stuk, maar die anderzijds de vraag niet kon volgen door een tekort aan werkkrachten.

Enter Formic, dat zichzelf adverteert als Robots By The Hour. Robotics as a service (RAAS) dus, net zoals heel wat software nu ook in een SAAS-model verkocht wordt.

Thomson Plastics betaalt Formic 10 tot 12 dollar per uur per robot. Die vervangt een arbeider die 15 tot 18 dollar per uur kost.

In België denkt de Kortrijkse robotontwikkelaar Tractonomy ook in de richting van een RAAS-model.

De krapte op de arbeidsmarkt zal de evolutie naar robotisering alleen maar versnellen. Deze week nog nam de West-Vlaamse machinebouwer LVD de Belgische automatiseringsafdeling van de Duitse robotbouwer Kuka over.

“Het tekort aan arbeidskrachten creëert onze markt,” verantwoordde CEO Carl Dewulf de overname.

De maakindustrie is de voorbije decennia, op zoek naar lagere lonen, voor een deel verhuisd van Europa (en de VS) naar Azië. Brengen robots die maakindustrie terug naar Europa?

En welke impact zullen modellen als RAAS hebben op het debat over minimumlonen en arbeidsomstandigheden?


De prijs van nagels: een venster op economische verandering

Economische geschiedenis staat tot economie zoals algemene geschiedenis tot politieke wetenschappen. Als je onderlegd bent in het ene, kan je slimmere dingen zeggen over het andere. Economische Geschiedenis met hoofdletters buigt zich over vragen die vandaag nog superrelevant zijn: Wat zijn de oorzaken van de Industriële Revolutie? Hoe hebben landen zich opgewerkt van armoede naar welvaart? Hoe evolueert de ongelijkheid op langere termijn?

Maar die Economische Geschiedenis met hoofdletters moet natuurlijk gevoed worden door cijfers en data die historici door minutieus veldwerk verzamelen.

Een magnifiek voorbeeld van zulk veldwerk is de recente studie van Daniel Sichel, senior economist van de Federal Reserve Board, auteur van The Computer Revolution: An Economic Perspective (1997), en verbonden aan Wellesley College.

In The Price of Nails since 1695: A Window into Economic Change onderzoekt Sichel dus de prijs van nagels van het begin van de 18de eeuw tot nu.

Waarom nagels?

Een nagel is een nagel, min of meer. Maar net daarom zijn ze interessant. Er zijn gelijkaardige studies naar bijvoorbeeld de prijs van licht door de eeuwen heen, gemeten in de hoeveelheid arbeid die nodig is per geproduceerde lumen (gedaald met een factor 3,400), of naar de prijsevolutie van computerkracht. Maar in die producten speelt de technologische evolutie een zeer grote rol. De kwaliteitsevolutie is er moeilijk te meten, en is ook zodanig groot dat men zich kan afvragen of het nog over hetzelfde product gaat.

Bij nagels is dat minder het geval. Dat maakt de vergelijking gemakkelijker en in zekere zin ook inzichtelijker.

De bredere achtergrond is, zoals Sichel het uitdrukt, dat “nails provide a useful prism through which to examine a wide range of economic and technological developments that touch on multiple areas of both micro- and macroeconomics.”

Enkele markante bevindingen:

  • Van de late jaren 1700 tot het midden van de 20ste eeuw daalde de prijs van nagels met een factor 10 tegenover het algemeen prijspeil. In reële dollars van 2012 kostte een enkele nagel rond 1700 ongeveer 2 dollarcent. In 1950 was dat iets meer dan 0.13 dollarcent.
  • Nagels waren in de 18de en 19de eeuw dus relatief duur. Dat weerspiegelde zich in de praktijk van bouwvakkers en aannemers om systematisch gebruikte nagels te recupereren.
  • De belangrijkste oorzaak van de relatieve prijsdaling van de 18de tot het midden van de 20ste eeuw was de slimmere manier om nagels te produceren (in het jargon: total factor productivity), eerder dan veranderingen in de kost van arbeid, grondstoffen of machines.
  • Het “belang” van nagels in de economie daalde fors van het begin van de 19de eeuw tot vandaag. In 1810 maakten nagels nog 0.4 procent uit van de Amerikaanse economie. Dat kan weinig lijken, maar het is vergelijkbaar met het huidig aandeel van pc’s of van vliegtuigreizen in de economie. Vandaag wegen nagels nog voor 0.01 procent in de Amerikaanse economie.
  • Vanaf het midden van de 20ste eeuw begon de prijs van nagels weer te stijgen. Die stijging was een gevolg van onder meer stijgende grondstofprijzen en een shift naar (duurdere) “gespecialiseerde” nagels.

Die gespecialiseerde nagels brengen ons bij een bevinding over innovatie, waarvoor de auteur zelf veldonderzoek heeft gedaan en waarrond hij een ingenieuze economische redenering opzet.

Een nagel is een nagel, dus zoveel valt daar niet te innoveren?

Rond 1980 deden nagelpistolen hun intrede. Ja maar, kan de tegenwerping zijn, nagelpistolen zijn geen nagels. Hangt ervan af wat je bekijkt als de prijs van een nagel. Is het de nagel op zich? Of de geïnstalleerde nagel?

De auteur deed de vergelijkende test met de Amazon-prijzen van een nagelpistol en een hamer, het uurloon van een arbeider, de prijs van speciale nagels voor een nagelpistool, en het aantal nagels dat hij kon “installeren” met een hamer (6 per minuut) en met een nagelpistool (20 per minuut).

Rekening houdend met deze factoren komt de prijs van een geïnstalleerde nagel met een hamer op 7.7 dollarcent per nagel; die van een nagel met een nagelpistool op 3.6 dollarcent per nagel.

Ik laat het aan de lezer om hier ergens een woordspeling met nagel te verzinnen …


Slimmer werken door Corona: dark kitchen industry

In de reeks “slimmer werken door Corona”, afdeling horeca. Anekdotische evidentie leerde al dat mijn vaste ontbijtstek tijdens Corona dankzij thuisleveringen, die ze “aan de lopende band” konden maken, een grotere omzet realiseerde dan vóór Corona.

In Parijs is er in dezelfde periode een pizza-leverancier gestart, Cala. Nu pas is bekendgemaakt dat de pizza’s van Cala gemaakt worden door een robot.

Cala, opgericht door de toen 19-jarige Ylan Richard, kon kwaliteitsvolle pizza’s maken en leveren vanaf 8€. Het restaurant scoort in de top 1% voor afhaalrestaurants in Parijs.

Door de keuken te vervangen door een robot die maar drie vierkante meter inneemt, en geen zitplaatsen te voorzien, bespaart Cala al minstens 60 procent op vastgoedkosten, die typisch een derde van de kosten van een restaurant uitmaken.

De andere derden zijn voor voor arbeid, waarop Cala ook kan besparen, en voor grondstoffen.

De besparingen gaan dan voor een deel in betere grondstoffen.

“Op die drie vierkante meter kunnen we 1,200 maaltijden per uur klaarmaken,” citeert Sifted, een nieuwssite over startups in Europa, de oprichter. “Een McDonald’s kan op 125 vierkante meter maar 550 maaltijden per uur serveren.”

Cala, zo leerde ik uit het artikel, maakt deel uit van de opkomende dark kitchen industry, aka cloud kitchens, waar enkel afhaalmaaltijden worden geproduceerd.

De technologische innovatie van keukenrobotten opent nog andere mogelijkheden voor nieuwe industrieën. Alex Tabarrok fantaseert over top chefs die hun recepten verdelen via cloud kitchens, of een abonnementendienst voor receptenalgoritmes voor particulieren met keukenrobots.

Zegt een zure commentaar onder de post op marginal revolution over Cala:
“A robot would be an improvement over any native French pasta chef.”

Louis de Funès draait zich in elk geval om in zijn graf.


Antwerpen lag (kortstondig) aan de basis voor buitengewone groei London 1550-1700

In het midden van de 16de eeuw telde heel Groot-Brittannië 3 miljoen inwoners, van wie maar 4 procent in steden leefde. London had toen een bevolking van 50,000 a 70,000 mensen.

Tegen 1700 was London ontploft tot een bevolking van 575,000 mensen, en de derde grootste Europese stad, na Parijs en Constantinopel. De snelle groei bleef aanhouden. Tegen 1800 had London 1 miljoen inwoners en van 1820 tot 1910 was het de grootste stad ter wereld.

In zijn zeer lezenswaardige blog Age of Invention, over de oorzaken van de Britse Industriële Revolutie en de geschiedenis van innovatie, gaat economisch historicus Anton Howes op zoek naar de oorzaken van de steile groei van London tussen 1500 en 1700.

Howes vindt dat de groei van London, zeker in de beginjaren, een verhaal is van concentratie. De Londense groei was in het begin bijna uitsluitend gebaseerd op de uitvoer van wol. In de jaren 1550 was textiel goed voor 90 procent van de Engelse export en 90 procent van die export gebeurde uit London.

Maar niet alleen qua product was er concentratie, ook qua bestemming. In het begin van de tweede helft van de 16de eeuw ging bijna de volledige export van London naar Antwerpen, dat toen het kruispunt en het entrepot was voor de hele Europese handel.

De belangrijkste handelsader van en naar Antwerpen was de landroute naar Italië, die veel minder risico’s inhield dan de zeeroute. Italië gebruikte Antwerpen als hub om zijn eigen goederen en luxewaren uit onder meer Turkije en Perzië, die via Venetië Europa binnenkwamen, te verdelen in Noord-Europa.

De Duitsers verkochten in Antwerpen hun koper, metaal en zilver, dat de Portugezen, in ruil voor hun ivoor, suiker en kruiden, dan weer gebruikten om er handel mee te drijven in Afrika en de gebieden rond de Indische Oceaan.

De rol van Antwerpen in de explosieve groei van Londen was echter kortstondig. De Nederlandse opstand tegen de Spaanse koning Filips II leidde in 1585 tot de val van Antwerpen. Protestanten in Antwerpen verhuisden massaal naar Amsterdam maar ook naar Londen. Antwerpen zag zijn bevolking terugvallen van 100,000 naar 40,000 inwoners. Tot overmaat van ramp blokkeerde de jonge Nederlandse republiek de monding van de Schelde.

Londense handelaars bleven na de val van Antwerpen niet bij de pakken zitten. Door innovaties in navigatietechnieken en scheepsbouw konden ze snel zelf de langere routes aan, eerst naar onder meer Marokko, Rusland en de havens in de oostelijke Middellandse Zee; later over de Atlantische oceaan en naar de Indische oceaan.

Lees het volledige artikel, en Arts and Minds: How the Royal Society of Arts Changed a Nation, zijn boek dat vertelt hoe de Royal Society for the Encouragement of Arts, Manufactures and Commerce vanaf het midden van de 18de eeuw het leven in Groot-Brittannië verbeterde.


Voeding in blik: een innovatieverhaal

Het innovatieverhaal over voeding in blik en de blikopener is in verschillende opzichten interessant.

Het verhaal start in 1795, wanneer Napoleon Bonaparte een prijs van 12,000 franc uitloofde, een fortuin in die dagen, voor wie een methode vond om voeding veilig en gedurende lange tijd te bewaren voor zijn soldaten. Europese overheden gebruikten in die tijd vaker prijzen als stimulans voor innovatie.

De Franse chef Nicholas Appert won de prijs in 1810 met een methode waarbij hij voeding in dichtgekurkte glazen flessen liet koken. Dat was vijftig jaar vóór Pasteur de pasteurisatie uitvond. Appert publiceerde in 1810 zijn boek L’Art de conserver les substances animales et végétales.

Aan de overkant van het Kanaal kreeg de Engelse handelaar Peter Durand in 1810 van King George III het eerste patent voor een procédé met blik. Durand verkocht zijn patent in 1812 aan twee andere Engelsen, maar in 1818 herpatenteerde hij zijn Brits patent in de VS.

In de eerste decennia werden blikken met voeding geproduceerd a rato van zes per uur. In de jaren 1840 werd dat zestig per uur.

Voeding in blik brak niet echt door, onder meer omdat de blikken zo moeilijk te openen waren. Je had er een hamer en beitel voor nodig. In de supermarkten deed het personeel de blikken open voor de klanten.

Pas vanaf 1858 ontstond er een “ecosysteem” rond voeding in blik. In dat jaar patenteerde de Amerikaan Ezra J. Warner de eerste blikopener. In 1870 patenteerde William Lyman een variant met een roterende snijder.

blikopener Lyman

In 1926 vond Charles Arthur Bunker de blikopener uit met een tandwiel. Die innovatie zorgde voor de grote doorbraak van voeding in blik en blijft de standaard tot op vandaag.

blikopener bunker

Voor innovatie kan je al eens gaan lenen

Een zopas gepubliceerde paper, A Calculation of the Social Returns to Innovation (betalende toegang), van de Amerikaanse economisten Benjamin Jones en Lawrence Summers biedt interessante achtergrond bij het debat dat de Gentse economist Gert Peersman gisteren opende met een column in De Standaard en een interventie in De Afspraak.

Peersmans punt is dat de prioriteit van het relancebeleid zou moeten zijn om de productiviteit (productie per werknemer) op te krikken. Dus niet enkel werkzaamheidsgraad, want daarmee alleen komen we er niet, en ook geen “investeringen” (die geen investeringen zijn, maar uit de lopende inkomsten, dus belastingen, zouden moeten komen) in gezondheidszorg en pensioenen.

Immers: “Productiviteitsgroei is met voorsprong het belangrijkste voor de financiering van onze welvaart.”

De productiviteitsgroei in België bedroeg de jongste twintig jaar 0.5 procent per jaar. Peersman berekent dat België met een productiviteitsgroei van 1.1 procent per jaar (het OESO-gemiddelde) de crisis zou zijn ingegaan met een overschot op de begroting dat groter was dan dat van Nederland en Duitsland samen. De koopkracht per gezin na belastingen zou ongeveer 7,000 euro hoger zijn.

Productiviteitsgroei bereik je door investeringen in innovatie, fundamenteel onderzoek, digitalisering, mobiliteit en klimaat, aldus Peersman (hij vergeet de belangrijke investeringen in organisatorische innovatie). Daarnaast spelen het wegwerken van overregulering en van toetredingsbarrières tot beroepen en sectoren die lobbygroepen door de jaren heen hebben afgedwongen een cruciale rol.

Wat Jones en Summers bijbrengen in dit debat, is dat ze met een merkwaardig eenvoudige formule het maatschappelijk rendement berekenen van innovatie-investeringen (in eerste instantie louter investeringen in onderzoek en ontwikkeling, R&D). Productiviteitsgroei is (in een herberekening van de formule) immers een resultante van onder meer dat rendement op R&D-investeringen.

In een eerste berekening komen Jones en Summers uit op een opzienbarend rendement van 13.3 dollar maatschappelijke opbrengst per 1 dollar aan R&D-investeringen.

Ze berekenen dan twee alternatieve scenario’s, een waarin het rendement afgezwakt wordt door onder meer de timelag tussen R&D-investeringen en de opbrengst, en een waarin het rendement hoger wordt, onder meer door de gunstige effecten op gezondheid en levensverwachting en door het effect van internationale verspreiding van innovaties.

Zo komen ze tot een vork van tussen 4 en 20 dollar maatschappelijk rendement per geïnvesteerde dollar. Daar kan je al eens voor gaan lenen.

En terwijl we bezig zijn: In een andere recente paper, voor het Mercatus Center van de George Mason University, doen Richard Fullenbaum en Tyler Richards een poging om de kosten van (over)regulering op de economie te berekenen, een notoir moeilijke en hachelijke becijfering.

In hun model stijgen de operationele kosten per geproduceerde eenheid 3.3 procentpunt per jaar door de gemiddelde groei van regulering (in de VS) . Stel dat het volume van regulering vandaag zou teruggedrongen worden tot het niveau van 1998, dan zouden de operationele kosten van bedrijven nagenoeg gehalveerd worden.

Dit heeft hetzelfde maatschappelijke effect als innovatie die economische groei stimuleert.