Conversations with Tyler: Thomas Piketty

Boeiend interview van Thomas Piketty door Tyler Cowen in zijn onvolprezen Conversations with Tyler, waarin Cowen zich, over de hele reeks gezien, een bijna onwaarschijnlijke polymath toont.

Je voelt doorheen dit interview dat de affiniteit tussen interviewer en geïnterviewde niet fantastisch groot is. Tyler maakt er wel een correct interview van.

Piketty komt af en toe gepikeerd en contrair over. En hij onderschat Cowen: “I would put myself more in the tradition of the Annales school. I don’t know if this rings a bell for you or not.” En “I don’t know if you know Céline …“. Voor dit soort interview hoort ook de interviewee zich een beetje voor te bereiden.

Interessant inzicht over de grote rol van het verschil in onderwijsparticipatie tussen de VS en Europa als verklaring voor de economische voorsprong van de VS. In de 1950’s was de participatiegraad aan middelbaar onderwijs in de VS 90 procent, tegenover 20 tot 30 procent in Frankrijk en Duitsland. De VS bereikten op het einde van de 19de eeuw al een participatiegraad van 90 procent aan het lager onderwijs, bijna een eeuw vóór Europa.

Piketty klaagt ook de ongelijke toegang tot de topscholen in Frankrijk aan, en de hypocrisie in zijn land over ongelijkheid.

In vergelijking met zijn boek Capital in the Twenty-First Century (2013) lijkt Piketty me pragmatischer geworden.


Grote economische uitdagingen: Tirole en Blanchard

The major future economic challenges is de lichtjes opgepepte en pleonastische titel van een rapport dat Jean Tirole en Olivier Blanchard samen met een 25-tal andere economisten schreven in opdracht van de Franse president Emmanuel Macron.

Tirole en Blanchard zijn economische kleppers. Het team dat ze samenstelden, is ook indrukwekkend.

Jean Tirole kreeg in 2014 de Nobelprijs voor Economie. Hij is daarmee een van de slechts vier Franse economisten die sinds het ontstaan van de Nobel Memorial Prize in Economic Sciences in 1969 die eer kreeg. Tirole doceert aan de universiteit van Toulouse. Zijn boek Economics for the Common Good (2017) ligt bovenaan mijn stapeltje “te lezen”.

Van Olivier Blanchard, een van de meeste geciteerde economisten ter wereld, leerde ik destijds de beginselen van macro-economie uit een van zijn handboeken. Ik wist niet dat hij Fransman was. Hij bracht zijn loopbaan bijna volledig door in de Verenigde Staten, onder meer als chief economist van het International Monetary Fund (IMF) en als prof aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT).

Tirole en Blanchard en hun team kozen drie thema’s uit voor hun rapport: klimaatverandering, ongelijkheid, en demografische verandering (veroudering, immigratie).

All three of our challenges are time bombs. Their immediate effects are much weaker than their long-term ones, and so decision-makers procrastinate over policies that could mitigate the worst effects. They are also complex problems, meaning that if policymakers are to make those hard decisions, they must do this under uncertainty and often in the face of public resistance.

Het rapport werd gepubliceerd in de zomer van 2021. Deze week schreven ze er een korte column over op voxue.org, waarin ze de conclusies en aanbevelingen kort samenvatten.

Het volledige rapport is een joekel van 444 pagina’s.

Voxue.org is overigens een aanrader. Het Europese Centre for Economic Policy Research, een netwerk van meer dan 700 vooral Europese economisten, promoot er sinds 2007 research-based policy analysis and commentary by leading economists.

Economisten publiceren er zo goed als dagelijks korte columns en blogposts die hun academisch onderzoek en hun aanbevelingen heel leesbaar samenvatten.

Lees de column van Tirole en Blanchard. Hij bevat misschien wat voorspelbare maar alleszins (economisch) doordachte aanbevelingen voor het oplossen of verlichten van de drie uitdagingen. Gezien de opdrachtgever (Macron) en het land (Frankrijk) is het niet verwonderlijk dat heel wat aanbevelingen fors overheidsingrijpen vergen.

Conclusie van de auteurs: het is doenbaar, maar het wordt geen wandeling in het park.

While the challenges of climate change, inequality and demographic change are significant, solutions – though sometimes expensive or unpalatable – exist.

Tirole en Blanchard presenteren misschien niet economische consensus – bestaat die ooit? – maar wel een consensus van een belangrijke groep economen over de grote uitdagingen.

Twee zijdelingse bedenkingen.

  • Dit is een rapport besteld door een Franse president, geschreven door twee Franse economisten, weliswaar met een internationaal team (een derde Frans; een derde Amerikaans; een derde niet-Frans Europees). Nog maar tien jaar geleden zou het ondenkbaar geweest zijn dat zo’n rapport ook in het Engels werd gepubliceerd. De Fransen lijken hun anglofobie echt wel opgegeven te hebben. Goed.
  • Wie van de Belgische of Vlaamse beleidsmakers heeft dit rapport gelezen? Eerlijke vraag. En voor er een Belgische of Vlaamse beleidsmaker op het idee komt een studie te bestellen over “onze” grote (economische) uitdagingen, kunnen we dan misschien eerst even kijken wat we kunnen copy-pasten?

Jacht op de oligarchen: Gie Goris laat zich meeslepen in oorlogsretoriek

Niet dat we er een goede definitie van hebben, of dat we weten wat ze nu exact fout gedaan hebben, maar de jacht op de Russiche oligarchen is geopend.

De Amerikaanse president Biden wijdde er zelfs een passage aan in zijn State of the Union:
We’re joining with European allies to find and seize their yachts, their luxury apartments, their private jets … We are coming for your ill-begotten gains.”

Het klonk goed en ik heb de indruk dat een groot deel van de publieke opinie en heel wat politici spontaan enthousiast is.

Waar hier toe opgeroepen wordt, of wat al deels is uitgevoerd, is regelrechte inbeslagname of alleszins een forse beperking van de eigendomsrechten (zoals bij Roman Abramovich en Chelsea).
Moet kunnen. Westerse wetgevingen voorzien specifieke gevallen waarin inbeslagname gerechtvaardigd is.

We moeten wel beseffen dat inbeslagname geen lichte maatregel is. Eigendom en eigendomsrechten zijn, zo wist de Schotse filosoof David Hume al, een van de basispijlers van een ordelijke samenleving.

Hume beschreef in A Treatise of Human Nature (1739) wat hij drie fundamentele natuurwetten noemde: stability of possession, of its transference by consent, and of the performance of promises.

Ze waren fundamenteel omdat: “’Tis on the strict observance of those three laws, that the peace and security of human society entirely depend; nor is there any possibility of establishing a good correspondence among men, where these are neglected.

Hume benadrukte ook de nood aan een gelijkmoedig en rationeel optreden van de rechterlijke macht in oordelen over eigendom:

The convention concerning the stability of possession is enter’d into, in order to cut off all occasions of discord and contention; and this end wou’d never be attain’d, were we allow’d to apply this rule differently in every particular case, according to every particular utility, which might be discover’d in such an application. Justice, in her decisions, never regards the fitness or unfitness of objects to particular persons, but conducts herself by more extensive views. Whether a man be generous, or a miser, he is equally well receiv’d by her, and obtains with the same facility a decision in his favour, even for what is entirely useless to him.

De clou in de uitspraak van Biden zit hem dus in de (juridische!) kwalificatie ill-begotten gains.

Ill-begotten gains, of onrechtmatig verkregen winsten zijn inderdaad een geval waarin eigendomsrechten kunnen worden betwist en afgenomen.

Zijn de winsten van Russische oligarchen onrechtmatig? Ik heb op dit ogenblik onvoldoende kennis om daarover te oordelen. Wellicht wel?

Maar in een rechtsstaat is het de rechter die daarover beslist, na grondig onderzoek, en niet een politicus die inspeelt op populaire gevoelens onder de bevolking.

De afstand tussen de voorgestelde maatregelen tegenover de oligarchen, en een volgende Trump die beslist media- of techbedrijven te onteigenen, is echt niet onmetelijk groot.

Vragen

  • Stel dat er iets onrechtmatig is aan de eigendommen of het gebruik dat de oligarchen ervan maken, en we kunnen dat bewijzen, waarom grepen de overheden in Westerse landen dan niet vroeger in?
    Een deel van het antwoord is wellicht omdat ze de inbeslagname nu willen gebruiken als drukkingsmiddel om een oorlog te stoppen. Dat lijkt een lovenswaardige motivatie. Maar is er ook een juridische basis voor?
    De Nederlandse wetgeving beschrijft onder meer : “Verdenking op winsten uit strafbare feiten (wederrechtelijk verkregen voordeel). Het beslag dient dan als soort zekerstelling om eventuele boetes dan wel ontnemingsmaatregelen die in de toekomst kunnen worden opgelegd, te kunnen betalen.
    Maar dat beantwoordt niet aan het ogenschijnlijke doel van de huidige maatregel. Misschien stipuleert het internationaal recht nog andere omstandigheden waarin inbeslagname rechtmatig is? Ik weet het niet.
  • Stel dat er toch een stevige basis is om inbeslagname te doen als vredesmaatregel, wat is dan het model? Het lijkt te zijn: inbeslagname eigendommen oligarchen -> oligarchen vallen Poetin af of voeren druk uit -> Poetin doet toegevingen over Oekraïne.
    Hoe zeker zijn we dat dit model zal werken?
  • Zijn de maatregelen praktisch uit te voeren? Welke zijn de gevolgen op langere termijn?
    Zoals bij veel pogingen om “de rijken de crisis te doen betalen” liggen de ontsnappingsroutes al klaar.
    Wij blijven dan achter met een goed gevoel, een beschadigde economie en, vooral, een beschadigd vertrouwen. Vergeet niet: Oligarchen zijn naar het Westen gekomen met hun jachten en andere rijkdom net omdat ze (terecht) oordeelden dat het regime van eigendomsrecht hier vele malen stabieler is dan in Rusland.
  • Ja maar, zo kan het ultieme argument luiden: A la guerre comme à la guerre. Uitzonderlijke omstandigheden vergen uitzonderlijke maatregelen.
    Dat zou een valabel argument zijn, moesten we zeker zijn dat de maatregelen werken zoals beoogd. En als we inderdaad zeker zijn dat de motivatie is om in uitzonderlijke omstandigheden een ultieme vredesmaatregel te nemen.

Heel wat reacties op de voorgestelde maatregelen, van het grote publiek en van politici, doen vermoeden dat die motivatie toch niet zo eenduidig en zuiver is.

Zo bijvoorbeeld die van Gie Goris, ex-hoofdredacteur van MO*, en een heel verstandige, bedachtzame en belezen mens.

Hier is zijn tweet:

Enerzijds verwoordt Goris hier de ultieme consequentie van de maatregel. Waarom stoppen bij foute Russen?

Anderzijds vallen hier de maskers af natuurlijk. We gaan voor de jachten en de voetbalploegen, niet om druk uit te oefenen op de oligarchen, die dan op hun beurt druk zullen uitoefenen op Poetin. Maar onder het mom van een vredesmaatregel en in het kielzog van de oorlogsretoriek, vervullen we hier een oude droom. We zetten het systeem van private eigendom op losse schroeven.

Nu, op basis van zijn curriculum en geschriften twijfel ik absoluut niet aan de goede bedoelingen van Goris.

Wat wel stoort, is de retoriek. Het misprijzen en het vijandbeeld zijn onmiskenbaar in de tweet. Even onmiskenbaar appelleert hij op afgunst.

Dat is een retoriek die werkt, zo bewijst onder meer het succes van populistische partijen. Maar het is regelrechte virtue signalling en moral highground retoriek die enkel bedoeld is voor de incrowd.

Het klinkt goed, en bij een bepaald publiek voelt het goed, maar het zal niet werken. De geschiedenis (check Rusland), de feiten en de beste economische modellen die we hebben, spreken hem tegen. Landen die private eigendom het beste beschermen, zijn landen met minder armoede. Regimes die private eigendomsrechten schenden, glijden onherroepelijk af naar totalitarisme. Private eigendom gaat niet noodzakelijk samen met vrijheid. Maar vrijheid kan niet gedijen zonder uitgebreide en beschermde eigendomsrechten.

Het zijn “stellingen” waarover ondertussen een ruime consensus bestaat en heel wat evidentie. Ik kan nog aannemen dat men elk van deze stellingen wil nuanceren, of zelfs in twijfel trekken. Of dat Gie Goris bereid is om vrijheid in de weegschaal te werpen tegenover gelijkheid.

Maar het is een kwalijke retorische truuk om, impliciet of expliciet, te claimen dat goede bedoelingen (sociale rechtvaardigheid; het eigen volk moet gedijen; …) voldoende zijn om de argumenten over mogelijke schadelijke gevolgen uit de weg te gaan.


Laat ons een betere wereld uittekenen?

Oxfam publiceerde onlangs The Inequality Virus, een rapport waarin de organisatie stelt dat Corona de ongelijkheid in landen doet toenemen, en waarin ze aanbevelingen doet voor de creatie van een meer gelijke, rechtvaardige en duurzame wereld.

Het debat over het herstel na de Coronacrisis is belangrijk; er is een momentum en we moeten daarvan gebruik maken. Helaas, de enige bijdrage die Oxfam met deze publicatie levert, is een profilering van Oxfam.

Dit is een rapport van een groep mensen die ervan overtuigd zijn dat ze de contouren van een betere wereld kennen en dat we enkel hun quasiwetenschappelijke inzichten en voorschriften moeten volgen om die betere wereld te realiseren. Werelddesign voor gevorderden. “Governments around the world have a small and shrinking window of opportunity to create a just economy after COVID-19.”

Want voor Oxfam is het alvast duidelijk hoe de huidige economie draait, en wat er dus gefikst moet worden. “They can do this by urgently transforming the current economic system, which has exploited and exacerbated patriarchy, white supremacy and neoliberal principles. A system that has driven extreme inequality, poverty and injustice.”

Je kan een wereldbeeld hebben, en daarover van mening verschillen, maar het wordt moeilijk discussiëren met mensen die zo flagrant een loopje nemen met de feiten. “The coronavirus crisis has shown us that for most of humanity there has never been a permanent exit from poverty and insecurity.” (mijn nadruk)

Most of humanity and never? Even checken.

In 1981, de periode dat het vermaledijde neoliberalisme volgens Oxfam het dominante economische model werd, was 43 procent van de wereldbevolking extreem arm (1.9 miljard mensen). In 2017 is het percentage in extreme armoede gedaald tot 9.3 procent en het aantal mensen tot 702 miljoen, een daling met 1.2 miljard.

Of verder terug. In 1800 was 90 procent van de wereldbevolking extreem arm; in 1900 72 procent en in 1974 de helft. De knapste visualisatie van de langetermijnevolutie, en de meest overtuigende weerlegging van “most of humanity” and “never”, is die van de goede mensen van Gapminder.

Natuurlijk zijn een percentage van 9 procent extreem armen en 702 miljoen mensen niets om vrolijk van te worden. En de Wereldbank waarschuwt inderdaad dat “global extreme poverty is expected to rise in 2020 for the first time in over 20 years“. Maar het zou bijzonder eigenaardig zijn mocht een wereldwijde pandemie niet dat effect hebben. Gelukkig is het armoede-effect in veel landen getemperd door overheidsmaatregelen.

Nergens in het rapport van Oxfam vond ik enige historische nuancering van de armoedecijfers.

Dat komt wellicht omdat ze er te hard op gebrand waren hun punt over ongelijkheid te maken. De analyse van dit complexe probleem is volgens Oxfam ook weer snel gemaakt: “This extreme inequality is the product of an exploitative economic system that is designed to benefit a wealthy and powerful few. It is built on neoliberal economics and the capture of politics by elites (met een verwijzing naar een pamflet van Oxfam als “bron”).

Nu weten we uit iets meer onderbouwde analyses, bijvoorbeeld die van Branko Milanovic, dat “the capture of politics by elites” inderdaad een prangend probleem is en een oorzaak van toenemende immorele ongelijkheid. Maar neoliberal economics op dezelfde beklaagdenbank zetten als de onderbouw van een een systeem dat “is designed to benefit a wealthy and powerful few” is een te simpele en ongenuanceerde analyse, op zijn zachtst gezegd.

Maar nuance is niet meteen wat Oxfam beoogt in dit rapport. Zoals wel vaker gebeurt in debatten over ongelijkheid, kiest Oxfam voor een gemakkelijk en populistisch inspelen op afgunst en goedkope verontwaardiging.

Als je het loon van de best betaalde asset fund manager in Groot-Brittannië vergelijkt met dat van een pas afgestudeerde verpleger (1,400 keer meer), dan heb je gescoord, maar draag je weinig bij tot de analyse. Idem met de berekening dat Jeff Bezos, de oprichter van Amazon, elk personeelslid een bonus van 105,000 dollar zou kunnen betalen vanuit zijn toegenomen weelde tijdens de Coronacrisis. Of met de onthulling dat de verkoop van private jets toenam tijdens die crisis.

Oxfam baseert de kernboodschap van de publicatie – Corona zal de ongelijkheid doen toenemen – op een rondvraag bij 295 niet-geïdentificeerde economisten.

Branko Milanovic, die van de studie van ongelijkheid zijn levenswerk maakt, houdt zijn oordeel in beraad: “What can we say about the impact of the pandemic on the global distribution of income? It is hard to say anything meaningful now … We are totally in the dark. Most of what we say today may be proven wrong tomorrow. If someone is right, it may be not necessarily because they are smart, but because they are lucky.”

Nobelprijswinnaar Angus Deaton doet in een recente paper, COVID-19 and Global Income Inequality, een voorzichtige poging. Hij komt tot de voorlopige conclusies dat de toename in ongelijkheid binnen landen in veel landen is gecompenseerd door overheidsmaatregelen; dat de ongelijkheid tussen landen door de pandemie sneller dan voordien is gedaald volgens een maatstaf en licht is toegenomen volgens een andere maatstaf.

Erger dan de profileringsdrang in dit rapport, zijn de concrete maatregelen die Oxfam voorstelt. Ze zijn erger omdat ze in het beste geval onwerkbaar zijn en in het slechtste geval schadelijk voor net datgene wat Oxfam zou moeten willen bereiken: een einde maken aan extreme armoede.

In de voorstellen komt designdrang op de proppen, de trouwe metgezel van profileringsdrang. “Inequality should be prevented from happening in the first place. To do this, businesses should be redesigned to prioritize society, rather than ever greater payouts to rich shareholders.”

We moeten ondernemingen dus massaal, wereldwijd gaan redesignen. Sta daar even bij stil. Hoe gaat dat praktisch in zijn werk?

Oxfam heeft alvast een praktisch idee: Als we nu eens de extra-winsten die ondernemingen zoals Amazon hebben geboekt dankzij Corona wegbelasten en dat uitkeren aan werklozen en aan kinderen en ouderen in de armste landen?

Amazon heeft inderdaad goed verdiend aan de pandemie. Mag het? Het bedrijf heeft de periode een heel stuk draaglijker gemaakt voor miljoenen mensen, onder wie de 427,300 werknemers die het aangeworven heeft tijden de crisis, een groei-exploot dat in de Amerikaanse bedrijfsgeschiedenis niet gezien was sinds het begin van de Tweede Wereldoorlog.

Laat ons dan zeker ook de Wase Werkplaats aanpakken. Dat maatwerkbedrijf speelde in op de crisis door in zijn farma-afdeling covidtesten, mondmaskers en handgel te verpakken, en door bij Pfizer in Puurs enclavewerknemers te plaatsen.

De kans dat zulke voorstellen aangenomen en onverkort uitgevoerd worden, is nul.

Waarom doet Oxfam ze dan? Designdrang. Nu is daar in se niets mis mee, maar je moet weten wat kan gedesigned worden, en door wie, met een redelijke graad op succes. Een vaccinatiestrategie? Liefst wel. Hoe ondernemingen wereldwijd werken en georganiseerd zijn? Mmm. De kans dat zelfs Janet Yellen en het IMF hier hun tanden op stuk bijten, is groot.

Inequality should be prevented from happening in the first place” vindt Oxfam. En “fighting inequality must be at the heart of economic rescue and recovery efforts.”

Dat zijn boude uitspraken, die uitgaan van een hoogmoedige designdrang.

Kunnen we (wie?) een economie organiseren (is al iets minder ingrijpend dan designen) op een manier dat een grote rampspoed zoals een pandemie niet tegelijk zorgt voor inkomensverlies voor een aantal mensen én inkomensopportuniteiten voor andere mensen? Tot spijt van wie het benijdt, zal dat niet lukken.

Zijn we zeker dat een wereld met minder ongelijkheid ook een betere wereld zal zijn? Wat is een betere wereld? Moeilijke vraag, maar “een wereld met minder armoede” is alvast een deel van het juiste antwoord. Daar zijn we het hopelijk over eens.

Ongelijkheid is niet het probleem; armoede is het probleem.

Een Google search op het rapport van Oxfam leert dat de analyse en conclusies van het rapport klakkeloos gerapporteerd worden door nagenoeg alle media, een uitzondering niet te na gesproken.

Is dat geen indicatie dat Oxfam zichzelf, en zijn doelen, hier geen dienst mee bewijst? Iedereen in de club wordt bevestigd in zijn verontwaardiging. Wat schiet je daarmee op? Mogelijke critici – en er is echt wel wat te bekritiseren in dit rapport – nemen blijkbaar niet eens de moeite meer.