Dinsdag quote

The same age which produces great philosophers and politicians, renowned generals and poets usually abounds with skilful weavers and ship carpenters. We cannot reasonably expect that a piece of woollen cloth will be wrought to perfection in a nation which is ignorant of astronomy, or where ethics are neglected.

David Hume (1752). Of Refinement in the Arts, Part II, Essay II

Milgrom en Wilson winnen Nobel Economie met veilingtheorie

Paul Milgrom en Robert Wilson winnen dit jaar de Nobelprijs voor Economie voor hun werk in de theorie van veilingen.

Veilingen bestaan al eeuwen en zijn intuïtief redelijk eenvoudig te begrijpen. Milgrom en Wilson en andere economisten die de jongste decennia rond veilingtheorie gewerkt hebben, tonen niet alleen theoretisch dat veilingen een behoorlijk complexe dynamiek kunnen hebben, maar werkten ook heel praktische toepassingen uit.

Veilingtheorie maakt deel uit van de bredere economische subdiscipline van market design, die nagaat hoe markten optimaal kunnen georganiseerd worden, rekening houdend met onder meer de soms asymmetrische informatie en de incentives van de verschillende deelnemers. Vooruitgang in veilingtheorie is er vooral gekomen vanuit inzichten in speltheorie (academische dialoog tussen Wilson en Alvin Roth, die in 2012 de Nobel Economie won, over How Market Design Emerged from Game Theory.)

Veilingen en market design kennen vandaag praktische toepassingen in eBay, met Google Adwords, en bij het verkopen van een huis. Ze bepalen ook wie mobiele telefonie, elektriciteit of tv-zenders kan aanbieden, hoe emissierechten verhandeld worden, hoe je best de “markt” voor niertransplantaties organiseert, hoe studenten efficiënt en eerlijk een plaats verwerven in een cursus met beperkte plaatsen, of hoe vliegtuigmaatschappijen hun slots krijgen bij slecht weer op een overvolle luchthaven.

Het is wellicht geen toeval dat de prijswinnaars beiden aan de Stanford University doceren. Dit artikel vertelt hoe Stanford een traditie opbouwde waarbij economisten nauw samenwerken met ingenieurs, en hoe ze elkaars disciplines wederzijds bevruchten.

Het “popular information” artikel van het Nobelprijscomitee geeft een helder overzicht van veilingtheorie en de bijdragen van Milgrom en Wilson.

Voor wie denkt dat veilingen veilingen zijn, hier alvast de vier basissoorten (waar onder meer Milgrom en Wilson er al een paar hebben toegevoegd), zoals gedefineerd in het goede artikel van Wikipedia over veilingtheorie:

  • First-price sealed-bid auction: bieders dienen hun bod gelijktijdig in in een gesloten omslag; de hoogste bieder wint en betaalt de prijs die hij geboden heeft
  • Second-price sealed-bid auctions (Vickrey auction): bieders dienen hun bod gelijktijdig in in een gesloten omslag; de hoogste bieder wint en betaalt de prijs die de tweede hoogste bieder geboden heeft
  • Open ascending-bid auctions (Engelse veiling): deelnemers bieden tegen elkaar op, kennen elkaars bod en stoppen met bieden wanneer de prijs hen te hoog is; wanneer niemand meer bereid is hoger te bieden, wint de hoogste bieder. Soms bepaalt de verkoper een reservatieprijs
  • Open descending-bid auctions (Nederlandse veiling): de verkoper start met een hoge prijs en zakt dan tot een bieder bereid is te kopen

Een van de nieuwe veilingsoorten die Milgrom en Wilson toevoegden, was de Simultaneous Multiple Round Auction (SMRA).

De Amerikaanse Federal Communications Commission (FCC) gebruikte die voor het eerst in 1994 om in 47 biedrondes tien licenties voor mobiele telefonie te verkopen voor 617 miljoen dollar. Voordien werden die licenties weggegeven of in een loterij verdeeld. Sinds 1994 brachten SMRA’s de Amerikaanse overheid meer dan 120 miljard dollar op. Ze werden ook snel gebruikt in andere landen.

De politieke economist Glen Weyl, die nu voor Microsoft werkt, startte enkele maanden geleden een bitsige controverse over market design en veilingen met een artikel, How Market Design Economists Helped Engineer a Mass Privatization of Public Resources. “The way economists designed the auction included hundreds of millions of profits for private equity firms and a disappointing outcome for taxpayers.”

Hier is het antwoord van Milgrom, en hier de reply van Weyl.

Milgrom startte in 2007 het bedrijf Auctionomics, dat zowel overheden als bieders in veilingen adviseert.

Goed, toegankelijk interview met Milgrom (YouTube).

Petite histoire: Milgrom ontmoette zijn tweede vrouw, de sociologe Eva Meyersson Milgrom, in 1996, toen hij naast haar zat op het Nobel Prize diner in Stockholm.


Leesvoer over Corporate Social Responsibility

Drie porties leesvoer over Corporate Social Responsibility (CSR), of Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) en stakeholder theory. Mijn gedacht: zie eerdere posts (en 3 en 4).

Editorial over de augustus 2019 Business Roundtable Statement

In een editorial in The Journal of Management, On the 2019 Business Roundtable “Statement on the Purpose of a Corporation” (open versie), bespreken Jeffrey Harrison, Robert Phillips en Edward Freeman de achtergrond en de mogelijke impact van de Statement on the Purpose of a Corporation.

In die Statement, gepubliceerd in augustus 2019, verklaarden 183 Amerikaanse bedrijfsleiders van de Business Roundtable dat bedrijven de belangen van al hun stakeholders moesten dienen. De Statement is een radicale ommekeer tegenover de shareholder primacy, die decennialang het devies was van bedrijfsleiders en economisten. Shareholder primacy stelde, in de provocerende woorden van Milton Friedman, dat the Social Responsibility of Business is to Increase its Profits.

De auteurs van het editorial argumenteren dat de Statement een belangrijk signaal is, dat ideeën versterkt die al enige tijd momentum hadden.

In hun kort overzicht van praktische implicaties voor management geven de auteurs aan dat de belangrijkste taak voor stakeholder theory is om volledige, multidimensionele en betrouwbare maatstaven te vinden om bedrijfs- en managementprestaties in een stakeholderomgeving te beoordelen.

Ze geven meteen ook toe dat “much work remains in deriving and validating these measures.”

Winst, als ultieme maatstaf in shareholder primacy, zo moeten ze toegeven, is uiteindelijk “easy to explain, easy to measure, and presumably justifiable on moral, legal, and economic grounds.”

De auteurs merken ook zuinig op dat “the Statement leaves open the question of its implementation, asserting in preface that “each of our individual companies serves its own corporate purpose“.”

Een interessante bedenking, die de auteurs niet staven maar veronderstellen, is dat de Statement wel zal nagelezen zijn door de juridische departementen van de 183 bedrijven. Ze ondergraven daarmee een van de belangrijkste bezwaren tegen CSR en stakeholder theory, dat deze aanpak niet strookt met het juridische kader waarin managers en bedrijven moeten werken.

Critics who continue to pronounce an opposition between stakeholder management and fiduciary duties [onder meer Joseph Heath, zie hieronder] now find themselves opposed to scores of front-line corporate law experts.”

Joseph Heath

In de literatuur die Harrison et al. aanhalen ontbreekt onbegrijpelijk de Canadese filosoof Joseph Heath.

In The Contribution of Economics to Business Ethics, een hoofdstuk uit de Routledge Companion to Business Ethics (2018) geeft Heath een indrukwekkend helikopteroverzicht van 300 jaar worsteling tussen economie en (business) ethiek. Het is een academisch stuk maar, zoals steeds bij Heath, zeer goed en spits geschreven.

Het uitgangspunt van zijn historisch overzicht is dat de louterende rol van de economische wetenschap in de discussie met Business Ethics steeds die van de filosofische scepticus is geweest.

Economisten, zo stelt Heath, hebben geprobeerd business ethici te behoeden voor “any sort of naive application of standard philosophical ethical theories in the context of marketplace interactions … resting content with merely conventional or dogmatic convictions.”

De “context of marketplace interactions” is die waarin bedrijven competitief en winstmaximaliserend moeten handelen opdat het prijssysteem zou kunnen werken. In de collectie essays Morality, Competition, and the Firm: The Market Failures Approach to Business Ethics (2014) ontvouwt Heath een zeer stevige redenering om dit te onderbouwen.

Nu, het klinkt natuurlijk nogal pretentieus om te beweren dat economisten business ethici behoeden voor naïeve redeneringen. En dat is het ook, geeft Heath toe. “There is a tendency among economists to think of business ethicists as simply people who did not understand modern economics very well.” Maar “in fairness, it should be acknowledged that there has never been any shortage of business ethicists who fit the description.”

Heath beschrijft dan hoe economisten in de jaren 1980 en 1990 door een periode van nederig zelfonderzoek zijn gegaan (die tot op vandaag voortduurt) waarin ze erkenden dat hun model van menselijk en rationeel handelen op haar limieten botste.

De homo economicus, zo werd theoretisch en empirisch aangetoond in die periode, handelde niet alleen puur rationeel en uit eigenbelang, maar was wel degelijk in staat en zelfs geneigd morele overwegingen te laten meespelen in zijn (economische) beslissingen.

Die nieuwe nederigheid heeft een vruchtbaarder samenwerking mogelijk gemaakt tussen economisten en business ethici.

Het is, volgens mij, Heath zelf die de voorlopige kroon op die nieuwe samenwerking zette, met zijn (beetje onhandig getitelde) Market Failures Approach to Business Ethics.

In die aanpak blijft Heath CSR afwijzen als (onder meer) onpraktisch. Business ethiek is eerder een governance mechanisme dat de bestaande juridische marktstructuur aanvult en dat intern, binnen bedrijven, als een soort lijm dient die de organisatie samenhoudt.

Heath besluit met de oproep:

To the extent that business ethicists are interested in the consequences of our actions, then they obviously cannot afford to ignore the teachings of economists. The only way to engage in moral assessment of actions is to understand them in their context, and in the case of market behavior, it is economics that provides our understanding of this context.

Coinbase

Tussen al die theoretische debatten, en als tegengewicht tegen het wat holle Statement van de Business Roundtable, was de blogpost die Brian Armstrong, oprichter en CEO van de financiële innovator Coinbase, einde september publiceerde een verademing.

In de blogpost, die in de eerste plaats gericht is tot de werknemers van Coinbase, herhaalt Armstrong eigenlijk het devies van Friedman en zet hij nuchter nog eens de puntjes op de i.

Hij beseft dat ook onder zijn werknemers onzekerheid heerst over de politieke situatie in de VS en dat sommigen onder hen vinden dat het bedrijf als bedrijf standpunten moet innemen in het debat, zoals veel Amerikaanse bedrijven en organisaties onder interne en externe druk doen.

Everyone is asking the question about how companies should engage in broader societal issues during these difficult times, while keeping their teams united and focused on the mission.”

Zijn antwoord is klaar en duidelijk: “In short, I want Coinbase to be laser focused on achieving its mission, because I believe that this is the way that we can have the biggest impact on the world.”

En dat betekent: “focusing on what we have in common, not where we disagree, especially when it’s unrelated to our work.”

Armstrong maakt het ook concreet. “We focus minimally on causes not directly related to the mission.” En hij noemt op, voor wie het nog niet begrepen zou hebben: Policy decisions; Non-profit work (We shouldn’t ever shy away from making profit, because with more resources we can have a greater impact on the world); Broader societal issues; Political causes.

Hij geeft twee simpele argumenten: “Even if we all agree something is a problem, we may not all agree on the solution” en “Impact only comes with focus.”

In een Amerika dat gebukt gaat onder de dwang van politieke supercorrectheid is de boodschap van Armstrong aan zijn werknemers een heel moedig statement dat ook, impliciet, de hypocrisie van CSR-bedrijven aan de kaak stelt.


Dinsdag quote

But consumption inequality is vastly less than income inequality, which is vastly less than wealth inequality. And I know of no evidence that consumption inequality is increasing. So why worry about wealth inequality, or income inequality, above and beyond consumption inequality?
So, what is the question to which wealth inequality, as defined by Saez and Zucman, and wealth taxation, as advocated by Saez and Zucman and company is the answer?

John Cochrane, Wealth and Taxes

Maandagse gevarieerde links

  • Aan de Chicago Booth Management School leren MBA-studenten bij over leiderschap in jam sessies.
  • Een kwart van de top 1 procent verdieners in de UK zijn immigranten. In de top 0.01 procent is dat zelfs een derde. Bij lagere inkomens zijn maar een op zes mensen immigranten. Immigratie verklaart het grootste deel van de groei van topinkomens in de UK in de voorbije twee decennia. Dé top 1 procent is dus geen statisch gegeven.
  • Slow innovation kan ook. Trappistenbrouwerij Rochefort komt met de blonde Triple Extra, het eerste nieuwe brouwsel in 65 jaar.
  • De cruise-industrie, die enkele maanden geleden het snelst groeiend segment was in de toerismesector, met een omzet van meer dan 200 miljard dollar, moet vandaag zowat de slechtste sector zijn waar je kan inzitten. Maar de ene zijn dood … Werven in het Turkse Aliaga, 50 km ten noorden van Izmir, die gespecialiseerd zijn in het verwerken van schepen tot schroot, beleven een boom. Cruiseschepen worden er 15 jaar voor hun levenseinde tot schroot verwerkt.
  • Meer over samenspannende algoritmes. Deze paper onderzoekt een concrete case met benzinestations in Duitsland. In regio’s met maar twee benzinestations dreven algoritmes de marges op met 28 procent. De onderzoekers vragen zich af wat de dynamiek is achter het anti-competitief gedrag. Leren de algoritmes niet hoe ze moeten concurreren? Of leren ze net hoe ze niet moeten concurreren? Er zijn aanwijzingen voor het tweede. Regulering is vandaag niet aangepast aan samenspannende algoritmes. Zij sluiten geen (strafbare) formele overeenkomsten en strikt genomen is er zelfs geen (strafbare) communicatie. De definities van “overeenkomst” en “communicatie” zullen moeten worden aangepast.

Zaterdag quote

The twentieth century will be chiefly remembered by future generations not as an era of political conflicts or technical inventions, but as an age in which human society dared to think of the welfare of the whole human race as a practical objective.

Arnold Toynbee

Vrijdagse gevarieerde links


Alternatief mediadieet voor Amerikawatchers?

Grappige tweet na het bizarre schouwspel van het debat tussen Biden en die andere deze nacht. ” Dan slaapt ne mens al eens uit na het Biden/Trump debat, blijkt er ineens een Belgische regering te zijn. ” (@mschenk).

En een zeer goede suggestie van trouwe lezer Alexander Van de Rostyne. Ik citeer zijn mails:

In het kader van de verkiezingen in de US volg ik nu vooral de ‘mood’ van USAToday, een beetje het amerikaanse ‘het laatste nieuws’ .
Ik weet voor wie NYT publiek zal stemmen, ook de FOX fans. De thermometer van de swingers/hesitators zitten waarschijnlijk (mijn inschatting) bij USAToday. Het zou goed kunnen zijn dat een pak van dat publiek 4 jaar geleden uit trouw aan de republikeinen Trump het voordeel van de twijfel hebben gegeven, en nu eerder het nadeel van de twijfel.
De toon van de krant gaat alvast in die richting, is veel minder opiniërenden activistisch dan NYT, maar in de rapportering gaan ze duidelijk tegen Trump in.
Hier een voorbeeld: Fact check Jill Biden won’t require Americans to learn Spanish.
Dagelijks even klikken op https://eu.usatoday.com (slechte site wel).

En:

Ik volg ook af en toe het nieuws in Alabama, een toch hartstochtelijke redneck state, al 40 jaar Republikeins en in 2016 won Trump met 2 tegen 1 van Clinton. 
Daar waar USAToday mijn ‘man met de pet’ thermometer is, is Alabama een thermometer voor hoe overtuigde Republikeinen al dan niet blijven meegaan in het Trumpisme. 
In Alabama News valt tot nu toe op dat ze redactioneel niet echt  pro Trump zijn. Of dit een shift is met het verleden weet ik niet, want toen las ik dat nog niet. De site is wel als ‘centrum rechts bias’ gelabeled.
Ook tekenend: er staat vandaag een poll over wie het debat van gisteren gewonnen heeft,  51.4% vind dat dat Trump was, maar gezien de kleur van die staat is dat een pak minder dan zijn kiesbasis.
Ik blijf bij mijn stelling dat Trump gaat verliezen.

We lachen met Amerikanen omdat ze weinig weten over Europa en als ze al iets weten, verkrijgen ze hun nieuws via een beperkte lens. Maar ik denk dat dat omgekeerd ook vaak het geval is. Wie het nieuws en de opinie in de VS volgt hier in Europa, doet dat toch meestal via de “traditionele” kanalen zoals New York Times, Washington Post, CNN e.d. (guilty). Na het debat deze nacht hebben we gezien dat die, zacht gezegd, ook nogal biased zijn.

Benieuwd waar Americawatchers zoal Steven De Foer en Björn Soenens, die overigens de tijd van hun leven meemaken, hun mosterd halen.


Voor innovatie kan je al eens gaan lenen

Een zopas gepubliceerde paper, A Calculation of the Social Returns to Innovation (betalende toegang), van de Amerikaanse economisten Benjamin Jones en Lawrence Summers biedt interessante achtergrond bij het debat dat de Gentse economist Gert Peersman gisteren opende met een column in De Standaard en een interventie in De Afspraak.

Peersmans punt is dat de prioriteit van het relancebeleid zou moeten zijn om de productiviteit (productie per werknemer) op te krikken. Dus niet enkel werkzaamheidsgraad, want daarmee alleen komen we er niet, en ook geen “investeringen” (die geen investeringen zijn, maar uit de lopende inkomsten, dus belastingen, zouden moeten komen) in gezondheidszorg en pensioenen.

Immers: “Productiviteitsgroei is met voorsprong het belangrijkste voor de financiering van onze welvaart.”

De productiviteitsgroei in België bedroeg de jongste twintig jaar 0.5 procent per jaar. Peersman berekent dat België met een productiviteitsgroei van 1.1 procent per jaar (het OESO-gemiddelde) de crisis zou zijn ingegaan met een overschot op de begroting dat groter was dan dat van Nederland en Duitsland samen. De koopkracht per gezin na belastingen zou ongeveer 7,000 euro hoger zijn.

Productiviteitsgroei bereik je door investeringen in innovatie, fundamenteel onderzoek, digitalisering, mobiliteit en klimaat, aldus Peersman (hij vergeet de belangrijke investeringen in organisatorische innovatie). Daarnaast spelen het wegwerken van overregulering en van toetredingsbarrières tot beroepen en sectoren die lobbygroepen door de jaren heen hebben afgedwongen een cruciale rol.

Wat Jones en Summers bijbrengen in dit debat, is dat ze met een merkwaardig eenvoudige formule het maatschappelijk rendement berekenen van innovatie-investeringen (in eerste instantie louter investeringen in onderzoek en ontwikkeling, R&D). Productiviteitsgroei is (in een herberekening van de formule) immers een resultante van onder meer dat rendement op R&D-investeringen.

In een eerste berekening komen Jones en Summers uit op een opzienbarend rendement van 13.3 dollar maatschappelijke opbrengst per 1 dollar aan R&D-investeringen.

Ze berekenen dan twee alternatieve scenario’s, een waarin het rendement afgezwakt wordt door onder meer de timelag tussen R&D-investeringen en de opbrengst, en een waarin het rendement hoger wordt, onder meer door de gunstige effecten op gezondheid en levensverwachting en door het effect van internationale verspreiding van innovaties.

Zo komen ze tot een vork van tussen 4 en 20 dollar maatschappelijk rendement per geïnvesteerde dollar. Daar kan je al eens voor gaan lenen.

En terwijl we bezig zijn: In een andere recente paper, voor het Mercatus Center van de George Mason University, doen Richard Fullenbaum en Tyler Richards een poging om de kosten van (over)regulering op de economie te berekenen, een notoir moeilijke en hachelijke becijfering.

In hun model stijgen de operationele kosten per geproduceerde eenheid 3.3 procentpunt per jaar door de gemiddelde groei van regulering (in de VS) . Stel dat het volume van regulering vandaag zou teruggedrongen worden tot het niveau van 1998, dan zouden de operationele kosten van bedrijven nagenoeg gehalveerd worden.

Dit heeft hetzelfde maatschappelijke effect als innovatie die economische groei stimuleert.


Dinsdag quote

(T)here’s a lot to like about urban poverty. Cities don’t make people poor; they attract poor people. The flow of less advantaged people into cities from Rio to Rotterdam demonstrates urban strength, not weakness. … Urban poverty should be judged not relative to urban wealth but relative to rural poverty.

Edward Glaeser (2011). Triumph of the City: How Our Greatest Invention Makes Us Richer, Smarter, Greener, Healthier, and Happier, p 9-10

The possibility of acting intelligently is very limited

De Britse filosoof John Sand merkt op dat er in Coronatijden een nieuwe socio-economische kloof ontstaat tussen mensen die sowieso hun job en inkomen behouden en mensen wier jobs en inkomens bedreigd worden door lockdowns en andere maatregelen.

De kloof is relevant omdat de mensen die beslissingen nemen over sociale en economische leefomstandigheden net die mensen zijn die niets te verliezen hebben, die geen “skin in the game” hebben.

Corona biedt een gelegenheid om na te denken over de impact van technocraten en politici op ons leven, omdat het de verhoudingen scherp stelt. Maar natuurlijk is de kloof die Sand meent te hebben ontdekt niet nieuw.

Public Choice theorie wijst erop dat we er, realistisch gezien en op zijn zachtst gezegd, van moeten uitgaan dat overheidsinterventies (geïnformeerd door adviezen van technocraten) niet altijd optimaal en volgens het handboek zullen uitdraaien.

Een goede uitkomst is de bovengrens van wat we kunnen verwachten. De realiteit ligt daar meestal onder. Maar, zeker in speciale omstandigheden, bestaat het gevaar dat technocraten dat uit het oog verliezen en dat hun appetijt voor social engineering aangescherpt wordt.

Een van de redenen, de epistemologische, waarom social engineering bijna altijd suboptimaal zal zijn, is dat technocraten en politici samen nooit over de informatie zullen beschikken die de markt op een zeer verspreide manier wel geeft. Het gevolg is dat “The possibility of acting intelligently is very limited; and any other action will probably have results more bad than good, if not disastrous.” (Frank Knight)

De andere, motivationele, reden, waar Sand op wijst, is het gebrek aan “skin in the game“.

Ik vind dat gebrek aan skin in the game ook vaak terug bij journalisten.

Zo in Het Journaal op woensdag 23 september, waarin het anker per se, tot twee keer toe van minister Muylle wilde weten of de veiligheidsraad in zijn beslissing over versoepeling voor de feestzalen niet gezwicht was “onder druk van bepaalde sectoren”. Alsof ze een samenzweringstheorie op het spoor was.

Wat had ze gedacht? Natuurlijk dat “bepaalde sectoren” druk uitoefenen. Die mensen zijn failliet aan het gaan.


Naar een steil, V-vormig herstel?

Paul de Grauwe en Yuemei Ji van University College London vergelijken de economische terugval en het herstel van drie crisissen: de Grote Depressie van begin de jaren 1930, de bankencrisis van 2007-2008 en de Coronacrisis.

Hun bevindingen, gebaseerd op de wereld industriële productie:

  • Het herstel na de bankencrisis van 2007-2008 kwam er veel sneller dan het herstel na de Grote Depressie. Na april 2008 duurde het ongeveer 10 maanden eer de economie zich begon te herstellen; het herstel na de Grote Depressie kwam er pas na 37 maanden. De reden voor het snellere herstel na 2008-2009 was dat de monetaire en fiscale overheden in 2008-2009 veel slimmer reageerden dan in de jaren 1930.
  • De terugval in de Coronacrisis was steiler en sneller dan tijdens de twee vorige crisissen. Dat komt doordat de Coronacrisis zowel een aanbod- als een vraagschok teweegbracht. De productie viel stil; maar ook de vraag stokte, doordat consumenten en investeerders hun vertrouwen verloren of zonder werk kwamen te zitten.
  • Als we ervan uitgaan dat we na het opheffen van de lockdowns overal ter wereld het dieptepunt van de crisis achter ons hebben, dan lijkt het erop dat we naar een V-vormig herstel gaan (zie het recovery alphabet). De Grauwe en Ji waarschuwen wel dat het herstel nog een W-vorm kan aannemen als er tweede en derde golven en nieuwe lockdowns komen.
  • Het herstel na het dieptepunt van de Coronacrisis komt sneller en is steiler dan dat na 2008-2009. Net als in 2008-2009 hebben de overheden hun rol gespeeld. Maar de 2008-2009 was in grote mate een bankencrisis. Banken waren toen ook bij het begin van het herstel nog niet klaar om hun rol als motor van de economie weer op te nemen. Bij de Coronacrisis is dat niet het geval.
  • De terugval in de EU was het scherpst, maar ook het herstel is forser, vergeleken met met de VS
  • Voorlopig besluit: If by their support the authorities ensure that no permanent damage is done to the economy, the latter has the potential to rebound quickly.
corona great depression V-shaped recovery

Vrijdagse gevarieerde links

  • De Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid vergelijkt sociale uitgaven in België met andere EU en OESO landen.
    Volgens de meetmethode van Eurostat, European System of Integrated Social Protection Statistics (ESSPROS), had België in 2017 de tiende hoogste sociale uitgaven van de EU28, gemeten als procent van het Bruto Binnenlands Product, met 27.2 procent van het BBP. Dat ligt naganoeg op het EU28 gemiddelde van 26.8 procent.
    Volgens de OESO meetmethode SOCX kwam België met 31.1 procent van het BBP op de zesde plaats, na Frankrijk, Denemarken, Finland, de VS (vooral door hoge verplichte en vrijwillige private sociale uitgaven) en ex aequo met Nederland.
  • Bizar verhaal over hoe de Spaanse dokter Francis Xavier de Balmis in 1803, in opdracht van de Spaanse koning, een pokkenvaccin transporteerde van Europa naar Noord- en Zuid-Amerika. Hij maakte een levende ketting van 22 weesjongens tussen 3 en 9 jaar. Twee van hen werden ingeënt vlak voor de reis en dan tijdens de reis telkens twee anderen met materiaal uit de pokkenpuisten op de armen van de vorige twee. Via Marginal Revolution.
  • Een onderzoeksstaal van 2 miljard mensen (open versie). Onderzoekers van onder meer het Max Planck Instituut in Berlijn gebruikten Facebookdata van 2 miljard gebruikers om na te gaan of die valabele resultaten opleverden voor onderzoek naar culturele waarden en voorkeuren.
    We employ publicly available data across nearly 60,000 topic dimensions drawn from two billion Facebook users across 225 countries and territories. We first validate that cultural distances calculated from this measurement instrument correspond to traditional survey-based and objective measures of cross-national cultural differences. We then demonstrate that this expanded measure enables rich insight into the cultural landscape globally at previously impossible resolution.
  • Tyler Cowen pleit in het nieuwe voorwoord van de Taiwanese editie van zijn boek Discover Your Inner Economist voor micro-economie als anthropologie: In other words, our view of the world comes first, and our response to incentives comes second. We cannot understand incentives without a deep understanding of how worldviews are formed, processed, and revised. In that sense psychology and anthropology are always prior to economics more narrowly construed, and I have tried to outline how to do good economics under those constraints.
  • Meer over de nuclear en extended familie. In Indië leeft 77 procent van de 65+ vrouwen bij haar kinderen, tegenover 59 procent in Indonesië en 62 procent in Cambodja. Van de 25-29 jarige Indiërs leeft 59 procent nog bij zijn ouders, tegenover 12 procent in Cambodja en 17 procent in Indonesië.
    Ondertussen in de VS: tussen februari en mei van dit jaar steeg het aandeel 18-29 jarigen dat bij minstens een ouder woonde van 47 naar 52 procent.