Geloof en hoop

Kiezers kunnen politiek van mening verschillen, maar als ze min of meer rationeel zijn, zouden ze toch de uitkomst van de verkiezingen min of meer gelijk moeten kunnen inschatten.

Het is niet zoals in voetbal, waar je gelooft dat je geloof in de winstkansen van je ploeg zal bijdragen tot het resultaat.

Niet dus, volgens een recente working paper van de University of Chicago.

Voor Political Polarization and Expected Economic Outcomes ondervroegen de onderzoekers Amerikaanse huishoudens tussen oktober 2019 en oktober 2020.

Van de Democraten verwacht 87 procent dat Biden gaat winnen; bij de Republikeinen verwacht 84 procent dat Trump wint. Straffer nog: meer dan 20 procent van de Republikeinen is 100 procent zeker dat Trump wint; bij de Democraten is 15 procent 100 procent zeker dat Biden wint.

Dit voorspelt niet veel goeds over de aanvaarding van de uitslag in een of ander kamp.

Via Grumpy Economist John Cochrane.


Woensdagse gevarieerde links

  • Unapologetically Human. Reclame voor …
  • Wanneer werd een (Engels) woord of uitdrukking voor het eerst gebruikt in print? Merriam-Webster maakt de lijst van 2020 tot de 12de eeuw. Nieuwkomers dit jaar: het C-woord, maar ook “physically distance” (maar klopt niet volgens Google n-gram) en “pediatric multisystem inflammatory syndrome.”
  • De vaak controversiële economist Bryan Caplan maakte een tijd geleden furore met een graphic novel over Open Borders. The Science and Ethics of Immigration. Voor de illustratie van een andere graphic novel waarvoor hij het scenario had geschreven, Amore Infernale, had hij nu een wedstrijd uitgeschreven. Hier zijn zijn bedenkingen over het verloop van de wedstrijd, die ondertussen gewonnen is voor 400 dollar, tusen 58 inzendingen.
  • Passing Time. Een soort TIK TOK voor intellectuelen. Maar ik snap de navigatie niet helemaal.
  • Web of Science publiceert zijn 2020 laureaten voor meest geciteerde wetenschappelijke papers. Hier zijn de economisten. Van de meer dan 50 miljoen papers die sinds 1970 zijn gepubliceerd, zijn er maar 5,700 die meer dan 2,000 keer worden geciteerd. Er zijn maar twee papers in de Web of Science database die meer dan 200,000 keer werden geciteerd: Protein measurement with the folin phenol reagent van Lowry et al (meer dan 300,000 citaten; Lowry vond het zelf maar een so-so paper, maar kreeg wel een kick van al die citaten) en Cleavage of structural proteins during the assembly of the head of bacteriophage T4 van ene Laemmli.

Dinsdag quote

Growing prosperity seems to give an ever-wider range of people a sense of power and independence. It encourages a special form of self-esteem that comes when people recognize themselves as central causes of the particular lives they are living – rather than being in any way the ward of others, no matter how well meaning, other-regarding or wise those others might be. In many countries, citizens are increasingly resentful about having economic decision-making power taken from them by the planners of the social-democratic state. In ways that are difficult fully to understand, prosperity makes the personal exercise of economic liberty more rather than less valuable to many liberal citizens.

John Tomasi (2012). Free Market Fairness, p. 61

Schrijf niet: vrije markteconomie

Maar vrijemarkteconomie.

Het gaat niet over de vrije economie, maar over de vrije markt.

Bij twijfel: besef dat een “rijkevrouwenversierder” iets anders is dan een “rijke vrouwenversierder”.

Volgens eindredacteur en leermeester Peter Cuypers (hat tip) van De Standaard worstelen redacteurs bij hen vaak met samenstellingen met “sociale media”.

“Dat levert dus ‘sociale mediafiguren’ en ‘sociale mediaplatforms’ op, waarbij men zich nog iets kan voorstellen, maar ook een paradoxaal begrip als ‘sociale mediagevaren’. ‘Sociaal’ lijkt overigens in het algemeen een ingebouwde drempel te hebben bij het aaneenschrijven, want ook ‘socialezekerheidsbijdragen’ en ‘socialezekerheidsinstelling’ worden vaker fout dan correct geschreven.
De angst voor het te lange woord? Terwijl vooral te lange stukken het probleem vormen.”

Klassieke voorbeelden waarmee beginnende redacteurs in de problematiek onderwezen worden: lange afstandsloper, volle melkflessen en rode wijnglazen.

En nog uit de economische sfeer: eerstekwartaalresultaten.


Zaterdag quote

“Market” is a remote and unhelpful analogy. Things don’t work out optimally for a simple reason: there is no reason why they should. There is no mechanism that attunes individual response to some collective accomplishment.

Thomas Schelling (1978). Micromotives and Macrobehavior, p. 32

Vrijdags beleggingsadvies

Mijn drie eenvoudige regels:

  1. Beleg niet
  2. Als je toch wil beleggen, beleg dan enkel geld dat je de komende 15-20 jaar absoluut kan missen
  3. Elk beleggingsadvies is waardeloos

Iets meer onderbouwd: een doorgaans heel leesbaar interview met Eugene Fama, de Titaan van de financiële theorie, die in 2013 de Nobelprijs Economie won met zijn Efficient Market Hypothesis.

Die hypothese zegt dat de competitie tussen beleggers zodanig intens is dat alle informatie en verwachtingen van beleggers ogenblikkelijk en correct weerspiegeld zit in de prijzen van beleggingsinstrumenten.

Daarom kan geen enkele belegger (op termijn) de markt kloppen. En daarom is elk beleggingsadvies waardeloos, behalve als het (onwettige) insider informatie betreft. Beleggingsadvies is alleen “waar” na de feiten. Beleggers die scoren, hebben geluk gehad.

Almost all investors should regard markets as efficient for their own investment decisions. If they do that, they will be better off in the long-term.”

Fama gebruikt zijn hypothese om de op het eerste gezicht rare bokkensprongen van de aandelenmarkten van de jongste maanden uit te leggen.

The market seems pretty good. It held up even though the economy is deep in the bucket. This is a good example of how forward looking the market really is: It’s looking past what we are going through now, and it’s saying that the future doesn’t look that bad.”

Met een slag om de arm:

– Do you think that’s the correct assumption?

– If I could forecast, I wouldn’t be a professor.


Dinsdag quote

Citizenship is by its very essence less comfortable than customership, and if measured by the same criteria must inevitably lose out.

Wolfgang Streeck (2012). Citizens as Customers. Considerations on the New Politics of Consumption, in New Left Review, 76, p 41

Zaterdag quote

Plenty of charities and nonprofits don’t actually change or improve the world or deliver any useful product at all, but rather simply continue as lost causes with no impact. The same cannot be said for most commercial businesses, at least not over extended periods of time. If I think “nonprofit sushi”, my first instinct is to run away, not to embrace it.

Tyler Cowen (2019). Big Business. A love letter to an American anti-hero, p35

Donderdagse gevarieerde links

  • Spelen culturele verschillen een rol in de verschillen in infectie- en overlijdensratio’s tussen en soms zelfs binnen Europese landen? Dit kaartje toont frappante verschillen in Zwitserland. Het Duits-sprekend deel heeft ratio’s die overeenstemmen met die van Duitsland; idem voor het Franstalig deel en het Italiaans-sprekend deel. Ook in België was de taalgrens een Coronagrens. Was, want ondertussen heeft heel België dezelfde kleur.
  • Vervolg op en gevolg van de open memo (en hier) die Brian Armstrong, oprichter en CEO van de financiële innovator Coinbase, kort geleden publiceerde en waar hij zich afzette tegen Corporate Social Responsibility (CSR) en politiek activisme binnen Coinbase. Ondertussen hebben 60 van de 1,200 werknemers van Coinbase ontslag genomen, weliswaar met het genereus afscheidspakket dat Armstrong in een follow-up post aanbood aan wie het niet eens was met zijn visie.
  • Oeps, politiek incorrect artikel? Psychologen en computerwetenschappers van onder meer de University of Columbia onderzochten de loonkloof tussen mannen en vrouwen in een anonieme arbeidsmarkt. Ze bekeken hoe meer dan 22,000 free lancers voor 5 miljoen opdrachten betaald werden in Mechanical Turk, het freelancersplatform van Amazon. Opdrachtgevers in Mechanical Turk kennen het geslacht van hun opdrachtnemers niet. De onderzoekers vonden dat vrouwen gemiddeld 10.5 procent minder verdienden dan mannen. Een van de mogelijke verklaringen was dat vrouwen de neiging hadden opdrachten te kiezen die minder betaalden. Via Marginal Revolution.
  • Interessant en vermakelijk interview met Angus Deaton, Nobelprijswinnaar Economie van 2016 en volgens interviewer Gordon Rausser “maybe the greatest applied economist of his generation“. In de eerste zeven pagina’s van de pdf geeft Rausser een goed overzicht van de loopbaan en verwezenlijkingen van Deaton. Het jongste en ophefmakende boek van Deaton en zijn vrouw Anne Case, Deaths of Despair and the Future of Capitalism, bespreek ik “binnenkort” in de reeks over het einde van het kapitalisme.
  • De top 100 van productopzoekingen op Amazon in 2020.

Dinsdag quote

The same age which produces great philosophers and politicians, renowned generals and poets usually abounds with skilful weavers and ship carpenters. We cannot reasonably expect that a piece of woollen cloth will be wrought to perfection in a nation which is ignorant of astronomy, or where ethics are neglected.

David Hume (1752). Of Refinement in the Arts, Part II, Essay II

Milgrom en Wilson winnen Nobel Economie met veilingtheorie

Paul Milgrom en Robert Wilson winnen dit jaar de Nobelprijs voor Economie voor hun werk in de theorie van veilingen.

Veilingen bestaan al eeuwen en zijn intuïtief redelijk eenvoudig te begrijpen. Milgrom en Wilson en andere economisten die de jongste decennia rond veilingtheorie gewerkt hebben, tonen niet alleen theoretisch dat veilingen een behoorlijk complexe dynamiek kunnen hebben, maar werkten ook heel praktische toepassingen uit.

Veilingtheorie maakt deel uit van de bredere economische subdiscipline van market design, die nagaat hoe markten optimaal kunnen georganiseerd worden, rekening houdend met onder meer de soms asymmetrische informatie en de incentives van de verschillende deelnemers. Vooruitgang in veilingtheorie is er vooral gekomen vanuit inzichten in speltheorie (academische dialoog tussen Wilson en Alvin Roth, die in 2012 de Nobel Economie won, over How Market Design Emerged from Game Theory.)

Veilingen en market design kennen vandaag praktische toepassingen in eBay, met Google Adwords, en bij het verkopen van een huis. Ze bepalen ook wie mobiele telefonie, elektriciteit of tv-zenders kan aanbieden, hoe emissierechten verhandeld worden, hoe je best de “markt” voor niertransplantaties organiseert, hoe studenten efficiënt en eerlijk een plaats verwerven in een cursus met beperkte plaatsen, of hoe vliegtuigmaatschappijen hun slots krijgen bij slecht weer op een overvolle luchthaven.

Het is wellicht geen toeval dat de prijswinnaars beiden aan de Stanford University doceren. Dit artikel vertelt hoe Stanford een traditie opbouwde waarbij economisten nauw samenwerken met ingenieurs, en hoe ze elkaars disciplines wederzijds bevruchten.

Het “popular information” artikel van het Nobelprijscomitee geeft een helder overzicht van veilingtheorie en de bijdragen van Milgrom en Wilson.

Voor wie denkt dat veilingen veilingen zijn, hier alvast de vier basissoorten (waar onder meer Milgrom en Wilson er al een paar hebben toegevoegd), zoals gedefineerd in het goede artikel van Wikipedia over veilingtheorie:

  • First-price sealed-bid auction: bieders dienen hun bod gelijktijdig in in een gesloten omslag; de hoogste bieder wint en betaalt de prijs die hij geboden heeft
  • Second-price sealed-bid auctions (Vickrey auction): bieders dienen hun bod gelijktijdig in in een gesloten omslag; de hoogste bieder wint en betaalt de prijs die de tweede hoogste bieder geboden heeft
  • Open ascending-bid auctions (Engelse veiling): deelnemers bieden tegen elkaar op, kennen elkaars bod en stoppen met bieden wanneer de prijs hen te hoog is; wanneer niemand meer bereid is hoger te bieden, wint de hoogste bieder. Soms bepaalt de verkoper een reservatieprijs
  • Open descending-bid auctions (Nederlandse veiling): de verkoper start met een hoge prijs en zakt dan tot een bieder bereid is te kopen

Een van de nieuwe veilingsoorten die Milgrom en Wilson toevoegden, was de Simultaneous Multiple Round Auction (SMRA).

De Amerikaanse Federal Communications Commission (FCC) gebruikte die voor het eerst in 1994 om in 47 biedrondes tien licenties voor mobiele telefonie te verkopen voor 617 miljoen dollar. Voordien werden die licenties weggegeven of in een loterij verdeeld. Sinds 1994 brachten SMRA’s de Amerikaanse overheid meer dan 120 miljard dollar op. Ze werden ook snel gebruikt in andere landen.

De politieke economist Glen Weyl, die nu voor Microsoft werkt, startte enkele maanden geleden een bitsige controverse over market design en veilingen met een artikel, How Market Design Economists Helped Engineer a Mass Privatization of Public Resources. “The way economists designed the auction included hundreds of millions of profits for private equity firms and a disappointing outcome for taxpayers.”

Hier is het antwoord van Milgrom, en hier de reply van Weyl.

Milgrom startte in 2007 het bedrijf Auctionomics, dat zowel overheden als bieders in veilingen adviseert.

Goed, toegankelijk interview met Milgrom (YouTube).

Petite histoire: Milgrom ontmoette zijn tweede vrouw, de sociologe Eva Meyersson Milgrom, in 1996, toen hij naast haar zat op het Nobel Prize diner in Stockholm.


Leesvoer over Corporate Social Responsibility

Drie porties leesvoer over Corporate Social Responsibility (CSR), of Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) en stakeholder theory. Mijn gedacht: zie eerdere posts (en 3 en 4).

Editorial over de augustus 2019 Business Roundtable Statement

In een editorial in The Journal of Management, On the 2019 Business Roundtable “Statement on the Purpose of a Corporation” (open versie), bespreken Jeffrey Harrison, Robert Phillips en Edward Freeman de achtergrond en de mogelijke impact van de Statement on the Purpose of a Corporation.

In die Statement, gepubliceerd in augustus 2019, verklaarden 183 Amerikaanse bedrijfsleiders van de Business Roundtable dat bedrijven de belangen van al hun stakeholders moesten dienen. De Statement is een radicale ommekeer tegenover de shareholder primacy, die decennialang het devies was van bedrijfsleiders en economisten. Shareholder primacy stelde, in de provocerende woorden van Milton Friedman, dat the Social Responsibility of Business is to Increase its Profits.

De auteurs van het editorial argumenteren dat de Statement een belangrijk signaal is, dat ideeën versterkt die al enige tijd momentum hadden.

In hun kort overzicht van praktische implicaties voor management geven de auteurs aan dat de belangrijkste taak voor stakeholder theory is om volledige, multidimensionele en betrouwbare maatstaven te vinden om bedrijfs- en managementprestaties in een stakeholderomgeving te beoordelen.

Ze geven meteen ook toe dat “much work remains in deriving and validating these measures.”

Winst, als ultieme maatstaf in shareholder primacy, zo moeten ze toegeven, is uiteindelijk “easy to explain, easy to measure, and presumably justifiable on moral, legal, and economic grounds.”

De auteurs merken ook zuinig op dat “the Statement leaves open the question of its implementation, asserting in preface that “each of our individual companies serves its own corporate purpose“.”

Een interessante bedenking, die de auteurs niet staven maar veronderstellen, is dat de Statement wel zal nagelezen zijn door de juridische departementen van de 183 bedrijven. Ze ondergraven daarmee een van de belangrijkste bezwaren tegen CSR en stakeholder theory, dat deze aanpak niet strookt met het juridische kader waarin managers en bedrijven moeten werken.

Critics who continue to pronounce an opposition between stakeholder management and fiduciary duties [onder meer Joseph Heath, zie hieronder] now find themselves opposed to scores of front-line corporate law experts.”

Joseph Heath

In de literatuur die Harrison et al. aanhalen ontbreekt onbegrijpelijk de Canadese filosoof Joseph Heath.

In The Contribution of Economics to Business Ethics, een hoofdstuk uit de Routledge Companion to Business Ethics (2018) geeft Heath een indrukwekkend helikopteroverzicht van 300 jaar worsteling tussen economie en (business) ethiek. Het is een academisch stuk maar, zoals steeds bij Heath, zeer goed en spits geschreven.

Het uitgangspunt van zijn historisch overzicht is dat de louterende rol van de economische wetenschap in de discussie met Business Ethics steeds die van de filosofische scepticus is geweest.

Economisten, zo stelt Heath, hebben geprobeerd business ethici te behoeden voor “any sort of naive application of standard philosophical ethical theories in the context of marketplace interactions … resting content with merely conventional or dogmatic convictions.”

De “context of marketplace interactions” is die waarin bedrijven competitief en winstmaximaliserend moeten handelen opdat het prijssysteem zou kunnen werken. In de collectie essays Morality, Competition, and the Firm: The Market Failures Approach to Business Ethics (2014) ontvouwt Heath een zeer stevige redenering om dit te onderbouwen.

Nu, het klinkt natuurlijk nogal pretentieus om te beweren dat economisten business ethici behoeden voor naïeve redeneringen. En dat is het ook, geeft Heath toe. “There is a tendency among economists to think of business ethicists as simply people who did not understand modern economics very well.” Maar “in fairness, it should be acknowledged that there has never been any shortage of business ethicists who fit the description.”

Heath beschrijft dan hoe economisten in de jaren 1980 en 1990 door een periode van nederig zelfonderzoek zijn gegaan (die tot op vandaag voortduurt) waarin ze erkenden dat hun model van menselijk en rationeel handelen op haar limieten botste.

De homo economicus, zo werd theoretisch en empirisch aangetoond in die periode, handelde niet alleen puur rationeel en uit eigenbelang, maar was wel degelijk in staat en zelfs geneigd morele overwegingen te laten meespelen in zijn (economische) beslissingen.

Die nieuwe nederigheid heeft een vruchtbaarder samenwerking mogelijk gemaakt tussen economisten en business ethici.

Het is, volgens mij, Heath zelf die de voorlopige kroon op die nieuwe samenwerking zette, met zijn (beetje onhandig getitelde) Market Failures Approach to Business Ethics.

In die aanpak blijft Heath CSR afwijzen als (onder meer) onpraktisch. Business ethiek is eerder een governance mechanisme dat de bestaande juridische marktstructuur aanvult en dat intern, binnen bedrijven, als een soort lijm dient die de organisatie samenhoudt.

Heath besluit met de oproep:

To the extent that business ethicists are interested in the consequences of our actions, then they obviously cannot afford to ignore the teachings of economists. The only way to engage in moral assessment of actions is to understand them in their context, and in the case of market behavior, it is economics that provides our understanding of this context.

Coinbase

Tussen al die theoretische debatten, en als tegengewicht tegen het wat holle Statement van de Business Roundtable, was de blogpost die Brian Armstrong, oprichter en CEO van de financiële innovator Coinbase, einde september publiceerde een verademing.

In de blogpost, die in de eerste plaats gericht is tot de werknemers van Coinbase, herhaalt Armstrong eigenlijk het devies van Friedman en zet hij nuchter nog eens de puntjes op de i.

Hij beseft dat ook onder zijn werknemers onzekerheid heerst over de politieke situatie in de VS en dat sommigen onder hen vinden dat het bedrijf als bedrijf standpunten moet innemen in het debat, zoals veel Amerikaanse bedrijven en organisaties onder interne en externe druk doen.

Everyone is asking the question about how companies should engage in broader societal issues during these difficult times, while keeping their teams united and focused on the mission.”

Zijn antwoord is klaar en duidelijk: “In short, I want Coinbase to be laser focused on achieving its mission, because I believe that this is the way that we can have the biggest impact on the world.”

En dat betekent: “focusing on what we have in common, not where we disagree, especially when it’s unrelated to our work.”

Armstrong maakt het ook concreet. “We focus minimally on causes not directly related to the mission.” En hij noemt op, voor wie het nog niet begrepen zou hebben: Policy decisions; Non-profit work (We shouldn’t ever shy away from making profit, because with more resources we can have a greater impact on the world); Broader societal issues; Political causes.

Hij geeft twee simpele argumenten: “Even if we all agree something is a problem, we may not all agree on the solution” en “Impact only comes with focus.”

In een Amerika dat gebukt gaat onder de dwang van politieke supercorrectheid is de boodschap van Armstrong aan zijn werknemers een heel moedig statement dat ook, impliciet, de hypocrisie van CSR-bedrijven aan de kaak stelt.


Dinsdag quote

But consumption inequality is vastly less than income inequality, which is vastly less than wealth inequality. And I know of no evidence that consumption inequality is increasing. So why worry about wealth inequality, or income inequality, above and beyond consumption inequality?
So, what is the question to which wealth inequality, as defined by Saez and Zucman, and wealth taxation, as advocated by Saez and Zucman and company is the answer?

John Cochrane, Wealth and Taxes