Conversations with Tyler: Thomas Piketty

Boeiend interview van Thomas Piketty door Tyler Cowen in zijn onvolprezen Conversations with Tyler, waarin Cowen zich, over de hele reeks gezien, een bijna onwaarschijnlijke polymath toont.

Je voelt doorheen dit interview dat de affiniteit tussen interviewer en geïnterviewde niet fantastisch groot is. Tyler maakt er wel een correct interview van.

Piketty komt af en toe gepikeerd en contrair over. En hij onderschat Cowen: “I would put myself more in the tradition of the Annales school. I don’t know if this rings a bell for you or not.” En “I don’t know if you know Céline …“. Voor dit soort interview hoort ook de interviewee zich een beetje voor te bereiden.

Interessant inzicht over de grote rol van het verschil in onderwijsparticipatie tussen de VS en Europa als verklaring voor de economische voorsprong van de VS. In de 1950’s was de participatiegraad aan middelbaar onderwijs in de VS 90 procent, tegenover 20 tot 30 procent in Frankrijk en Duitsland. De VS bereikten op het einde van de 19de eeuw al een participatiegraad van 90 procent aan het lager onderwijs, bijna een eeuw vóór Europa.

Piketty klaagt ook de ongelijke toegang tot de topscholen in Frankrijk aan, en de hypocrisie in zijn land over ongelijkheid.

In vergelijking met zijn boek Capital in the Twenty-First Century (2013) lijkt Piketty me pragmatischer geworden.


Maandagse gevarieerde links

  • Slimste Russische economist pleit voor olie- en gasembargo. Oleg Itshkoki, een in Moskou geboren maar in de VS werkende economist, is de jongste winnaar van de John Bates Clark Medal. De American Economic Association kent die prijs jaarlijks toe aan de Amerikaanse economist jonger dan veertig die een betekenisvolle bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van de economische wetenschap. Bates Clark wordt wel eens de mini-Nobelprijs genoemd en heel wat eerdere winnaars kregen nadien ook de echte Nobel. Op Twitter houdt Itshkoki vurige pleidooien voor een embargo op Russisch olie- en gas.
  • Classicus en auteur Patrick De Rynck schreef in De Standaard een boze brief aan Van Dale over het verdwijnen van een aantal Latijnse uitdrukkingen uit het Aanhangsel “Gevleugelde woorden, titels en citaten”. Onder meer Si vis pacem, bellum para, redelijk toepasselijk vandaag, is verdwenen. De Rynck is oprichter en hoofdredacteur van Hic en Nunc, een knappe website met artikels, beeldmateriaal en geluidsfragmenten over de verwevenheid van onze tijd met de oudheid. Bij de liefhebbers wellicht al gekend; voor mij een schaamtelijk late ontdekking.
  • Nog over de oudheid. Orbis, Het Stanford Geospatial Network Model of the Roman World, heeft een Google maps-achtige toepassing voor het Romeinse Rijk, met onder meer reisroutes en reistijd tussen steden in het Romeinse Rijk naargelang het seizoen.
  • Amusant en aandoenlijk verhaal uit The Intellectual Life of the British Working Classes (2001) van Jonathan Rose, via nostalgebraist. Arbeiderszoon Thomas Carter, geboren in 1792, las het Nieuwe Testament als vier verhalen die na elkaar gebeurden, met dus vier kruisigingen, vier verrijzenissen en een hoop andere gebeurtenissen die erg op elkaar leken. Hij vond het wat verwarrend, maar had niemand die hij om uitleg kon vragen. Veel van zijn tijdgenoten, die vaak maar toegang hadden tot een of enkele boeken, konden ook moeilijk vatten dat er zoiets als fictie bestond. Als het in een boek stond, was het waar. Waarom zou iemand zich bezighouden met dingen op te schrijven die verzonnen waren? Robinson Crusoe en Paradise Lost werden dus gelezen als waargebeurde verhalen.
  • Goed interview met de beste Belgische oorlogsjournalist. Tevens echte Ruslandkenner.

Zaterdag quote

Dans la sphère économique, un acte, une habitude, une institution, une loi n’engendrent pas seulement un effet, mais une série d’effets. De ces effets, le premier seul est immédiat ; il se manifeste simultanément avec sa cause, on le voit. Les autres ne se déroulent que successivement, on ne les voit pas; heureux si on les prévoit.
Entre un mauvais et un bon Économiste, voici toute la différence : l’un s’en tient à l’effet visible ; l’autre tient compte et de l’effet qu’on voit et de ceux qu’il faut prévoir.
Mais cette différence est énorme, car il arrive presque toujours que, lorsque la conséquence immédiate est favorable, les conséquences ultérieures sont funestes, et vice versa. — D’où il suit que le mauvais Économiste poursuit un petit bien actuel qui sera suivi d’un grand mal à venir, tandis que le vrai économiste poursuit un grand bien à venir, au risque d’une petit mal actuel.

Frédéric Bastiat (1850). Ce qu’on voit et Ce qu’on ne voit pas, Introduction

Het Frankrijk van Le Pen: basse-classe veramerikanisering

De Poolse journalist Krzysztof Tyszka-Drozdowski maakt in Unherd een goede analyse van de sociologische achtergronden van de Franse presidentsverkiezingen. Hij baseert zich daarbij op de Franse socioloog en peilingenspecialist Jerôme Fourquet, en de analyse in zijn boek L’Archipel français, une nation multiple et divisée (2019).

Fourquets bevindingen lijken in grote lijnen dezelfde als de analyses die we lazen over Brexit. De scheidingslijnen liggen veel minder tussen traditioneel links en rechts, maar tussen de winnaars en de vergeten verliezers van de globalisering, met daar tussenin een verdwijnende middenklasse.

Nieuw voor mij waren de waarnemingen van Fourquet over hoe verstrekkend de veramerikanisering van Frankrijk is. Waar globalisering een splijtzwam is, lijkt die veramerikanisering een gemeenschappelijk kenmerk voor zowel winnaars als verliezers van de globalisering.

Het zijn wellicht vooral de Macron-kiezers die ook Engels spreken en lezen. Maar de culturele impact is toch breder.

Meer dan drie kwart van de Fransen onder 35 jaar bezocht al Disneyland. Als indicator van wat Fourquet (of Tyszka-Drozdowski?) kitschy low-status Americanisation noemt, wijst hij onder meer nog op de blijkbaar immense populariteit van country music clubs en van vintage Amerikaanse wagens.

Fourquet deed ook analyses op de geografie van voornamen in Frankrijk. De kaart van Amerikaanse voornamen heeft een merkwaardige grote overlap met gemeenten waar Le Pen de meeste steun heeft.

Zelfs het oerfranse instituut van de gastronomie ontsnapt er niet aan. De Buffalo Grill keten (“American bbq mais french charolais!”) is vandaag volgens Wikipedia de grootste themaketen in Frankrijk. De keten werd in 1980 opgericht door de Fransman Christian Picart, telt vandaag 360 restaurants, serveert 31 miljoen maaltijden per jaar en is door de Fransen al drie keer uitgeroepen tot favoriete restaurantmerk, de laatste keer in 2018.

Zijn een aantal inzichten ook relevant voor Vlaanderen en België?

Via marginalrevolution.


Subsidies voor e-bikes kosten meer dan ze opbrengen

Men mag hopen dat in debatten over het toekennen van steun en subsidies voor groene technologieën enige vorm van kosten-batenanalyse een rol speelt.

Hoeveel kosten de steunmaatregelen en subsidies? En hoeveel brengen ze op in termen van positieve maatschappelijke effecten voor het milieu? Die eerste vraag is meestal redelijk eenvoudig te beantwoorden. Het antwoord op de tweede vraag is vaak moeilijk te berekenen en wordt daarom, en omdat het antwoord soms ongemakkelijke waarheden aan het licht brengt, nogal eens uit de weg gegaan.

Neem nu elektrische fietsen. Zij zijn een van de betere voorbeelden van hoe we allemaal ons steentje kunnen bijdragen om de CO2-uitstoot te verminderen. Transport tekent voor zowat 30 procent van de uitstoot van broeikasgassen; het autogebruik neemt daarvan de helft voor zijn rekening.

In zijn jongste klimaatrapport promoot zelfs het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) de e-bike, in een nieuwe focus op mogelijke individuele acties.

“Van de zestig individuele acties die we onderzochten, kan de grootste bijdrage komen van een switch naar stappen en fietsen, en naar elektrisch transport,” zei vice-voorzitter Diana Ürge-Vorsatz van het jongste IPCC-rapport.

Enkel al een overstap naar wandelen en fietsen kan CO2-emmissies met 10 procent doen dalen volgens het IPCC. Wat we dan nodig hebben, is slimme stadsplanning en een fair street allocation voor alle weggebruikers in steden.

De recente beslissing van de Belgische regering om de btw-verlaging op gewone en elektrische fietsen te schrappen, riep de voorspelbare en begrijpelijke emotionele reacties op.

Vergelijk dat met gidsland Zweden. Zij startten in 2017 een subsidieprogramma voor e-bikes ter waarde van bijna 100 miljoen euro. Bij fietslobbygroepen in Nederland en België werd het programma als voorbeeld gesteld.

Het programma subsidieerde de aankoop van een e-bike voor 25 procent van de aankoopprijs, met een limiet van 1,000 euro. Het was succesvoller dan op voorhand berekend en na een regeringswissel werd het stopgezet.

Anders Anderson van de Stockholm School of Economics en Harrison Hong van Columbia University onderzochten in een uitgebreide studie de welvaartseffecten van de Zweedse e-bike subsidies. Ze combineerden daarvoor data van de administratie, van een fietsverzekeringsmaatschappij en van surveys bij aankopers van e-bikes.

Hun bevindingen:

  • Tussen de start van het programma en 2018 groeide de verkoop van e-bikes van 67,000 tot 103,000
  • Ongeveer een derde van de huishoudens zou ook zonder de subsidie een e-bike gekocht hebben
  • Bij autogebruikers daalde het aantal gereden kilometers met 1,870 kilometer per jaar, wat resulteerde in een vermindering van CO2-uitstoot met 260 kg
  • Rekening houdend met de kosten van de subsidie, met mensen die sowieso een e-bike zouden gekocht hebben, met de werkelijke vermindering in autogebruik, met de CO2-kost van de productie van de fiets, met de levensduur van de fiets, en met de huidige geschatte maatschappelijk kost van CO2-uitstoot is de conclusie ontnuchterend:

Combining these estimates, an E-bike subsidy program can only be justified with a social cost of carbon that is several hundred dollars higher than what is typically used.

Social cost of carbon, of de maatschappelijke kost van CO2, is in zulke kosten-batenanalyses het sleutelbegrip. Het wordt te weinig gebruikt in algemene discussies over klimaateconomie.

In die social cost of carbon zitten alle kosten, ook de impact op het milieu en de gezondheid, van CO2. Wat we echt betalen, aan de pomp of voor onze huishoudens, is vele malen lager dan die social cost.

Als een klimaatsubsidie effectief wil zijn in een kosten-batenanalyse, dan zal de opbrengst van die subsidie, in termen van verminderde CO2-uitstoot, en berekend tegen een “correcte” social cost of carbon, hoger moeten zijn dan het bedrag van de subsidie.

De berekening van een “correcte” social cost of carbon is een heikele zaak. Nobelprijswinnaar en klimaateconoom William Nordhaus, die al van begin de jaren 1970 pioniert met onder meer social cost of carbon modellen, schat die kost op ergens tussen 50 en 100 dollar (per ton CO2).

Wat vonden Anderson en Hong?

  • Tegen een social cost of carbon van 100 dollar is minder dan 3 procent van de gesubsidieerde e-bikes “winstgevend”. Tegen die prijs zou de vermindering in autokilometers 7,600 km per jaar moeten bedragen (in plaats van de werkelijke 1,870 km), of zou de e-bike 48 jaar moeten meegaan.
  • Enkel tegen een social cost of carbon van 600 dollar wordt het subsidieprogramma in totaal winstgevend. Tegen die prijs zou nog maar een derde van de subsidies winstgevend zijn.
  • De conclusie van de kosten-batenanalyse is dus dat het subsidieprogramma maatschappelijk meer kostte dan het opbracht.

Wikipedia meldt dat de jongste berekeningen van de social cost of carbon op meer dan 300 dollar uitkomen. Het IPCC vindt dat de prijs naar ergens tussen 135 dollar en 5,500 dollar moet tegen 2030, en naar 245 tot 13,000 dollar tegen 2050 als we de klimaatopwarming beneden 1.5 graad willen houden.

Mensen, de klimaattransitie gaat ons geld kosten.


Dinsdag quote

(The) capitalist process produced that atmosphere of almost universal hostility to its own social order. … (The capitalist order) is unwilling and unable to control its intellectual sector effectively. … Freedom of public discussion involving freedom to nibble at the foundations of capitalist society is inevitable in the long run. The intellectual group cannot help nibbling, because it lives on criticism and its whole position depends on criticism that stings; and criticism of persons and of current events will … fatally issue in criticism of classes and institutions.

Joseph Schumpeter (1943). Capitalism, Socialism and Democracy, ch 13 II. The Sociology of the Intellectual

Meer arbeidsmobiliteit, hogere loongroei

In landen met mobielere arbeidsmarkten, waar werknemers vaker van job veranderen, stijgt het loon van die werknemers meer over hun loopbaan.

Niklas Engbom van New York University toonde het verband aan in een grondig en gesofisticeerd onderzoek van arbeidsmarkt- en loondata (lang artikel met wiskundige modellen; hier een korte samenvatting) van 23 OESO-landen over een periode van meer dan twintig jaar.

In een mobielere arbeidsmarkt zijn werknemers in Engboms model meer geneigd hun kennis en vaardigheden te ontwikkelen. Ze zullen immers gemakkelijker jobs vinden waar hun vaardigheden het nuttigst zijn, en dat gaat vaak gepaard met loonstijging. Maar een groot deel van de grotere loonstijging over de loopbaan in mobielere arbeidsmarkten vindt ook plaats binnen dezelfde job.

Landen met de grootste arbeidsmobiliteit (VS en UK) zijn 2.5 meer “fluïde” dan landen met de laagste arbeidsmobiliteit. Het verschil in loongroei over een loopbaan van 25-54 jaar is opvallend (zie grafiek).

arbeidsmarktmobiliteit loongroei

België prijkt op de grafiek samen met Griekenland en Oostenrijk opvallend links onderaan. Een deel van de verklaring is wellicht het aandeel van werknemers in de publieke sector, dat voor België met 27 procent het hoogste is van de onderzochte landen. Een ander deel van de verklaring is de stroeve arbeidsmarktregulering.

Engbom haalt in zijn onderzoek de interessante case van Spanje aan. Dat land voerde midden de jaren 1990 een grondige versoepeling in van de arbeidsmarktregulering, waardoor het in een klap van een van de strengste reguleringen in Europa naar een van de soepelste ging. Na een aanpassingsperiode waarin de lonen van nieuwe toetreders tot de arbeidsmarkt daalden, steeg de arbeidsmarktmobiliteit en meteen ook de loongroei over de loopbaan aanzienlijk.


Update jacht op Russische oligarchen: ACLU keldert idee

De oproepen van president Biden en andere Westerse leiders om de jachten en andere luxe van Russische oligarchen in beslag te nemen, konden rekenen op populaire bijval, soms om dubieuze redenen, maar riepen ook fundamentele juridische vragen op.

De American Civil Liberties Union (ACLU), de invloedrijke non-profit die in de VS waakt over burgerrechten en vrijheden, hielp nu volgens een artikel in The Washington Post (ht Tyler Cowen) het hele idee te kelderen.

ACLU wijst vooral op het juridische drijfzand: de inbeslagname zou gebeuren door de overheid maar de slachtoffers ervan zouden die beslissing niet kunnen aanvechten bij een rechtbank. Dat druist in tegen fundamentele eigendomsrechten en principes van de rechtsstaat.


Zaterdag quote

All systems, either of preference or of restraint, therefore, being thus completely taken away, the obvious and simple system of natural liberty establishes itself of its own accord. Every man, as long as he does not violate the laws of justice, is left perfectly free to pursue his own interest his own way, and to bring both his industry and capital into competition with those of any other man, or order of men. The sovereign is completely discharged from a duty, in the attempting to perform which he must always be exposed to innumerable delusions, and for the proper performance of which, no human wisdom or knowledge could ever be sufficient; the duty of superintending the industry of private people, and of directing it towards the employments most suitable to the interests of the society.

Adam Smith (1776). The Wealth of Nations, book IV, chapter IX

Het winkelkarprobleem. Opgelost

Zo, dat is dan geregeld.

Op Twitter en Reddit circuleert al een tijd The Shopping Cart Theory. Het zou een test moeten zijn of mensen ultiem capabel zijn om voldoende burgerzin te tonen en in staat zijn tot zelfbestuur.
Zie hieronder.

shopping cart theory

Waarom is het dan geregeld? Omdat het aan de hand van deze test duidelijk is dat er vijf soorten mensen zijn. De overlap tussen de vijf groepen is bijzonder klein.

  1. Mensen die vaak hun winkelkar laten staan
  2. Mensen die, zoals iemand op Twitter, volhouden dat ze 100 km zouden omlopen om hun winkelkar terug te brengen. Diezelfde mensen zouden wellicht ook eender welke achtergelaten winkelkar terugbrengen.
  3. Mensen die de winkelkarvraag aangrijpen om de slechte toestand van de wereld en de mensheid aan te klagen, die hun medeburgers erop wijzen dat de winkelkar maar een symptoom is van een breder maatschappelijk probleem en die denken dat het uiten van hun opinie iets bijbrengt om het probleem op te lossen:
    If you leave a shopping cart in the middle of the parking lot, you are the scourge of the Earth and I hope a shopping cart dents your fender
    Yes I return the shopping cart. Cause I’m not a psychopath.
    Het zijn duidelijk vooral Republikeinse stemmers die hun winkelkar laten staan.
    Of:
    I’ve come to the conclusion that not flattening your cardboard boxes for the recycling bin is the equivalent of not putting your shopping cart in the corral.
  4. Economisten, die, reluctantly, beseffen dat je om problemen op te lossen best uitgaat van de mens zoals hij is, in al zijn variëteiten, en niet van de mens zoals je vindt dat hij zou moeten zijn.
    Die economisten weten dat mensen doorgaans, meestal, in de regel reageren op incentives en in een institutioneel kader. Dus gaan ze op zoek naar de juiste incentives en het juiste institutioneel kader om het probleem op te lossen. Voor winkelkarren hebben we die incentive en dat kader gevonden. Het muntstuk. En het werkt.
    De echte economist zal zich nooit ergeren aan groep 1; wel occasioneel aan groep 3. Groep 2 zou hij moeten meenemen in zijn modellen.
    Een van de redenen waarom economisten nogal eens tegen wrevel aanlopen, is dat ze met hun pragmatische oplossingen de bestaansreden en de diepe motivaties van groep 3 ontmaskeren en onderuit halen.
  5. Grapjassen, creatievelingen en anarchisten, die tonen dat de bestaande incentives en het institutioneel kader ook niet perfect zijn.
shopping cart circle

RAAS: robots aan minder dan het minimumloon

Wereldwijd stonden in 2020 iets meer dan 3 miljoen industriële robots geïnstalleerd, of 126 per 10,000 werknemers in de maakindustrie.

Azië is veruit het grootste robotwerelddeel, zowel in geïnstalleerd park als in verdere groei. Europa, met Duitsland veruit op kop, telde in 2020 een park van zowat 650,000 industriële robots. De VS lopen wat achter, met ongeveer 320,000 robots.

Productinnovatie gaat wellicht hard in robots. Innovatie in distributie en verkoop kon niet uitblijven.

Bloomberg heeft een verhaal van een Amerikaanse KMO, Thomson Plastics, die niet het kapitaal had om te investeren in robots a 125,000 dollar per stuk, maar die anderzijds de vraag niet kon volgen door een tekort aan werkkrachten.

Enter Formic, dat zichzelf adverteert als Robots By The Hour. Robotics as a service (RAAS) dus, net zoals heel wat software nu ook in een SAAS-model verkocht wordt.

Thomson Plastics betaalt Formic 10 tot 12 dollar per uur per robot. Die vervangt een arbeider die 15 tot 18 dollar per uur kost.

In België denkt de Kortrijkse robotontwikkelaar Tractonomy ook in de richting van een RAAS-model.

De krapte op de arbeidsmarkt zal de evolutie naar robotisering alleen maar versnellen. Deze week nog nam de West-Vlaamse machinebouwer LVD de Belgische automatiseringsafdeling van de Duitse robotbouwer Kuka over.

“Het tekort aan arbeidskrachten creëert onze markt,” verantwoordde CEO Carl Dewulf de overname.

De maakindustrie is de voorbije decennia, op zoek naar lagere lonen, voor een deel verhuisd van Europa (en de VS) naar Azië. Brengen robots die maakindustrie terug naar Europa?

En welke impact zullen modellen als RAAS hebben op het debat over minimumlonen en arbeidsomstandigheden?


Dinsdag quote

The two fundamental problems of organization are the assignment of tasks and the apportionment of rewards. In unorganized action each person performs all the tasks by whose performance he benefits, and his reward is the immediate, physical benefit of his own work. But when men work together some machinery must be provided to give each his special work and to determine the amount of the results of others’ effort which he shall obtain and the amount of his own product which he shall give up to others.
Modern industrial society, the “existing economic order”, performs this twofold task chiefly through free agreement and voluntary exchange between individuals themselves. Economic theory is the analysis of this mechanism.

Frank H. Knight ([1921] 1957). Risk, Uncertainty and Profit, p 55

Voor Rusland is de oorlog existentieel. Maçães interviewt Sergey Karaganov

De Portugese schrijver, journalist en geopolitiek denker Bruno Maçães, die hier eerder al passeerde als aanbevolen lectuur over Rusland en de oorlog in Oekraïne, heeft in het Britse magazine The New Statesman een interview met Sergey Karaganov.

Uiterst lezenswaardig voor wie wil weten hoe Rusland naar het conflict kijkt.

Karaganov is voormalig adviseur van presidenten Boris Yeltsin en Vladimir Poetin, erevoorzitter van de Moskouse denktank Council for Foreign and Defence Policy, en decaan van de School of International Economics and Foreign Affairs aan de Moskouse HSE University.

Hier is zijn persoonlijke website.

Maçães noemt hem “one of the most influential voices in Russian foreign policy in the last three decades“.

Op Twitter geeft Maçães enkele highlights en leest hij tussen de lijnen.

Opmerkelijk:

Niks geen “speciale militaire operatie”. Karaganov spreekt op verschillende plaatsen in het interview onomwonden over een oorlog. “We are in a full-on war.”

Deze oorlog is voor de Russen een existentiële oorlog, een oorlog over ideeën, en zou het volgens hen ook voor ons moeten zijn.

This war is a kind of proxy war between the West and the rest – Russia being, as it has been in history, the pinnacle of “the rest” – for a future world order. The stakes of the Russian elite are very high – for them it is an existential war.

We beleven het einde van een tijdperk:

We all feel like we are part of a huge event in history, and it’s not just about war in Ukraine; it’s about the final crash of the international system that was created after the Second World War and then, in a different way, was recreated after the collapse of the Soviet Union.

Over winnaars en verliezers:

I think the biggest loser will be Ukraine; a loser will be Russia; a great loser will be Europe. The big victor is China.

Europa als verliezer:

So the West will never recuperate, but it doesn’t matter if it dies: Western civilisation has brought all of us great benefits, but now people like myself and others are questioning the moral foundation of Western civilisation. … But continuous shocks will of course also mean that democracy in its present form in most European countries will not survive, because under circumstances of great tension, democracies always wither away or become autocratic. These changes are inevitable.

Over de uitkomst van de oorlog:

Russia cannot afford to lose, so we need a kind of a victory.

Voor Oekraïne:

I don’t know what the outcome of this war will be, but I think it will involve the partition of Ukraine, one way or another.

Voor Rusland en het Westen: Een Russische nederlaag is letterlijk ondenkbaar voor Karaganov. Maar als de situatie toch in de richting van een nederlaag zou evolueren, of zelfs als er niet snel genoeg vooruitgang komt, dan komen we in een mogelijks dubbele escalatie, met kernwapens en op andere plaatsen in de wereld:

And if there is a sense that we are losing the war, then I think there is a definite possibility of escalation.
On the one hand, we could have an escalation towards the possible use of nuclear weapons – if there is an existential danger to Russia – and, on the other, an escalation towards conflict in other areas beyond Ukraine.
Russia could escalate, and there are dozens of places in the world where it would have a direct confrontation with the United States.


Dinsdag quote

Liberal justice directs us toward institutions designed to enable citizens to develop their moral powers of responsible self-authorship. Market democratic regimes such as democratic limited government and democratic laissez-faire are designed with this goal in mind. The defining institutional feature of market democratic regimes is that they enshrine a wide range of private economic freedoms as basic constitutional rights. It is this platform of thick economic liberty that most clearly sheers off market democracy from liberal social democracy as a rival democratic form.

John Tomasi (2012). Free Market Fairness, p 215

*Cooking to Save Your Life*

Sinds begin deze week ben ik de fiere en dankbare bezitter van Cooking to Save Your Life van Abhijit Banerjee.

Cooking to Save Your Life is een kookboek, maar niet zo maar een.

Het boek is onder meer bijzonder omdat het, hoewel hier al gesignaleerd, voorlopig enkel in Indië, Pakistan, Sri Lanka, Bhutan, Nepal en Bangladesh te koop is. Ik kon niet achterhalen waarom dat zo is. Via een Indische online vriend van Georgia is het me toch gelukt om het geleverd te krijgen. Dat maakt het op zich al speciaal.

Nog specialer is de auteur: Abhijit Banerjee (1961) is de in Indië geboren maar in de VS werkende economist die samen met zijn echtgenote Esther Duflo in 2019 de Nobelprijs Economie kreeg voor hun experimentele benadering om wereldwijde armoede te verlichten. Banerjee en Duflo pionierden onder meer in de toepassing op armoedeproblemen van Randomized Control Trials (RCT’s).

Banerjee is niet de enige economist die met voeding en koken bezig is. Mijn favoriete blogger Tyler Cowen schrijft regelmatig over eten en drinken. Hij heeft ook een bijzonder neus voor vooral exotische restaurants in steden wereldwijd en hij signaleert de vondsten op zijn blog (hier is Gent).

Cowen schreef ook een boek An Economist Gets Lunch: New Rules for Everyday Foodies, maar dat is geen kookboek, eerder een boek met tips om goede eetplaatsen te vinden.

Van een andere Nobelprijswinnaar, Paul Romer, is het bekende kookgerelateerde citaat “Human history teaches us, however, that economic growth springs from better recipes, not just from more cooking. New recipes produce fewer unpleasant side effects and generate more economic value per unit of raw material.”

Voor Banerjee zijn er verschillende linken tussen zijn kokerij en zijn bezigheden als economist:

As I started to think of how to frame the book, I began to notice the extent to which my sensibilities about cooking were connected to my instincts as an economist and a social scientist. …
Economists are trained to think about how to make the most of limited resources, and that instinct drives what we do in the household as much as anywhere else.

Het gaat verder dan enkel economische efficiëntie:

The tone I have tried to strike aims at lightness, but both food and cooking are so obviously tied to political and social structures that it would be odd to try to avoid them, and I have not: the themes of poverty and inequality, want and need, conservation and climate change, power and gender, self-expression and conformity keep coming back and each chapter has an introduction that tries to make explicit those connections to the recipes I have chosen.

Maar men weze ook gewaarschuwd:

I also have an embarrassing admission to make. This book is written the way I cook – expensively.

banerjee cooking to save your life

De titel van het boek, Cooking to Save Your Life, kan de indruk wekken dat er vooral “gezonde” recepten in staan. Maar daar eet Banerjee te graag voor.

De verklaring van de titel ligt elders:

Many people have told me that they cannot cook to save their lives. I don’t believe them. A lot of them can build a dresser out of an Ikea box – despite the fact that the instructions read like they were written by a visually impaired robot. How could it be possible that they are not able to follow a simple set of instructions.

Esther Duflo doet een cameo met haar recept voor mayonnaise.

Het boek bevat geen foto’s, maar is heel charmant geïllustreerd door Cheyenne Olivier.

Hier is een amusant interview met Banerjee en Olivier over het boek.