Woensdagse gevarieerde links

  • Tyler Cowen signaleert een merkwaardig verhaal uit de Washington Post (betaalmuur). Khalid Payenda was tot vorige zomer minister van Financiën in Afghanistan. Hij beheerde daar een budget van 6 miljard dollar. Vandaag rijdt hij rond in een Honda Accord in de Amerikaanse staat Virginia en Washington, DC om zijn brood te verdienen als Uber-chauffeur. Merkt Cowen op: Het verhaal toont dat de toenmalige Afghaanse regering nauwelijks corrupt was.
  • Een overzichtelijke grafiek over de verschuivingen in werkgelegenheid door de shift naar groene energie. Cijfers komen uit de World Energy Outlook 2021 van het International Energy Agency. Die schatten dat tegen 2030 onder de toegezegde scenario’s 13 miljoen bijkomende jobs worden gecreëerd in groene energie en aanverwante sectoren. Onder een Net Zero Emmission scenario zou dat zelfs het dubbele zijn. Employment in clean energy areas is set to become a very dynamic part of labour markets, with growth more than offsetting a decline in traditional fossil fuel supply sectors. Ja maar, weten die dan niet dat Groene jobs = slechte economie?
  • How to skate a 10k is een 30 pagina’s lang essay, met nog eens 30 pagina’s trainingstabellen van de Zweedse schaatser Nils van der Poel, wereld- en Olympische recordhouder op de 10,000 meter en de 5,000 meter. “It’s basically a summary of how I trained from May 2019 to February 2022.”
  • De Canadese academicus Chris MacDonald, gespecialiseerd in business ethiek, cureert een verklarende lijst van nu al zo’n 250 termen uit Adam Smith’s The Wealth of Nations. Dat is nodig omdat heel wat termen die Smith gebruikte in de 18de eeuw soms licht en soms fors kunnen verschillen van hun hedendaagse betekenis. “Genius” bijvoorbeeld betekende in Smith’s tijd niet “genie”, maar gewoon intellectuele capaciteit of talent. Als Smith zegt dat someone wants something, bedoelt hij dat ze het missen.
  • Most consistently wrong views held by US foreign policy establishment since ‘89, volgens Ian Bremmer.
    1. China will politically/economically reform as they get rich … or they’ll fail
    2. Integration of Eastern Europe into eu/nato while Russia is left behind won’t have serious consequences

Addendum geopolitiek en nucleair risico: Dominic Cummings

Als we speculeren over het risico op nucleaire oorlog, of over hoe geopolitiek nu echt bedreven wordt, is de rol van (het denken van) politici een grote onbekende. We kunnen alleen maar hopen dat ze min of meer rationeel denken en handelen.

Dominic Cummings, zo signaleerde ik eerder, biedt een zeldzame inkijk. Cummings, meesterbrein achter de Brexit-campagne en topadviseur van Boris Johnson tot hij in november 2020 moest opstappen, is wellicht de hoogst geplaatste ex-politicus die zo kort na zijn politieke loopbaan zo openlijk schrijft over hoe het er echt aan toegaat in de coulissen van de macht.

Cummings zou waarschijnlijk ook wel redelijk hoog scoren op de zelftest voor geopolitieke expertise.

In een recente post ‘People, ideas, machines’ II: catastrophic thinking on nuclear weapons zet Cummings wat ideeën en ontnuchterende anekdotes op een rij over hoe politici omgaan met nucleaire dreiging.

Korte samenvatting: het is erger dan we ons kunnen voorstellen.

Het thema dat Cummings wel vaker bespeelt:

For many years I’ve said that a Golden Rule of politics is that, given our leaders don’t take nuclear weapons seriously, never assume they’re taking X seriously and there is a team deployed on X with the incentives and skills to succeed.

Nu blijkt dat dit geen beeldspraak was.

Having explored the nuclear enterprise with deep state officials 2019-20, I can only stress just how extremely literally I mean this Golden Rule.

Ter illustratie, een onthullende anekdote:

In autumn 2020, I forced the PM [Boris Johnson] to carve out 3 hours to discuss the nuclear enterprise. I had wanted to have a whole weekend at Chequers, including sessions with outside specialists, but he balked at just a few hours.

Cummings en Johnson gingen dus drie uur in de “no-phones” afgeschermde kelder van Downing Street 10 zitten.

De reactie van Johnson meteen na de meeting: “What a waste of my time.”

“We zullen de problemen oplossen als ze zich aandienen,” weet je wel.

Uit historische reconstructies na het einde van de Koude Oorlog van de nucleaire strategie tijdens die Koude Oorlog blijkt dat politici uitgingen van een verkeerd beeld van rationele afschrikking. De toevoeging over de nefaste rol van economische rationaliteit is interessant:

The re-evaluation of nuclear strategy in expert circles since the Cold War exposes the deep flaws of Cold War thinking in general and the concept of ‘rational’ deterrence in particular (partly because strategy was dangerously influenced by ideas about rationality from economics).

Cummings verwijst ook naar enkele reeds gekende incidenten die ons schrikwekkend dicht bij de catastrofe hebben gebracht.

Dat was toen. Maar het verkeerd beeld van rationele afschrikking, waarbij we ervan uitgaan dat “de vijand” altijd wel rationeel zal handelen, speelt ook nu nog. En de modellen en procedures om incidenten te voorkomen, zijn er nog altijd niet.

Over de rol van de media:

Remember, the media is totally and utterly unreliable on Russia. It has both ignored many awful aspects of the Putin mafia state for 20 years and invented nonsense about it. While individual journalists can be honest, you cannot rely on any serious corporate and generally enforced journalistic standards.

Cummings verwijst voor achtergrond naar Great American Gamble: Deterrence Theory and Practice from the Cold War to the Twenty-First Century (2008) van de Amerikaanse academicus Keith B. Payne, professor aan het Graduate Department of Defense and Strategic Studies van Missouri State University, en voorzitter en co-stichter van het onderzoekscentrum National Institute for Public Policy. Volgens Cummings is dit het single best book on nuclear strategy, … a definitive account of nuclear strategy and its intellectual and practical problems.

Payne heeft ook een recenter boek, The Fallacies of Cold War Deterrence and a New Direction (2021).

Cummings vermoedt dat geen enkele Britse Minister van Defensie en weinig hooggeplaatste ambtenaren de boeken gelezen hebben. Men heeft weinig tijd in die kringen om belangrijke boeken te lezen.


Existentiële risico’s, hun onderschatting, en voorspellingsmarkten

Wie zocht naar aanleidingen om de onderschatting en de diversiteit van existentiële risico’s onder de aandacht te brengen, kon zich geen betere opeenvolging van gebeurtenissen voorstellen dan een pandemie, meteen gevolgd door verhoogde nucleaire dreiging.

Voorafgegeaan door een wake-up call over klimaatopwarming, zou men hier nog aan kunnen toevoegen.

Existentiële risico’s of Doomsday scenario’s zijn risico’s op gebeurtenissen die het welzijn wereldwijd serieuze schade kunnen toebrengen, of die het potentieel van de mensheid drastisch inperken, in het extreme geval tot op het punt dat de wereldbevolking uitgeroeid wordt. In een minder extreem geval wordt niet de hele wereldbevolking uitgeroeid, maar hebben de overlevenden onvoldoende middelen om de samenleving te herstellen tot de huidige levensstandaard.

Wikipedia toont een grafiek die helpt om existentiële risico’s te classifiëren, met op de ene as de scope, van persoonlijk over lokaal en globaal tot transgenerationeel en kosmisch, en op de andere as de impact, van onmerkbaar over verdraagbaar tot beëindigbaar en uiteindelijks hels.

Existentiële risico’s worden ook soms onderverdeeld in natuurlijke risico’s en risico’s die door de mens veroorzaakt worden.

Voorbeelden van existentiële risico’s zijn een nucleaire oorlog of Wereldoorlog III, al dan niet met biologische wapens; pandemieën (door mens of natuur veroorzaakt); artificiële intelligentie die op hol slaat; een komeet die de aarde raakt; een supervulkanische uitbarsting.

Over klimaatopwarming is er discussie. Zelfs in de meest extreme scenario’s van het International Panel on Climate Change (IPCC) zijn de gevolgen van klimaatopwarming erg, maar vallen ze niet onder de extreme definitie van existentieel risico, met uitroeiing en zo.

Dit is soms een teer punt voor klimaatopwarmingsprofeten, die het risico graag bovenaan de agenda zien.

Enkele instituten die existentiële risico’s in kaart brengen, analyseren en er oplossingen voor bedenken, zijn het internationale Future of Life Institute; het Amerikaanse Council on Strategic Risks; het Britse Future of Humanity Institute. Het forum van Effective Altruism.org heeft ook vaak goede bijdragen over existentiële risico’s.

The Precipice: Existential Risk and the Future of Humanity (2020) van de in Australië geboren en in Oxford University werkende filosoof Toby Ord is naar verluidt een goed boek. Ord, die wel geluk had met de timing, zo midden in de pandemie, is ook de oprichter van Giving What We Can, een organisatie die actief is in Effective Altruism.

Hier is een goede bespreking van het boek door Scott Alexander.

Vragen

Een van de belangrijkste vragen is wellicht hoe we existentiële risico’s inschatten of zouden moeten inschatten.

Het onderscheid tussen “inschatten” en “zouden moeten inschatten” is belangrijk. Wat blijkt immers? Existentiële risico’s gaan over statistische inschattingen. En ons brein is slecht bedraad voor statistiek. Onder meer bij de inschatting van existentiële en minder existentiële risico’s laten we ons vaak laten leiden door cognitive biases, cognitieve vooringenomenheid.

De invloed van gebeurtenissen en het nieuws is hier overweldigend. Google Trends, dat het volume van zoektermen in een geografie op een index zet, is hier een goede indicator.

Zie bijvoorbeeld in de grafiek hieronder de relatieve interesse in drie gebeurtenissen die onlangs in het nieuws waren.

google trends klimaatopwarming atoombom energiekosten

De schommelingen en de relatieve interesse zijn niet enkel te verklaren door toegenomen risico, maar hebben vooral te maken met het nieuws en onze gevoeligheid en perceptie.

Hoe moeten we dan wel existentiële risico’s inschatten? De reflex die wij zelf en de media hebben, is een beroep te doen op experten. Daar hebben we de twee voorbije jaren onze dosis wel van gehad. Vaak echter worden experten eenzijdig opgevoerd, of zonder voldoende context. Het publiek lijkt het ook moeilijk te hebben om zich een idee te vormen over hoe experten wel of niet tot een consensus komen, en wat die consensus dan waard is.

Wat we zouden moeten geleerd hebben, is dat je op zijn minst best een reeks van experten raadpleegt om een range te krijgen van mogelijke scenario’s. Effective Altruism doet hier een lovenswaardige poging door inschattingen van risico’s van diverse experten te verzamelen voor verschillende existentiële risico’s.

Zo’n range is wetenschappelijk de beste optie, maar hij is cognitief onbevredigend en politiek niet bruikbaar.

Hoe stapelt een bepaald risico zich op?

Dit gaat over cumulatief risico.

Met een voorbeeld: Experten schatten het risico op een nucleaire oorlog gemiddeld in op 1.17 procent per jaar. Dat betekent dat voor een kind dat vandaag geboren wordt, met een levensverwachting van 75 jaar, het risico op een nucleaire oorlog in zijn leven zowat 60 procent is. Daar wil je al niet meer op wedden.

Zelfde gedachtegang, anders voorgesteld. Het huidige conflict in Oekraïne heeft de objectieve kans op een nucleaire oorlog wellicht verhoogd. Loop nu door 1,000 lichtjes verschillende scenario’s van het conflict, en pas dan je inschatting aan.

Deze manier om risico’s in te schatten, blijft speculeren natuurlijk. Ook als die gebaseerd is op meningen van experten.

Zegt Scott Alexander over de voorspellingen van experten over de oorlog in Oekraïne:

One important thing I’ve learned again and again about prediction is that successes are usually less about being smart, and more about having a bias which luckily corresponds to whatever ends up happening. Lots of people failed based on their political precommittments, but I suspect the successes were also based on political precommitments.

Zijn er andere manieren om betrouwbaarder voorspellingen te genereren?

Wat als we de inschatting zouden kunnen vragen van een heel groot aantal mensen, experten en andere, en hen vragen hun voorspelling ook “hard” te maken, bijvoorbeeld door er hun reputatie aan te verbinden of, beter nog, geld?

Dat is exact het idee van voorspellingsmarkten.

In een voorspellingsmarkt vraag je deelnemers hun inschatting van een bepaald risico te geven. Meestal kies je tussen 0 procent (het risico zal zich niet voordoen) en 100 procent (het risico zal zich wel voordoen). Het komt er dan nog op aan het voordoen van een risico precies genoeg te definiëren (wanneer (uiterlijk)? 1 miljoen doden? Of 2 miljoen? Hoe geteld? …).

Als mensen dan hun reputatie of geld verbinden aan een voorspelling, krijg je een markt van voorspellingen. De “prijs” van een voorspelling is dan het resultaat van het geaggregeerd geloof in het optreden van het risico.

Voorspellingsmarkten gaan wel niet zo vaak om existentiële risico’s, om de eenvoudige reden dat je reputatie of je geld bij het voordoen van het risico niet veel meer waard zijn.

Een voorbeeld van zo’n voorspellingsmarkt is Insight Prediction.
De vraag die daar nu bovenaan staat, is Will Vladimir Putin Remain President of Russia Through 2022?

Deelnemers kunnen bieden tussen 1 cent en 99.9 cent. De laatste “ja”-prijs is 79.2 dollarcent. Te verdienen: 1 dollar voor elke juiste vote; 22,000 dollar in totaal.

Een andere voorspellingsmarkt is Metaculus.

Ook daar Oekraïne boven. Interessant is hoe de inschatting op de vraag Will Kyiv fall to Russian forces by April 2022? geëvolueerd is van meer dan 80 procent drie weken geleden naar minder dan 20 procent vandaag.

Metaculus heeft ondertussen een Twitter bot, Metaculus Alerts, die je waarschuwt als voorspellingen over de oorlog in Oekraïne op korte tijd drastisch veranderen. Het kan een alternatief zijn voor het obsessief refreshen van het nieuws.

Waarom zijn voorspellingsmarkten interessant?

Het basisidee achter voorspellingmarkten, dat ondertussen in heel wat experimenten kracht is bijgezet, is de wisdom of the crowd: In de gemiddelde inschatting van een voldoende groot aantal mensen worden de extremen uitgefilterd en krijg je uiteindelijk de best beschikbare inschatting.

Uit onderzoek blijkt dat zulke voorspellingsmarkten resultaten opleveren die alleszins al een heel stuk preciezer zijn (74 procent in een onderzoek) dan opiniepeilingen. Vaak zijn ze ook beter dan de voorspellingen van individuele experten.

Het ander basisidee is natuurlijk dat voorspellingen en opinies niet meer gratis zijn. Je dwingt iemand (een expert, toog of andere; een visionair; een betweter of opiniestrooier) haar of zijn voorspelling hard te maken. Op de duur heb je zo misschien zelfs een instrument om het kaf van het koren te scheiden en om supervoorspellers te ontdekken.

Experten met zin voor competitie organiseren soms voorspellingsmarkten onder elkaar. Een van de beroemdste voorbeelden van zo’n weddenschap is die tussen de economist Julian Simon en Paul Ehrlich, die met zijn boek The Population Bomb in 1968 de wereld wilde waarschuwen voor overbevolking en uitputting van grondstoffen. De waarschuwing werd enkele jaren later opgepikt door de Club van Rome met Limits to Growth (1972), dat nog meer ophef veroorzaakte.

Simon vond het pessimisme misplaatst en argumenteerde dat Ehrlich en de Club van Rome onvoldoende rekening hielden met de menselijke vindingrijkheid als ultieme grondstof, The Ultimate Resource (1981).

Simon liet Ehrlich vijf metalen kiezen en een periode waarin ze de prijs zouden volgen. Als de prijs zou dalen, zou Simon 10,000 dollar winnen. Hoewel de bevolking over de gekozen periode (1980-1990) steeg met 873 miljoen mensen, daalden de prijzen van vier van de vijf grondstoffen. Simon won de weddenschap. Ondertussen is er wel discussie over de keuze van de grondstoffen en de periode. Waren die anders geweest, dan had Simon wel eens kunnen verliezen. Zo zie je maar.

De Amerikaanse economist en vaak polemische blogger Bryan Caplan daagt zijn intellectuele opponenten ook regelmatig uit tot weddenschappen. Op de 20 weddenschappen die hij tot nu toe aanging, over onderwerpen van winnaars van presidentsverkiezingen, over EU-exits tot Amerikaanse werkloosheid, won Caplan 20 keer. Heel recent verhuisde hij zijn blog naar een eigen adres: betonit. Op Metaculus loopt ondertussen een voorspellingsmarkt over de datum waarop Caplan zijn eerste weddenschap zal verliezen.

Fundamenteel: wat is de zin van interesse in en voorspellingen van existentiële risico’s?

Is interesse in existentiële risico’s niet wat morbide? Wat drijft een mens om onheilsprofeet te worden? Of ze nu gelijk hadden of niet, in de geschiedenis werden onheilsprofeten vaak weggehoond of weggejaagd of erger.

Een deel van het antwoord is bewustmaking. Experten waarschuwen soms voor existentiële risico’s waar het grote publiek zich (nog) niet (voldoende) van bewust is. Het risico van op hol geslagen artificiële intelligentie is hier vandaag een goed voorbeeld van. Ehrlich en de Club van Rome vervulden in de 1960’s en 1970’s dezelfde rol.

De bewustmaking gaat dan meestal gepaard met een aansporing voor gepaste maatregelen. Hier hebben voorspellers vaak de kleine percentages van de risico-inschattingen tegen. Een kans van 1 op 10,000 op een supervulkanische uitbarsting in de komende 100 jaar? Wie ligt daar nu wakker van?

Akkoord, zegt Scott Alexander in zijn boekbespreking van Toby Ord’s The Precipice. Maar op zijn minst: “Things may not be quite as disastrous as you expected. But relief may not quite be the appropriate emotion, and there’s still a lot of work to be done.”

Hoeveel werk er nog op de plank kan liggen, toont Scott Alexander aan met een vergelijking. Het budget van de Biological Weapons Convention, een divisie van de Verenigde Naties die biologische oorlogsvoering wil bannen, is blijkbaar kleiner dan dat van een gemiddeld McDonald’s restaurant (1 restaurant).

Oproepen om meer te investeren, kan een eerste stap zijn. Maar het is niet voldoende.

Uiteindelijk gaat het over afweging van risico’s en dus ook van maatregelen om die risico’s te verminderen of de gevolgen ervan op te vangen. Dat is het antwoord van de reluctant economist: het gaat, zoals zo vaak, over trade-offs, afwegingen en (politieke) beslissingen met als consequentie: als je meer wil van het ene, dan minder van het andere.

Voor existentiële risico’s zijn er trade-offs op verschillende niveaus.

Voor onder meer klimaatopwarming gaat het op het hoogste niveau over de afweging tussen economische groei en de risico’s van klimaatopwarming. De impact van economische groei is immers dubbel: enerzijds veroorzaakt economische groei klimaatproblemen; anderzijds hebben we economische groei en innovatie nodig om klimaatproblemen op te lossen. Wie hier met simpele antwoorden komt (à la degrowth) sluit zichzelf eigenlijk uit van dit complexe debat.

Op een lager niveau is er de afweging tussen verschillende risico’s. De pandemie toonde alvast dat we daar voor één, zeer voorspelbaar, risico vergissingen hebben begaan.

Zijn we eenzelfde vergissing aan het begaan met het risico op nucleaire oorlog? De recente gebeurtenissen kunnen daar misschien een wake-up call zijn? Een hele reeks min of meer objectieve argumenten (historisch, geopolitiek, wetenschappelijk, menselijke psychologie en organisatieleer, …) zouden eigenlijk moeten leiden naar de conclusie dat “the risk of nuclear war remains the world’s No. 1 problem, even if that risk does not seem so pressing on any particular day.”

Het gaat immers niet alleen over het (cumulatieve) risico dat een nucleaire oorlog zich ooit zal voordoen (redelijk hoog); het gaat vooral over de impact als zo’n oorlog ooit zou uitbarsten. Afhankelijk van de schaal van zulke oorlog varieert die impact van randje catastrofaal tot beschavingsbeëindigend.

Bestaan er modellen over hoe we alleen nog maar vergissingen met nucleaire aanvallen zouden kunnen verminderen? Wordt daaraan gewerkt? Door wie? Met hoeveel middelen? Liggen er scenario’s klaar? En middelen? Het zijn dezelfde vragen die achteraf gesteld werden toen de pandemie al uitgebroken was.

Het punt is: Het zouden niet alleen de googelaars mogen zijn die vandaag, onder invloed van de dagelijkse waan, wakker liggen van die vragen, prioriteiten stellen, afwegingen onder ogen zien, en politieke keuzes maken.


Zaterdag quote

William Vogt and Norman Borlaug are among the few who have some glimpse then [in 1946] of the magnitude of the tests that face our species today, as we mover ever closer to 2050, when the world will hold 10 billion souls. But our understanding of how to resolve them differs, as do their view on their causes.
Vogt sees the city [Mexico] reaching across the dry lake bed to engulf the last fields and streams and says: Hold it back! We cannot let our species overwhelm the natural systems on which we all depend! Borlaug sees the pitiful scrim of wheat and maize on the tract of land and says: How can we give people a better chance to thrive? Vogt wants to protect the land; Borlaug wants to equip its occupants.
Which is correct?

Charles C. Mann (2018). The Wizard and the Prophet, p 19.

Groene jobs zijn slechte economie

Vooruitkijkend naar de bocht die Groen vandaag gaat nemen, verdedigde vice-eersteminister Petra De Sutter woensdag in De Afspraak de Groene standpunten. Ze deed dat bezonderingswaardig kalm en overtuigend, zoals altijd. De Sutter is wellicht de politicus die voor journalisten het moeilijkst op stang te jagen is.

Maar ergens in haar betoog (36:02) diepte ze toch weer dat argument op dat Groen wel vaker gebruikt: “De energietransitie gaat heel veel jobs creëren.”

Het is een argument dat politici wel vaker gebruiken, ook op andere domeinen. Maar het is economische onzin. Jobs zijn een kost, geen opbrengst. Als je dezelfde energie produceert met meer jobs, dan gaat die energie duurder worden. Is dat de boodschap die Groen wil brengen?

Bovendien zouden we jobcreatie doen in een arbeidsmarkt die nu al kampt met kraptes.

De Groenen zouden beter het argument over groene jobs bannen uit hun retoriek en focussen op de economische argumentatie dat heel wat groene energievormen stilaan aan het dalen zijn in prijs, en op andere voordelen van de klimaattransitie.


Dinsdag quote

The world is gradually awakening to the fact of its own improvability. Political economy is no longer the “dismal science”, teaching that starvation wages are inevitable from the Malthusian growth of population, but is now seriously and hopefully grappling with the problems of abolition of poverty.

Irving Fisher (1925). Our Unstable Dollar and the So-Called Business Cycle.

Jacht op de oligarchen: Gie Goris laat zich meeslepen in oorlogsretoriek

Niet dat we er een goede definitie van hebben, of dat we weten wat ze nu exact fout gedaan hebben, maar de jacht op de Russiche oligarchen is geopend.

De Amerikaanse president Biden wijdde er zelfs een passage aan in zijn State of the Union:
We’re joining with European allies to find and seize their yachts, their luxury apartments, their private jets … We are coming for your ill-begotten gains.”

Het klonk goed en ik heb de indruk dat een groot deel van de publieke opinie en heel wat politici spontaan enthousiast is.

Waar hier toe opgeroepen wordt, of wat al deels is uitgevoerd, is regelrechte inbeslagname of alleszins een forse beperking van de eigendomsrechten (zoals bij Roman Abramovich en Chelsea).
Moet kunnen. Westerse wetgevingen voorzien specifieke gevallen waarin inbeslagname gerechtvaardigd is.

We moeten wel beseffen dat inbeslagname geen lichte maatregel is. Eigendom en eigendomsrechten zijn, zo wist de Schotse filosoof David Hume al, een van de basispijlers van een ordelijke samenleving.

Hume beschreef in A Treatise of Human Nature (1739) wat hij drie fundamentele natuurwetten noemde: stability of possession, of its transference by consent, and of the performance of promises.

Ze waren fundamenteel omdat: “’Tis on the strict observance of those three laws, that the peace and security of human society entirely depend; nor is there any possibility of establishing a good correspondence among men, where these are neglected.

Hume benadrukte ook de nood aan een gelijkmoedig en rationeel optreden van de rechterlijke macht in oordelen over eigendom:

The convention concerning the stability of possession is enter’d into, in order to cut off all occasions of discord and contention; and this end wou’d never be attain’d, were we allow’d to apply this rule differently in every particular case, according to every particular utility, which might be discover’d in such an application. Justice, in her decisions, never regards the fitness or unfitness of objects to particular persons, but conducts herself by more extensive views. Whether a man be generous, or a miser, he is equally well receiv’d by her, and obtains with the same facility a decision in his favour, even for what is entirely useless to him.

De clou in de uitspraak van Biden zit hem dus in de (juridische!) kwalificatie ill-begotten gains.

Ill-begotten gains, of onrechtmatig verkregen winsten zijn inderdaad een geval waarin eigendomsrechten kunnen worden betwist en afgenomen.

Zijn de winsten van Russische oligarchen onrechtmatig? Ik heb op dit ogenblik onvoldoende kennis om daarover te oordelen. Wellicht wel?

Maar in een rechtsstaat is het de rechter die daarover beslist, na grondig onderzoek, en niet een politicus die inspeelt op populaire gevoelens onder de bevolking.

De afstand tussen de voorgestelde maatregelen tegenover de oligarchen, en een volgende Trump die beslist media- of techbedrijven te onteigenen, is echt niet onmetelijk groot.

Vragen

  • Stel dat er iets onrechtmatig is aan de eigendommen of het gebruik dat de oligarchen ervan maken, en we kunnen dat bewijzen, waarom grepen de overheden in Westerse landen dan niet vroeger in?
    Een deel van het antwoord is wellicht omdat ze de inbeslagname nu willen gebruiken als drukkingsmiddel om een oorlog te stoppen. Dat lijkt een lovenswaardige motivatie. Maar is er ook een juridische basis voor?
    De Nederlandse wetgeving beschrijft onder meer : “Verdenking op winsten uit strafbare feiten (wederrechtelijk verkregen voordeel). Het beslag dient dan als soort zekerstelling om eventuele boetes dan wel ontnemingsmaatregelen die in de toekomst kunnen worden opgelegd, te kunnen betalen.
    Maar dat beantwoordt niet aan het ogenschijnlijke doel van de huidige maatregel. Misschien stipuleert het internationaal recht nog andere omstandigheden waarin inbeslagname rechtmatig is? Ik weet het niet.
  • Stel dat er toch een stevige basis is om inbeslagname te doen als vredesmaatregel, wat is dan het model? Het lijkt te zijn: inbeslagname eigendommen oligarchen -> oligarchen vallen Poetin af of voeren druk uit -> Poetin doet toegevingen over Oekraïne.
    Hoe zeker zijn we dat dit model zal werken?
  • Zijn de maatregelen praktisch uit te voeren? Welke zijn de gevolgen op langere termijn?
    Zoals bij veel pogingen om “de rijken de crisis te doen betalen” liggen de ontsnappingsroutes al klaar.
    Wij blijven dan achter met een goed gevoel, een beschadigde economie en, vooral, een beschadigd vertrouwen. Vergeet niet: Oligarchen zijn naar het Westen gekomen met hun jachten en andere rijkdom net omdat ze (terecht) oordeelden dat het regime van eigendomsrecht hier vele malen stabieler is dan in Rusland.
  • Ja maar, zo kan het ultieme argument luiden: A la guerre comme à la guerre. Uitzonderlijke omstandigheden vergen uitzonderlijke maatregelen.
    Dat zou een valabel argument zijn, moesten we zeker zijn dat de maatregelen werken zoals beoogd. En als we inderdaad zeker zijn dat de motivatie is om in uitzonderlijke omstandigheden een ultieme vredesmaatregel te nemen.

Heel wat reacties op de voorgestelde maatregelen, van het grote publiek en van politici, doen vermoeden dat die motivatie toch niet zo eenduidig en zuiver is.

Zo bijvoorbeeld die van Gie Goris, ex-hoofdredacteur van MO*, en een heel verstandige, bedachtzame en belezen mens.

Hier is zijn tweet:

Enerzijds verwoordt Goris hier de ultieme consequentie van de maatregel. Waarom stoppen bij foute Russen?

Anderzijds vallen hier de maskers af natuurlijk. We gaan voor de jachten en de voetbalploegen, niet om druk uit te oefenen op de oligarchen, die dan op hun beurt druk zullen uitoefenen op Poetin. Maar onder het mom van een vredesmaatregel en in het kielzog van de oorlogsretoriek, vervullen we hier een oude droom. We zetten het systeem van private eigendom op losse schroeven.

Nu, op basis van zijn curriculum en geschriften twijfel ik absoluut niet aan de goede bedoelingen van Goris.

Wat wel stoort, is de retoriek. Het misprijzen en het vijandbeeld zijn onmiskenbaar in de tweet. Even onmiskenbaar appelleert hij op afgunst.

Dat is een retoriek die werkt, zo bewijst onder meer het succes van populistische partijen. Maar het is regelrechte virtue signalling en moral highground retoriek die enkel bedoeld is voor de incrowd.

Het klinkt goed, en bij een bepaald publiek voelt het goed, maar het zal niet werken. De geschiedenis (check Rusland), de feiten en de beste economische modellen die we hebben, spreken hem tegen. Landen die private eigendom het beste beschermen, zijn landen met minder armoede. Regimes die private eigendomsrechten schenden, glijden onherroepelijk af naar totalitarisme. Private eigendom gaat niet noodzakelijk samen met vrijheid. Maar vrijheid kan niet gedijen zonder uitgebreide en beschermde eigendomsrechten.

Het zijn “stellingen” waarover ondertussen een ruime consensus bestaat en heel wat evidentie. Ik kan nog aannemen dat men elk van deze stellingen wil nuanceren, of zelfs in twijfel trekken. Of dat Gie Goris bereid is om vrijheid in de weegschaal te werpen tegenover gelijkheid.

Maar het is een kwalijke retorische truuk om, impliciet of expliciet, te claimen dat goede bedoelingen (sociale rechtvaardigheid; het eigen volk moet gedijen; …) voldoende zijn om de argumenten over mogelijke schadelijke gevolgen uit de weg te gaan.


Zaterdag quote

The by-product of individuals acting predictably in accordance with their economic interests was therefore not an uneasy balance, but a strong web of interdependent relationships. Thus it was expected that expansion of domestic trade would create more cohesive communities while foreign trade would help avoid wars between them.

Albert Hirschman (1977). The Passions and the Interests. Political Arguments for Capitalism before its Triumph, p 51-52.

Russische academici tegen oorlog in Oekraïne

Update over de zeer bizarre open brief van Russische universiteitsrectoren, waarin zij de invasie in Oekraïne onomwonden verdedigen.

Er circuleert nu ook een open brief, ondertussen naar verluidt ondertekend door meer dan 7,000 Russische wetenschappers, waarin zij de oorlog tegen Oekraïne fors veroordelen.

De brief was oorspronkelijk gepubliceerd op de website trv-science.ru, maar daar zou hij weggehaald zijn als gevolg van de Russische censuurwetten. Engelse vertalingen hier en hier.


Donderdagse gevarieerde links

  • Betekent de Oekraïnecrisis het einde van het vredesdividend? Dit artikel in The Conversation, Defence cuts effectively paid for UK welfare state for 60 years toont in een eenvoudige grafiek hoe de uitgaven voor defensie en voor gezondheidszorg in de UK, als percentage van het BNP, elkaar kruisten in 1987-1988, defensie op weg naar beneden, gezondheidszorg naar boven. En dat is de UK, die vandaag nog 2 procent van het BNP besteedt aan defensie. Dat is een terugval van 8 procent in de jaren 1950 over 4 procent in 1980. De uitgaven voor gezondheidszorg stegen van 3 procent in de jaren 1950 tot 7 procent net voor de pandemie.
  • Op zoek naar een creatieve manier om Oekraïners in Oekraïne te steunen? Al meer dan 61,000 mensen hebben via Airbnb een verblijf geboekt in een Oekraïnse Airbnb. En dagen dan natuurlijk niet op; maar de gastheer of -vrouw ontvangt wel het boekingsbedrag. Wel even checken of het om een particuliere verhuurder gaat. En liefst niet te ver in de toekomst boeken.
  • Het Oekraïnse Agentschap voor de Bescherming tegen Corruptie heeft laten weten dat buitgemaakte Russische tanks en ander militair materieel niet moeten worden aangegeven in de belastingen.
  • Zeer inzichtelijke map van ‘s werelds miljardairs, naar land en herkomst van de rijkdom (geërfd; entrepreneur; managers; politieke connecties; financiële sector). Gebaseerd op dit onderzoek uit 2016
  • Moving money internationally is een goede explainer over het onderwerp. Relevant in deze tijden en deskundig, want geschreven door Patrick McKenzie, een software ontwikkelaar voor specialist en fintech innovator Stripe.

Only in America: verboden te tanken

Het beeld dat we hebben van de Verenigde Staten als een supervrije, ongereguleerde economie, klopt niet. Alleszins niet over de hele lijn.

Het foute beeld dook onlangs nog eens op in een column van de Antwerpse politicoloog en economist Ive Marx, waarin hij pleit voor minder regulering in de Belgische economie. Terloops verwijst hij naar de VS: “Te weinig regels hebben, is evenmin goed­. In Amerika hebben ze groei, maar 90 procent daarvan komt terecht bij de rijkste 10 procent.” En: “(Denemarken) is een van de meest regelloze landen in de Oeso­ – op sommige vlakken heeft het zelfs nog minder regels­ dan de Verenigde Staten.

Marginal Revolution linkt naar een artikel in Politico over de regulering van benzinestations in de staat New Jersey. Het is daar al sinds 1949 verboden om te tanken met zelfbediening. De wet werd destijds ingevoerd om veiligheidsredenen, bijvoorbeeld om zwangere vrouwen te beschermen tegen schadelijke dampen.

In 2015 was er al een poging om dat verbod op te heffen, maar die mislukte. Er komt nu een nieuwe poging, onder meer omdat het moeilijker wordt om pompbedienden te vinden. Maar volgens Politico is het ook nu niet zeker dat die het zal halen.


Dinsdag quote

Since power needs the latent presence of chaos as a source of legitimacy, then chaos itself is legitimized and, ironically, may even be celebrated. When Russia actively pursues the destabilization of countries such as Ukraine, this is partially in order to appeal to a rather crude hierarchy of power, between those states that can create order within their borders and those that fail at this basic task. … (S)ince disorder is created from Moscow, order can only be re-stablished from Moscow.

Bruno Maçães (2018). The Dawn of Eurasia. On the Trail of the New World Order, p 195

Russische vereniging van universiteitsrectoren sluit de rangen

Deze bijzonder merkwaardige verklaring van de Russische vereniging van universiteitsrectoren van gisteren zaterdag haalde voorlopig het brede nieuws nog niet. Hier is een verklaring van een dag eerder. Waarom twee?

In de verklaring steunen de rectoren de “decision of Russia to finally terminate an eight-year-long confrontation between Ukraine and Donbass, to demilitarize and denazify Ukraine and protect our country from the increasing military threats.”

Ze vinden dat “It is essential now to support our country, our army, which safeguards our safety, as well as to support our President who has probably made the hardest decision in his life by making that tough but necessary step.

Want “We cannot forget about our debt to continue an educational process, to develop patriotism and a desire to help the motherland among the youth.”

En: “The universities have always been supporting the state … We must rally around our President and strengthen an optimistic spirit of our students by our example.”

Ik heb getwijfeld of dit wel authentiek is. Zo perplex was ik.

Wordt deze verklaring gesteund door alle, of de meerderheid van Russische academici? Kunnen Russische academici zich hiervan distantiëren?
Zetten zij zich hiermee de facto buiten de gemeenschap van internationale wetenschappers?
Hoe groot is de kloof wel tussen wij en zij dat zij niet snappen dat dit voor ons vele bruggen te ver is, en dat wij niet snappen hoe je zoiets kan schrijven?


Zeven criteria voor goede geopolitieke experts, zelftest; en Lavrov

We beleven een tijd waarin geopolitiek angstwekkend relevant wordt.

Onvermijdelijk zien en lezen we dan een parade van geopolitieke experts die het nieuws en de ontwikkelingen komen duiden en voorspellen. En dat terwijl we net aan het bekomen waren van de parade van virus- en epidemie-experts.

Misschien een goed moment om een poging te doen de criteria voor een goed geopolitiek expert op een rij te zetten.

  1. Een geopolitiek expert heeft een diepe kennis van de “lange” geschiedenis; niet alleen de politieke geschiedenis, maar ook de culturele en, bij uitstek misschien, de ideeëngeschiedenis. Vanuit die diepe kennis kan de expert proberen duiding te geven over de “richting” van de geschiedenis, als zij of hij al gelooft dat er een richting is.
  2. Een geopolitiek expert heeft een uitgebreide geografische kennis.
  3. Een geopolitiek expert heeft een grondige economische kennis, theoretisch, maar vooral qua facts&figures.
  4. Een geopolitiek expert heeft meer dan een oppervlakkige kennis van het militaire (wapensystemen, logistiek, militaire tactiek, …).
  5. Een geopolitiek expert heeft diepe kennis van en ervaring met concrete beslissingsprocessen van politici en wereldleiders. Zij of hij heeft die kennis uit eerste hand, liefst door eigen ervaringen, anders door grondige studie van primaire bronnen over die beslissingsprocessen. Vanuit die kennis kan de expert een poging doen om een inkijk te geven in het hoofd van politici.
  6. Een geopolitiek expert heeft diep inzicht in in de structuur van (internationale) collective action problems, in onderhandelingstheorie en speltheorie, in statistiek, en in scenariodenken.
  7. Een geopolitiek expert denkt niet vanuit een of ander beeld over hoe de wereld zou moeten zijn, maar vanuit hoe hij is. Tegelijk onderschat zij of hij het belang van ideeën niet (zie (1)).

Als dat geen potige job description is? Maar hey …

Voor de meeste criteria geraak je al een eind als je (veel) tijd hebt om je in te lezen en te studeren. (5) is wellicht het moeilijkste te verwerven.

De verleiding bestaat om het criterium “politiek onafhankelijk” toe te voegen. Maar dat is een heel moeilijk criterium, zeker in tijden van crisis. Willen we ook wel experts die blijven hangen in eindeloos enerzijds-anderzijds? Euh … enerzijds wel, anderzijds niet. Maar toch ook: zeg ons gewoon wie de goeden en de slechten zijn?

Omdat ook voor de leken die wij zijn zelfs maar een deel van de kwalificatiecriteria zou moeten meespelen in een beoordeling van de experts die we zien passeren, deze kleine zelftest, no googling.

  1. Geschiedenis: Wanneer in de geschiedenis was het huidige Oekraïne deel van “Rusland”? Wanneer speelde de Pools-Oekraïense oorlog zich af; in welke omstandigheden?
  2. Aardrijkskunde: Wat zijn de buurlanden van Oekraïne? Wat is de afstand tussen de Poolse grens en Kiev?
  3. Economie: Vergelijk het BNP/capita in Oekraïne met dat van Rusland, Polen, Slovakijke, Griekenland over de voorbije tien jaar. Wat is het belangrijkste exportproduct van Oekraïne?
  4. Politieke beslissingsprocessen: Hoeveel gedetailleerde verslagen uit de eerste hand van onderhandelingen tussen wereldleiders heb je al gelezen? Meegemaakt?
  5. Militair: Wat is een thermobarische bom? Heeft Oekraïne zulke bommen? Mocht je het antwoord schuldig blijven, niet erg. Stafchef Michel Hofman van het Belgische leger wist het ook niet in De Afspraak deze week.
  6. Onderhandelingstheorie, statistiek, …: Wat is, in onderhandelingstheorie, een BATNA? Wat is het verschil tussen frequentische statistiek en Bayesiaanse statistiek?
  7. Wereldbeeld: Vul aan en leg uit: Si vis pacem …

Voor wie eraan mocht twijfelen, ikzelf diskwalificeer ruimschoots op deze criteria. Het is een oefening in nederigheid en een aanzet tot zwijgzaamheid.

Het punt is: Het is best mogelijk en aanvaardbaar dat niet alle experten die we dezer dagen zien passeren, kwalificeren op alle criteria. Maar dan zouden wij moeten weten op welke criteria ze wel en niet kwalificeren, en in welke mate.

Hoeveel van onze journalisten kwalificeren? Van onze academici? Van onze politici?!

Wie kwalificeert dan wel? Wel ja, dat zou het achtste criterium moeten zijn, dat je op zijn minst het handvol echte geopolitieke experts over een bepaalde kwestie kent en volgt.

Ook hier ben ik gebuisd. Chris Blattman, die ik hier vrijdag opvoerde, kwalificeert wellicht als algemeen expert over conflicten en oorlogen, maar hij geeft zelf toe dat hij over Oekraïne geen expert is.

Van de Britse economische historicus Adam Tooze ben ik meestal onder de indruk. Hij heeft onder meer diep geresearchede standaardwerken geschreven over de economische achtergronden van de Eerste Wereldoorlog en de Nazi economie.

Een expert die volgens mij zeker kwalificeert in de Oekraïense kwestie, en die mij alleszins de ogen geopend heeft over de huidige geopolitiek in Europa en Rusland, is Bruno Maçães.

Maçães is een Portugese auteur en ex-politicus. Hij was van 2013 tot 2015 staatssecretaris voor Europese Zaken in de Portugese regering, en heeft daar een vol adresboekje aan overgehouden. In 2014 (!) probeerde hij zijn Europese collega’s te overtuigen een energiepact te sluiten met de VS, om de Russische dreiging over energie het hoofd te bieden. In 2015 was hij de eerste Europese politicus die Mariupol bezocht, tijdens de vorige Oekraïense crisis. Tot enkele dagen vóór de recente invasie was hij in Kiev. Hij was onder meer fellow aan de Renmin University in Beijing. Nu is hij nonresident senior fellow bij de conservatieve Amerikaanse denktank Hudson Institute.

Dat, en zijn boeken, kwalificeren hem wel min of meer.

Het boek dat mij de ogen opende, was The Dawn of Eurasia: On the Trail of the New World Order (2018). Het is een heel leesbaar essay, verpakt als een reisverhaal van zes maanden langs de (niet-bestaande!) grenzen tussen Europa en Azië.

Dit is het programma dat Maçães zich stelt in het boek:

I started to suspect history was increasingly leading us to a world where the border between Europe and Asia would disappear. The bookshops were full of books about Russia (usually its dangers), China (usually its miracles) and the European Union (usually its crises), but they considered them in isolation. I decided to investigate what you could learn about Russia, China and Europe if you considered them as part of the same system. There was an obvious word to describe this system: Eurasia. (p xvii)

Het idee “Eurazië”, volgens sommigen inderdaad nog maar een idee, volgens Maçães een ontluikende realiteit, is een van de sleutels om de houding van Rusland en het huidige conflict te begrijpen.

Eurazië is niet alleen een nieuwe manier om naar de wereld te kijken, geografisch en historisch. Het betekende, voor mij alleszins, ook een breuk met hoe ik tot dan toe, en vooral impliciet, dacht over de wereld en de vaart der volkeren.

(T)hat way of looking at the world – where the whole world is made to fit the categories of European development – has now been turned on its head. (p 119)

Sindsdien spot ik in heel veel commentaren op de wereldpolitiek nog dat denkbeeld, heel vaak dus impliciet: Wij nemen aan dat Rusland, en China en andere landen for that matter, gradueel zouden toegroeien naar de Europese normen en waarden. De val van de Berlijnse Muur had echt de overwinning van ons model ingeluid. The End of History.

It did not happen, stelt Maçães vast. (p 193)

Ook de Servisch-Amerikaanse ongelijkheidseconomist Branko Milanovic (Heel OK op (1), (2), (6); expert op (3); wellicht niet gekwalificeerd op (4) en (5); deliberatie op (7)) proclameert in een recente commentaar The end of the end of history:

The current war displays to us that the complexity of the world, its cultural and historical “baggage”, is great and that the idea that one type of system will eventually be embraced by all is a delusion. It is a delusion whose consequences are bloody. To have peace, we need to learn to live while accepting differences.

Toch blijft die delusion hardnekkig, zowel in analyses van sommige experts als in journalistiek en lekendiscussies.

Het was ook Maçães die me op het spoor bracht van een artikel van Sergei Lavrov uit 2016: Russia’s Foreign Policy in a Historical Perspective.

Lavrov is de Russische minister van Buitenlandse Zaken sinds 2004. Van alle ministers van Buitenlandse Zaken die vandaag naar het conflict in Oekraïne kijken, is hij waarschijnlijk diegene met de langste staat van dienst. Hoewel hij wellicht kwalificeert op alle zeven de criteria voor geopolitiek expert, is het artikel vooral interessant als inkijk in het hoofd van politici (criterium 5).

Maçães besteedt in The Dawn of Eurasia vier pagina’s aan het artikel van Lavrov (p 175-179), onder meer om een aantal van diens historische argumenten te doorprikken. Maar het artikel geeft toch een indringend perspectief op de huidige crisis.

Enkele relevante topics:

Geschiedenis en historische frustraties

Het is frappant hoe Russische leiders hun buiten- en binnenlandse politiek proberen te legitimeren vanuit de geschiedenis. Men ziet dat nooit of zelden bij Westerse politici.

De titel zet meteen de toon: Russia’s Foreign Policy in a Historical Perspective. Ook een van Poetins toespraken bij het begin van het conflict stond bol van de historische verwijzingen. In 2021 schreef de Russische president nog een essay met, achteraf gezien, hoge voorspellende waarde: On the Historical Unity of Russians and Ukrainians.

De eerste tussentitel van het artikel van Lavrov is Continuity of History. Hij haalt dan alles uit de historische kast: te beginnen met de kerstening van de Russen met de doop van de Rus in 988, in Kiev nog wel; over de rol van grootvorst Alexander Nevsky in de 13de eeuw, tot de Slag van Borodino, tweehonderd jaar geleden, en de bevrijding van Moskou van Poolse bezetters, vierhonderd jaar geleden.

Waarom die historische verwijzingen? Het is, alleszins aan de hand van de inhoud en de toon van Lavrovs artikel, moeilijk de interpretatie te vermijden dat de Russen met historische frustraties zitten die geleid hebben tot een minderwaardigheidscomplex tegenover het Westen.

Hoe anders deze verwijzing interpreteren:

Let me quote a renowned researcher of Russian history, Hélène Carrère d’Encausse, the permanent secretary of the French Academy, who said that the Russian Empire was the greatest empire of all times in the totality of all parameters such as its size, ability to administer its territories and longevity.

En meer recent:

Reforms in the Soviet Union had a significant impact on the establishment of the so-called social welfare state in Western Europe after World War II. … No one can deny the role the Soviet Union played in advancing decolonization.

Maar het Westen heeft die grootheid en die rol van Rusland nooit erkend en heeft het land altijd naar de rand proberen te duwen.

Historical facts do not bear out the widespread belief that Russia has always been on the margins of Europe as a political outsider.

En

There are also people, both inside and outside the country, who believe that Russia is doomed to constantly fall behind and catch up, or adapt to the rules invented by others, and therefore cannot claim a rightful role in international affairs.

En

On the one hand, Muscovy naturally played an ever growing role in European affairs; on the other hand, European countries were wary of the emerging giant in the east and took steps to isolate it as much as possible and keep it away from the most important European processes.

Vandaar deze waarschuwing, die vandaag wel heel actueel klinkt:

Over at least the last two centuries all attempts to unite Europe without Russia and against it always led to big tragedies.

Post-Sovjetunie en de rol van Navo

De verwijzingen naar de aanpak van het Westen en de strategie van de Navo na de val van de Berlijnse Muur zijn vandaag ook heel actueel.

Er was een opportuniteit volgens Lavrov:

There emerged a real chance to finally overcome the division of Europe and realize the dream about a common European home advocated by many European thinkers and politicians.

Maar

Unfortunately, our Western partners chose a different path to follow by expanding NATO eastward and moving the geopolitical space under their control closer to Russia’s border. This is the root cause of the systemic problems that afflict Russia’s relations with the United States and Europe.

De landen die zich aansloten bij de Navo, kwamen volgens Lavrov echter bedrogen uit:

If we take an unbiased look at small European states, which previously were part of the Warsaw Pact and now are members of NATO and the EU, it will be obvious that they have not made any transition from subordination to freedom, as Western ideologists like to trumpet.

Diversiteit in plaats van een uniform Westers model

Aan het begin van het artikel verwijst Lavrov naar one’s own unique path, als alternatief voor wat hij, met nauwelijks verholen misprijzen, de pro-Western liberals noemt:

There are different opinions, and doubts too, as to whether Russia assesses the international situation and its position in the world soberly enough. This is an echo of never-ending disputes between pro-Western liberals and the advocates of one’s own unique path.

Het misprijzen voor die pro-Western liberals zit diep. Want The End of History heeft niet plaatsgevonden:

(Francis Fukuyama) suggested that rapid globalization would signify the ultimate victory of the liberal capitalist model, and that all other models would simply have to adjust as quickly as possible under the guidance of wise Western teachers.

Niet alleen Rusland, maar ook China toont dat een andere weg mogelijk is:

(China) clearly illustrates the undeniable plurality of development models and excludes the boring uniformity implied by the Western coordinate system.

De weg naar vrede en internationale samenwerking begint bij de aanvaarding van diversiteit:

Such cooperation should take into account the multivariate nature of the modern world, its cultural and civilizational diversity.

Eurazië als alternatief

Neen, Rusland ligt niet aan de rand van Europa. Het ligt midden in het nieuwe Eurazië. Dat idee – of die realiteit – is de kern van de Russische buitenlandse politiek.

Nogmaals verwijzend naar de Franse academica Hélène Carrère d’Encausse formuleert Lavrov Ruslands grote historische missie:

Just like philosopher Nikolai Berdyayev, she believes that Russia’s great historical mission is to be a link between the East and the West.

En (wait for the end …)

We continue to believe that the best way to ensure the interests of peoples living in Europe is to form a common economic and humanitarian space stretching from the Atlantic to the Pacific so that the just created Eurasian Economic Union could become a connecting link between Europe and the Asia-Pacific region. We are trying to do our best to overcome obstacles on this way, including the implementation of the Minsk accords to settle the Ukraine crisis provoked by the coup in Kiev in February 2014.

Is Eurazië meer dan een idee in het hoofd van de Russische leiders? Moeilijk in te schatten. Eén indicatie dat het idee breder leeft, is een internationaal symposium dat de South Ural State University in Chelyabinsk, waar ik al drie jaar gastcolleges geef, en dat op de grens ligt tussen Europa en Azië, dit jaar in april organiseert, onder de titel Eurasia 2022: The Social And Humanitarian Space In The Era Of Globalization And Digitalization.

Het is op dit ogenblik onzeker of het symposium nog kan plaatsvinden.


Poetins economie

Met een behoorlijke portie schroom: enkele economisten-bedenkingen, achtergrondideeën en links bij de Oekraïne-crisis. Eerste postje van drie, of vier.

Deze eerste post, over Poetins “economie”, gaat niet in eerste instantie over de Russische economie of over de Oekraïnse economie. De Russische economie is vele malen kleiner dan de macht die Poetin claimt op het wereldtoneel. Zij is meer dan waarschijnlijk ook geen bepalende factor in Poetins calculus. De Oekraïnse economie is vandaag 20 procent (!) armer dan in 1990.

Het gaat wel over veronderstellingen die we kunnen maken over de kosten-baten redenering die Poetin en zijn entoerage misschien gevolgd hebben.

Aan de kostenkant zijn er vaste kosten, in harde roebels, maar vooral in termen van mogelijk gezichtsverlies en verlies aan binnenlandse macht. Dat die kosten “vast” zijn, betekent dat Poetin ze sowieso moet betalen, wat hij ook doet of niet doet in de crisis.

De redenering zou dan kunnen zijn dat hij best het maximale haalt uit die vaste kosten, door ze te spreiden over meer militaire of andere acties. De volgende vraag wordt dan natuurlijk wat de variabele kosten zijn, die wel toenemen met meer acties. Hoe langer de acties duren, hoe belangrijker die variabele kosten worden.

Een andere manier om Poetins mogelijke kosten-baten analyse in te schatten, is dat Moskou misschien de afweging gemaakt heeft tussen de kosten (en baten) van een escalatie nu, tegenover de kosten van nu geen actie te ondernemen. Oekraïne was stap voor stap zijn militaire capaciteiten aan het uitbouwen. Hoe langer Moskou zou gewacht hebben met militaire actie, hoe duurder die zou zijn geworden.

Die redenering komt uit een analyse, in januari van dit jaar, door Rob Lee, Senior Fellow van het Eurasia Programma van het Amerikaanse Foreign Policy Research, via conflictspecialist en professor aan de Harris School of Public Policy van de University of Chicago Chris Blattman.

Blattman, die in april van dit jaar een boek publiceert dat relevanter zal zijn dan hij had durven hopen, Why We Fight: The Roots of War and the Paths to Peace, heeft op zijn blog nog wel meer goede analyses.

Volgende post: Geopolitiek: criteria voor goede geopolitici en zelftest.