Is zinvol werk goedkoper?

Zijn mensen bereid voor een lager loon te werken als ze zinvol werk kunnen doen? Wordt arbeid met andere woorden goedkoper als het om zinvol werk gaat?

Iris Kesternich en Heiner Schumacher (KULeuven), Bettina Siflinger (Tilburg), en Stefan Schwarz (Institut für Arbeitsmarkt und Berufsforschung) onderzochten de vraag in een interessante discussiepaper van de KULeuven.
Ze zetten een experiment op met 5,300 mensen (werkenden en werklozen) uit het Duitse Panel Study of Labour Market and Social Security (PASS).

Enkele conclusies:

  • Respondenten uit de studie vinden zinvol werk wel belangrijk, maar veel minder dan een deftig loon en een zekere job
  • De bereidheid om loon in te leveren voor zinvol werk verschilt: Mensen die aangeven dat ze zinvol werk zeer belangrijk vinden, zijn bereid tot 18 procent loon in te leveren. Maar werklozen vragen net hetzelfde percentage loon méér voor zinvol werk

Waarom zouden mensen meer loon vragen voor zinvol werk? Twee hypotheses:

  • De maatschappij profiteert van zinvol werk. Dus is het alleen maar fair als de werknemer een deel van dat profijt krijgt
  • Als een job als zinvol wordt beschouwd, dan betekent dat wellicht dat er redelijk hoge eisen gesteld worden. En hoge eisen -> hoger loon

Uiteindelijke conclusie: Het hangt ervan af. Mensen in verschillende situaties reageren anders op de zinvolheid van een job. Zinvol werk is dus niet per se een “goedkope” manier om mensen aan het werk te helpen.


Dinsdag quote

The ideas of economists and political philosophers, both when they are right and when they are wrong, are more powerful than is commonly understood. Indeed, the world is ruled by little else. Practical men, who believe themselves to be quite exempt from any intellectual influences, are usually slaves of some defunct economist. Madmen in authority, who hear voices in the air, are distilling their frenzy from some academic scribbler of a few years back. I am sure that the power of vested interests is vastly exaggerated compared with the gradual encroachment of ideas.

John Maynard Keynes (1936). General Theory, p 383-384

Maandagse gevarieerde links


Corporate Social Responsibility: Triviaal, naïef of contra-productief (4 en slot)

Waar staan we nu met onze bedenkingen over Corporate Social Responsibility (CSR), of Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO)?

We hebben een reeks mankementen van de CSR- of Stakeholders theorie aangeduid (en hier) en een alternatieve benadering voorgesteld.

In die alternatieve benadering is het belangrijk dat we business ethiek niet teveel benaderen vanuit een intuïtieve feel good ethiek, maar dat we die specifieke tak van ethiek inkaderen in een goed begrip van hoe markten, vennootschappen en managers in realiteit en binnen het huidige wettelijke kader werken.

Anderzijs moet business ethiek ook ingekaderd worden in een algemene ethiek.

Joseph Heath biedt een heel plausibel en werkbaar voorstel voor dat kader. De ethische rol van bedrijven in een markteconomie is op de eerste plaats efficiëntiebevordering. Via het winstmechanisme en het dictaat van echt vrije concurrentie zorgen bedrijven ervoor dat ons aller welvaart optimaal bevorderd wordt (voor economen: er is daar zelfs een economische “wet” of model voor: het eerste fundamenteel theorema van de welvaartseconomie).

In dat kader is er een rol voor de overheid. Zij moet erop toezien dat de mogelijkheidsvoorwaarden van die efficiëntiebevordering (winstmaximalisatie en vrije concurrentie) gevrijwaard zijn.

De overheid doet dat via een wettelijk kader. Maar dat kader is vaak een redelijk bot instrument. Daarom kunnen de overheid en de maatschappij ook een beroep doen op een – breder, en “goedkoper” – ethisch kader. De algemene richtlijnen die de ethische rol van bedrijven moeten vrijwaren, zijn duidelijk; we mogen dus van bedrijven (managers) verwachten dat ze zich maximaal aan die regels houden.

Bedrijven staan niet buiten de algemene ethiek. Ze kunnen functioneren omdat ze ingebed zijn in een breder maatschappelijk geheel. Er is dus, buiten het strikt wettelijke kader, een impliciet maatschappelijk contract. Gedragingen zoals belastingontwijking betekenen een inbreuk op dat impliciete maatschappelijk contract, ook al vallen ze strikt genomen binnen de wet.

De complementariteit tussen ethische normen en wetten werkt natuurlijk in twee richtingen. Normen inspireren wetten en regelgeving; maar wetten en regelgeving hebben ook invloed op normen.

Dat is wat de Amerikaanse economist, Nobelprijswinnaar en ex-chief-economist van de World Bank Paul Romer bedoelt in een recent interview:

(M)any of the arguments about, say, allowing the market to run and giving people more freedom make more sense if, when you do that, you don’t change norms. But if, when you do that, you encourage norms that are destructive, that kind of laissez-faire approach can be harmful.

We keren terug naar het tweede deel van de tweet van Branko Milanovic, waar dit reeksje mee begon:

A correct approach is to see them [companies] in fully Friendmanite terms and precisely because of that to regulate or tax them so that social outcomes can be improved.

Met “Friedmanite” verwijst Milanovic naar een berucht artikel (1970) van de Amerikaanse economist Milton Friedman, met als titel: The Social Responsibility of Business Is to Increase Its Profits.

Wat bedoelde Friedman met die provocerende titel?

Hier is de centrale quote uit het artikel:

In a free-enterprise, private-property system, a corporate executive is an employee of the owners of the business. He has direct responsibility to his employers. That responsibility is to conduct the business in accordance with their desires, which generally will be to make as much money as possible while conforming to the basic rules of the society, both those embodied in law and those embodied in ethical custom.

Milton Friedman (1970)

En zijn hoofdargument: Als managers aan CSR doen, dan:

(T)he corporate executive would be spending someone else’s money for a general social interest.

Milton Friedman (1970)

Voor de duidelijkheid voegt Friedman eraan toe: de manager zou zijn aandeelhouders benadelen door hun winst te verlagen; hij zou zijn klanten benadelen door hun prijzen te verhogen; en hij zou zijn werknemers benadelen door hun lonen te verlagen.
En:

If he does this, he is in effect imposing taxes, on the one hand, and deciding how the tax proceeds shall be spent, on the other.

Milton Friedman (1970)

En dit zijn beslissingen die niet de manager toekomen, maar de democratische politiek.

Draai het of keer het hoe je wil, maar eigenlijk is hier weinig op aan te merken.

Het duiveltje, en het punt waar Friedman zelf inconsequent is, zit hem natuurlijk in de toevoeging die hij zelf deed: “… while conforming to the basic rules of the society, both those embodied in law and those embodied in ethical custom“.

Embodied in law and embodied in ethical custom” verwijst net naar de noodzakelijke complementariteit tussen wet- en regelgeving en ethiek, vanuit een een kader waarin de set van winstmaximaliserende strategieën beperkt is tot strategieën en handelingen onder alle voorwaarden van perfecte mededinging.

Nu, Friedman verwijst in zijn artikel op smalende wijze naar “avoiding pollution” (… and whatever else may be the catchwords of the contemporary crop of reformers). Maar “avoiding pollution” is het schoolvoorbeeld waar een bedrijf onder perfecte mededinging de negatieve externaliteiten van de vervuiling zou moeten verrekenen in zijn prijzen.
Friedman laat dus de grens vervagen tussen ethisch aanvaardbare handelingen van bedrijven en ethisch niet-aanvaardbare, maar wettelijk wel mogelijke (zolang je niet gepakt wordt). En daar gaat hij in de fout.

Andere formuleringen van een governance code voor bedrijven houden diezelfde slag om de arm. De Belgische Corporate Governance Code 2020, bijvoorbeeld, bepaalt dat “De raad zorgt ervoor dat de bedrijfscultuur de verwezenlijking van de ondernemingsstrategie ondersteunt en dat de bedrijfscultuur verantwoordelijk en ethisch gedrag bevordert.”

We gaan ervan uit dat de schrijvers van zulke codes, en heel wat managers, het ernstig nemen met zulke “ethische toevoegingen”. Maar tegelijk moeten bedrijven toch ook bekommerd zijn om een gelijk speelveld? Wat doen we met bedrijven die de ethische toevoegingen wel onderschrijven, maar tegelijk de kantjes eraf lopen?

In een reactie op het manifest van de Amerikaanse Business Roundtable, waarin CEO’s van 192 van de grootste Amerikaanse bedrijven zich bekeerden tot stakeholder kapitalisme, schreef de gezaghebbende Amerikaanse economist Larry Summers:

All companies do right some of the time. Some companies do right all of the time. But even the Business Roundtable should know that all companies do not do right all of the time. That is why a serious Business Roundtable program in support of stakeholder capitalism will include legislation and regulation.

Lawrence Summers (2019)

Juist ja, wet- en regelgeving. Dat is wat Milanovic bedoelt als hij oproept “to regulate or tax them so that social outcomes can be improved” als alternatief voor CSR.

In het hoogdravende manifest van de Business Roundtable vinden we echter geen enkele oproep of verwijzing naar regelgeving.
Bedrijven en hun managers zitten daar geprangd in een dilemma. Enerzijds zijn ze wel degelijk geïnteresseerd in een gelijk speelveld, waar alle bedrijven zich aan dezelfde regels moeten houden. Anderzijds zijn ze allergisch aan een overdaad aan regelgeving.

Zoals in het artikel van de Nederlandse hoogleraar Bedrijfsethiek Muel Kaptein, waar ik al eerder uit citeerde:

Er ligt daarbij wel een groot gevaar op de loer. Als we deze lijn doortrekken, dan wordt er straks van de overheid geëist dat deze met allerlei nieuwe wetten komt om bedrijven tot meer ethiek te dwingen. Het gevolg daarvan is dat ethiek wordt verengd tot compliance en toezicht zonder de eigenheid en motivatie van bedrijven zelf. Terwijl dat juist ethiek is.

In deze redenering zou kinderarbeid misschien nog altijd moreel verwerpelijk zijn, maar wel wettelijk toegelaten.

Natuurlijk, net zoals het naïef is om alle heil te verwachten van CSR-verklaringen, en “de eigenheid en motivatie van bedrijven zelf”, is het naïef om alle heil te verwachten van wet- en regelgeving.

Bedrijven hebben gelijk als ze klagen dat wet- en regelgeving vaak verstikkend werkt, in plaats van een gelijk speelveld te creëren voor vrije concurrentie (tegelijk staan heel wat onder hen vooraan in de rij om te lobbyen voor regelgeving die hen uitkomt). De Amerikaanse economist en blogger Tyler Cowen herhaalt nu al een tijd het mantra our regulatory state is failing us, telkens met voorbeelden uit de praktijk.

Net zoals we kritisch moeten zijn over mogelijks holle oproepen en niet-afdwingbare beloftes voor Corporate Social Responsibility, moeten we kritisch zijn over wet- en regelgeving die niet doet waarvoor ze gemaakt is.

Maar we hebben nu wel een gemeenschappelijk kader voor beide kritieken. Zowel bedrijfsgedrag als wet- en regelgeving kan worden beoordeeld vanuit het criterium van efficiëntie- en welvaartsbevordering in een systeem van winststreven onder vrije concurrentie.


Zaterdag quote

Out of ferocity, avarice, and ambition, the three vices which lead all mankind astray, society makes national defense, commerce, and politics, and thereby causes the strength, the wealth, and the wisdom of the republics; out of these three great vices which would certainly destroy man on earth, society thus causes the civil happiness to emerge.

Giambattista Vico (1725). Geciteerd in Albert Hirschman (1977). The Passions and the Interests. Political Arguments for Capitalism before its Triumph, p 17

Klasseer onder andere onzichtbare-hand-formuleringen.


Ciao of guten Tag?

Jean-Philippe Platteau en Vincenzo Verardi, beiden van de universiteit van Namur, onderzochten de grote verschillen in infectie- en overlijdensratio’s tussen en soms zelfs binnen Europese landen. Zij komen tot de bevinding dat culturele verschillen een rol kunnen spelen, met name de contactfrequentie tussen mensen.

Italianen, bijvoorbeeld, zien elkaar vaker en intenser, vooral in familieverband, dan Duitsers of Scandinaven.

Op basis van bestaande contact matrices, die ook leeftijdsgebonden zijn, simuleren ze dan een re-open strategie voor België, een met een “Italiaans gedrag”, een ander met een “Duits gedrag”.

Corona re-open strategy cultural

De hypothese wordt bevestigd door verschillen binnen Zwitserland, waar de epidemiologische statistieken van het Franstalige, Duitstalige en Italiaanse landsgedeelte eerder aansluiten bij die van respectievelijk Frankrijk, Duitsland en Italië.

De Naamse onderzoekers verwijzen ook naar een opmerkelijke studie van de universiteit van Gent, die aantoont dat een deel van de intra-Europese verschillen te verklaren zijn door genetische variaties.


Woensdagse gevarieerde links

covid19 in sewage
  • Human Challenge Trials (ik vond geen goede Nederlandse vertaling) zijn een aanpak in vaccinontwikkeling waarbij men vrijwilligers besmet met een virus om zo de ontwikkeling van het vaccin te versnellen. De aanpak is al gebruikt in de ontwikkeling van vaccins voor griep, malaria, typhus en cholera. Het probleem waar vaccin-onderzoekers voor Covid-19 mee kampen, is dat er binnenkort misschien te weinig besmette personen zijn om een vaccin op te testen. Op 1 day sooner kunnen vrijwilligers zich opgeven. Vandaag staat de teller van vrijwilligers al op meer dan 25,000. 1 Day Sooner schat dat de versnelling van de ontwikkeling van een vaccin met 1 dag 7,120 levens kan redden; met 3 maanden wordt dat meer dan een half miljoen. Opinies over human challenge trials hier, hier, hier en hier.
  • De coronavirus tracker van Johns Hopkins University haalt “meer dan 1 miljard hits per dag“. Storende onnauwkeurigheid in het artikel: hits of visits? Ter vergelijking: Google.com haalde volgens similarweb in april: 2.7 miljard visits per dag; YouTube.com 1.1 miljard per dag.
  • Het ‘Irma-effect’ (in Nederland): veel interesse voor studie tot gebarentolk sinds begin coronacrisis.

Dinsdag quote

Commerce is the name for free, mutual, and voluntary exchange among peoples. It is the normal activity by which interdependence is realized and the common good of all served. It is an activity typically more unifying than politics, nationalism, religion, or conquest. Its nature is social, as is its function, and as are the virtues it inculcates.

Michael Novak (1984). Geciteerd in Deirdre McCloskey (2006). Bourgeois Virtues, p 61

Corporate Social Responsibility: Triviaal, naïef of contra-productief (3)

Derde en laatste voorlaatste post in dit reeksje ((1) en (2)):
Hoe kunnen we de intuïties van CSR, of Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO), redden zonder naïef, futiel of onproductief te zijn?

Gesteld dat we aannemen dat argumenten over de mankementen van het CSR en Stakeholder discours uit vorige posts enige plausibiliteit hebben, is het debat dan gesloten? Ik denk het niet.

Een panglossiaanse visie op de instellingen en gedragingen van het aandeelhouderskapitalisme is immers even naïef of extreem als de visie dat we met CSR en Stakeholder theorie alle problemen van het aandeelhouderskapitalisme gaan oplossen.

We leven niet in de beste der werelden. Ja, we moeten er ons voor hoeden business ethiek te verbreden tot algemene ethiek, omdat die dan futiel wordt. Maar business ethiek mag wel ingekaderd worden in algemene ethiek. Als het maar gebeurt op een manier waarbij we het kind niet met het badwater wegsmijten.

Het voorstel is dan om CSR-proponenten harder te laten werken door hen de bewijslast toe te schuiven. Zij moeten aantonen dat het huidige kader en de huidige instellingen die het aandeelhouderskapitalisme regelen, onvoldoende zouden zijn om te beantwoorden aan hun bekommernissen. Of anders moeten ze een ander werkbaar kader voorstellen.

In enkele recente manifesten in de discussie over de post-Corona wereld, doen ze dat onvoldoende.

De Nederlandse hoogleraar bedrijfsethiek en KPMG-partner voor “integrity, forensic & soft-controls” Muel Kaptein roept in een bijdrage op MeJudice op tot een nieuwe moraal en een doorbraak op het gebied van duurzaamheid, meer gelijkheid, solidariteit en rechtvaardigheid binnen bedrijven, privacy, mensenrechten, diversiteit en langetermijn waardecreatie. Wow!

In de Volkskrant pleiten meer dan honderd vooraanstaande Nederlanders ervoor om de crisis te gebruiken voor een doorbraak op het gebied van duurzaamheid in het bedrijfsleven.

Ze mengen in het manifest praktische voorstellen (“Bedrijven moeten de afgelopen tien jaar in binnen- en buitenland hun aandeel hebben bijgedragen als het gaat om het betalen van belastingen“; “Hier ligt volgens ons een taak voor de pensioenfondsen“) met minder uitvoerbare (“Bedrijven geven blijk van sociale rechtvaardigheid, richten zich op langetermijn duurzame economische groei en begrijpen dat ze daarvoor de belangen van alle stakeholders moeten dienen“), feitelijke vaststellingen (“Op een omzet van 15 miljard dollar, maakte Booking Holdings vorig jaar zo’n 5 miljard dollar winst. Toch heeft het bedrijf geen reserves om zijn personeel een paar maanden door te betalen.”) met assumpties die minstens enige historische duiding zouden verdienen (“… het mondiaal economisch systeem dat decennialang voor veel welvaart heeft gezorgd maar nu duidelijk niet meer toekomstbestendig is.”; “de kloof tussen arm en rijk wordt veel te diep“) en gaan hier en daar heel kort door de bocht (“Bedrijven die alleen op de wereld zijn om geld te verdienen, hebben geen bestaansrecht.“).

Een van de problemen met zulke oproepen is: Wie kan daar nu tegen zijn? Belangrijke hint: bedrijven alvast niet, of alleszins niet vree visibel. Ander probleem: Buiten een beroep op “als we nu eens allemaal samen” en “we waren slecht bezig” komen deze manifesten zelden met echt praktische voorstellen die aantonen dat “het huidige kader en de huidige instellingen die het aandeelhouderskapitalisme regelen, onvoldoende zouden zijn om te beantwoorden aan hun bekommernissen”.

De Canadese economische filosoof Joseph Heath, op wiens werk deze posts voor een groot deel gebaseerd zijn, en die op zijn eentje zowat het domein van business ethiek gedefinieerd heeft, komt met een praktisch voorstel. Ik probeer zijn gedachtegang zo kort mogelijk samen te vatten:

  • Hoewel het huidige wettelijke kader belangrijk is als we praktische voorstellen willen doen, hebben bedrijven wel degelijk sociale verantwoordelijkheden die verder reiken dan dat strikte kader
  • In het huidige wettelijke kader lijken de regels zich soms te beperken tot de fiduciaire verantwoordelijkheid van de manager. Maar die biedt niet de bredere ethische kadering waarnaar we op zoek zijn voor business ethiek
  • Die bredere ethische kadering moeten we zoeken in een ethische verantwoording van winst in een kapitalistische economie
  • Winst is ethisch goed, niet omdat het iets is wat bedrijven en aandeelhouders toekomt (Locke), maar omdat winststreven er samen met vrije concurrentie voor zorgt dat prijzen zodanig evolueren dat de beschikbare middelen in de maatschappij op hun meest efficiënt worden ingezet
  • Efficiëntie is goed, want efficiënt = duurzaam. Dit is een punt waar veel proponenten van CSR het vaak moeilijk mee hebben. Zij zouden willen dat bedrijven “breder kijken dan efficiëntie”
  • Maar wellicht is het bevorderen van efficiëntie, in een institutional division of moral labor, het hoogste ethische ideaal dat we van bedrijven kunnen vragen in de reële wereld
  • Het bestaande kader van wetgeving en instellingen moet in die zin geïnterpreteerd worden: de efficiëntie die we bereiken door de dynamiek van winststreven en vrije concurrentie is goed -> Laat ons die bevorderen en vrijwaren met wetgeving en regulering
  • Want dat heeft redelijk goed gewerkt tot nu toe: veel (maar zeker niet alle!) reguleringen hebben ervoor gezorgd dat bedrijfsgedrag dat ooit louter ethisch verwerpelijk was (denk aan kinderarbeid) nu onwettelijk is. We zijn daar OK mee. Het gaat samen met een groeiend ingrijpen van de overheid in de economie, dat in veel (maar zeker niet alle!) gevallen weldadig is
  • Maar wetgeving is helaas een redelijk bot instrument. In veel gevallen zal het voor de overheid moeilijk, duur of onmogelijk zijn om waarheidsgetrouwe informatie te achterhalen waarmee ze die wetgeving kan doen naleven
  • Dus: wordt business ethiek een soort add-on bij de bestaande wetgeving, net zoals algemene ethische regels een soort add-on zijn bij de bestaande algemene wetgeving (in werkelijkheid is het meestal andersom)
  • Maar dan geeft business ethiek wel een duidelijke en praktisch implementeerbare richtlijn. Bedrijven moeten in de geest van de wet handelen. Dat betekent dus dat ze enkel winst mogen nastreven in zoverre dat dat streven de concurrentie en (dus) efficiëntie bevordert. Zelfs als hun handelingen strikt wettelijk toegelaten zijn
  • We mogen bedrijven hierop aanspreken. In speciale gevallen, zoals de organisatie van post-Corona, mogen we zelfs proberen te organiseren om die aanspraak hard te maken

Efficiëntiebevordering binnen de geest van de bestaande wetgeving en instellingen zal in de ogen van veel CSR-proponenten een mager beestje zijn. Maar we hebben er een kader voor dat best wel de tand des tijds heeft doorstaan. Het punt is: we hebben nu een ethisch kader voor business ethiek, waaruit we praktische richtlijnen kunnen afleiden om niet alleen de voordelen te bevorderen die een markteconomie levert, maar ook om de nadelen ervan te bestrijden.

Het meest voor de hand liggende voorbeeld is belastingontwijking. Die is strikt wettelijk gezien meestal in orde, maar is vanuit business ethisch standpunt verwerpelijk omdat ze de concurrentie vervalst.

Twee andere voorbeelden:

  • In dit kader moeten alle bedrijven de kosten die ze veroorzaken (bijvoorbeeld met vervuiling), “internaliseren” en dus weerspiegelen in de prijs die ze consumenten aanrekenen. Die kosten zijn in principe berekenbaar. Als we dan, bijvoorbeeld, een CO2-belasting invoeren, dan kunnen de milieu-activisten alvast de tafel van de stakeholders van individuele bedrijven weltevreden verlaten
  • Nog straffer: Het model van vrije concurrentie veronderstelt dat alle partijen (bedrijven en klanten) in een transactie over dezelfde informatie beschikken. Misleidende reclame, een pleonasme als er ooit een was, druist in tegen deze regel. Er is dus een case om misleidende reclame, en misschien reclame in het algemeen, te verbieden, zeker in sectoren met weinig spelers (bijvoorbeeld: telecom en energie). Het aldus uitgespaarde geld kunnen bedrijven aanwenden om producten goedkoper te maken en echte concurrentie te voeren. Belangrijk is om in te zien dat het hier niet gaat om een welwillendheid tegenover klanten (zoals de stakeholder theorie zou aanvoeren), maar om een maatregel die het algemeen belang bevordert dat volgt uit het winststreven.

Een analogie. In sport gelden voor elke tak regels (de “wetgeving”). Maar we verwachten van sportlui dat ze niet enkel de letter van die regels naleven, maar ook sportief zijn. Een inbreuk tegen de sportiviteit, ook al valt die binnen de regels, zal afgekeurd worden. De analogie gaat zelfs nog een stap verder: ook in sport verwachten dat ploegen of individuele sportlui elkaar zo hard mogelijk bekampen, en een afwijking daarvan zal als hoogst onsportief beoordeeld worden, ook al zijn er geen formele regels overtreden.

Volgende en laatste post: Waar brengt dit ons? En wat bedoelde Branko Milanovic met Friedmanite?

Wordt vervolgd


Dienstmededeling

Het reeksje over Corporate Social Responsibility en Stakeholder theorie ((1) en (2)) is uit de hand aan het lopen. In plaats van de beloofde drie afleveringen zullen het er vier worden.

Morgen maandag aflevering (3): Hoe kunnen we de intuïties van CSR redden zonder naïef, futiel of onproductief te zijn?

“Een stuk is zo lang als het moet zijn”, placht ex-collega Mia Doornaert te zeggen in de dagelijkse discussies over te lange stukken in De Standaard.


RIP Oliver Williamson, economist van de organisatie

De formidabele economist Oliver Williamson is donderdag overleden ( Twitter). Williamson kreeg in 2009, samen met Elinor Ostrom, de Nobel Memorial Prize in Economic Sciences, en is een van de meest geciteerde onder de economen (274,133 volgens Google Scholar).

Bedrijven zijn in economische analyse meestal een zwarte doos. Williamson was, na Ronald Coase in de jaren 1930, een van de eersten die de doos openden. Het veld waarin hij werkte, wordt afwisselend beschreven als economics of governance, economics of organization, transaction cost economics, en new institutional economics.

Zijn grote bijdrage tot de economie is een zeer rigoureuze analyse van hoe en waarom bedrijven zich organiseren, of kunnen organiseren, als eilanden van coördinatie in de zee van de ongeplande markteconomie (Coase). Hij verruimde daarvoor het kader van de economische analyse met onder meer organisatieleer, psychologie, sociologie en juridische analyse. De lens waardoor hij naar organisaties, bedrijven en de markt keek, was niet die van “keuze”, zoals in de klassieke economie, maar die van “contract”, “transactie”, “transactiekosten” en “governance”.

Terwijl de klassieke economie elke transactie beschouwt als een eenmalig (markt)gebeuren, heeft Williamson aandacht voor die transacties die kaderen in langetermijnrelaties, waar de continuïteit extreem belangrijk is. Vandaar de aandacht voor contracten en governance. Contracten zijn poging om een langetermijnrelatie te regelen. Maar ze zijn nooit volledig: ze kunnen nooit alle omstandigheden specifiëren die de contracterende partijen zullen tegenkomen. Governance wordt dan de inspanning om orde te creëren, conflict te vermijden of te verzachten, en wederzijds gewin te realiseren.

Williamson werkt in dat kader niet met een verondersteld rationele actor die in elke transactie zijn eigenbelang wil maximaliseren, maar met reële mensen, die meestal routinematig werken en soms opportunistisch zijn. Hij vraagt zich dan af welke in deze context de formele én informele mechanismen kunnen zijn voor een geloofwaardige inzet voor de geest van het contract (credible commitment). Reputatie is zo’n mechanisme, maar ook de bindende afspraak om geschillen niet via juridische weg maar via arbitrage te regelen.

Williamson pikte de originele vraag van Coase (1937) op – waarom worden sommige transacties binnen het bedrijf gedaan, en andere, zeer gelijkaardige, op de markt; waarom, met andere woorden, zijn er überhaupt bedrijven en is niet alles markt? Waarom worden mensen werknemers en is niet iedereen zelfstandig? – en bouwde er een stevige en testbare theorie rond.

Een voor de hand liggende toepassing is de make-or-buy beslissing, waarover in elk bedrijf wel elke maand een discussie gevoerd wordt. Een uitbreiding van dit probleem brengt ons bij het vraagstuk van zin of onzin van verticale integratie, waarmee Williamson zijn onderzoek ooit begon.

De sleutels tot een uitkomst in deze beslissing zijn de transactiekosten en wat Williamson asset specificity noemt. Beide worden miskend in traditionele economische analyse. Transactiekosten worden in klassieke economische analyse gewoon op nul gezet, terwijl ze beslissingen wel in de ene of andere richting kunnen doen kantelen. Specifieke assets zijn assets (grondstoffen, werknemers, locatie, merk, …) die meer, of zelfs enkel, waarde hebben in een welbepaalde transactie. Denk aan een spoorlijn die enkel moet dienen om steenkool uit een mijn te vervoeren.

De theorie van Williamson zegt dat als de assets specifiek zijn, een make beslissing is aangewezen, of zelfs verticale integratie. Voor generieke assets is de markt de beste soort transactie.

Daaruit volgt meteen een goede definitie van het reële bedrijf, die destijds sterk afweek van hoe de klassieke economie het bedrijf beschreef. Het bedrijf is die set van transacties waarvoor de beslissing is om te maken in plaats van te kopen.

Williamsons inzichten hebben een enorme invloed gehad op zeer diverse domeinen. Mensen die aan blockchain technologie werken, noemen hem bijvoorbeeld hun belangrijkste theoretische inspiratie voor hun werk aan de automatisering van vertrouwen en verwante institutionele technologieën.

Hij is ook een van de weinige academische economisten die zeer vaak geciteerd worden in management- en strategieliteratuur. Hoewel hij zelf nauwelijks in management- en strategietijdschriften publiceerde, was hij volgens een studie van 1980 tot 2009 de tweede meest geciteerde auteur in het vlaggenschip Strategic Management Journal, na Michael Porter, die veel bekender is bij managers en strategen.

De artikels en boeken van Williamson zijn veel minder gemakkelijke literatuur dan de meeste strategie- en management bestsellertjes, omdat hij zo rigoureus theoretisch is. Nochtans snijden Williamsons inzichten heel vaak meer hout dan de bestsellertjes.

Het is niet moeilijk te zien waarom. De Zaterdag Quote van vandaag is naast een eerbetoon aan Williamson een van de beste formuleringen van strategie (t.o. “strategizing“) die ik ken. Helaas zijn er vandaag nog teveel managers en strategen die liever aan strategizing doen.

Er zijn nog niet veel goede obituaries. Het nieuws is blijkbaar onder de Corona-radar gepasseerd.


Zaterdag quote

Strategy, like charity, begins at home. Specifically, economy is the best strategy. That is not to say that strategizing efforts to deter or defeat rivals with clever ploys and positioning are unimportant. In the long run, however, the best strategy is to organize and operate efficiently.

Oliver Williamson (1991). Strategizing, economizing, and economic organization. Strategic Management Journal, p 75

Donderdagse gevarieerde links

  • European Moments, een project onder leiding van Timothy Garton Ash. Op zoek naar de Europese Unie van 2030; onderverdeeld in Moments, Stories, Opinions. Verrassende bevindingen uit de jongste survey: Overweldigende (71%) steun voor Universeel Basisinkomen (UBI); en 53% van de jonge Europeanen denkt dat autoritaire staten beter gewapend zouden zijn dan democratische om klimaatverandering aan te pakken.
  • Datamijnen over Corona wereldwijd: our world in data en Statnews, the Medical News Site that Saw the Coronavirus Coming Months Ago.
  • De Britse economist en auteur David McWilliams stelt een nieuw woord voor voor de economische toestand waarin we ons bevinden. Niet recessie, niet depressie, maar Pandession. Niet slecht.
  • Informatie overload in tijden van crisis? Blijkt dat er bij Sciensano toch een team is dat zich redelijk voltijds moet bezighouden met het scannen en classifiëren van alleszins de wetenschappelijke publicaties. “Despite its recent discovery, over 4000 scientific articles on COVID-19 have already been published. The objective of this document is to summarize and interpret key information based on a comprehensive review of the literature.” De meest recente versie, van 15 mei, is versie 4.