Corporate Social Responsibility: Triviaal, naïef of contra-productief (2)

Ik ga verder met de negen mankementen van het CSR-discours, of vragen waar CSR geen afdoende antwoord op biedt.

  1. In een CSR-setting zal de manager moeten handelen als de vertrouweling van diverse stakeholders. Hoe gaan die zich onderling organiseren om het werk van de managers te sturen en te beoordelen? In een “gewoon” bedrijf is het soms al moeilijk voor de aandeelhouders om tot overeenstemming te komen. Maar zij hebben tenminste een gezamenlijk belang, dat redelijk eenvoudig kan worden gemeten. Hoe gaat dat werken met stakeholders met soms tegengestelde belangen?

    Mattheus wist het al. “Niemand kan twee heren dienen: hij zal de een haten en de ander liefhebben, ofwel de een aanhangen en de ander verachten. Gij kunt niet God dienen én de mammon.” (Mattheus, 6:24) Zelfs als het probleem van vertegenwoordiging zou kunnen worden opgelost, wordt hier een hele grote ruimte gecreëerd voor de manager om belangen tegenover elkaar uit te spelen.

  2. Welke stakeholders? De Business Roundtable noemt, buiten aandeelhouders, klanten, werknemers, leveranciers en de gemeenschap. Maar welke gemeenschap? Een Vlaams bedrijf dat een deel van zijn productie wil verhuizen naar Oost-Europa, benadeelt een Vlaamse gemeenschap, maar bevoordeelt een Oost-Europese community. Of misschien is het andersom, als het om hinderende activiteiten gaat.
    Moeten concurrenten opgenomen worden in de cirkel van stakeholders? Zij zijn immers vaak het meest direct betrokken, of getroffen, door beslissingen van het bedrijf. Meestal laten CSR-proponenten hen stilzwijgend achterwege. Moet een bedrijf zijn prijzen artificieel hoog houden om een concurrent te redden, ten koste van zijn werknemers?

    Stel dat we het vertegenwoordigingsprobleem voor sommige stakeholders (4) opgelost krijgen (zoals het in Duitsland gebeurt met vertegenwoordiging van werknemers in de raad van bestuur), dan is het waarschijnlijk dat de stakeholders die zich het best kunnen organiseren, de zwaarste stem zullen hebben. Een bedrijf dat in een positie zit om prijzen op te drijven, veroorzaakt inflatie. De slachtoffers van die inflatie zijn zeker stakeholders. Maar ze zullen zich niet afdoende kunnen organiseren om hun stem te laten gelden.


  3. Wegens (3) en (4) en in het kader van de huidige vennootschapswetgeving is een CSR-strategie fout als die winst opoffert aan andere doelstellingen. Een manager die winst opoffert, verzaakt aan zijn fiduciaire plicht en kan weggestemd worden door de aandeelhouders. Of zijn bedrijf kan overgenomen worden door andere aandeelhouders. Maar als CSR geen winst opoffert, dreigt ze een lege doos te worden. Het is natuurlijk anders gesteld wanneer bijvoorbeeld de ondernemer-oprichter de enige aandeelhouder is van het bedrijf. Hij kan dan zijn winst besteden zoals hij wil.

  4. Voortbouwend op (2): Managers hebben een maatschappelijke rol te vervullen, maar het is best dat die duidelijk afgebakend is. Winst en winstmaximalisatie hebben een maatschappelijke rol en ook die blijft best duidelijk afgebakend. CSR maakt op de duur van managers fiduciairen voor heel de maatschappij. Dat ondergraaft de rol en de betekenis van fiduciair, die net een sterke partijdigheid veronderstelt. Ondernemingsethiek verwordt zo tot algemene ethiek, en wordt daardoor eigenlijk betekenisloos en niet meer afdwingbaar.

    Heath spreekt in dit verband over een “institutional division of moral labor”. Niet iedereen moet zich altijd, in al zijn rollen, verantwoordelijk voelen voor alles. Vanuit het oogpunt van efficiëntie, maar ook met het oog op een beter werkende algemene ethiek, is er ruimte voor specifieke beroepsethieken. Vergelijk het met de rol van de advocaat, als fiduciair van een beschuldigde. Die mag en moet zelfs bij zijn verdediging handelingen stellen die op het eerste gezicht kunnen indruisen tegen ons intuïtief ethisch aanvoelen.

  5. We hebben het geprobeerd en het heeft niet gewerkt. In heel Europa namen overheden in de jaren 1960-1970 meerderheidsbelangen in grote ondernemingen, soms zelfs in heelder industrieën. CSR en Stakeholder theorie bestonden nog niet als termen, maar de motivaties van de overheden waren in grote mate CSR- en stakeholder gedreven. Dat experiment is grotendeels mislukt, hoofdzakelijk om redenen hierboven beschreven.


  6. We voelen met onze ellebogen aan dat het CSR- en Stakeholders discours vaak kampt met een probleem van geloofwaardigheid. Met greenwashing besteden sommige bedrijven meer geld aan hun positionering als groen bedrijf dan aan het verminderen van hun ecologische impact. Branko Milanovic, met wiens quote dit hele verhaal begon, vertrekt misschien iets teveel van het “bedrijven zijn slecht” a priori, maar hij heeft wel een punt: “It is a clever scheme, propagated by themselves, to let them off the hook.”

Volgende post: Hoe kunnen we de intuïties van CSR redden zonder naïef te zijn?

Wordt vervolgd


Corporate Social Responsibility: Triviaal, naïef of contra-productief (1)

Het Corporate Social Responsibility (CSR) en Stakeholder theorie discours zit fout.
Ik citeer graag een recente tweet van Branko Milanovic, een redelijk linkse econoom, omdat mijn welwillende linkse vrienden het van hem misschien gemakkelijker aannemen:

It is very wrong for the left-wing economists to fall for the idea that there are such things as “stakeholders” and that companies can be self-regulating. It is a clever scheme, propagated by themselves, to let them off the hook.
A correct approach is to see them in fully Friendmanite terms and precisely because of that to regulate or tax them so that social outcomes can be improved.

CSR, of MVO, voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, is interessant op dit ogenblik omdat:

  • Post Corona gaan bedrijven vanuit diverse hoeken diverse vragen en eisen krijgen over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Waarschijnlijk zal een deel van die eisen terecht zijn. Maar er is vandaag geen kader om ze te beoordelen, en al helemaal niet om de uitvoering ervan te regelen. Tous ensemble klinkt mooi en hartverwarmend, maar werkt niet als regelgevend kader.
  • Grote bedrijven die in handen zijn van de overheid staan voor ingrijpende veranderingen. Denk aan NMBS, VRT, De Lijn, maar ook aan Brussels Airlines. Net omdat ze in handen zijn van de overheid, lijkt het vanzelfsprekend dat die bedrijven ook een grote CSR-rol vervullen of opgelegd krijgen. Maar dat maakt het management van die bedrijven zeer moeilijk, zeker in een concurrentiële omgeving.
  • Enkele maanden geleden kreeg de CSR-beweging een enorme boost toen de Business Roundtable, die CEO’s van 192 van de grootste Amerikaanse bedrijven verenigt, een manifest publiceerde waarin ze zich bekeerden tot stakeholder kapitalisme. Het manifest, Statement on the Purpose of a Corporation, was opmerkelijk omdat de Business Roundtable sinds 1997 in al zijn Principles of Corporate Governance de primauteit van de aandeelhouder had vooropgesteld. Nu voegen ze klanten, werknemers, leveranciers en de gemeenschap (communities) toe, en sluiten de aandeelhouders het rijtje van stakeholders.

CSR en Stakeholder theorie zijn doorgaans inwisselbaar. De social responsibility in CSR is verantwoordelijkheid tegenover alle stakeholders, meestal gedefinieerd als elk individu of groep die betrokken is bij het realiseren van de doelstellingen van een bedrijf.

Hier zijn negen mankementen aan het CSR-discours, of vragen waar CSR geen afdoende antwoord op biedt. Inspiratie komt onder meer van de economische filosoof Joseph Heath, die de Stakeholder theorie en CSR zowat de doodsteek heeft gegeven (hier en vooral hier), van de Amerikaanse professor Business Law Justin Blount en van de Britse economist en schrijver John Kay.

Vandaag de eerste drie.

  1. CSR en Stakeholder theorie roepen een valse of alleszins scheve tegenstelling in het leven. Of anders zijn ze tautologisch. Als MVO-bedrijven maatschappelijk verantwoord ondernemen, wat doen niet-MVO bedrijven dan? Niet-maatschappelijk verantwoord ondernemen? Dat is op zijn minst beledigend voor “gewone” ondernemers en in de meeste gevallen ook niet juist. Bedrijven en ondernemers vervullen uiteraard een specifieke maatschappelijke rol en doorgaans doen ze dat meer dan OK.

  2. Achter het hele CSR-discours schuilt vaak, uitgesproken of minder uitgesproken, een aanname: bedrijven zijn slecht. Afgezien van het ethische debat hierover, klopt het gewoon niet. Bedrijven zijn niet slecht (of goed). Managers, of andere werknemers, zijn slecht (of goed). De basis economische theorie is hier ook schuldig aan. Klassieke economische analyse heeft het over “huishoudens” en “bedrijven”, en stelt vervolgens dat elk van die entiteiten hun winst of nut maximaliseren. Als economisch model werkt dat in grote mate. Maar waar het fout gaat, is in het door elkaar haspelen van winstmaximalisatie als drijfveer voor het bedrijf en eigenbelang als drijfveer voor de manager.

    Er zijn genoeg bedrijfsschandalen die aantonen dat die twee vaak niet samenvallen. Het helpt dus om in het hele debat de rol van de manager duidelijker te definiëren en te onderscheiden van de rol van het bedrijf. De manager is, tot nader order, aangesteld door de eigenaars aandeelhouders van het bedrijf om hun winst te maximaliseren. Die scheiding tussen eigendom en controle, en de fiduciaire (vertrouwens) rol van de manager die daaruit volgt, zijn hoekstenen van het aandeelhouderskapitalisme.
    Als het fout gaat met een bedrijf, dan is dat vaak omdat de manager haar vertrouwensrol niet heeft vervuld, en dan lijden niet alleen de aandeelhouders, maar meestal ook de andere stakeholders. We moeten dus uit elkaar houden: manager vs bedrijf; eigenbelang vs winst.

  3. In een CSR-setting wordt de manager de fiduciair van zeer diverse stakeholders, elk met hun eigen doelstellingen, die vaak conflicterend zullen zijn. Hij zal dus moeten multitasken. Maar als de doelstelling van winstmaximalisatie in de weegschaal komt met andere doelstellingen, en als er geen duidelijke richtlijnen zijn over hoe die verschillende doelstellingen tegenover elkaar moeten worden afgewogen, hoe gaan we dan nog het werk van de manager beoordelen? Vraag maar aan Sophie Dutordoir.

    Ik moet nog de eerste MVO-verklaring zien waarin zeer duidelijk wordt gedefinieerd hoe de winstdoelstelling moet worden afgewogen tegen andere CSR-doelstellingen. In afwachting daarvan verwachten we van managers Koning Salomon-capaciteiten. Het punt is: zolang die duidelijke afweging er niet is, zullen managers altijd een excuus hebben waarom ze de ene of de andere doelstelling niet behaald hebben, en we hebben geen alternatief dan hen op hun woord te geloven.

    En het gaat niet per se om slechte wil. Zelfs managers die van perfect goede wil zijn, en de stakeholders die hen moeten controleren, zullen ontzettend veel moeite hebben om de informatie te verzamelen die hen toont of ze goed bezig zijn. Voor winstmaximalisatie lukte dat vrij aardig. We hebben een boekhoudsysteem dat door de eeuwen heen is verfijnd, en dat ons het instrument geeft om het ene bedrijf met het andere te vergelijken. Op het einde van de rit gaat het over de bottom line. Met een triple bottom line (nog een andere naam voor CSR) hebben we geen bottom line meer.

Wordt vervolgd …


Onderwijs: Naar online + een-op-een coaching

Wat hebben de gedwongen ervaringen van de voorbije weken mij en vermoedelijk ook veel andere docenten en studenten geleerd?
Er is een opening om onderwijs te hervormen op een combinatie van twee assen: online + een-op-een coaching en tutoring. Het lukt, echt waar.

Wat hebben we daarvoor nodig?

  • De wil om te hervormen. Na de geforceerde ervaringen van de voorbije weken is die er wel bij veel docenten, denk ik. Politiek, inrichtende machten en vakbonden zullen waarschijnlijk de grootste hinderpalen en vertragers vormen. Vanuit een heel beperkte ervaring, vooral uit de media van de voorbije weken, vestig ik ook niet veel hoop op de pedagogen, wetenschappelijk of in het veld.
  • De adequate digitale platformen en tools. Ik heb de voorbije weken heel intensief gewerkt met Teams (in combinatie met Google Drive, een eigen hogeschoolplatform, een goede videotool, en Slack; mail zeer minimaal) en dat lukte meer dan aardig. We hebben voor het secundair en lager onderwijs natuurlijk de negatieve ervaring met Smartschool gehad. Dat is een schandaal, dat misschien te maken heeft met Vlaamse vriendjespolitiek, maar passons.
  • Budget. Mag geen probleem zijn. Het Vlaamse budget voor onderwijs bedraagt 12.2 miljard€. Van lager tot hoger onderwijs hebben we 1.15 miljoen leerlingen en studenten (kleuteronderwijs niet meegerekend). Dat betekent dat ik een budget zou hebben van 160,000€ om 15 leerlingen of studenten een heel jaar lang een-op-een te coachen, plus om inschrijvingsgeld te betalen voor de beste online lessen en tutorials die ik zelf niet kan geven. Daar wil ik het voor doen. We zouden nog een behoorlijk budget opzij moeten zetten voor materiaal en gebouwen. Maar als 160,000€ per jaar per individuele docent/coach de bovengrens is, dan kan daar nog wat van af.

Natuurlijk moeten we kijken naar specifieke vereisten voor lager vs secundair vs hoger en universitair onderwijs. Natuurlijk zijn er voor specifieke opleidingen verhoudingsgewijs meer praktijk- en contacturen nodig. Natuurlijk moeten we voldoende tijd inplannen voor sociale contacten. Natuurlijk, natuurlijk …

Maar die praktische bezwaren wegen niet op tegen de buitengewoon grote winst die we zouden boeken, vooral met de voordelen van (online) een-op-een coaching.

Er ligt een historisch kans om meer in te zetten op online onderwijs + een-op-een coaching en veel minder op alles wat daartussen ligt.


Zaterdag quote

It is not true that profit is the purpose of the market economy, and the production of goods and services the means to it: the purpose is the production of goods and services, profit the means.

John Kay (2003). The Truth About Markets, p 351

Vrijdagse gevarieerde links


Economische dreunen

De Leuvense econoom André Decoster onderzoekt economische dreunen in België van 1846 tot 2020. Conclusies: 1) de inzinking die we nu meemaken, is inderdaad ongezien voor deze generatie 2) dat gebeurt weliswaar op een, vanuit historisch perspectief, hoog welvaartsniveau. Maar dat maakt het absolute welvaartsverlies natuurlijk des te groter. Paul De Grauwe tweet dat hij de optimistische voorspelling voor 2021 uit de grafiek zou laten. “Het kan maar het kan ook niet”.

groei-bbp-per-capita-1847-2021

Dinsdagse gevarieerde links

  • De Morgen herpubliceert het opiniestuk dat Jonathan Holslag schreef bij de opening van de Primark in Brussel in 2014. Citaat: “Wat goedkoop is, verkoopt. Dumpwinkels schieten dan ook als paddenstoelen uit de grond.” Zoek de andere twaalf kemels tegen basis economische logica. Proef het dédain voor het volk dat daar gisteren stond aan te schuiven. De Morgen vermeldt trots dat het stuk het meest gelezen opiniestuk ooit was. En zet daaronder een button met “Lees alle artikels vier weken gratis”.
  • De onafhankelijke Europese economische denktank Breugel publiceert een continu geüpdatete dataset van alle fiscale overheidsmaatregelen tegen de Corona-crisis in EU-landen, het Verenigd Koninkrijk en de VS. Enkel maatregelen die al in voege zijn.

Zaterdag quote

The economist and historian Richard Easterlin has argued convincingly that, when we try to match the onset of economic growth with the improvements in health, the timing is wrong … The improvement of public health required action by public authorities, which required political agitation and consent and could not have been accomplished through the market alone, although rising incomes certainly made it easier to fund often costly sanitary projects.

Angus Deaton (2013). The Great Escape. Health, wealth and the origins of inequality, p 93

Zeg niet: social distance …

Social distance en social distancing hebben niet altijd de positieve connotatie gehad die ze zeer recent hebben gekregen, toont Lily Scherlis aan in A Social History of Social Distancing.

In de 19de eeuw werd social distance gebruikt als eufemisme, door de Britten voor klasse en door de Amerikanen voor ras.

In 1924 ontwierp de Amerikaanse socioloog Emory Bogardus (en hier) de Social Distance Scale. Die schaal, die vandaag nog gebruikt wordt, meet vooroordelen tegenover bepaalde groepen of rassen door respondenten te vragen naar de meest intieme relatie die ze zouden aanvaarden met iemand van een bepaalde groep:

  • Verwantschap door huwelijk
  • In mijn club als persoonlijke vrienden
  • In mijn straat als buren
  • Als collega in mijn beroep en mijn land
  • Als burger in mijn land
  • Enkel als bezoeker aan mijn land
  • Zou hen uitsluiten van mijn land

Vanaf de tweede helft van de 20ste eeuw werd social distance ook gebruikt in de psychiatrie, de antropologie en de biologie, telkens met diverse doeleinden.

Scherlis vond het vroegste gebruik in de huidige betekenis in 2004 , door het Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC), dat nu zwaar onder vuur ligt, in een artikel over SARS.

Overigens vind ik physical distancing een geschiktere term.


Vrijdagse gevarieerde links

Ommegang
Ommegang in Brussel (1615), Denis van Alsloot (c.1570–c.1626). Via Tom McGlynn

Dinsdag quote

“If you think about it. People with glasses are literally paying to use their eyes. Capitalism is a bitch.” Shortly after it was posted, it had accumulated 257,000 likes.

Tyler Cowen (2019). Big Business: A Love Letter to an American Anti-Hero, p 9

Test & Trace en dan?

We gaan binnenkort massaal testen en dan tracen.

Ik blijf nog altijd met onbeantwoorde vragen zitten.

  1. Meest prangende vraag: Test & Trace en dan? Heb ik het juist voor dat daar enkel Isolate op kan volgen als Test & Trace effectief wil zijn? Maar dan:
  2. Hoe gaan we isolate organiseren? Gaan we mensen vragen zich vrijwillig te isoleren? Hoe gaan we dat controleren en eventueel sanctioneren? In Singapore lossen ze dat eenvoudig op: S’porean man charged in court for leaving home 30 minutes before quarantine ended to get breakfast (via Marginal Revolution). Maar hier gaat dat toch niet lukken? We moeten dus wellicht naar een regime van supported isolation gaan? Hoe groot is die support en vanwaar komt die? Hoe zorgen we ervoor dat de support niet groter is dan de incentive om gewoon te gaan werken? Waar gaan we buitenlanders isoleren?
  3. Wie gaan we testen? Hoe vaak? Hoe geven we mensen de juiste incentives om zich te laten testen? Altruïsme zal hier zeker een rol spelen, maar niet eindeloos.
  4. Wie gaat er testen? Enkel de overheid? Welke overheid? Kunnen bedrijven ook op eigen initiatief testen? Tracen toch niet?
  5. Stel: Jij, of iemand met wie je in contact geweest bent, wordt positief getest. Achteraf blijkt dat een false positive te zijn. Maar ondertussen ben je wel geïsoleerd, mag je niet meer gaan werken. Wie is verantwoordelijk? De producent van de test? De testafnemer? De overheid? Als ik een tester was, zou ik een garantie willen dat ik niet kan worden aangeklaagd voor false positives en de gevolgen daarvan. Biedt de huidige wetgeving mij genoeg waarborgen?
  6. Wat met mogelijke misbruiken? Als ik positief getest word, en ik vertel in mijn tracing-interview dat ik gisteren iemand gekust heb, wordt die dan in verplichte isolatie geplaatst?

Meer dan waarschijnlijk – hopelijk – hebben de experten die dit aan het organiseren zijn antwoorden op de meeste van die vragen. Maar de logistiek van Test & Trace is al een gigantische uitdaging. Ik zie eerlijk gezegd niet hoe we de logistiek van Isolate kunnen organiseren.


Zaterdag quote

The economic doctrine of normal profit, vaguely apprehended by everyone, is a necessary condition for the justification of capitalism. The businessman is only tolerable so long as his gains can be held to bear some relation to what, roughly and in some sense, his activities have contributed to society.

John Maynard Keynes (1923). A Tract on Monetary Reform.