- Twee zeer goede introducties in wat wellicht het belangrijkste economische en geopolitieke verhaal van de komende jaren wordt: ontwikkeling en industrialisering in Indië; onvermijdelijke vergelijking met China (en andere Aziatische groeilanden).
China-specialist en veelzijdige blogger Andrew Batson bezocht Indië voor het eerst, als gast en spreker op het India Policy Forum einde juni. Hij voelde zich aanvankelijk wat onzeker door zijn oppervlakkige kennis van de Indische economie. Maar zijn China-achtergrond bleek net goed van pas te komen. Zowat elke uiteenzetting bevatte minstens impliciet een vergelijking met China. De Indische economische elite – zo kon Batson vaststellen – werkt en denkt vanuit de veronderstelling dat Indië voorbestemd is om na China de volgende economische wereldmacht te worden, maar vraagt zich daarbij vooral af waarom dat nog niet gebeurd is en wat er moet gedaan worden om het te doen gebeuren.
In zijn blogpost, India and the invidious comparison with China, geeft Batson antwoord op die twee vragen door Indië met China te vergelijken op het vlak van industriële productie, investeringen, menselijk kapitaal en staatscapaciteit, vier domeinen waarop het Indische economische beleid volgens hem zou moeten werken.
In een gastpost op Noahpinion, What can India do to industrialize?, focussen Karan Bashin, die doctoreert aan de University at Albany, en Prakash Loungani, directeur van het Master programma in Toegepaste Economie aan de Johns Hopkins University, op het eerste van die vier domeinen: industrialisering.
In het artikel (dat best wat eindredactie had kunnen gebruiken) zien zij vier hinderpalen voor een industrialisering die Indië op een Chinees groeipad zou kunnen zetten: industriële regelgeving; belemmeringen bij aankoop van (landbouw)grond voor industrie; teveel focus op importvervanging, ten nadele van de industriële export die een belangrijke groeimotor is geweest voor de Oost-Aziatische groeilanden (Indië presteert wel goed op het van dienstenexport); en een algemeen onvriendelijk en belemmerend investerings- en ondernemingsklimaat.
Bonus: in een opvolgpost geeft Andrew Batson nog een lijstje van vier boeken die hij gebruikt heeft om zich in te lezen in de politiek, geschiedenis en economie van Indië. Je kan er vrij gerust in zijn dat dit goede aanraders zijn. - Dit jaar is het honderd jaar geleden dat in Parijs de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes werd gehouden, die naar verluidt de Art Deco haar naam gaf. The Observer herdenkt met een gesprek met en heel knappe foto’s van architectuurfotograaf Adam Štěch. Brussel ontbreekt natuurlijk niet.
- Cool is cool. Drie wetenschappers deden bij 6,000 respondenten in Australië, Chili, China, Duitsland, Indië, Mexico, Nigeria, Spanje, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Turkije, en de VS onderzoek naar de waarden en persoonlijkheidskenmerken die iemand cool maken (en het verschil tussen cool en goed). Het artikel staat achter betaalmuur, maar de conclusie staat in de abstract: de waarden en persoonlijkheidskenmerken van een cool persoon zijn over heel de wereld dezelfde.
- Handige grafieken in tijden van tarievenoorlogen die handelsoorlogen dreigen te worden. In The Atlas of Economic Complexity verzamelt Harvard University voor alle landen ter wereld onder meer treemap grafieken die in een oogopslag de exportmand van elk land tonen.
- Op zoek naar (nog) een goed en leesbaar overzicht van de huidige stand van de wereldeconomie? In een lang interview (podcast en transcript) met Martin Wolf, Chief Economics Commentator van de Financial Times, neemt de Duits-Amerikaanse politiek wetenschapper en auteur Yascha Mounk je mee in de helicopter. De titel is wat onheilspellend: Martin Wolf on the Coming Fall of the U.S. Economy. Het gaat over veel meer, maar de ondertoon is wel degelijk pessimistisch. Voor de economisten onder ons is de oude Wolf echt wel de maatstaf en leermeester voor uit de losse pols helder vertellen over economie. Voor niet-economisten: Wolf verstaat, denk ik, de kunst om het ook toegankelijk te maken.
- Interessant om de titel en ondertitel alleen al; het zou een essay-opdracht kunnen zijn: The humanities should be harder. Low standards have devalued non-STEM study. Recent artikel op Slow Boring, de Substack van de Amerikaanse opiniemaker Matthew Yglesias. De eerste zin resoneert ook bij deze afgestudeerde in Filosofie: If you major in philosophy, as I did, you will inevitably get jokes about whether they’re hiring at the philosophy factory. The truth, though, is that philosophy majors have above-average earnings compared to the typical college graduate.